← België

Cassatiebeschikking 15333 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 06/04/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 06 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.333 Rolnummer: A. 238543/VII-41940 Zaak: Cassatiebeschikking 15333 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 06/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-04-07 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-10 08:47 Fiche Beschikking nr 15.333 van 6 april 2023 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.333 van 6 april 2023 in de zaak A. 238.543/VII-41.940 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anne-Sophie Rogghe kantoor houdend te 7712 Herseaux rue de la Citadelle 167 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 24 februari 2023, strekt tot de cassatie van arrest nr. 283.623 van 19 januari 2023 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 21 maart 2023 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. In de uiteenzetting van het enige middel verwijst verzoekster naar haar aanvullende nota met documenten in verband met de vervolging van vrouwen in Iran en zij citeert uit het bestreden arrest de beoordeling van de situatie voor vrouwen in Iran. Volgens verzoekster bewijzen de door haar voorgelegde documenten dat er een systematische discriminatie van vrouwen door de Islamitische republiek is, waarvoor zij ook citeert uit resolutie 2022/2849 van het Europees Parlement van 6 oktober
  2. Verzoekster VII-41.940-1/2 besluit dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ten minste de beslissing van de verwerende partij moest vernietigen en de zaak terugsturen naar de verwerende partij omdat essentiële elementen ontbreken die inhouden dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet kon komen tot de bevestiging of hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen te moeten bevelen en omdat er ernstige aanwijzingen bestaan dat verzoekster in aanmerking komt voor internationale bescherming.
  3. Verzoekster vraagt met het voorgaande in wezen een nieuwe beoordeling ten gronde. De Raad van State treedt als cassatierechter echter niet in de beoordeling van de zaak zelf. Bovendien blijkt niet dat verzoekster zich voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft beroepen op resolutie 2022/2849 van het Europees Parlement van 6 oktober
  4. Het enige middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  5. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  6. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 6 april 2023, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.940-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.333 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.