← België

Arrest 258429 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 12/01/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.429 Rolnummer: A. 238957/X-18381 Zaak: Arrest 258429 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 12/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-19 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-06-10 19:18 Fiche Arrest nr 258.429 van 12 januari 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 258.429 van 12 januari 2024 in de zaak A. 238.957/X-18.381 In zake:

  1. Jonas PEELMAN
  2. Marissa COOLS
  3. Werner DE LEENHEER
  4. Leen LAMMENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Konstantijn Roelandt en Jen Joossens kantoor houdend te 2221 Heist-op-den-Berg Dorpsstraat 91 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD AALST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen De Staercke kantoor houdend te 9550 Herzele Dries 77 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV CAFÉ X.O. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te 9200 Dendermonde Sint-Gillislaan 117 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 8 mei 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst van 13 februari 2023 waarbij aan de bv Café X.O. toelating wordt X-18.381-1/4 verleend voor het organiseren van een pop-up zomerbar op percelen grond gelegen te Aalst, Affligemdreef 164, voor de periode van 1 juni 2023 tot en met 28 augustus 2023, met opbouw vanaf 4 mei
  6. II. Verloop van de rechtspleging
  7. Bij arrest nr. 256.432 van 4 mei 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing bevolen. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 21 juni
  8. Op 11 september 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Beoordeling
  10. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. X-18.381-2/4 Bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.
  11. De verzoekende partijen hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent. Naar zij naderhand uiteenzetten, behelsde de memorie van antwoord niet meer dan de mededeling dat de bestreden beslissing was ingetrokken, en hadden zij “dus geen belang” meer.
  12. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
  13. In de gegeven omstandigheden is er reden om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. Dat, zoals de verwerende partij meent, de verzoekende partijen alvorens hun beroep tot nietigverklaring in te stellen hadden moeten afwachten welk gevolg de verwerende partij zou geven aan de uitgesproken schorsing, wordt niet bijgevallen. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1600 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. X-18.381-3/4 De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
  16. Het door de tussenkomende partij te veel betaalde bedrag van 150 euro wordt aan haar terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.381-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.429 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.432 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.