← België

Arrest 258412 - Kerkfabrieken - 12/01/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.412 Rolnummer: A. 233569/X-17936 Zaak: Arrest 258412 - Kerkfabrieken - 12/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-18 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-10 19:12 Fiche Arrest nr 258.412 van 12 januari 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Kerkfabrieken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.412 no lien 275154 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.412 van 12 januari 2024 in de zaak A. é.569/X-17.936 In zake :

  1. Danny VAN HEMELRIJCK
  2. Niel DELGOUFFE woonplaats kiezend te 1730 Asse Petrus Ascanusstraat 116 tegen : de GEMEENTE ASSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Laure Proost kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 4 mei 2021, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de gemeenteraad d.d. 14 december 2020 waarbij de wijziging van het meerjarenplan van de kerkfabriek Sint-Hubertus uit Asse-ter-Heide wordt goedgekeurd […], bevestigd door de beslissing van de provinciegouverneur d.d 5 maart 2021”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. X-17.936-1/6 Verzoekers en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 november
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Verzoekers, die verschijnen in persoon en advocaat Laure Proost, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Verzoekers zijn gemeenteraadsleden te Asse. Op 14 december 2020 beslist de gemeenteraad van Asse – met 17 ja-stemmen tegen 4 nee-stemmen, bij acht onthoudingen – om het gewijzigde meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Hubertus Terheide goed te keuren zoals voorgesteld. Verzoekers stemmen tegen. Met een brief van 5 maart 2021 deelt de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant mee geen reden te zien om, naar aanleiding van het bezwaar ertegen van verzoekers, de gemeenteraadsbeslissing van 14 december 2020 te vernietigen. De gemeente, aldus de gouverneur, ging ermee akkoord om de investeringskost van 275.000 euro te dragen door het toekennen van een investeringstoelage. Dat stond de gemeente vrij vermits zij oordeelde “dat via deze ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.412 X-17.936-2/6 investering invulling kan gegeven worden aan een beleidsdoelstelling van het bestuur, namelijk lokale verenigingen infrastructuur ter beschikking stellen om activiteiten te organiseren”. Het is “dus een opportuniteitskeuze”, waarin de gouverneur zegt niet tussenbeide te kunnen komen. IV. Belang Standpunt van de partijen
  8. Verzoekers betogen over een functioneel belang te beschikken, “bovenal” “als geen enkele derde een ontvankelijk annulatieberoep tegen de beslissing kan instellen”. Dit is hier het geval. De wijziging van het meerjarenplan van de kerkfabriek levert de kerkfabriek een onwettig voordeel op. Het belang van verzoekers schuilt hierin “dat geen enkele andere natuurlijke of rechtspersoon een procedure kan inleiden waarbij deze onwettige administratieve rechtshandeling kan worden vernietigd”.
  9. Volgens de verwerende partij, in de memorie van antwoord, zijn verzoekers zonder belang. Dat geen enkele andere entiteit in de gemeente Asse een voldoende belang zou kunnen hebben om de gemeenteraadsbeslissing van 14 december 2020 aan te vechten, noemt zij “een verkeerde veronderstelling”.
  10. Dat wordt op zijn beurt dan weer betwist in de memorie van wederantwoord. Andere kerkbesturen zouden de gemeenteraadsbeslissing niet kunnen aanvechten. Ze ondergaan geenszins de gevolgen ervan omdat de beslissing niet meebrengt dat er minder geld voor hen ter beschikking zou zijn.
