← België

Arrest 258277 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.277 Rolnummer: A. 239151/VII-42048 Zaak: Arrest 258277 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 21/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-09 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-10 18:20 Fiche Arrest nr 258.277 van 21 december 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Depersonalisatie Voortzetting Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.277 van 21 december 2023 in de zaak A. 239.151/VII-42.048 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Mallien kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36/8 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Werner Vandenbruwaene kantoor houdend te 1210 Brussel Bolwerklaan 21/1 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Gebruers kantoor houdend te 3980 Tessenderlo Diesterstraat 107B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 19 mei 2023, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2223-0760 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 13 april 2023 in de zaak 2223-RvVb-0111-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 3 juli
  3. VII-42.048-1/4 Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ (hierna: cassatieprocedurebesluit). Het verslag is aan de partijen ter kennis gebracht. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 november
  4. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pascal Mallien, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Chris Schijns, die loco advocaat Joris Gebruers verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna : RvS-wet). III. Feiten
  5. De deputatie van de provincieraad van Antwerpen verleent op 10 maart 2022 aan de verzoekende partij een omgevingsvergunning voor het veranderen door uitbreiding en wijziging, van een aluminiumverwerkend bedrijf. Derden-belanghebbenden dienen tegen deze vergunning een beroep in, dat door de verwerende partij op 9 september 2022 gedeeltelijk gegrond wordt verklaard. De in de vergunningsaanvraag opgenomen regularisatie van de noodlozingen van onbehandeld bedrijfsafvalwater wordt geweigerd. VII-42.048-2/4
  6. Het bestreden arrest verwerpt het vernietigingsberoep van de verzoekende partij tegen die weigeringsbeslissing. IV. Kort debat
  7. In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld om de drie cassatiemiddelen, en bijgevolg het cassatieberoep, te verwerpen na een kort debat, met toepassing van artikel 19 van het cassatieprocedurebesluit.
  8. De verzoekende partij doet ter zitting afstand van het eerste cassatiemiddel. Zij betwist echter het voorstel tot verwerping van de twee andere middelen.
  9. De procedure die wordt voorzien in artikel 19 van het cassatieprocedurebesluit moet met de nodige omzichtigheid worden toegepast. De inwilliging van het voorstel van de auditeur door de alleen zetelende staatsraad ontzegt immers aan de partijen de waarborgen die door de gewone rechtspleging worden geboden, en met name de behandeling van hun zaak door een kamer met drie magistraten, en de mogelijkheid om hun standpunten schriftelijk uiteen te zetten in memories. Op de vraag om een cassatieberoep met een kort debat te behandelen wordt dan ook slechts ingegaan wanneer het op grond van een eenvoudige kennisname van het cassatieberoep onmiddellijk duidelijk is welke oplossing aan de zaak dient gegeven te worden en/of wanneer de partijen geen ernstige betwisting lijken te kunnen voeren over de oplossing die door de auditeur wordt voorgesteld.
  10. Het is op grond van een eenvoudige kennisname van het cassatieberoep niet onmiddellijk duidelijk dat noch het tweede middel, noch het derde middel, een kans op slagen heeft. Uit de uiteenzetting van de verzoekende VII-42.048-3/4 partij op de zitting blijkt verder dat zij een ernstige betwisting lijkt te kunnen voeren over de oplossing die door het auditoraat wordt voorgesteld. De zaak leent zich niet dan ook niet tot een kort debat. BESLISSING
  11. De Raad van State heropent het debat.
  12. Het cassatieberoep wordt voortgezet overeenkomstig de artikelen 12 tot 18 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig december tweeduizend drieëntwintig , door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-42.048-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.277 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.560 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.