id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.368 Rolnummer: A. 238736/VII-41964 Zaak: Arrest 258368 - Niet begeleide minderjarigen - 09/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-16 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-06-10 18:54 Fiche Arrest nr 258.368 van 9 januari 2024 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.368 no lien 275116 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.368 van 9 januari 2024 in de zaak A. 238.736/VII-41.964 In zake : Ibrahim DUALE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marijke Van der Hasselt kantoor houdend te 1800 Vilvoorde Sint-Annalaan 608 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Vaalbeek Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep tot nietigverklaring, ingesteld op 24 maart 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 27 januari 2023 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van VII-41.964-1/11 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 30 oktober 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 21 december
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is België binnengekomen en hij wordt op 23 januari 2023 als niet-begeleide minderjarige vreemdeling aangemeld door de dienst Vreemdelingenzaken bij de dienst Voogdij. Hij heeft verklaard van Somalische nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 1 februari
- De dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over verzoekers voorgehouden leeftijd. In het Militair Hospitaal Koningin Astrid te Neder-over-Heembeek ondergaat verzoeker op 26 januari 2023 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. VII-41.964-2/11 Op 27 januari 2023 beslist de dienst Voogdij verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van artikel 7 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002 (hierna: de voogdijwet), van artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 ‘tot uitvoering van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002’ (hierna: het koninklijk besluit van 22 december 2003), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’ en van de zorgvuldigheidsplicht en de motiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hij licht dit als volgt toe: “Verzoeker heeft een verzoek internationale bescherming ingediend dd. 23 januari 2023 op het Belgisch grondgebied. Artikel 25.5 van de Procedurerichtlijn voorziet in een medische leeftijdstest wanneer na de algemene verklaring die werd afgelegd of andere relevante aanwijzingen zijn overgelegd, er twijfels rijzen over de verzoekende zijn leeftijd. De bepaling stelt: “de lidstaten kunnen in het kader van de behandeling van een verzoek om internationale bescherming besluiten om door middel van een medisch onderzoek de leeftijd van een niet-begeleide minderjarige vast te stellen, wanneer zij, nadat er een algemene verklaring is afgelegd of ander relevante aanwijzingen zijn overgelegd, twijfels hebben over diens leeftijd. Als de lidstaten daarna nog steeds twijfels hebben over de leeftijd van de verzoeker, gaan zij ervan uit dat de verzoeker minderjarig is. Bij elk medisch onderzoek wordt de waardigheid van de persoon ten volle gerespecteerd; het is het minst ingrijpende onderzoek en het wordt verricht door gekwalificeerde medische beroepsbeoefenaars en dat in de mate van het mogelijke een betrouwbaar resultaat biedt (…)” Het uitspreken van twijfel over de leeftijd zet de procedure van de vaststelling van de leeftijd in gang. Met betrekking tot wat we moeten verstaan onder de noemer is er nog geen consensus. Het is namelijk niet duidelijk welke elementen de twijfel doen ontstaan of op basis van welke ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.368 VII-41.964-3/11 criteria en hoe de twijfel moet worden gemotiveerd. Er is al zeker geen garantie dat de twijfel wordt uitgesproken op basis van een individuele analyse. Voornoemd medisch onderzoek wordt wettelijk geregeld door artikel 7 van de Voogdijwet. Artikel 7 stelt: “§
