← België

Arrest 258651 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 31/01/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 januari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.651 Rolnummer: A. 236754/IX-10066 Zaak: Arrest 258651 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 31/01/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-08 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-06-10 20:47 Fiche Arrest nr 258.651 van 31 januari 2024 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 258.651 van 31 januari 2024 in de zaak A. 236.754/IX-10.066 In zake : Andy VAN CAUWENBERGHE woonplaats kiezend te 8700 Tielt Volderstraat 17 tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Karel Van Hoorebeke en Jeroom Joos kantoor houdend te 9000 Gent Coupure Rechts 162 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 5 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van: “1) de beslissing van onbekende datum van de selectiecommissie van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) inzake de bevorderingsfunctie van wegentoezichter (rang C2) bij de afdeling Wegen en Verkeer West- Vlaanderen met vacaturenummer req 5036, om verzoeker niet geslaagd te verklaren voor de schriftelijke proef. 2) de – al dan niet impliciete – beslissing van onbekende datum van vermelde commissie, om verzoeker niet geschikt te verklaren voor de eliminerende voorselectie op basis van computergestuurde testen en schriftelijke proef.” II. Verloop van de rechtspleging IX-10.066-1/15 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 januari 2024. Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jeroom Joos, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Joke Goris heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker is in statutair dienstverband tewerkgesteld bij het agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse overheid (AWV), in de functie wegentoezichter met de graad van technicus (C1). 3.2. In februari 2022 worden tien bevorderingsfuncties wegentoe- zichter (C2 – hoofdtechnicus) vacant verklaard (vacaturenummer req5036). IX-10.066-2/15 Verzoeker kandideert voor de drie vacatures die voor AWV West-Vlaanderen zijn voorzien. 3.3. De functie wordt onder meer omschreven als “expert wegentoezichter” die als taak heeft om “de districtschef van het eigen district en de collega’s van de andere districten bij te staan”. Er wordt luidens het vacaturebericht van een hoofdtechnicus verwacht dat hij een algemene expertise heeft inzake de diverse aspecten die een wegentoezichter behandelt, of zich in een bepaalde specialisatie kan verdiepen. De hoofdtechnicus is onder meer bij inhoudelijke problemen de referentie voor andere functiehouders binnen de districtswerking en een aanspreekpunt voor collega’s. Specifiek voor West-Vlaanderen ligt de focus van de wegentoezichter op één van de volgende gebieden: - Begeleiding en opleiding van collega-wegentoezichters en handhaving van de bestaande processen, het opfrissen van dienstorders, het uitdiepen/vertalen van bestaande procedures naar de praktijk; - Aanspreekpunt specialist ICT-toepassingen, districtscenter: collega’s ondersteunen, zetelen in werkgroepen, applicaties testen, aanpassingen en noden communiceren naar de programmeurs enzovoort; - Technisch specialist groen of winterdienst of vergunningen: kennis verwerven in één van deze domeinen en deze kennis vertalen en uitdragen naar de collega’s, bijvoorbeeld organisatie winterdienst, nieuwe werkwijzen implementeren, wijzigingen in reglementering meedelen in het kader van vergunningen enzovoort. 3.4. De selectieprocedure bestaat uit drie modules. De eerste module omvat (

  1. i)een CV-screening, (
  2. ii)een voorselectie op basis van een standaardvragenlijst en (iii) een voorselectie op basis van computergestuurde testen en een schriftelijke proef. Enkel de kandidaten die voldoen aan de formele deelnemingsvoorwaarden, die slagen voor de voorselectie op basis van de standaardvragenlijst én die de vereiste minimumscores behalen (4 op de drie IX-10.066-3/15 computergestuurde testen en 10/20 op de schriftelijke proef) worden toegelaten tot de volgende modules. 3.5. Verzoeker voldoet aan de formele deelnemingsvoorwaarden en is geslaagd voor de voorselectie op basis van de standaardvragenlijst. Op 22 april 2022 deelt de selectieverantwoordelijke aan verzoeker mee dat hij slaagde voor de computergestuurde testen, maar dat hij op de schriftelijke proef niet de vereiste minimumscore behaalde, zodat hij niet in aanmerking komt voor de functie. Verzoeker ziet daarin de eerste en de tweede bestreden beslissing. 