← België

Arrest 258281 - Dierenwelzijn - 21/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.281 Rolnummer: A. 232188/VII-40950 Zaak: Arrest 258281 - Dierenwelzijn - 21/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-09 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-10 18:21 Fiche Arrest nr 258.281 van 21 december 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.281 van 21 december 2023 in de zaak A. 232.188/VII-40.950 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Harry Claes kantoor houdend te 3970 Leopoldsburg Maarschalk Fochstraat 35 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-François De Bock kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 november 2020, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van 14 september 2020 met het dossiernummer G-20-2460 waarbij drie honden in toepassing van artikel 42 §2 van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, definitief in volle eigendom worden gegeven aan het asiel dat daarmee instemt. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.950-1/6 Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, en artikel 25/3 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 december
  3. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joy Moens, die loco advocaat Jean-François De Bock verschijnt voor de tussenkomende partij, is gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Regelmatigheid van de rechtspleging
  4. Een aanvankelijk “verzoekschrift” dat op 21 oktober 2020 met de post werd ingediend, was niet vergezeld van het vereiste aantal eensluidend verklaarde afschriften en bevatte geen woonplaatskeuze, en werd om die redenen niet op de rol ingeschreven. De hoofdgriffier stelde verzoekster hiervan in kennis per brief van 23 oktober 2020, met verzoek de ontbrekende elementen binnen de vijftien dagen in orde te brengen. Op 3 november 2020 diende verzoekster langs elektronische weg een “verzoekschrift tot nietigverklaring” in, dat inhoudelijk verschilt van het “verzoekschrift” van 20 oktober
  5. Het gaat hier niet om een regulariserend VII-40.950-2/6 verzoekschrift in de zin van artikel 3bis van het algemeen procedurereglement, maar om een verzoekschrift dat de bedoeling heeft het eerder ingediende verzoekschrift te vervangen. Enkel het verzoekschrift dat op 3 november 2020 werd ingediend maakt aldus het voorwerp uit van het geding. IV. Feiten
  6. Na een controle in de woning van verzoekster neemt een inspecteur van de verwerende partij op 23 juli 2020 drie honden in beslag. De honden worden overgebracht naar een erkend dierenasiel. Met de bestreden beslissing van 14 september 2020 worden de drie honden definitief in volle eigendom gegeven aan het asiel dat daarmee instemt. V. Ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring Standpunten van de partijen
  7. De verwerende partij werpt op dat het beroep onontvankelijk is, onder meer omdat het geen duidelijke uiteenzetting van minstens één middel bevat. Verzoekster zou niet aangeven welke rechtsregels geschonden zouden zijn en waarom deze regels dan wel geschonden zouden zijn.
  8. Verzoekster antwoordt in haar memorie van wederantwoord niet op deze exceptie. Beoordeling
  9. Artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, van het algemeen procedurereglement schrijft voor dat het verzoekschrift “een uiteenzetting van de middelen” moet bevatten. Onder “middel” in de zin van deze bepaling moet worden verstaan een voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden handeling wordt geschonden. De verplichting om minstens één “middel” uiteen te zetten is een VII-40.950-3/6 essentiële vereiste omdat zij de Raad van State toelaat de gegrondheid van de grieven te onderzoeken in het kader van de opdracht die hem gegeven wordt door artikel 14, § 1, van de RvS-wet om uitspraak te doen over de beroepen tot nietigverklaring van bestuurshandelingen wegens overtreding van vormvereisten, wegens machtsoverschrijding of wegens machtsafwending. Het gebrek aan uiteenzetting van een “middel” leidt tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep.
  10. Het verzoekschrift tot nietigverklaring van verzoekster bevat volgende kritiek op de bestreden beslissing : “
  11. In feite Op 23/07/2020 werden door de inspectiedienst dierenwelzijn 3 honden van verzoekster bestuurlijk in beslag genomen. De vaststellingen en overtredingen werden geacteerd in PV […]. Dat er beweerd wordt dat verzoekster niet kan instaan voor de nodige zorgen voor haar honden. Dat verzoekster het tegendeel verklaart. De bestemmingsbeslissing met dossiernummer G-20-2460 werd door verzoekster ontvangen op 14/09/2020.[…] Dat de honden sinds de bestemmingsbeslissing definitief in eigendom van het dierenasiel zijn cfr. Artikel 42, §2 van de wet van 14/08/1986 betreffende bescherming en het welzijn der dieren. Dat verzoekster van mening is dat de bestemmingsbeslissing feitelijke grondslag mist aangezien zij wel degelijk kan instaan voor de zorg van haar honden.
  12. In rechte Er is geen verband tussen de begane overtreding en de kans op herhaling zonder ingrijpen. De bewering dat het later telefonisch contact en de hercontrole er op wijzen dat verzoekster onvoldoende inspanningen levert om de woning op te ruimen missen feitelijke grondslag aangezien hiervan geen verslag wordt bijgebracht, doch dit enkel afhangt van beweringen van politie agenten. “Onvoldoende opgeruimd” is geen objectief begrip. Dat verzoekster wel degelijk de moeite heeft genomen de woning op te ruimen om voor voldoende degelijke huisvesting voor haar dieren te voorzien. Dat verzoekster de nodige aandacht, voeding en verzorging aan haar dieren wil geven. Dat verzoekster dan ook een procedure voor Raad van State wenst te starten met het oog op nietigverklaring van deze bestemmingsbeslissing van het Departement Omgeving.” VII-40.950-4/6 Deze uiteenzetting duidt geen rechtsregels of vormvereisten aan die zouden zijn overtreden, en beperkt zich ertoe de motieven van de bestreden beslissing tegen te spreken. Dergelijke uiteenzetting kan niet beschouwd worden als een “middel” in de zin van artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, van het algemeen procedurereglement. Het beroep tot nietigverklaring is niet-ontvankelijk.
  13. Een kort debat volstond om tot deze conclusie te komen. De zaak wordt op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief beslecht. VI. Schadevergoeding tot herstel
  14. Verzoekster heeft in de memorie van wederantwoord een schadevergoeding tot herstel gevorderd. Nu met dit arrest geen onwettigheid wordt vastgesteld, wordt deze vordering afgewezen (artikel 25/3, § 3, van de RvS-wet). BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  16. De Raad van State verwerpt de vordering tot het verkrijgen van een schadevergoeding tot herstel.
  17. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  18. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. VII-40.950-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-40.950-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.281 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.