id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 06 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.553 Rolnummer: A. 239666/VII-42141 Zaak: Cassatiebeschikking 15553 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 06/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-09-08 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-10 11:19 Fiche Beschikking nr 15.553 van 6 september 2023 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.553 van 6 september 2023 in de zaak A. 239.666/VII-42.141 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cynthia Torfs kantoor houdend te 3200 Aarschot Amersstraat 21 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 26 juli 2023, strekt tot de cassatie van arrest nr. 290.769 van 22 juni 2023 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 11 augustus 2023 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter opgelegde jurisdictionele motiveringsplicht heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepaling wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Alleen een gemis aan motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, VII-42.141-1/3 zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van de voornoemde bepalingen. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek. De rechterlijke motiveringsverplichting houdt niet in dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moet antwoorden op elk argument dat tot staving of weerlegging van een middel is aangevoerd, maar dat geen afzonderlijk middel of afzonderlijke weerlegging vormt.
- Artikel 81/4, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ luidt: “De verzoekende partij beschikt, te rekenen vanaf de in het derde lid bedoelde kennisgeving, over een termijn van acht dagen om de griffie in kennis te stellen of zij al dan niet een synthesememorie wenst neer te leggen. Indien de verzoekende partij geen kennisgeving heeft ingediend binnen deze termijn, doet de Raad nadat de partijen die daarom verzocht hebben gehoord zijn, onverwijld uitspraak, waarbij het ontbreken van het vereiste belang wordt vastgesteld.”
- De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overweegt in het bestreden arrest: “De verzoekende partij brengt niets aan dat de beschikking aan het wankelen brengt. De Raad neemt akte van het neergelegde vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank en de mededeling dat verzoeker onder elektronisch toezicht staat. Dit kan de Raad echter niet doen afstappen van zijn vaststelling dat verzoeker niet binnen de in artikel 39/81, vierde lid van de Vreemdelingenwet voorziene termijn van 8 dagen heeft geantwoord op de vraag van de griffie of hij al dan niet een synthesememorie zal indienen. Op grond van de voormelde wetsbepaling dient de Raad het ontbreken van het wettelijk vereiste belang vast te stellen. De overtuiging van de verzoekende partij dat zij door de neergelegde stukken heeft aangetoond een belang bij het beroep te behouden, kan niet tot een andersluidend oordeel leiden. De inhoud van de beschikking blijft dan ook overeind. Het beroep is onontvankelijk wegens een gebrek aan belang.” Met de voormelde motivering geeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aan waarom hij ondanks het door verzoeker overgelegde stuk besluit tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring. Verzoeker toont geen schending aan van de jurisdictionele motiveringsplicht. VII-42.141-2/3
- Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 6 september 2023 door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-42.141-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.553 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div