id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.485 Rolnummer: A. 235670/VII-41497 Zaak: Arrest 258485 - Varia (vreemdelingen) - 18/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-26 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-06-10 19:43 Fiche Arrest nr 258.485 van 18 januari 2024 Vreemdelingen - Varia (vreemdelingen) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.485 van 18 januari 2024 in de zaak A. 235.670/VII-41.497 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bertrand Vrijens kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 641 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrik De Maeyer en Laurens De Brucker kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 februari 2022, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing dd. 15 december 2021 van de Belgische ambassade te Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten), waarbij wordt geweigerd verzoeker een nieuw paspoort af te leveren”. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. VII-41.497-1/4 Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 12 juni 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 14 september
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker vraagt op 7 december 2021 via de Belgische ambassade te Abu Dhabi de hernieuwing van zijn paspoort. Met een beslissing van 15 december 2021 weigert de ambassadeur de afgifte van een nieuw paspoort aan verzoeker. Dit is de bestreden beslissing. IV. Intrekking van de bestreden beslissing Standpunt van de partijen
- Met een brief van haar raadslieden van 29 april 2022 deelt de verwerende partij mee dat zij met een beslissing van 11 april 2022 de thans bestreden beslissing heeft ingetrokken en de afgifte van een nieuw paspoort aan VII-41.497-2/4 verzoeker opnieuw heeft geweigerd. Zij is van oordeel dat het voorliggende beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp is geworden ingevolge die intrekking.
- Verzoeker heeft geen standpunt ingenomen over de gevolgen van de intrekking van de bestreden beslissing. Beoordeling
- Ingevolge de intrekking van de bestreden beslissing van 15 december 2021 is het beroep tot nietigverklaring zonder voorwerp geworden. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat verzoeker een beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld tegen de beslissing tot weigering van de afgifte van een nieuw paspoort van 11 april
- Deze laatste zaak is bij de Raad van State bekend onder nummer A.236.592/VII-41.
- In de eerste plaats is dat beroep tot nietigverklaring gericht tegen de tweede weigering tot afgifte van een nieuw paspoort en niet tegen de intrekking van de eerste weigeringsbeslissing. Bovendien valt niet in te zien welk belang verzoeker zou hebben bij de nietigverklaring van een beslissing tot intrekking van een eerder in zijnen hoofde genomen weigeringsbeslissing. Verzoeker heeft niet de gelegenheid benut om dienaangaande standpunt in te nemen na kennisname van het auditoraatsverslag. V. Kosten
- Nu de verwerende partij de thans bestreden beslissing heeft ingetrokken na het indienen van het voorliggende beroep tot nietigverklaring, worden de kosten te haren laste gelegd. VII-41.497-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.497-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.485 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div