← België

Arrest 258318 - Plannen van aanleg - 22/12/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.318 Rolnummer: A. 235226/X-18048 Zaak: Arrest 258318 - Plannen van aanleg - 22/12/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-12-27 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-06-10 18:34 Fiche Arrest nr 258.318 van 22 december 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.318 van 22 december 2023 in de zaak A. 235.226/X-18.048 In zake : de NV PATRILAM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 9000 Gent Molenaarsstraat 111/1 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams kantoor houdend te 2600 Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 december 2021, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 25 augustus 2021 “betreffende het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad van de stad Peer van 22 april 2020 betreffende ‘Verkaveling Zavelstraat. Keuring van het wegtracé (VVO2019/0247). Keuring’”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-18.048-1/7 De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 november
  3. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Enya Hicquet, die loco advocaten Sven Vernaillen en Katrien Dams verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 16 september 2019 heeft verzoekster een omgevingsvergunning aangevraagd voor het ontbossen en verkavelen van grond in 9 loten van een terrein tussen de Zavelstraat en de Burgemeester Esserslaan te Peer.
  6. Vermits de aanvraag de aanleg van een nieuwe verkeersweg omvat, diende de gemeenteraad van de stad Peer een besluit te nemen over de zaak der wegen. Op 22 april 2020 besluit de gemeenteraad tot de weigering van het wegtracé en de inlijving in het openbaar domein.
  7. Op 18 juni 2020 dient verzoekster tegen dit besluit beroep in bij de Vlaamse regering. X-18.048-2/7
  8. Op 25 augustus 2021 beslist de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken tot de verwerping van het beroep.
  9. Intussen werd de omgevingsvergunningsaanvraag afgewezen, zowel door het college van burgemeester en schepenen van de stad Peer (beslissing van 15 mei 2020) als door de deputatie van de provincieraad van de provincie Limburg (hierna: de deputatie) (beslissing van 12 mei 2022).
  10. Verzoekster heeft tegen de weigeringsbeslissing van de deputatie van 12 mei 2022 een beroep tot nietigverklaring bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) ingediend. Bij arrest nr. RvVb-A-2223-0265 van 24 november 2022 verklaarde de RvVb het beroep “klaarblijkelijk onontvankelijk”. IV. Precisering van het voorwerp
  11. Met haar beslissing van 25 augustus 2021 heeft de bevoegde Vlaamse minister louter een vernietigings- en geen hervormingstoezicht uitgeoefend. Haar beslissing is niet in de plaats van de beslissing van de gemeenteraad van 22 april 2020 gekomen, maar heeft er zich aan toegevoegd.
  12. Rekening houdend met het enige door verzoekster aangevoerde middel is er reden om, naast de ministeriële beslissing van 25 augustus 2021, ook de gemeenteraadsbeslissing van 22 april 2020 tot het voorwerp van het beroep te rekenen. V. Ontvankelijkheid - Belang Standpunt van de partijen
  13. De verwerende partij sluit zich aan bij het standpunt van de eerste auditeur-afdelingshoofd luidens welk verzoekster niet meer beschikt over het rechtens vereiste belang bij haar beroep, vermits verzoekster sowieso een X-18.048-3/7 nieuwe omgevingsvergunning zal moeten aanvragen, en dan in voorkomend geval opnieuw over de zaak der wegen zal moeten worden beslist.
  14. Verzoekster werpt op dat haar belang niet op een overdreven formalistische wijze mag worden bekeken en de beoordeling ervan niet strijdig mag zijn met artikel 6 EVRM. Ze wijst er op dat de beslissing over de zaak der wegen een autonome beslissing is, die los staat van de vergunningsaanvraag en niet vervalt bij de weigering van een vergunningsaanvraag. Bovendien wenst verzoekster eenzelfde verkavelingsaanvraag in te dienen met dezelfde wegenis, zodat de eerder genomen beslissing over de zaak der wegen relevant blijft. Beoordeling
  15. Artikel 31, § 1, van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: OVD) luidt: “Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen […] de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg. De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.”
  16. Artikel 31/1, § 1, OVD bepaalt dat beroep mogelijk is tegen het besluit van de gemeenteraad : “Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel
  17. […] Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.” X-18.048-4/7
  18. Tegen de beslissing van de Vlaamse regering staat vervolgens een jurisdictioneel beroep open bij de Raad van State.
  19. Voorts moet de omgevingsvergunningsaanvraag bij gebrek aan goedkeuring van de voorgestelde wegenis door de gemeenteraad, afgewezen worden. Artikel 32, § 6, OVD bepaalt immers: “Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad overeenkomstig artikel
  20. Als de gemeenteraad de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing niet heeft goedgekeurd, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.”
  21. Te dezen werd de omgevingsvergunningsaanvraag, op grond waarvan de gemeenteraad over de zaak der wegen diende te beslissen, definitief geweigerd.
  22. De Raad van State heeft eerder reeds uitspraak gedaan over een beroep tegen een weigeringsbeslissing over de zaak der wegen in een context dat door het vergunningverlenende bestuursorgaan werd geoordeeld dat de vergunning niet kan worden verleend en die beslissing definitief is geworden. Zo werd in arrest nr. 238.501 van 13 juni 2017 geoordeeld dat een vernietiging van de weigeringsbeslissing over de zaak der wegen niets kon bijbrengen omdat, na een vernietiging, de gemeenteraad niets anders zou kunnen doen dan vaststellen dat een essentiële voorwaarde voor het nemen van een beslissing over de zaak der wegen niet vervuld is. Krachtens het toentertijd toepasselijke artikel 4.2.25, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kon de gemeenteraad immers slechts een beslissing over de zaak der wegen nemen als “het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend”.
  23. Die restrictie geldt evenwel niet meer sinds artikel 70 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ in een nieuwe formulering X-18.048-5/7 van artikel 31 OVD heeft voorzien. De aanpassing gaat uit van de vaststelling dat volgens de toen geldende regeling de gemeenteraad zich alleen kan uitspreken over de zaak der wegen als de vergunningverlenende overheid van oordeel is dat de vergunning kan worden verleend. De aangenomen aanpassing strekt er uitdrukkelijk toe met die voorwaarde komaf te maken (Parl.St. Vl.Parl. 2018- 2019, 1847/1, 43 en 44).
  24. In die omstandigheid kan het oordeel van het vergunningverlenende bestuursorgaan dat de vergunning niet kan worden verleend, niet meer volstaan om een verzoekende partij het belang te ontzeggen om de weigeringsbeslissing over de zaak der wegen met een annulatieberoep te bestrijden.
  25. Te dezen houdt verzoekster in haar laatste memorie voor dat “zij een nieuwe identieke omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan aanvragen met eenzelfde wegtracé”, en ter zitting bevestigt zij dat zij een nieuwe aanvraag voorbereidt. Deze nieuwe aanvraag zal tot gevolg hebben dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Peer, met toepassing van artikel 31, § 1, eerste lid, OVD, de gemeenteraad over de zaak der wegen zal moeten samenroepen. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissingen zou tot gevolg hebben dat de gemeenteraad bij het nemen van een nieuwe beslissing over de zaak der wegen het gezag van gewijsde van het vernietigingsarrest zal moeten eerbiedigen. Dit verantwoordt het besluit dat een vernietigingsarrest aan verzoekster een direct en persoonlijk voordeel kan verschaffen.
  26. Er is reden tot een aanvullend onderzoek door het auditoraat. BESLISSING
  27. De Raad van State heropent het debat. X-18.048-6/7
  28. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt met een aanvullend onderzoek belast. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig december tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.048-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.318 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.786 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.