3.6. Na een telefonische vraag om toelichting, zendt de selectieverantwoordelijke op 6 mei 2022 aan verzoeker de schriftelijke motivering met betrekking tot de schriftelijke proef. Op 13 mei 2022 worden aan verzoeker de resultaten van de drie computergestuurde testen meegedeeld, evenals de rapporten van die testen. Op 24 juni 2022 maakt AWV de laureaten voor de bevorderingsfuncties bekend via intranet. Voor de drie vacatures voor de afdeling West-Vlaanderen zijn er twee laureaten; voor de derde vacature wordt een beroep gedaan op de werfreserve voor de andere afdelingen. IV. Ontvankelijkheid A. Tijdigheid van het beroep Exceptie IX-10.066-4/15 4. In haar memorie van antwoord doet de verwerende partij gelden dat het beroep laattijdig is ingesteld. Zij stipt aan dat verzoeker reeds met een e- mail van 22 april 2022 in kennis is gesteld van het feit dat hij niet de minimumscore behaalde op de schriftelijke proef en dus niet in aanmerking komt voor de functie. Die kennisgeving is volgens de verwerende partij voldoende duidelijk om de beroepstermijn te doen aanvangen. Het gegeven dat verzoeker pas later – op zijn vraag – toelichting ontving omtrent de beoordeling van de schriftelijke proef en de resultaten van de computergestuurde testen, doet daaraan voor de verwerende partij geen afbreuk. 5. Zelfs indien zou worden aangenomen dat de beroepstermijn slechts is aangevangen door de voormelde toelichting, dan nog is de verwerende partij van oordeel dat het beroep laattijdig is ingesteld. Ter zake merkt zij op dat verzoeker op 6 mei 2022 werd ingelicht over de redenen waarom hij voor de schriftelijke proef niet de vereiste minimumscore had behaald. De toelichting van 13 mei 2022 is voor de verwerende partij niet relevant, omdat verzoeker voor de computergestuurde testen de minimumscore wél had behaald en hij door dat onderdeel van de beslissing dus niet werd gegriefd. De verwerende partij besluit dat de termijn voor het instellen van het annulatieberoep bijgevolg is aangevangen op 6 mei 2022, zodat het verzoekschrift dat “op 06 juli 2022 werd neergelegd” laattijdig is. Beoordeling 6. De bestreden beslissingen ontzeggen verzoeker het recht op verdere deelname aan een bevorderingsprocedure. Het kan niet worden betwist dat de bestreden beslissingen administratieve rechtshandelingen zijn die de rechtspositie van verzoeker definitief en nadelig beïnvloeden. IX-10.066-5/15 7. Een dergelijke beslissing moet aan de betrokkene worden betekend en is als eenzijdige rechtshandeling ook onderworpen aan de verplichting tot formele motivering. 8. Uit de e-mail van 22 april 2022 kon verzoeker weliswaar opmaken dat hij niet de minimumscore behaalde op de schriftelijke proef en dat hij niet in aanmerking komt voor de beoogde functie, maar elke nadere toelichting omtrent de quotering – en ook het toegekende cijfer zelf – ontbreekt. Verzoeker kende op dat ogenblik niet de motieven die aan de beslissing ten grondslag liggen. Van de motieven om hem niet geslaagd te verklaren voor het onderdeel ‘schriftelijke proef’ heeft verzoeker pas kennis kunnen nemen door de e-mail van 6 mei 2022. Uit het verzoekschrift kan worden opgemaakt dat verzoeker dat bericht diezelfde dag heeft ontvangen. Verzoeker heeft bovendien voldoende diligent gehandeld door zich bij de diensten van de verwerende partij te bevragen over de motivering bij de quotering van de schriftelijke proef. De precieze datum van verzoekers telefonisch contact blijkt niet uit het dossier, maar moet gelet op het antwoord van de selectieverantwoordelijke uiterlijk op 6 mei 2022 worden gesitueerd, zijnde veertien dagen na de kennisgeving van 22 april 2022. In die omstandigheden kan de mededeling van de motivering gelden als aanvangsdatum van de beroepstermijn. 9. Anders dan de verwerende partij betoogt, is de dies a quo niet begrepen in de zestigdagentermijn om bij de Raad van State een beroep in te stellen. Verzoekers beroepstermijn is derhalve aangevangen op 7 mei 2022, om te verstrijken op 6 juli 2022. IX-10.066-6/15 10. Het verzoekschrift werd op 5 juli 2022 ter post voor aangetekende zending aangeboden en is dus tijdig. De exceptie wordt verworpen. IX-10.066-7/15 B. Belang Standpunt van de partijen 11.1. Verzoeker zet zijn belang uiteen in het verzoekschrift en voert ter zake drie elementen aan. 11.2. Vooreerst stelt verzoeker dat hij een “evident moreel en financieel” nadeel lijdt omdat hij door de bestreden beslissing van de beoogde bevordering en de daaraan gekoppelde hogere verloning is uitgesloten en hij niet bekwaam wordt geacht om die hogere graad of functie uit te oefenen. 11.3. Ten tweede voert verzoeker aan dat hij ten gevolge van de bestreden beslissingen niet is opgenomen in de wervingsreserve. 11.4. In de derde plaats betoogt verzoeker dat hij geen beroep kan doen op de toepassing van artikel I 5bis van het Vlaams personeelsstatuut (VPS), wat hem in het raam van het “niet nodeloos hertesten” zou kunnen vrijstellen van het opnieuw moeten afleggen van bepaalde testen in navolgende selectieprocedures. 