- Wanneer de dienst Voogdij of de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering twijfel koesteren omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, laat de dienst Voogdij onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of deze persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Het medisch onderzoek geschiedt onder toezicht van de dienst Voogdij. De kosten van dat medisch onderzoek zijn ten laste van de overheid die het heeft gevraagd. Ingeval de dienst Voogdij uit eigen beweging een onderzoek laat verrichten, zijn de kosten ten laste van die dienst. §
- Wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene minder dan 18 jaar oud is, wordt gehandeld overeenkomstig artikel
- Wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene meer dan 18 jaar oud is, vervalt de hoede door de dienst Voogdij van rechtswege. De dienst Voogdij stelt daarvan onmiddellijk de betrokkene in kennis, alsook de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering, en iedere andere betrokken overheid. §
- Ingeval van twijfel over de uitslag van het medisch onderzoek, wordt met de jongste leeftijd rekening gehouden.” Om duidelijkheid te brengen in het gegeven wat er onder het medisch onderzoek verstaan moet worden en of er ook nog andere test in rekening gebracht mogen worden bij het bepalen van een leeftijd biedt artikel 3 van het laatste lid van het KB van 2003 een antwoord. Artikel 3, laatste lid van het KB van [22 december] 2003 stelt het volgende: “Het medisch onderzoek, bedoeld in artikel 7 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 " Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen " van de programmawet van 24 december 2002, kan onder meer psychoaffectieve tests bevatten.” Deze bepaling verplicht de overheid niet om andere tests te organiseren, maar voorziet wel in de mogelijkheid ervan. Dat echter reeds genoeg geweten is dat deze testen niet sluitend zijn; De medische leeftijdstest wordt ook ernstig bekritiseerd vanuit de vakliteratuur en op supranationaal niveau. Het Europese Parlement betreurt het dat de medische technieken die in sommige lidstaten worden gehanteerd om de leeftijd vast te stellen ongepast en opdringerig zijn en trauma's kunnen veroorzaken en betreurt het eveneens dat sommige, op botontwikkeling of gebitsmineralisatie gebaseerde methodes omstreden blijven en een grote foutenmarge kennen.1 Dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat de permanente tanden en wijsheidstanden op zeer variabele leeftijden uitgroeien en dat er een risico bestaat op het […] overschatten van de leeftijd. Dat in het dossier van verzoeker maar één test is afgenomen, met name een radiologische test. Dat niet blijkt dat andere testen zijn afgenomen, gelet dat het onderzoek enkel op de dienst Radiologie is uitgevoerd. Dat zelfs ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.368 VII-41.964-4/11 onduidelijk is welke test exact is uitgevoerd. Dat er nochtans verschillen zijn in de tests betreffende jongeren onder 18 jaar en jongeren tussen 18 en 22 jaar.2 Dat dus niet kan worden nagegaan of de afgenomen test reeds uitging van een hogere leeftijd dan 18 jaar of niet. Dat noch de test voor jongeren onder de 18 jaar, noch de test voor jongeren boven 18 jaar geschikte instrumenten zijn, zoals blijkt: “During puberty, the skeletal age is determined through the examination of form and size of bone elements and the degree of fusion of the epiphyses with their shafts (10–12). After fusion is completed, the method cannot be used to assess age. Epiphyses in the hand and wrist are completely fused at a mean age of 17 years in girls and 18 years in boys
(12), which makes this method poorly suited for age assessment in relation to the crucial age limit of 18 years. Age assessment based on an X-ray of the sternal end of the clavicle has been advocated as a more suitable method because growth of this bone continues into the 20s
(12)and has been widely used to assess age in Belgium and the Netherlands
(3). This method also has been criticized, however, because of the radiation of internal organs involved
(13). The variation between individuals of this method is also great, with a variation of complete closure between 14.7 and 30 years for girls and between 16.0 and 30 years for boys
