id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.558 Rolnummer: A. 239843/IX-10305 Zaak: Arrest 258558 - Personeel van de rechterlijke orde - 24/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-01 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-10 20:05 Fiche Arrest nr 258.558 van 24 januari 2024 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 258.558 van 24 januari 2024 in de zaak A. 239.843/IX-10.305 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominique Matthys kantoor houdend te 9000 Gent Congreslaan 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het INSTITUUT VOOR GERECHTELIJKE OPLEIDING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sabien Lust kantoor houdend te 8310 Brugge Akkerstraat 17 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp
- De vordering, ingesteld op 16 augustus 2023, strekt ertoe “[a]an [het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding] de verplichting op te leggen om via [zijn] directeur over te gaan tot het [uitreiken] van het aan verzoeker toekomende attest van welslagen van de gerechtelijke stage, minstens om via [zijn] Nederlandstalige commissie voor de evaluatie van de gerechtelijke stage een nieuwe ‘definitieve evaluatie na opmerkingen’ op te maken, waarna de directeur van het IGO op grond daarvan zal moeten beslissen over de aflevering van het door verzoeker nagestreefde attest van welslagen van de gerechtelijke stage, Dit alles onder verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 euro per dag vertraging, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn die Uw Raad passend zal achten, met dien verstande dat deze termijn, gelet op de lange duur waarover [het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding] reeds heeft beschikt om te handelen IX-10.305-1/5 zoals [het] had moeten doen, maximum één maand kan bedragen na de betekening van het te vellen dwangsom-arrest”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dominique Matthys, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Door de verwerende partij werd op 26 september 2023 een nota met opmerkingen ingediend. Dit is buiten de haar toegemeten termijn zodat de te laat ingediende nota uit het debat moet worden geweerd. IX-10.305-2/5 IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- Vastgesteld moet worden dat de verwerende partij precies datgene heeft gedaan wat verzoeker vraagt en waaraan hij het opleggen van de dwangsom koppelt: zij heeft beslist tot een nieuwe “definitieve eindevaluatie na opmerkingen”, waarna de directeur van het IGO op 18 augustus 2023 heeft besloten tot het niet toekennen van het attest van welslagen van de gerechtelijke stage. Van die beslissingen vordert verzoeker overigens de nietigverklaring in de zaak, bekend onder rolnummer A. 240.288/IX-10.
- Een en ander brengt ook verzoeker ertoe om met een schrijven van 26 oktober 2023 de Raad van State te verzoeken om vast te stellen “dat de vraag tot toekenning van een dwangsom zonder voorwerp is”. Het is een verzoek waarop de Raad ingaat. Het betekent dat de vordering verworpen dient te worden. V. Kosten
- Het koninklijk besluit van 2 april 1991 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake het bevel en de dwangsom’, bepaalt dat een aantal artikelen van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (algemene procedureregeling) van toepassing zijn. De artikelen 66 en 67 van de algemene procedureregeling, waarin sprake is van de kosten en de rechtsplegingsvergoeding, komen daarin niet voor. Er is bijgevolg geen grond om de partijen in de kosten te verwijzen of de vraag van de partijen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding in te willigen. IX-10.305-3/5 IX-10.305-4/5 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Wouter Pas, staatsraad, Jurgen Neuts, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.305-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.558 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.