id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 13 september 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.589 Rolnummer: A. 239440/VII-42095 Zaak: Cassatiebeschikking 15589 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 13/09/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-30 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-10 11:44 Fiche Beschikking nr 15.589 van 13 september 2023 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 15.589 van 13 september 2023 in de zaak A. 239.440/VII-42.095 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dominique Andrien en Joséphine Paquot kantoor houdend te 4000 Luik Mont Saint Martin 22 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 26 juni 2023, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 289.204 van 24 mei 2023 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 18 juli 2023 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Verzoeker acht een aantal nationale en supranationale bepalingen en “de rechten van verdediging en het beginsel van hoor en wederhoor” geschonden doordat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op basis van een eigen zoekopdracht via Google besluit tot de toegankelijkheid van het Iraanse webportaal Adliran/Sana vanuit België, zonder de partijen hiervan op de hoogte te stellen of deze informatie te verstrekken op de dag van de zitting. VII-42.095-1/4
- Uit het dossier van de zaak blijkt dat verzoeker in zijn beroepschrift voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen met verwijzing naar twee screenshots van een Google-zoekopdracht heeft aangevoerd dat het Iraanse webportaal Adliran/Sana niet toegankelijk is vanuit België voor wie nog niet is geregistreerd via het systeem in Iran en dat het niet verstandig is dat verzoekers broer hem diens persoonlijke codes doorgeeft om verzoeker op die wijze verbinding te laten maken met dat portaal, vermits verzoeker en zijn broer door de Iraanse justitie worden gezocht. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overweegt in het bestreden arrest het volgende met betrekking tot de toegankelijkheid van het voormelde webportaal: “Waar verzoeker in het verzoekschrift citeert uit de COI Focus ‘IRAN. Criminal procedures and documents’ van 6 december 2021, consulteerbaar op de website van het commissariaat-generaal en waarvan de weblink wordt gegeven, stipt de Raad aan dat in deze landeninformatie inderdaad, zoals verzoeker betoogt, de procedure voor de identificatie en de toegang tot gerechtelijke documenten op Adliran/Sana is beschreven. Uit deze informatie blijkt dat iedere Iraniër, ook vanuit het buitenland, een account kan aanmaken in het Sana systeem om bijvoorbeeld een advocaat te consulteren. Uit het in het verzoekschrift opgenomen en als stuk 3 bij dit verzoekschrift gevoegde screenshot van een zoekresultaat op Google kan hoogstens louter opgemaakt worden dat iemand het webportaal van Adliran/Sana probeerde te raadplegen, zonder succes. Los van de bedenking dat dit aan soort screenshots weinig bewijswaarde kan worden toegeschreven daar deze mits handig knip- en plakwerk vlot gefabriceerd kunnen worden of in scene gezet kunnen worden, blijkt uit de door de Raad gedane dezelfde zoekopdracht dat er vanuit België wel degelijk toegang is tot het portaal.”
- De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overweegt echter ook: “Dat verzoeker geen andere manier had om de dagvaarding te tonen aan het commissariaat-generaal, kan voorts niet worden bijgetreden. Het platform is immers wel degelijk raadpleegbaar vanuit het buitenland en uit de door verzoeker geciteerde COI Focus blijkt dat het platform vanuit het buitenland toegankelijk is zonder een Iraanse VPN op bepaalde websites en dat ook andere personen dan geregistreerde gebruikers toegang hebben tot de databank indien zij beschikken over het tiencijferige paswoord, het nationaal nummer van de gebruiker en een tijdelijk paswoord, verzonden via sms. Nog volgens de COI van 6 december 2021 verbiedt de Iraanse wetgeving niet expliciet de toegang tot andermans account. Indien verzoeker van zijn broer de persoonlijke code zou ontvangen, evenals het nationaal nummer en het tijdelijk paswoord, verzonden via sms, zou hij toegang kunnen hebben tot het platform. Waar hij in het verzoekschrift opwerpt dat het niet verstandig is dat zijn broer vrijelijk met hem communiceert en zijn codes doorgeeft omdat zij beide door VII-42.095-2/4 justitie gezocht worden, merkt de Raad nog op dat aan de beweerde problemen van verzoeker met de Iraanse autoriteiten geen geloof kan worden gehecht en dat verzoeker zelf aangaf nog in contact te staan met zijn broer. Zijn verschoningen voor het niet kunnen beschikken over de code zijn dan ook niet dienstig en evenmin overtuigend. In zoverre zou kunnen worden aangenomen dat de kopie van de dagvaarding van verzoekers broer daadwerkelijk afkomstig is van het platform Adliran/Sana, dan kan uit de ter terechtzitting neergelegde vertaling ervan nergens worden afgeleid waarom verzoekers broer werd gedagvaard. Het document bevat immers geen reden voor de dagvaarding, waardoor geenszins kan blijken dat verzoekers broer omwille van zijn eigen – overigens ongeloofwaardig [bevonden] – problemen met de Iraanse autoriteiten zou gedagvaard zijn. In het verzoekschrift, noch in de aanvullende nota of ter terechtzitting wordt overigens verder ingegaan op het gevolg van de dagvaarding die ondertussen dateert van meer dan een jaar geleden.” Deze laatste motivering is ruimer dan de door verzoeker bekritiseerde vaststellingen in het bestreden arrest betreffende de toegankelijkheid van het webportaal Adliran/Sana bij het uitvoeren van een Google-zoekopdracht door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Ze wordt door verzoeker echter niet aangevochten en blijft bijgevolg overeind. Ze kan, ook zonder de verwijzing naar de uitvoering van de zoekopdracht door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, de beslissing dragen dat verzoeker de mogelijkheid had de dagvaarding van zijn broer te tonen aan het commissariaat-generaal en dat de bijgebrachte kopie bovendien geen reden voor de dagvaarding bevat. Al zou verzoekers kritiek gegrond worden bevonden, de voorgehouden onwettigheid kan de strekking van het bestreden arrest niet hebben beïnvloed.
- Het enige middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. VII-42.095-3/4 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 13 september 2023, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-42.095-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ORD.15.589 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div