← België

Cassatiebeschikking 15186 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 19/01/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 19 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.186 Rolnummer: A. 237755/VII-41763 Zaak: Cassatiebeschikking 15186 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 19/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-01-20 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-10 08:15 Fiche Beschikking nr 15.186 van 19 januari 2023 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.186 van 19 januari 2023 in de zaak A. 237.755/VII-41.763 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hilde Van Vreckom kantoor houdend te 1030 Schaarbeek Adolphe Lacomblélaan 59-61 bus 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 25 november 2022, strekt tot de cassatie van arrest nr. 279.477 van 25 oktober 2022 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 21 december 2022 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vermeldt in het bestreden arrest dat “[v]erzoeker stelt dat zijn trauma zou worden getriggerd in een Arabischtalige omgeving, hetgeen een tegenindicatie vormt om terug te keren naar Irak” en hij oordeelt vervolgens “dat dit gegeven nergens in het administratief dossier, noch in het standaard medisch getuigschrift wordt bevestigd”, dat “[i]n het medisch advies van de arts-adviseur VII-41.763-1/3 van 30 mei 2022 wordt gesteld dat er geen medische tegenindicatie bestaat om te reizen” en dat “[v]erzoeker […] geen enkel bewijselement voor[legt] dat dit motief zou kunnen weerleggen”. Verzoeker heeft dienaangaande voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen enkel aangevoerd “dat de arts-adviseur hiermee [dit is een door verzoeker voorgehouden en op bepaalde rapporten gesteunde verregaande discriminering en stigmatisering van mentale problemen in Irak] geen rekening heeft gehouden in zijn beoordeling, alsook met het feit dat de trauma van verzoeker in een Arabischtalige omgeving telkens wordt getriggerd wat een tegenindicatie is voor een terugkeer, aangezien hiervan nergens melding wordt gemaakt in het advies van 30 mei 2022”.
  2. Verzoeker heeft zich voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wat het triggeren van zijn trauma betreft beperkt tot de voorgaande algemene stelling, zonder enige verwijzing naar een bepaald stuk, laat staan naar de inhoud ervan. Verzoeker heeft bij zijn verzoekschrift tot annulatie ook geen stuk dienaangaande gevoegd. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dient zich enkel uit te spreken over de in een verzoekschrift tot nietigverklaring aangevoerde kritiek en niet over argumentatie uit de aanvraag die tot de voor hem aangevochten beslissing heeft geleid. Evenmin is de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen er als annulatierechter toe gehouden na te gaan of zich relevante stukken in het administratief dossier bevinden en deze dan te onderzoeken indien een verzoeker daar zelf niet in het minst naar verwijst in zijn middel. In die omstandigheden toont verzoeker geen schending aan van de bepalingen die hij thans geschonden acht door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
  3. Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. VII-41.763-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 19 januari 2023, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.763-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.186 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.