← België

Arrest 258586 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/01/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.586 Rolnummer: A. 237099/VII-41647 Zaak: Arrest 258586 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-01 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-06-10 20:17 Fiche Arrest nr 258.586 van 25 januari 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour RVSCE ecli_cour_old RVSCE ecli_annee 2024 ecli_ordre ARR ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR invalide Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 258.586 van 25 januari 2024 in de zaak A. 237.099/VII-41.647 In zake : Valère STASSART bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerald Kindermans kantoor houdend te 3870 Heers Steenweg 161 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE LIMBURG -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 12 augustus 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-0960 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 7 juli 2022 in de zaak 2122-RvVb-0321-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 20 oktober
  3. Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft op 20 april 2023 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ (hierna: cassatieprocedurebesluit). ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.586 VII-41.647-1/6 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 december
  4. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Charlotte Pexsters, die loco advocaat Gerald Kindermans verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Verzoeker vraagt een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een eengezinswoning tot meergezinswoning, waarbij wordt voorzien in de aanleg van parkeerplaatsen in de voortuin. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Truiden beslist op 7 mei 2021 om de omgevingsvergunning te verlenen voor de verbouwingswerken, met uitsluiting van de parkeerplaatsen in de voortuin, en met de voorwaarde een belasting te betalen voor ontbrekende parkeerplaatsen. 3.
  7. De verwerende partij verklaart het bestuurlijk beroep van verzoeker tegen dat besluit ongegrond, bij beslissing van 28 oktober
  8. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.586 VII-41.647-2/6 3.
  9. Verzoeker stelt bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen een beroep in tot nietigverklaring van die beslissing. Het bestreden arrest verwerpt het beroep als onontvankelijk. IV. Onderzoek van het cassatiemiddel Uiteenzetting van het middel
  10. Verzoeker voert in een enig middel tot cassatie de schending aan van artikel 105, § 1, 1°, van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’, samen gelezen met artikel 35, eerste lid, van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’: “Doordat de Raad voor Vergunningsbetwistingen stelt dat [hij] in beginsel enkel een vernietigingsbevoegdheid heeft tenzij als de nieuw te nemen beslissing het gevolg is van een gebonden bevoegdheid van verwerende partij en zich dus niet in de plaats kan stellen van de vergunningverlenende overheid en de aanvraag beoordelen, maar enkel kan nagaan of verwerende partij bij de uitoefening van haar bevoegdheid binnen de grenzen van de wettigheid is gebleven waarbij verwezen wordt naar artikel 35 lid 1 en 37 [van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’]. Waarbij de [Raad voor Vergunningsbetwistingen] stelt dat de betwiste voorwaarden van de bestreden beslissing van de [verwerende partij] een decisief element van de beslissing vormen en niet afsplitsbaar zijn van de overige onderdelen hiervan waarmee ze een onlosmakelijk geheel vormen omdat ze voor verwerende partij [vanuit] stedenbouwkundig standpunt noodzakelijk zijn om de vergunning te verlenen. De [Raad voor Vergunningsbetwistingen] stelt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift niet aannemelijk maakt dat de voorwaarden niet onlosmakelijk zijn verbonden met de beoordeling van de ruimtelijke inpasbaarheid va[n] het project en dat verwerende partij ook zonder deze voorwaarden dezelfde beslissing zou genomen hebben. De [Raad voor Vergunningsbetwistingen] stelde dan ook niet bevoegd te zijn om louter de in de bestreden beslissing opgelegde voorwaarden te vernietigen omdat dit in voorliggend geval zou neerkomen op een hervorming van deze beslissing waarbij hij zich in de plaats zou stellen van verwerende partij als vergunningverlenende overheid. Er werd op gewezen dat verzoekende partij blijkens het verzoekschrift overigens de vernietiging nastreeft van alle voorwaarden die in de bestreden beslissing worden opgelegd, terwijl verzoekende partij in haar eerste middel kritiek uit op de voorwaarden dat de parkeerplaatsen uit de vergunning ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.586 VII-41.647-3/6 worden gesloten dat het pleisterwerk dient uitgevoerd te worden in een grijs-beige tint