← België

Arrest 258405 - Overheidsopdrachten - 12/01/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.405 Rolnummer: A. 239701/XII-9401 Zaak: Arrest 258405 - Overheidsopdrachten - 12/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-16 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-06-10 19:22 Fiche Arrest nr 258.405 van 12 januari 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour RVSCE ecli_cour_old RVSCE ecli_annee 2024 ecli_ordre ARR ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR invalide Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 258.405 van 12 januari 2024 in de zaak A. 239.701/XII-9401 In zake:

  1. de NV EKOPAK
  2. de BV CIRCEAULAIR I bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Lore Derdeyn, Matthias Castelein en Jeffrey Roegiers kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86c, b113 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de CV VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATERVOORZIENING (DE WATERGROEP) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kathleen De hornois, Mattias Van Schel en Wim Naudts kantoor houdend te 1930 Zaventem Luchthaven Brussel Nationaal 1 J -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingediend op 31 juli 2023, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing d.d. 14 juli 2023 van De Watergroep, waarbij de overheidsopdracht ‘de bouw en uitbating van een effluent-drinkwaterzuiveringsinstallatie’ […] via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging wordt gegund aan [de bv Bosaq] door de voorzitter van de Raad van Bestuur van De Watergroep en [die] op een onbekende datum ter bekrachtiging zal worden voorgelegd aan de voltallige Raad van Bestuur van De Watergroep”. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.405 XII-9401-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 257.199 van 31 augustus 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen, gelet op het feit dat die beslissing is ingetrokken en de vordering aldus zonder voorwerp is geworden. Het genoemde arrest is op 5 september 2023 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Op 9 november 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.405 XII-9401-2/4
  7. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Hieraan is uiteraard niet vreemd het feit dat de bestreden beslissing inmiddels is ingetrokken.
  8. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Kosten
  9. In de gegevens omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht, de bijdrage en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  10. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  11. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.405 XII-9401-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Greta Scheveneels, kamervoorzitter, bijgestaan door Paul Lemmens, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.405 XII-9401-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.405 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.199 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.