id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 01 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.547 Rolnummer: A. 239494/VII-42105 Zaak: Cassatiebeschikking 15547 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 01/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-14 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-10 11:02 Fiche Beschikking nr 15.547 van 1 september 2023 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.547 van 1 september 2023 in de zaak A. 239.494/VII-42.105 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mieke Van den Broeck kantoor houdend te 1210 Brussel Haachtsesteenweg 55 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 3 juli 2023, strekt tot de cassatie van arrest nr. 289.382 van 26 mei 2023 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 18 juli 2023 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- In een enig, genoemd “eerste”, middel voert verzoeker aan dat uit een correcte lezing van de beslissing van de verwerende partij van 16 mei 2018 en het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nr. 221.976 van 11 januari 2019 blijkt, “in tegenstelling tot wat door het bestreden arrest wordt voorgehouden, dat geloof wordt gehecht aan de werkzaamheden van verzoeker voor het Amerikaanse leger”.
- In de beslissing van de verwerende partij van 16 mei 2018 wordt getwijfeld aan verzoekers “voorgehouden profiel van tolk voor de Amerikaanse troepen in VII-42.105-1/3 Afghanistan”. Op grond van verschillen tussen meerdere door verzoeker voorgelegde badges en certificaten wordt getwijfeld “aan het door u voorgehouden profiel van tolk voor de Amerikaanse troepen”. Met betrekking tot foto’s van verzoeker op een Amerikaanse basis wordt gesteld dat “u […] daar net zo zeer een andere ondersteunende taak gehad [zou] kunnen hebben, die lang niet zo riskant was (een taak waarbij u bijvoorbeeld de basis niet zou moeten verlaten en samen met de Amerikaanse militairen in contact zou komen met de lokale bevolking)”. Verder wordt in die beslissing opgemerkt dat verzoeker de naam niet kende van de legerbasis in zijn thuisdistrict waarnaar hij zijn zoon zou hebben gebracht en waar hij 5 dagen zou hebben verbleven, en dat hij zeer moeilijk kon inschatten hoeveel soldaten er gelegerd zouden zijn, terwijl “u […] nochtans een tweetal jaar steeds op gelijkaardige basissen gewerkt [zou] moeten hebben, wat u toch wel een idee zou moeten geven over de omvang van deze of gene troepenformaties gelegerd in bepaalde basissen”. Waar verzoeker volgens diezelfde beslissing “aanvoert dat [hij] persoonlijk een hoger risico loopt om getroffen te worden door het willekeurig geweld te Nangarhar en hierbij verwijst naar [zijn] voorgehouden samenwerking met de Amerikanen, dient te worden vastgesteld dat dit reeds het voorwerp uitmaakt van een onderzoek naar [zijn] nood aan internationale bescherming”. Met het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen nr. 221.976 van 11 januari 2019 werd verzoekers beroep tegen de voormelde beslissing van 16 mei 2018 afgewezen. In dit arrest wordt de negatieve beoordeling van verzoekers “voorgehouden profiel van tolk voor de Amerikaanse militairen” bevestigd en wordt steeds in de voorwaardelijke wijs (“zou”) gesproken over verzoekers voorgehouden activiteiten, met als besluit dat “verzoeker niet aan[toont] dat hij als tolk Engels werkzaam is geweest voor Amerikaanse militairen in Afghanistan”.
- Verzoeker had derhalve een profiel voorgehouden van tolk voor de Amerikaanse troepen en dat profiel is in de beslissing van 16 mei 2018 en het arrest van 11 januari 2019 ongeloofwaardig bevonden. Uit niets blijkt dat daarmee in die beslissing of dat arrest wordt aanvaard dat verzoeker wel degelijk, zij het in een andere functie, zou hebben gewerkt voor de Amerikaanse strijdmacht. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kon derhalve in het bestreden arrest zonder schending van de bewijskracht van de beslissing van 16 mei 2018 en het arrest van 11 januari 2019 oordelen dat “aldus niet met zekerheid vaststaat of verzoeker werkelijk voor de Amerikanen heeft VII-42.105-2/3 gewerkt”. In die mate houdt het bestreden arrest evenmin een schending in van het gewijsde van het arrest van 11 januari
- Het enige middel is in die mate kennelijk ongegrond. Vermits de schending van de overige in het opschrift van het middel aangehaalde bepalingen is gesteund op dezelfde ongegrond bevonden kritiek, is het middel ook in die mate, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond.
- Waar verzoeker nog opmerkt dat men naar aanleiding van de vele door hem bijgebrachte foto’s niet anders kan dan toch vaststellen dat verzoeker voor de Amerikaanse troepen heeft gewerkt, vraagt hij een beoordeling van de zaak zelf, waarvoor de Raad van State als cassatierechter niet bevoegd is. Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 1 september 2023, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-42.105-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.547 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div