i.p.v. verkeerswit.” In een toelichting bij het middel zet verzoeker uiteen dat hij bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen in beroep is gegaan omdat hij niet kon akkoord gaan met de beslissing van de verwerende partij, en met name met de voorwaarden die aan de omgevingsvergunning werden verbonden. Op de door de Raad voor Vergunningsbetwistingen opgeworpen vraag of er op ontvankelijke wijze beroep kan worden ingesteld tegen de vergunningsvoorwaarden en of deze afsplitsbaar zijn van de bestreden vergunning, zou verzoeker hebben geantwoord dat hij akkoord ging met de vergunning maar niet met de voorwaarden waarbij de parkeerplaatsen uit de vergunning worden gesloten en de betaling van een last. Verzoeker vervolgt met een uiteenzetting over de “injunctieplicht” op basis waarvan hij meent dat er mogelijkheid is om de beslissing van de deputatie gedeeltelijk te vernietigen en dit meer bepaald wat betreft de opgelegde voorwaarden. Hij stelt ten stelligste te betwisten dat de aangehaalde voorwaarden een decisief element vormen van de bestreden beslissing en niet afsplitsbaar zouden zijn van de overige onderdelen waarvan de Raad voor Vergunningsbetwistingen beweert dat zij een onlosmakelijk geheel vormen omdat ze voor de verwerende partij vanuit stedenbouwkundig oogpunt noodzakelijk zijn om de vergunning te verlenen. De Raad voor Vergunningsbetwistingen zou die redenering niet of onvoldoende gemotiveerd hebben. Ook stelt verzoeker niet akkoord te gaan met de reactie van de Raad voor Vergunningsbetwistingen met betrekking tot de redenering die hij in ondergeschikte orde had aangehaald en waarin hij stelde de vergunning in haar totaliteit aan te vechten. Beoordeling
  11. Het bestreden arrest verklaart het beroep tot vernietiging onontvankelijk omdat het enkel gericht wordt tegen de in de beslissing van de verwerende partij opgelegde vergunningsvoorwaarden en de daarmee verbonden ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.586 VII-41.647-4/6 last, terwijl die voorwaarden en last een onlosmakelijk geheel uitmaken met de vergunning.
  12. Artikel 105, § 1, 1°, van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ bepaalt: “De volgende beslissingen kunnen worden bestreden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: 1° de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunningsaanvraag, genomen in laatste administratieve aanleg;” Artikel 35, eerste lid, van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’ bepaalt: “Als een Vlaams bestuursrechtscollege als vermeld in artikel 2, 1°, a) en b), het beroep gegrond verklaart, vernietigt het de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk, met behoud van de toepassing van artikel 34.”
  13. Luidens artikel 3, § 2, 9°, van het cassatieprocedurebesluit moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de cassatiemiddelen bevatten”. Onder “cassatiemiddel” moet een voldoende duidelijke omschrijving van de door het bestreden arrest geschonden rechtsregel of rechtsbeginsel worden begrepen. Onder “uiteenzetting” van het cassatiemiddel moet worden begrepen de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden uitspraak worden miskend. In het middel wordt niet duidelijk gemaakt hoe het bestreden arrest de regels waarvan de schending wordt aangevoerd, zou hebben miskend. Zelfs de grieven van verzoeker ontbreken in het middel; het middel bevat enkel de weergave van enkele overwegingen van het bestreden arrest. Pas in de “toelichting bij het middel” en in de daaropvolgende uiteenzetting over de “injunctieplicht” voert verzoeker aan dat hij het niet eens is met het bestreden arrest. In zoverre daarbij niet wordt duidelijk gemaakt hoe dit arrest een schending zou inhouden van een regel waarvan de schending wordt aangevoerd, is het middel onontvankelijk. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.586 VII-41.647-5/6
  14. Als cassatierechter treedt de Raad van State niet in de beoordeling van de zaak zelf. In zoverre het middel de Raad van State uitnodigt te beoordelen of de aan verzoeker opgelegde vergunningsvoorwaarden en -lasten al dan niet onlosmakelijk verbonden zijn met de omgevingsvergunning die aan verzoeker werd verleend, is het middel eveneens onontvankelijk.
  15. In zoverre het middel aanvoert dat bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op ontvankelijke wijze een vernietigingsberoep kan worden ingesteld tegen de voorwaarden en lasten van een omgevingsvergunning die onlosmakelijk deel uitmaken van die vergunning, gaat het uit van een verkeerde rechtsopvatting, en faalt het naar recht. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  17. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Francis Van Nuffel, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR. 258.586 VII-41.647-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.586 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.