  11. In de laatste memorie wijzen verzoekers erop dat “geld dat, onrechtmatig, wat met miskenning van het gelijkheidsbeginsel, opgemaakt is” weg is, zodat er geen gemeentelijk beleid meer mee kan worden uitgevoerd. Voorts is het naar de mening van verzoekers hypothetisch “dat andere personen die het katholiek geloof niet aanhangen of andere kerkfabrieken een ontvankelijk beroep zouden kunnen instellen bij [de] Raad”. Het belang van een inwoner of van een ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.412 X-17.936-3/6 organisatie “zal steeds hypothetisch zijn omdat de niet-toegankelijkheid van vergaderruimten voor niet-aanhangers van het katholiek geloof nooit rechtstreeks een betrokkene zeker kan raken”. Ook voor andere kerkfabrieken geldt dat zij nooit kunnen aantonen dat hun belang niet hypothetisch is. Beoordeling
  12. Het functioneel belang laat een lid van een beraadslagend of adviserend orgaan toe om beslissingen aan te vechten die, hoewel ze hem niet inhoudelijk raken, de prerogatieven van zijn mandaat miskennen. Bijgevolg mogen verzoekers, als gemeenteraadsleden, zich ter staving van hun belang op de miskenning van de prerogatieven verbonden aan hun mandaat van gemeenteraadslid beroepen. Of die prerogatieven effectief geschonden zijn, moet aan de hand van een onderzoek van de middelen worden uitgemaakt. Andere middelen dan middelen waarin zij de schending van hun prerogatieven aanvoeren, kunnen in beginsel niet ontvankelijk worden aangevoerd in het kader van het functioneel belang.
  13. Het voorgaande doet er evenwel geen afbreuk aan dat gemeenteraden beraadslagende vergaderingen zijn die beslissen volgens het meerderheidsbeginsel en dat een beroep op de miskenning van de prerogatieven er niet toe strekt om misnoegde leden van de minderheid in staat te stellen bij de Raad van State de wettigheid ter sprake te brengen van gemeenteraadsbeslissingen die zij niet tot stand wensten te zien komen. Zij zijn er als gemeenteraadslid niet persoonlijk en direct verantwoordelijk voor dat door de gemeenteraad geen ongrondwettige of onwettige beslissing wordt genomen.
  14. Het blijkt niet dat verzoekers zich in hun middelen op een schending van hun prerogatieven beroepen. In een eerste middel argumenteren zij dat de verwerende partij met de bestreden beslissing kosten “subsidieert […] buiten het decretale kader”, te weten buiten het kader van het decreet van 7 mei 2004 ‘betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.412 X-17.936-4/6 erediensten’. Volgens een tweede middel is er sprake van onzorgvuldig bestuur en van miskenning van het zuinigheidsbeginsel. In een derde en laatste middel wordt het gelijkheidsbeginsel geschonden genoemd.
  15. Ten andere is het ook niet een echte schending van hun prerogatieven die de precieze insteek van verzoekers is om hun belang te doen aannemen. Waar zij zich wezenlijk op beroepen is de bijzondere jurisprudentiële uitbreiding van het belang die bepaalde arresten in uitzonderlijke gevallen hebben aangenomen in hoofde van gemeenteraadsleden die in deze hoedanigheid optreden. Deze uitbreiding houdt in dat – ook wanneer een gemeenteraadslid een belang aanvoert dat niet verschilt van het algemeen belang van iedere inwoner van de gemeente zodat de vordering normaal dient te worden afgewezen als zijnde een ‘actio popularis’ – het beroep tot nietigverklaring van het gemeenteraadslid toch wordt aanvaard wanneer blijkt dat, bij gebrek aan belang, geen enkele derde een ontvankelijk annulatieberoep tegen de beslissing kan instellen.
  16. Wat er van die uitbreiding ook weze, ze wordt alleszins niet dienstig aangevoerd te dezen. In het derde middel voeren verzoekers immers met zoveel woorden aan dat de bestreden beslissing de personen die het katholieke geloof niet aanhangen discrimineert en dat “de discriminatie […] hier overduidelijk voor handen is”. Verzoekers dienen consequent te zijn. Zij kunnen niet met goed gevolg doen gelden én dat de gemeenteraadsbeslissing van 14 december 2020 bepaalde categorieën van personen in strijd met artikel 10 van de Grondwet verschillend behandelt én – tegelijk – dat moet worden aangenomen dat niemand van een voldoende (actueel) belang kan getuigen om die beslissing te bestrijden, zodat dan maar aan hen, als gemeenteraadslid, moet worden toegelaten om dat te ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.412 X-17.936-5/6 doen. Als er (rechts)personen zijn die door de bestreden beslissing ongelijk behandeld worden, dan moeten zij ook geacht worden die beslissing ontvankelijk te kunnen aanvechten.
  17. Uit wat voorafgaat, volgt dat het beroep als onontvankelijk moet worden verworpen. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. Verzoekers worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op het rolrecht 400 euro, een bijdrage van 20 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten behoeve van de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.936-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.