← België

Arrest 258283 - Dierenwelzijn - 21/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.283 Rolnummer: A. 239580/VII-42124 Zaak: Arrest 258283 - Dierenwelzijn - 21/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-09 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-06-10 18:22 Fiche Arrest nr 258.283 van 21 december 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Vernietiging Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.283 van 21 december 2023 in de zaak A. 239.580/VII-42.124 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Van Damme kantoor houdend te 9070 Destelbergen Zenderstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 14 juli 2023, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het afdelingshoofd van het Vlaamse Gewest, Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn van 27 juni 2023 waarbij, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, drie hanen en twee pony’s definitief in volle eigendom worden gegeven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven (dossiernummer G-23-0492). VII-42.124-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 december
  3. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Céline Peire, die loco advocaat Joost Van Damme verschijnt voor verzoekster en advocaat Kristien Vanderheiden, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. VII-42.124-2/10 III. Feiten
  5. Na een controle op 28 april 2023 neemt een inspecteur van de lokale politie Meetjesland Centrum bij verzoekster twee pony’s en drie hanen in beslag en brengt deze dieren over naar een erkend asiel.
  6. De advocaat van verzoekster meldt op 14 juni 2023 aan de lokale politie Meetjesland Centrum dat de twee in beslag genomen pony’s op 2 april 2023 door verzoekster werden verkocht en aan de koper mogen worden vrijgegeven. Op 15 juni 2023 antwoordt een inspecteur aan de advocaat dat niet wordt ingegaan op het verzoek tot vrijgave, dat verzoekster schriftelijk werd uitgenodigd voor verhoor en dat graag vernomen wordt welke van de drie voorgestelde data zij zou langskomen. De advocaat antwoordt hierop op 18 juni 2023, en nogmaals op 26 juni 2023, dat verzoekster geen uitnodiging tot verhoor heeft ontvangen, en graag de data verneemt waarop dit zou kunnen plaatsvinden. Hierop reageert een andere inspecteur van de lokale politie Meetjesland Centrum op 27 juni 2023 dat zijn collega-inspecteur sinds midden juni afwezig is, dat verzoekster op de uitnodigingen van zijn collega-inspecteur niet is ingegaan, en dat verzoekster volgens die collega-inspecteur op de hoogte was van de data.
  7. De verwerende partij neemt op 27 juni 2023 de bestemmingsbeslissing waarbij de dieren in volle eigendom worden gegeven aan het asiel waar zij verblijven. Deze beslissing wordt als volgt gemotiveerd : “De vaststellingen geacteerd in PV GF 002189/223: - De politie verneemt uit verschillende bronnen dat betrokkene wekelijks weg is voor minstens 6 dagen en dat er dan iemand maar 1 van deze dagen water en hooi komt geven. [D]e pony’s komen nooit buiten en staan altijd in de stal. [E]r zouden ook nog verschillende kippen, hanen en een gans op het terrein zitten. - Op 28/04/2023 gaat de politie ter plaatse in bezit van visitatiemachtiging. Betrokkene zelf is niet thuis. De toegangspoort tot de tuin en de poort van de stal zijn gesloten door middel van een cijferslot. De politie kan deze cijfers VII-42.124-3/10 achterhalen. In de tuin lopen een 10 tal hanen, en 2 kippen met kuikens. De gans wordt niet gezien. - In de stal staan 2 pony’s. [E]r is een weinig daglicht en geen opening voor verse lucht. [E]r staat 1 emmer met een beetje water en wat hooi op de grond. In een hoek liggen ongeveer 2 m² schavelingen op de grond, vol met mest en nat van de urine. Er staat nog een kruiwagen vol mest. Door een andere deuropening komt er bijna allemaal opeengestapeld materiaal de stal binnenvallen. De pony’s hebben een goede borstelbeurt nodig. Er kunnen ook 3 hanen gevangen worden. - De achterdeur van de woning staat open. De woning staat eigenlijk nog even vol als ervoor doch er worden geen dieren aangetroffen. Wat erop wijst dat de dieren niet werden gehouden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften, waardoor hun welzijn ernstig werd geschaad. Uit de historiek blijkt dat de feiten zich herhalen en dat betrokkene reeds meerdere opgelegde maatregelen gekregen heeft waaraan zij onvoldoende gevolg gegeven heeft, waardoor het opleggen van bijkomende maatregelen geen zin heeft. Op 9/05/2023 ontvangen wij een mail van het opvangcentrum met bijkomende info. Bij het openen van de staldeur stonden de dieren te drummen om naar buiten te komen. De stal was praktisch volledig afgesloten waardoor de dieren in het donker stonden. Het stuk gras aan de straatkant was afgezet met