(14).”3 Dat dan maar ook één testresultaat is bekomen, dat niet vergeleken wordt met resultaten van bijvoorbeeld een tandtest. Dat niet kan nagegaan worden of er met andere tests een lagere leeftijd bekomen zou worden. Nochtans dient met de jongste leeftijd rekening gehouden te worden.4 Dat het dan ook onvoldoende is om maar één test af te nemen.5 Dat het uitvoeren van enkel een radiologische test de twijfel omtrent de leeftijd nooit volledig kan wegnemen.6 Dat, indien er twijfel blijft, er vanuit gegaan moet worden dat de persoon minderjarig is.7 Dat de Nationale Raad van de Orde van Geneesheren in zijn vergadering van 20 februari 2010 duidelijk heeft gesteld: - Verschillende factoren (etnische, genetische, endocrinische, sociaal-economische, nutritionele, medische) de groei van een individu kunnen beïnvloeden; - De tabellen voor de leeftijdsbepaling die als referentie dienen, zijn opgemaakt op grond van een bepaalde bevolking; de meest gebruikte zijn gebaseerd op de westerse blanke bevolking. Opdat de verwijzing relevant zou zijn, dient de persoon op wie ze toegepast worden tot dezelfde bevolking te behoren. - De dentale criteria hangen in het bijzonder af van de etnische oorsprong en van het sociaal-economisch en nutritioneel niveau van het individu. - Voorts schuilt een moeilijkheid in de reproduceerbaarheid van de interpretatie van de onderzoeken tussen de verschillende deskundigen; - Schatting houdt altijd een onnauwkeurigheidsfactor in en kan bijgevolg slechts leiden tot een betrouwbaarheidsinterval; - De andere indicatoren die leeftijdsbepaling van het individu mogelijk maken mogen niet verwaarloosd worden. Dat bovendien blijkt dat: - De interpretatie van een röntgenfoto geen onfeilbare methode is om de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.368 VII-41.964-5/11 leeftijd van een persoon te bepalen; - De techniek van de botleeftijdsbepaling enkel toelaat de leeftijd van het skelet vast te stellen; het overeenstemmen met de burgerlijke leeftijd van de persoon is een diagnostische beoordeling; De huidige procedures van leeftijdsschatting houden geen rekening met de etnische afkomst van de jongeren. In de wetenschappelijke literatuur wordt er nochtans gewezen op aanzienlijke verschillen.8 Sommige auteurs zoals Iscan en coll. wijzen op het belang van etnische afkomst, met name voor “zwarten”, die een snellere botrijping met een densere botstructuur vertonen.9 Dat verzoeker van Somalië afkomstig is en derhalve niet westers is; Dat bovendien niet kan nagegaan worden welke tabel als referentie voor de leeftijdsbepaling is gebruikt. Dat de tabel die standaard wordt gebruikt, de GP-atlas is.10 Dat over deze referentietabel het volgende wordt gesteld: “The GP method was developed using radiographs of uppermiddle class Caucasian children in Cleveland, Ohio, United States, and the radiographs were obtained between 1931 and
- It has recently been reported that secondary sex characteristics in current boys and girls begin earlier than they did several decades ago in the United States (4, 5); therefore, it may be difficult to assess bone age accurately in current children using the GP method.”11 Dat deze informatie niet in overweging genomen wordt. Dat er een klinisch onderzoek had kunnen gedaan worden naar onder meer lengte en gewicht. Dat het niet opgaat om voorkeur te geven aan een beperkt wetenschappelijk gefundeerde leeftijdsbepaling. Dat enkel een medisch onderzoek, bestaande uit één test, onvoldoende zekerheid kan bieden. Dat een multidisciplinair leeftijdsonderzoek, bestaande uit een medisch, sociaal, cultureel én psychologisch onderzoek, wordt aangeraden.12 Dat bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk ook stelt dat de persoon moet geïnterviewd worden om achtergrondinformatie te verzamelen.13 Dat een beoordeling van de leeftijd niet alleen de uiterlijke kenmerken van een persoon in rekening moet brengen, maar ook het gedrag, de achtergrond en de geloofwaardigheid van een persoon.14 Dat rekening gehouden moet worden met de medische, familiale en sociale achtergrond van een persoon. Etnische en culturele