id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.256 Rolnummer: A. 240689/X-18528 Zaak: Arrest 258256 - Sluitingen van vestigingen - 19/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-21 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-10 18:09 Fiche Arrest nr 258.256 van 19 december 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 258.256 van 19 december 2023 in de zaak A. 240.689/X-18.528 In zake: de BV RAKIB & AHMED bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evert Vervaet kantoor houdend te 1700 Dilbeek Tenbroekstraat 35 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE ASSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie Albert kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 8 december 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van: “[1] de beslissing van de Burgemeester van de gemeente Asse, van onbekende datum, waarbij wordt beslist tot de onmiddellijk[e] sluiting van de inrichting, gelegen te 1730 Asse, Brusselsesteenweg […en] [2] de beslissing van de Commissaris van Politie bij de PZ AMOW om tot onmiddellijke sluiting van de inrichting […] gelegen te 1730 Asse, Brusselsesteenweg [over te gaan]”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. X-18.528-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 december 2023, om 10.45 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Evert Vervaet, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Albert Sofie, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster baat langs de Brusselsesteenweg te 1730 Asse een handelszaak in rijklare tweedehandsvoertuigen uit. Op 14 december 2020 keurt de gemeenteraad van de gemeente Asse een uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen goed. Volgens het uitbatingsreglement mag niemand zonder voorafgaande uitbatingsvergunning overgaan tot het uitbaten van onder andere in openlucht gelegen opslagplaatsen voor schroot, voertuigen buiten gebruik, autowrakken of rijklare tweedehands- voertuigen (artikel 2). Inrichtingen die al uitgebaat worden, beschikken over zes maanden om te voldoen aan de verplichtingen van het reglement. Bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning kan de politie de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten (artikel 24). Het uitbatingsreglement wordt verzoekster ter kennis gebracht met een brief van 12 februari 2021, waarin haar wordt meegedeeld dat zij de X-18.528-2/7 uitbatingsvergunning moet aanvragen vóór 30 juni 2021 en dat de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse kan sluiten. 3.
- Verzoekster dient op 29 juni 2021 een aanvraag voor een uitbatingsvergunning in. Omdat zij nalaat de ontbrekende documenten in te dienen, verklaart het college van burgemeester en schepenen de aanvraag op 25 oktober 2021 onontvankelijk. De beslissing wordt verzoekster met een brief van 29 oktober 2021 betekend. 3.
- Met e-mails van 25 maart 2022 en 2 juni 2022 attendeert de deskundige Ondernemen van de verwerende partij verzoekster erop dat zij “op dit moment” geen uitbatingsvergunning heeft en dus bij controle zelfs door de politie gesloten kan worden. Met een brief van 15 juli 2022 wijst de verwerende partij verzoekster erop dat werd vastgesteld dat zij niet over de noodzakelijke uitbatingsvergunning beschikt, dat de politie de inrichting die wordt uitgebaat zonder uitbatingsvergunning onmiddellijk en ter plaatse kan sluiten, en dat “de politie binnenkort zal starten met de controle en de handhaving van het uitbatingsreglement”. 3.
- Op 18 augustus 2022 dient verzoekster opnieuw een aanvraag voor een uitbatingsvergunning in. De vergunning wordt door het college van burgemeester en schepenen op 17 oktober 2022 geweigerd, onder meer omdat niet is voldaan aan de vergunningsplicht inzake het stallen van voertuigen, het verharden van de voortuinstrook en een functiewijziging. De beslissing wordt verzoeker betekend met een brief van 26 oktober
- In de brief wordt gewezen op de mogelijkheid van een beroep bij de Raad van State en wordt aangegeven dat de politie, bij de vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning, de inrichting onmiddellijk en ter plaatse kan sluiten. X-18.528-3/7 3.