weidepaaltjes uit kunststof. De oprit lag zoals voorheen bezaaid met afval en kapotte spullen. De weidepaaltjes konden dan ook niet verhinderen dat de pony’s zich aan deze spullen zouden kunnen verwonden. Op 2/05/2023 ontvangt onze dienst een mail van Dhr. [K.C.] met lasterlijke aantijgingen ten opzichte van een inspecteur van onze dienst. Gepaste antwoorden werden door onze dienst naar Dhr. [C.] verstuurd. Dhr. [C.] zegt ook de pony’s op 2/04/2023 van betrokkene te hebben gekocht. Op 5/05/2023 antwoordt onze dienst de mail van Dhr. [K.V.B.] welke ook lasterlijke aantijgingen aan de dienst dierenwelzijn richt en zegt de pony’s gekocht te hebben. Gepast antwoord werd verstuurd. Op 4/05/2023 ontvangt onze dienst een mail van Dhr. [C.] met de paspoorten en verkoopovereenkomst. De verkoopovereenkomst staat op [V.B.]. Uit de voorgedrukte datum 2/04/2023 als uit de handtekeningen is niet duidelijk of dit contract voor of na de beslagname werd opgesteld en wie deze pony’s zou gekocht hebben. Op de verkoopovereenkomst worden ook telkens 2 verschillende chipnummers vermeld per pony. Het is niet duidelijk over welk dier het contract dan gaat. Wij vragen aan de politie Eeklo om dit duidelijk na te gaan in het verhoor. Op 6/06/2023 ontvangt onze dienst een mail van de lokale politie Eeklo. Betrokkene wenst verhoord te worden met haar advocaat. 16/06, 19/06 en 20/06 werden voorgesteld. Op 22/06/2023 ontvangt onze dienst een mail van de lokale politie Eeklo. Betrokkene is niet verschenen op de verschillende uitnodigingen tot verhoor. Men kan haar telefonisch niet bereiken want ze neemt niet meer op. Hieruit blijkt dat betrokkene geen interesse toont in haar dieren en zich niet om hen bekommert. Bovendien kan zij geen uitleg geven over de VII-42.124-4/10 zogenaamde kopers. Tot op heden werd hier niets meer van vernomen. Zodoende kan een mogelijke verkoop en de intentie om deze pony’s te houden niet nagegaan worden. Betrokkene toont gebrek aan inzicht in de noden en behoeften en in verantwoordelijkheidszin voor de dieren. Er wordt geen medewerking verleend door betrokkene. Betrokkene toont een doorgedreven hardleersheid en wil zich niet aanpassen aan de algemeen aanvaarde norm voor het dierenwelzijn in onze maatschappij. Uit bovenstaande blijken onvoldoende garanties dat het welzijn van de dieren gewaarborgd kan worden, waardoor een teruggave onverantwoord zou zijn. De kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen. De dieren hebben geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften.” Dit is de bestreden beslissing.
  8. Verzoekster wordt op 29 juni 2023 door de lokale politie Meetjesland Centrum schriftelijk uitgenodigd voor verhoor op 17 juli 2023, en wordt op die dag ook verhoord. IV. Onderzoek van het eerste middel tot nietigverklaring Standpunten van de partijen
  9. Verzoekster voert in een eerste middel aan dat de bestreden beslissing een schending inhoudt van artikel 1 van het Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, samengelezen met artikel 8 van dat Verdrag, artikel 42, §2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, de artikelen 20 en 21 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 oktober 2015 ‘tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen’, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer in het bijzonder de materiëlemotiveringsplicht. VII-42.124-5/10 Zij voert daarbij onder meer aan : “In de bestreden beslissing wordt vermeld dat verzoekster niet aanwezig was op een gepland verhoor en dat daaruit zou blijken dat verzoekster geen interesse zou tonen in de dieren en zich niet om de dieren zou bekommeren, quod certe non. Verzoekster heeft voormelde uitnodiging tot verhoor nooit ontvangen, reden waarom de raadsman van verzoekster d.d. 18 juni 2013 inspecteur […] per e-mail heeft aangeschreven […] : “Cliënte meldt mij nog geen uitnodiging voor verhoor te hebben ontvangen. Maakt u mij de datavoorstellen voor verhoor over, opdat ik u kan bevestigen wat nog schikt?” Verzoekster noch haar raadsman mocht een antwoord ontvangen. Op 26 juni 2023 werd de inspecteur opnieuw aangeschreven […] : “Dag mevrouw, ik kom terug op mijn bericht van 18 juni jl. Cliënte meldt mij nog steeds geen uitnodiging voor verhoor te hebben ontvangen. Maakt u mij de datavoorstellen voor verhoor over, opdat ik kan bevestigen wat nog schikt?”. […] Zoals voormeld was verzoekster niet in de mogelijkheid haar verweer naar voren te brengen nu zij vóór de bestemmingsbeslissing niet werd gehoord. Uit niets blijkt dat de toestand van de dieren slecht was en dat onmiddellijke actie was vereist in het belang van het dierenwelzijn. In die omstandigheden bestond een verplichting in hoofde van verwerende partij om verzoekster voorafgaand te horen alvorens de bestreden beslissing te nemen.”
