← België

Cassatiebeschikking 15291 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 16/03/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 16 maart 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.291 Rolnummer: A. 238296/VII-41891 Zaak: Cassatiebeschikking 15291 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 16/03/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-03-20 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-10 08:38 Fiche Beschikking nr 15.291 van 16 maart 2023 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.291 van 16 maart 2023 in de zaak A. 238.296/VII-41.891 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hendrik Camerlynck kantoor houdend te 8900 Ieper Cartonstraat 14 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 30 januari 2023, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 282.251 van 21 december 2022 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 10 februari 2023 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Uit het rechtsplegingsdossier blijkt dat de beslissing van de verwerende partij die tot het bestreden arrest heeft geleid als opschrift draagt “Herbevestiging van een bevel om het grondgebied te verlaten” en als enige inhoud heeft dat verzoeker “dient gevolg te geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten dat hij heeft VII-41.891-1/2 betekend gekregen op 11/01/2018 door de politie/gemeente/gevangenis van PZ ARRO IEPER”. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vermocht derhalve op wettige wijze te oordelen dat de betwiste informatiebrief van de verwerende partij er niet toe strekt een terugkeerbesluit of een verwijderingsmaatregel op te leggen doch eraan herinnert dat verzoeker gevolg moet geven aan een eerder gegeven bevel om het grondgebied te verlaten en dat het beroep tot nietigverklaring derhalve niet-ontvankelijk is. Hieruit blijkt dat geen sprake is van een schending van artikel 74/13 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’, net omdat deze bepaling enkel geldt “bij het nemen van een beslissing tot verwijdering”. Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 16 maart 2023, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.891-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.291 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.