informatie is van belang.15 Dat de enige medische test die is uitgevoerd, met name een radiologisch onderzoek (het welke is niet verduidelijkt?), de bovenvermelde factoren niet in rekening brengt. Dat bovendien het gedrag van verzoeker niet beoordeeld kan worden als het leeftijdsonderzoek na een aantal dagen werd afgerond.16 Het Europees Comité voor Sociale Rechten is bovendien de visie toegedaan dat de leeftijdstest op basis van botscans een schending uitmaakt van art. 17, §1 van het Herziene Europees Sociaal Handvest.17 Het Comité dat medische leeftijdstesten zoals momenteel toegepast ernstige gevolgen kunnen hebben voor minderjarigen en dat het gebruik van bottesten om de leeftijd te bepalen van NBMV's ongepast en onbetrouwbaar is en bijgevolg art. 17, §1 van het Handvest schendt. VII-41.964-6/11 Dat de impact van trauma ook een aspect is dat pas sinds kort onderzocht wordt in de sector van wetsgeneeskunde of leeftijdsschatting. In traumatologisch onderzoek vermelden verschillende studies het verband tussen stress en de weerslag op groei en rijping.18 Uit een onderzoek in 2011 is gebleken dat mishandeling kan leiden tot een gemiddelde vervroeging van 8 maanden van de puberteit. Een ander onderzoek uit 2013 toonde aan dat volwassenen die een gedeeltelijke of algehele posttraumatische stressstoornis hebben doorgemaakt, een verkorting van hun telomeren vertonen. Telomeren zijn stukjes DNA aan het uiteinde van chromosomen die verkorten naarmate we ouder worden en bij elke celdeling.19 Bij matige posttraumatische stress kan er sprake zijn van een veroudering van 5 jaar, terwijl bij ernstige gevallen dit kan oplopen tot 10 jaar.20 Dat bijgevolg geen voldoende ondersteuning kan gevonden worden in de conclusie van het medisch onderzoek om te stellen dat verzoeker met voldoende zekerheid als meerderjarig dient beschouwd te worden; Verzoekers identiteit, zijn documenten en zijn algemene geloofwaardigheid staan op het spel, evenals de bijstand van een voogd als minderjarige, de toegang tot onderwijs en aangepaste opvang. De schatting van de leeftijd is geen onschuldige procedure, de gevolgen van een leeftijdsschatting zijn onomkeerbaar. Verzoeker was dermate onder de indruk van het feit dat hij als niet-minderjarige werd aanzien dat hij aan via de telefoon van een vriend van hem zijn oom gecontacteerd heeft, genaamd [H.D.] die hem zijn geboorteakte doorstuurde via whatsapp. Verzoeker legt dit stuk neer. Daaruit blijkt dat verzoeker wel degelijk de waarheid vertelde en hij dus geboren is op 1 februari
- Dat de beslissing bijgevolg niet wettelijk gemotiveerd is; Dat artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen geschonden zijn omdat ondermeer over de werkelijk uitgevoerde test onvoldoende verduidelijkt werd (radiologisch onderzoek?).Dat nochtans om ernstig verweer te kunnen voeren dit geweten moet zijn. Dat in arrest met nummer 246.340 van 9 december 2019 de Raad van State de leeftijdsbeslissing van een verklaarde niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) wegens gebrekkige motivering ook vernietigde.” Beoordeling
- Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de beslissing wordt vermeld. Te dezen vermeldt de bestreden beslissing dat de dienst Vreemdelingenzaken twijfel heeft geuit over verzoekers voorgehouden leeftijd en geeft ze de conclusie van het leeftijdsonderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan 18 jaar oud is. Het is niet vereist dat wordt aangegeven waarom ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.368 VII-41.964-7/11 verzoekers voorgehouden leeftijd in twijfel werd getrokken noch dat het verslag van het medisch onderzoek aan verzoeker werd meegedeeld alvorens de bestreden beslissing werd genomen. Bovendien maakt het verslag van het medisch onderzoek deel uit van het administratief dossier en vermeldt de bestreden beslissing uitdrukkelijk de mogelijkheid om dat verslag te raadplegen. Verzoeker voert niet aan en toont a fortiori niet aan dat hij er geen kennis van kon nemen. Het enige middel is ongegrond wat betreft de voorgehouden schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’.
