← België

Cassatiebeschikking 15242 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/02/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 23 februari 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.242 Rolnummer: A. 238093/VII-41843 Zaak: Cassatiebeschikking 15242 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/02/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-02-24 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-19 11:35 Fiche Beschikking nr 15.242 van 23 februari 2023 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.242 van 23 februari 2023 in de zaak A. 238.093/VII-41.843 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Geens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 4 januari 2023, strekt tot de cassatie van arrest nr. 281.615 van 9 december 2022 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 24 januari 2023 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker laat in het enige middel gelden dat “[i]n het bestreden arrest […] uitdrukkelijk [wordt] aangehaald dat verzoeker, tijdens het interview bij de Dienst Vreemdelingenzaken, ontkend heeft dat hij getrouwd was en dat hij kinderen had toen hem hierom gevraagd werd”. Hij “betwist dit oordeel in het bestreden arrest” en zet omstandig uiteen dat hij de vragenlijst van de dienst Vreemdelingenzaken van 17 januari 2019 nooit heeft ondertekend en er nooit mee akkoord is gegaan. VII-41.843-1/3
  2. In de beslissing van 25 juli 2022, die tot het bestreden arrest heeft geleid en die in dat arrest wordt geciteerd, stelt de verwerende partij onder meer het volgende vast: “Daarnaast schaadt het uw geloofwaardigheid evenzeer dat u gedurende uw gehoor voor de Dienst Vreemdelingenzaken dit huwelijk of uw dochter niet ter sprake brengt. U verklaart er ongehuwd te zijn en vernoemt enkel uw partner, u geeft aan geen kinderen te hebben (verklaring DVZ vraag 15 en 16). Ook wanneer u uw vervolgingsfeiten uiteenzet vermeldt u dit huwelijk niet (vragenlijst CGVS vraag 5). Het feit dat u omwille van uw geaardheid door uw familie gedwongen werd een huwelijk aan te gaan en verplicht werd in een dergelijke situatie te leven lijkt echter een cruciaal element in uw beleving van de gevolgen die u ondervond omwille van deze geaardheid. Dat u een dergelijke ingrijpende levensbeslissing op geen enkele manier ter sprake brengt wanneer u voor het eerst de redenen waarom u bescherming verzoekt uiteenzet en u zelfs beweert ongehuwd te zijn en geen kinderen te hebben brengt de geloofwaardigheid van uw achtergrond ernstige schade toe.” Verzoeker heeft tegen het voormelde motief enkel het volgende aangevoerd in zijn verzoekschrift tot beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen: “Verzoeker benadrukt overigens dat het huwelijk niet de reden was waarom hij Nigeria diende te verlaten. Het kan daarom niet worden verweten dat verzoeker zijn huwelijk niet ter sprake bracht tijdens het interview bij de Dienst Vreemdelingenzaken.” Verzoeker heeft derhalve voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet betwist doch integendeel bevestigd dat hij het huwelijk aanvankelijk heeft verzwegen. Bovendien had verzoeker, net gezien de voormelde motivering in de beslissing van 25 juli 2022, de mogelijkheid kritiek op de juistheid van die motivering aan te voeren bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Derhalve vermag hij deze kritiek niet voor het eerst in de graad van administratieve cassatie op te werpen.
  3. Het enige middel is kennelijk niet-ontvankelijk. VII-41.843-2/3 BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 23 februari 2023, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.843-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.242 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.