← België

Arrest 258384 - Milieu bescherming - Reglementen - 11/01/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.384 Rolnummer: A. 235880/VII-41335 Zaak: Arrest 258384 - Milieu bescherming - Reglementen - 11/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-16 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-10 19:02 Fiche Arrest nr 258.384 van 11 januari 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieu bescherming - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour RVSCE ecli_cour_old RVSCE ecli_annee 2024 ecli_ordre ARR ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR invalide Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.384 van 11 januari 2024 in de zaak A. 235.880/VII-41.335 In zake:

  1. de AMBA ARLA FOODS, vennootschap naar Deens recht
  2. de NV ARLA FOODS BELGIEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kris Wauters en Bruno Lebrun kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Van Hyfte en Laurent Delmotte kantoor houdend te 1160 Brussel Herrmann-Debrouxlaan 40 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 15 maart 2022, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 9 december 2021 ‘betreffende producten voor eenmalig gebruik en ter bevordering van herbruikbare producten’ en, in ondergeschikte orde, van artikel 4 en bijlage 1 van voormeld koninklijk besluit van 9 december
  4. II. Verloop van de rechtspleging ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.384 VII-41.335-1/5
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 1 juni 2023 een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 5 juni
  6. Op 10 augustus 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling
  8. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.384 VII-41.335-2/5
  9. In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring voorgesteld wegens de schending van de materiëlemotiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. In het administratief dossier, zoals het aan de Raad van State is bezorgd, kunnen immers geen motieven worden teruggevonden waarom de verwerende partij meende te moeten overgaan tot het opleggen van een marktbeperking voor SUP-bekers, in plaats van te volstaan met een of meerdere maatregelen ter consumptievermindering, waardoor niet kan worden beoordeeld, laat staan besloten, of de verwerende partij in alle redelijkheid, op deugdelijke gronden en met de vereiste zorgvuldigheid tot het bestreden besluit is kunnen komen. Verder wordt in het auditoraatsverslag vastgesteld dat de verwerende partij, door te kiezen voor de meest verregaande vorm van marktbeperking voor SUP-bekers die niet zijn vervaardigd uit geëxpandeerd polystyreen, met name een algemeen verbod op het in de handel brengen ervan, zonder blijk te geven van enig motief waarop die marktbeperking steunt, het evenredigheidsbeginsel schendt. Ten slotte wordt in het auditoraatsverslag opgemerkt dat noch in het bestreden besluit, noch in het administratief dossier een objectieve en pertinente verantwoording voorligt waarom, anders dan in Richtlijn 2019/904, drinkbekers uit geëxpandeerd polystyreen en andere kunststoffen drinkbekers op dezelfde wijze worden behandeld en waaruit een band van evenredigheid blijkt tussen de aangewende middelen en het beoogde doel, hetgeen een schending uitmaakt van de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie.
  10. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk kan zij zich vinden in de beoordeling van het auditoraatsverslag.
  11. Ook de Raad van State ziet geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het tweede en het derde middel zijn in de in het auditoraatsverslag aangegeven mate gegrond. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.384 VII-41.335-3/5 ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.384 VII-41.335-4/5 BESLISSING
  12. De Raad van State vernietigt het koninklijk besluit van 9 december 2021 ‘betreffende producten voor eenmalig gebruik en ter bevordering van herbruikbare producten’.
  13. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  14. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op elf januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.384 VII-41.335-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.384 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.