  10. Op de kritiek dat zij de beslissing heeft genomen zonder verzoekster voorafgaandelijk te horen, antwoordt de verwerende partij : “De verzoekende partij voert de schending aan van de rechten van verdediging. Zo zou zij niet in de mogelijkheid zijn geweest haar verweer naar voren te hebben gebracht aangezien zij niet werd gehoord vooraleer de verwerende partij de bestemmingsbeslissing nam. De rechten van verdediging zijn echter niet van toepassing op de beslissing tot bestemming van de dieren. Zij zijn in beginsel enkel van toepassing op straf- en tuchtzaken. […] Er kan dus in de voorliggende procedure geen schending zijn van het recht van verdediging van de verzoekende partij. Ondergeschikt merkt de verwerende partij op dat de verzoekende partij zichzelf in de onmogelijkheid bracht haar verweer naar voren te brengen voordat de verwerende partij de bestemmingsbeslissing nam. De verzoekende partij daagde immers niet op [bij] de door de verwerende partij voorgestelde verhoormomenten […].” VII-42.124-6/10 VII-42.124-7/10 Beoordeling
  11. Uit de uiteenzetting van het middel blijkt dat verzoekster de verwerende partij verwijt onder meer de hoorplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur te hebben geschonden. Een bestuur dat het voornemen heeft om een ernstige maatregel te nemen ten aanzien van een persoon omwille van zijn persoonlijk gedrag dat als een tekortkoming wordt beschouwd, en welke maatregel van aard is om de belangen van die persoon zwaar aan te tasten, is op grond van dit beginsel ertoe gehouden om die persoon voorafgaandelijk in de gelegenheid te stellen zijn standpunt hierover op nuttige wijze uiteen te zetten.
  12. De bestemmingsbeslissing in de zin van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, waarbij in beslag genomen dieren in volle eigendom worden overgedragen aan een erkend asiel, wordt in beginsel maar genomen wanneer blijkt dat de eigenaar van de dieren niet in staat is te voldoen aan de bepalingen van deze wet, en kan de belangen van die persoon in ernstige mate aantasten. Dergelijke beslissing kan dan ook maar genomen worden nadat de betrokkene in de gelegenheid werd gesteld om zijn standpunt hierover op nuttige wijze uiteen te zetten.
  13. Uit de gegevens van het dossier blijkt niet dat aan verzoekster de gelegenheid werd gegeven om haar standpunt uiteen te zetten. De bewering dat aan verzoekster een voorstel werd gedaan met drie mogelijke data voor een verhoor, wordt door geen enkel stuk gestaafd en is ook weinig aannemelijk gelet op : - de uitdrukkelijke mededeling door de advocaat van verzoekster op 18 juni 2023 én 26 juni 2023 dat verzoekster geen voorstel van data heeft ontvangen; - de omstandigheid dat de inspecteur die het dossier behandelde, vanaf midden juni 2023 afwezig was; - de omstandigheid dat alsnog een schriftelijke uitnodiging voor verhoor werd verstuurd op 29 juni 2023 (zijnde twee dagen nà de bestreden beslissing). VII-42.124-8/10 De Raad van State besluit dat niet aannemelijk wordt gemaakt dat aan verzoekster de gelegenheid werd gegeven om, voorafgaand aan de bestreden beslissing, haar standpunt op een nuttige wijze uiteen te zetten. De verwerende partij heeft aldus de hoorplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur miskend. Het eerste middel is in die mate gegrond. V. Toepassing kortedebattenprocedure
  14. Een kort debat volstond om tot deze conclusie te komen. De zaak wordt op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief beslecht. Het beroep tot nietigverklaring is gegrond. De vordering tot schorsing, die slechts een accessorium is van het annulatieberoep, heeft bijgevolg geen voorwerp meer. BESLISSING
  15. De Raad van State vernietigt de beslissing van het afdelingshoofd van het Vlaamse Gewest, Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn van 27 juni 2023 waarbij, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, drie hanen en twee pony’s definitief in volle eigendom worden gegeven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven (dossiernummer G-23-0492).
  16. De vordering tot schorsing heeft geen voorwerp.
  17. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoekster. VII-42.124-9/10
  18. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-42.124-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.283 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.