← België

Arrest 258486 - Varia (vreemdelingen) - 18/01/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.486 Rolnummer: A. 236592/VII-41522 Zaak: Arrest 258486 - Varia (vreemdelingen) - 18/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-26 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-10 19:43 Fiche Arrest nr 258.486 van 18 januari 2024 Vreemdelingen - Varia (vreemdelingen) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.486 van 18 januari 2024 in de zaak A. 236.592/VII-41.522 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bertrand Vrijens kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 641 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrik De Maeyer en Laurens De Brucker kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 9 juni 2022, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing dd. 11 april 2022 van de Belgische ambassade te Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten), waarbij wordt geweigerd verzoeker een nieuw paspoort af te leveren”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. VII-41.522-1/6 Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 12 juni 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 14 september
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker vraagt op 7 december 2021 via de Belgische ambassade te Abu Dhabi de hernieuwing van zijn paspoort. Met een beslissing van 15 december 2021 weigert de ambassadeur de afgifte van een nieuw paspoort aan verzoeker. Verzoeker stelt tegen deze beslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State, gekend onder het nummer A. 235.670/VII-41.
  6. Met een beslissing van 11 april 2022 trekt de ambassadeur de beslissing van 15 december 2021 in en weigert hij opnieuw de afgifte van een nieuw paspoort aan verzoeker. Dit is de thans bestreden beslissing. VII-41.522-2/6 IV. Exceptie van niet-ontvankelijkheid – gebrek aan belang Standpunt van de partijen
  7. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van niet-ontvankelijkheid op waarin zij verzoekers belang bij het beroep tot nietigverklaring betwist. Volgens haar kan verzoeker geen voordeel putten uit de nietigverklaring van de bestreden beslissing. De voorgehouden schade dat verzoeker niet kan beschikken over een paspoort zodat zijn mobiliteit over de landsgrenzen heen wellicht wordt beperkt, kan immers niet verdwijnen door de vernietiging van de bestreden beslissing. In een eerste fase zal verzoeker nog steeds niet beschikken over een Belgisch paspoort. In een tweede fase zal de verwerende partij, wanneer zij een nieuwe beslissing neemt, opnieuw de afgifte van het gevraagde paspoort moeten weigeren. De verwerende partij verwijst in dit verband naar de volstrekt gebonden bevoegdheid die zij ontleent aan onder meer de artikelen 62, 63 en 65/1 van het Consulair Wetboek. Zij stelt over geen enkele beoordelingsmarge te beschikken, nu verzoeker het voorwerp uitmaakt van een Europees aanhoudingsbevel.
  8. In de memorie van wederantwoord reageert verzoeker niet op de ingeroepen exceptie. Beoordeling
  9. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Een verzoeker beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: hij dient door de bestreden administratieve VII-41.522-3/6 rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden en de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook. Het belang waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en hij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar verzoeker moet minstens aannemelijk maken dat de vernietiging hem een concreet voordeel oplevert, a fortiori wanneer zulks in twijfel wordt getrokken op grond van relevante gegevens. Het staat aan de Raad van State te oordelen of een verzoeker die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij zijn beroep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat de belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast.
  10. Een bevoegdheid is gebonden indien de overheid met betrekking tot de rechtstoestand van een rechtsonderhorige over geen beoordelingsvrijheid beschikt maar verplicht is een bepaalde beslissing te nemen op grond van bepaalde feitelijke gegevens en op basis van de toepasselijke regelgeving. De gevolgen die het bestuur aan deze feiten hecht, zijn alsdan bepaald in de toepasselijke regelgeving.
  11. Te dezen blijkt uit de van toepassing zijnde regelgeving dat de verwerende partij over een gebonden bevoegdheid beschikt, gelet op het bestaan van een Europees aanhoudingsbevel tegen verzoeker. Artikel 63, § 1, 1°, van het Consulair Wetboek bepaalt dat de afgifte van een Belgisch paspoort of reisdocument wordt geweigerd “indien de aanvrager het voorwerp is van een vrijheidsbeperkende gerechtelijke maatregel in de gevallen bedoeld in artikel 62”. Uit artikel 62, tweede lid, c°, van het Consulair VII-41.522-4/6 Wetboek volgt dat daaronder ook een Europees aanhoudingsbevel in hoofde van de betrokkene valt. Verzoeker betwist het bestaan van dat aanhoudingsbevel niet als dusdanig. Uit niets blijkt dat de vrijheidsbeperkende maatregel een einde heeft genomen noch dat verzoeker een beroep wenste te doen op de in artikel 65/3 van het Consulair Wetboek voorziene mogelijkheid om een noodreisdocument te bekomen. Uit het voorgaande blijkt een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij om de afgifte van een Belgisch paspoort te weigeren. Na een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing zal de verwerende partij opnieuw de toekenning van een Belgisch paspoort moeten weigeren.
  12. Verzoeker, die werd geconfronteerd met een exceptie van gebrek aan belang in de memorie van antwoord en met een auditoraatsverslag dat tot de gegrondheid van die exceptie besluit, heeft op geen enkel ogenblik enig standpunt hierover ingenomen. Na kennis te hebben genomen van de voormelde relevante gegevens toont hij derhalve niet aan dat hij over het vereiste belang bij het beroep tot nietigverklaring beschikt. Alleen al om deze reden wordt de opgeworpen exceptie aanvaard.
  13. Het beroep tot nietigverklaring is niet ontvankelijk bij gebrek aan het vereiste belang. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-41.522-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.522-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.486 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.