← België

Cassatiebeschikking 15208 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/01/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 januari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.208 Rolnummer: A. 237812/VII-41772 Zaak: Cassatiebeschikking 15208 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/01/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-01 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 08:19 Fiche Beschikking nr 15.208 van 30 januari 2023 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.208 van 30 januari 2023 in de zaak A. 237.812/VII-41.772 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Geens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 1 december 2022, strekt tot de cassatie van arrest nr. 279.552 van 26 oktober 2022 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 21 december 2022 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoekers kritiek dat de verwerende partij het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel heeft geschonden door alsnog zijn aanvraag met toepassing van artikel 57/6, § 3, eerste lid, 5°, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: vreemdelingenwet) niet-ontvankelijk te verklaren, ondanks de VII-41.772-1/3 (overschrijding van) de wettelijk voorziene termijn van 10 werkdagen, is niet gericht tegen het bestreden arrest maar tegen de beslissing van 19 juli
  2. Verder zijn het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk.
  3. Voor zover verzoeker artikel 57/6, § 3, eerste lid, 5°, van de vreemdelingenwet geschonden acht met het bestreden arrest, dient te worden opgemerkt dat de beslissingstermijn van 10 werkdagen wel degelijk een termijn van orde is. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kon derhalve op wettige wijze besluiten dat de overschrijding van die termijn geenszins tot gevolg heeft dat de verwerende partij niet langer bevoegd zou zijn om het door verzoeker ingediende volgend verzoek om internationale bescherming niet- ontvankelijk te verklaren op grond van de voormelde bepaling en met toepassing van artikel 57/6/2, § 1, van de vreemdelingenwet. Het enige middel is in die mate kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. VII-41.772-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op dertig januari tweeduizend drieëntwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.772-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.208 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.