- Op 30 november 2023 betekent de politie aan verzoekster de beslissing van de burgemeester tot machtiging van de politie om haar inrichting overeenkomstig artikel 24 van het uitbatingsreglement onmiddellijk en ter plaatse te sluiten. De inrichting wordt ook effectief door de politie gesloten. Volgens de beslissing van de burgemeester moeten alle activiteiten worden stopgezet en moeten de voertuigen worden verwijderd totdat het college van burgemeester en schepenen een beslissing heeft genomen over een administratieve sanctie wegens overtreding van het uitbatingsreglement (waaronder een definitieve administratieve sluiting). 3.
- Op 7 december 2023 nodigt de verwerende partij verzoekster uit om op 18 december 2023 door het college van burgemeester en schepenen te worden gehoord over het voornemen om haar een administratieve sanctie – “met name een definitieve administratieve sluiting” – op te leggen om reden dat zij haar inrichting uitbaat zonder over de noodzakelijke uitbatingsvergunning te beschikken. IV. Ontvankelijkheid
- De verwerende partij betwist in de nota de ontvankelijkheid van de vordering. Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zouden zich alleen opdringen indien voldaan mocht zijn aan de grondvoorwaarden voor een schorsing, wat zoals hierna zal blijken niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de X-18.528-4/7 behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van verzoekster
- Verzoekster betoogt dat zij door de bestreden beslissingen gedwongen wordt haar enige exploitatie stop te zetten en de aanwezige tweedehandsvoertuigen te verwijderen van het terrein. Door de sluiting kan verzoekster haar activiteiten niet meer uitoefenen en verliest zij inkomsten. Volgens haar vertoont de sluitingsmaatregel een permanent karakter gelet op de bevolen ontruiming en het gebrek aan een tijdsvoorwaarde. Het is, voorts, duidelijk dat verzoekster niet heeft getalmd met het indienen van de vordering. Beoordeling
- Een verzoekende partij die claimt dat er met haar vordering tot schorsing een uiterst dringende noodzakelijkheid gemoeid is, moet zich daar ook naar gedragen, op gevaar af de beweerde uiterste urgentie zelf te ontkrachten.
- Weliswaar mag verzoekster de voorliggende vordering reeds de achtste dag hebben ingesteld nadat haar inrichting op 30 november 2023 gesloten werd, het betekent geenszins dat haar houding doet blijken van de vereiste diligentie en alertheid. Integendeel getuigt haar houding met betrekking tot het nadeel dat zij ter staving van de vordering aanvoert, van een hopeloos en nodeloos getreuzel.
- Waar het in het verzoekschrift heet dat verzoekster “plots” op 30 november 2023 met een bevel tot sluiting geconfronteerd werd, is – zoals uit het feitenrelaas sub 3.1 en volgende kan worden opgemaakt – die sluiting bij gemis X-18.528-5/7 aan een uitbatingsvergunning haar kennelijk al verschillende keren expliciet aangekondigd. Ook nadat de verwerende partij verzoeksters tweede aanvraag van een uitbatingsvergunning op 17 oktober 2022 afwijst, blijft verzoekster niettegenstaande het acute en imminente gevaar van een sluiting volslagen inactief.
- Verzoeksters gedraal wijst uit dat er aan het door haar aangevoerde nadeel geen zodanig groot gewicht toe te kennen is dat het nadeel verondersteld kan worden een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verantwoorden.
- Louter volledigheidshalve weze nog opgemerkt dat zoals de beslissing van de burgemeester van 30 november 2023 te kennen geeft, de bestreden maatregelen tot stopzetting en gedwongen verwijdering van de voertuigen gelden totdat het college van burgemeester en schepenen een beslissing heeft genomen over een administratieve sanctie. In verband met deze administratieve sanctie is verzoekster opgeroepen om op 18 december 2023 door het college van burgemeester en schepenen te worden gehoord. Een en ander spreekt het beweerde permanente karakter van de aangevochten sluitingsmaatregel tegen.
- Er is niet voldaan aan één van de twee cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing, namelijk die van een uiterst dringende noodzakelijkheid. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. X-18.528-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.528-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.256 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.068 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div