- Waar verzoeker in het middel onder meer voorhoudt dat met bepaalde feitelijke gegevens geen of onvoldoende rekening is gehouden, werpt hij een schending van de materiëlemotiveringsplicht op. Deze houdt in dat iedere administratieve rechtshandeling moet steunen op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van die handeling in aanmerking kunnen worden genomen. Bij de beoordeling van de naleving van de materiëlemotiveringsplicht is de Raad van State niet bevoegd om zijn oordeel omtrent de feiten in de plaats te stellen van het oordeel van de administratieve overheid. Hij is enkel bevoegd om desgevraagd na te gaan of de administratieve overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. De bestreden beslissing wordt gedragen door het motief omtrent het resultaat van het medisch onderzoek, dat uitdrukkelijk in die beslissing wordt vermeld. Naar luid van artikel 7, § 1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Artikel 7, § 2 van die wet bepaalt dat, indien uit het medisch onderzoek blijkt dat de betrokkene jonger is dan 18 jaar en mits voldaan is aan enkele voorwaarden, een voogd wordt aangewezen. Indien uit het medisch onderzoek blijkt dat de persoon in kwestie de leeftijd van 18 jaar heeft VII-41.964-8/11 bereikt, dan vervalt de plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege. Het medisch onderzoek is aldus door de wet zelf ingesteld als ultiem bewijsmiddel om na te gaan of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt indien er twijfel is omtrent zijn leeftijd. Verzoeker weidt uit over de voorgehouden onnauwkeurigheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling. Hij beperkt zich tot algemene kritiek op het medisch onderzoek, zonder in te gaan op de concrete vaststellingen en gevolgtrekkingen in de huidige zaak. Hij onderbouwt niet concreet dat het te dezen uitgevoerde onderzoek op ondeskundige wijze is verlopen en dat het resultaat van de leeftijdsanalyse onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Meer concreet blijkt dat de arts zich steunt op een meervoudig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie, en niet de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, van de voogdijwet bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van die leeftijd. Te dezen gaat het dus op datum van 26 januari 2023 om “een leeftijd van ouder dan 18 jaar, waarbij 20,6 jaar met een standaarddeviatie van een 1,5 jaar een goede schatting is”. Verzoekers kritiek dat “maar één test is afgenomen” en dat “maar één testresultaat is bekomen dat niet vergeleken wordt met resultaten van ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.368 VII-41.964-9/11 bijvoorbeeld een tandtest” gaat eraan voorbij dat een drievoudig radiologisch onderzoek heeft plaatsgevonden met drie deelresultaten, waaronder een onderzoek van de tanden. Verzoeker toont niet aan dat de materiëlemotiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel of artikel 7, § 1, van de voogdijwet werd geschonden doordat de bestreden beslissing is gesteund op een medisch onderzoek waarvan blijkt dat het door de wet zelf is voorzien.
- Artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 voorziet weliswaar de mogelijkheid van psycho-affectieve tests, doch er is geenszins sprake van een verplichting bij het uitvoeren van een medisch onderzoek. Noch deze laatste bepaling, noch de materiëlemotiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel of het zorgvuldigheidsbeginsel is derhalve geschonden door het niet uitvoeren van psycho-affectieve tests nu de uitslag van het uitgevoerd medisch onderzoek duidelijk is en door verzoeker niet wordt ontkracht met de algemene bewering van het tegendeel.
- Verzoeker brengt thans een geboorteakte bij, die zich niet in het administratief dossier bevindt. Volgens de fiche ‘niet-begeleide minderjarige vreemdeling’ werden er geen documenten voorgelegd aan de dienst Voogdij. Bijgevolg blijkt uit geen enkel element dat de verwerende partij kennis had of moest hebben van deze geboorteakte op het ogenblik dat zij de bestreden beslissing nam. Daargelaten de bewijswaarde van de voorgelegde geboorteakte, kan alleen al om die reden met dit stuk geen rekening worden gehouden bij de boordeling van de wettigheid van de bestreden beslissing. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond. VII-41.964-10/11 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.964-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.368 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div