id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.542 Rolnummer: A. 238359/XIV-39165 Zaak: Arrest 258542 - Bijdragen sociale zekerheid - 23/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-01-25 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-06-10 19:59 Fiche Arrest nr 258.542 van 23 januari 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Bijdragen sociale zekerheid Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour RVSCE ecli_cour_old RVSCE ecli_annee 2024 ecli_ordre ARR ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR invalide Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 258.542 van 23 januari 2024 in de zaak A. 238.359/XIV-39.165 In zake: XXXX tegen: het AGENTSCHAP VOOR VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Franky De Mil kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 januari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het agentschap voor Vlaamse Sociale bescherming waarbij het beroep van verzoeker ongegrond wordt bevonden en een opgelegde geldboete verschuldigd blijft, alsook tot het indienen van een klacht tegen het onderzoek dat door het agentschap is gedaan en ook tot onderzoek inzake “mogelijke schriftvervalsing bij B-post.” II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.542 XIV-39.165-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december
- Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Franky De Mil, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 17 november 2022 beslist de verwerende partij dat verzoekers beroep tegen de administratieve boete opgelegd naar aanleiding van verzoekers achterstallige zorgpremies voor de Vlaamse sociale bescherming ongegrond is en dat de geldboete verschuldigd blijft. Dit is de bestreden beslissing. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Na de terechtzitting waarop het debat werd gesloten legt verzoeker een aantal stukken neer.
- Door het sluiten van het debat wordt een einde gemaakt aan de behandeling van de zaak door de partijen. Zulks houdt in dat stukken die na de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.542 XIV-39.165-2/6 sluiting van het debat worden neergelegd, ambtshalve uit het debat worden geweerd.
- De door verzoeker na de terechtzitting van 13 december 2023 neergelegde stukken worden ambtshalve uit het debat geweerd. V. Toepassing kortedebattenprocedure A. Ontvankelijkheid - Ambtshalve exceptie inzake de rechtsmacht en de bevoegdheid van de Raad van State Uiteenzetting van de exceptie
- In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve aangevoerd dat, in zoverre verzoeker een klacht wil indienen tegen het onderzoek dat door de verwerende partij is gedaan en ook mogelijke schriftvervalsing bij B-post, dient te worden vastgesteld dat dit de rechtsmacht van de Raad van State te buiten gaat. Beoordeling
- In de mate dat verzoeker vraagt dat een mogelijke schriftvervalsing bij B-post wordt vastgesteld, heeft de Raad van State geen rechtsmacht om een onderzoek van de betichting van valsheid te voeren noch om zich over die valsheid uit te spreken. In de mate dat verzoeker klacht indient “tegen het onderzoek dat door het VSB gedaan is”, is de Raad van State niet bevoegd.
- De ambtshalve exceptie is in de aangegeven mate gegrond en het beroep is in die mate niet-ontvankelijk. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.542 XIV-39.165-3/6 B. Ontvankelijkheid - Ambtshalve exceptie wegens gebrek aan middel Uiteenzetting van de exceptie
- In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve aangevoerd dat het verzoekschrift geen middelen bevat in de zin van artikel 2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: de algemene procedureregeling), omdat niet wordt aangegeven welke rechtsregel door de bestreden beslissing zou zijn geschonden en op welke wijze dit zou zijn gebeurd. Beoordeling
- Artikel 2, § 1, 3°, van de algemene procedureregeling zoals het luidde en van toepassing is op het voorliggende beroep, vereist dat het verzoekschrift tot nietigverklaring “een uiteenzetting van de feiten en de middelen” bevat. De uiteenzetting van een middel vereist dat zowel de rechtsregel of het rechtsbeginsel wordt aangeduid die volgens verzoeker werd geschonden, als de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden beslissing werd geschonden. Opdat een middel ontvankelijk zou zijn, is minstens vereist dat summier doch duidelijk de beweerde onregelmatigheid van de bestreden beslissing wordt aangegeven. De vereiste om een middel voldoende duidelijk en nauwkeurig te formuleren strekt er toe het tegensprekelijke karakter van de schriftelijke procedure en de rechten van verdediging van de verwerende partij te waarborgen. Het komt overigens niet aan de Raad van State toe om uit een juridisch niet-onderbouwde uiteenzetting zelf middelen te construeren die voldoen aan de vereiste van de algemene procedureregeling.
- Het verzoekschrift bevat geen middel in de zin als hiervoor is omschreven. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.542 XIV-39.165-4/6 De uiteenzetting van de middelen in het verzoekschrift is een substantiële vereiste. Het ontbreken van enig middel in het verzoekschrift heeft dan ook de niet-ontvankelijkheid van het beroep tot gevolg.
- De exceptie is gegrond. Conclusie
- Het beroep is niet ontvankelijk. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. VI. Rechsplegingsvergoeding
- Met een vereffeningsnota van 12 december 2023 vraagt de verwerende partij verzoeker te veroordelen tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. Naar luid van artikel 84/1 van de algemene procedureregeling moet de vereffeningsnota te dezen worden ingediend “ten laatste vijf dagen vóór de zitting”. Vermits hieraan in casu niet is voldaan, wordt geen rechtsplegingsvergoeding toegekend aan de verwerende partij. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.542 XIV-39.165-5/6
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker weggelaten. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.542 XIV-39.165-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.542 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.