12.1. De verwerende partij doet gelden dat verzoeker geen belang heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissingen, omdat hij heeft nagelaten om ook de beslissing aan te vechten waarbij de bevorderingsfuncties aan andere kandidaten worden toegewezen. Bovendien is de termijn om zulks alsnog te doen reeds lang verstreken, aangezien de laureaten op 24 juni 2022 werden bekendgemaakt en verzoeker van die mededeling heeft kennisgenomen. Het gemis aan het instellen van een beroep tegen de toewijzing van de bevorderingsfuncties verhindert volgens de verwerende partij ook dat verzoeker zich nog op een moreel of financieel nadeel kan beroepen – nadelen die zij hoe dan ook louter hypothetisch noemt. IX-10.066-8/15 12.2. Met betrekking tot de wervingsreserve merkt de verwerende partij op dat deze behoudens een eventuele verlenging door de lijnmanager slechts één jaar geldig is en dat die termijn op het ogenblik van de uitspraak reeds zal zijn verstreken. 12.3. Het belang dat verzoeker ziet in het voor bepaalde proeven niet nodeloos moeten hertesten bij een eventuele nieuwe selectieprocedure overtuigt de verwerende partij evenmin, eensdeels omdat dit louter hypothetisch is en anderdeels omdat dit niet rechtstreeks verband houdt met het eigenlijke voordeel dat de annulatieprocedure moet bieden, met name een nieuwe kans om te worden geselecteerd. Beoordeling 13. De voornaamste betrachting van iemand die, zoals verzoeker, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waarbij zijn kandidaatstelling voor de geambieerde functie wordt afgewezen, is om door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat hij opnieuw de kans krijgt om zelf in die functie te worden aangesteld en om ze daadwerkelijk uit te oefenen. Die kans kon zich voor verzoeker aandienen indien hij ook de beslissing tot bevordering van de drie laureaten had bestreden. Verzoeker heeft zulks evenwel niet gedaan, zodat een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing(
  3. en)verzoeker in dat opzicht geen voordeel kan opleveren. 14. Er moet evenwel samen met verzoeker worden vastgesteld dat hij desgevallend langs een andere weg nog genoegdoening kan verkrijgen. Terecht wijst hij erop dat het vacaturebericht erin voorziet dat wie slaagt, wordt opgenomen in een wervingsreserve die een geldigheidsduur heeft van een jaar, maar door de lijnmanager kan worden verlengd. IX-10.066-9/15 15. Niettegenstaande de definitief geworden bevorderingen van andere kandidaten, heeft verzoeker belang erbij in de wervingsreserve te kunnen worden opgenomen, opdat in het geval van een nieuwe vacature voor bevordering tot wegentoezichter C2, hij daarop alsnog aanspraak zou kunnen maken. 16. Het rechtsherstel waartoe de verwerende partij zou zijn gehouden na een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing(
  4. en)en de herbeoordeling van verzoekers proef, zou daartoe kunnen leiden. Deze vaststelling volstaat om aan te nemen dat verzoeker, binnen die contouren, over het rechtens vereiste belang beschikt bij zijn beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissing(en). 17. Aldus mag buiten beschouwing blijven of verzoeker ook nog een belang bij zijn beroep kan putten uit de mogelijkheid van een voor hem gunstige toepassing van artikel I 5bis VPS of uit het door hem aangevoerde moreel nadeel. 18. De exceptie wordt verworpen. V. Vertrouwelijkheid van sommige stukken Standpunt van de partijen 19. In de memorie van antwoord, onder het opschrift ‘vertrouwelijkheid’, formuleert de verwerende partij het volgende verzoek: “De interne communicatie en documenten inzake de beoordeling van de ontvangen sollicitaties dienen als vertrouwelijk te worden behandeld (stukken 11, 12, 13 en 14). Het komt immers passend voor om deze interne beoordeling vertrouwelijk te behandelen. De openbaarmaking zou afbreuk doen aan het geheim van de beraadslaging van overheidsdiensten. Indien verzoekende partij inzage IX-10.066-10/15 wordt verleend, zou dit bovendien bepaalde inzichten kunnen verschaffen die hem een voordeel kunnen opleveren bij eventuele toekomstige sollicitaties. Tot slot mag ook de identiteit van de andere sollicitanten niet worden prijsgegeven. De vertrouwelijke behandeling van deze stukken, schendt de rechten van verzoekende partij niet. In de inventaris gevoegd aan deze memorie van antwoord worden de stukken die vertrouwelijk werden neergelegd als zodanig aangegeven. Dit alles in overeenstemming met artikel 87, § 2, van de algemene procedureregeling van de Raad van State.” 20. In zijn memorie van wederantwoord verzet verzoeker zich tegen de vertrouwelijkheid van deze stukken. Aangevoerd wordt dat het e-mailbericht aan de juryleden met in bijlage de opgaven voor de schriftelijke proef (stuk 11), de verbetersleutel (stuk 12), het intern document inzake de beoordeling van de afgelegde testen (stuk 13) en het proces-verbaal van de selectieprocedure (stuk 14) geen “geheime beraadslagingen” zijn en dat de documenten minstens gedeeltelijk – met weglating van de delen die geheime beraadslagingen weergeven – openbaar moeten worden gemaakt. Het argument dat inzage van de stukken een voordeel zou kunnen verschaffen bij eventuele toekomstige sollicitaties is volgens verzoeker louter hypothetisch. Beoordeling 21. Overeenkomstig artikel 87, § 2, van het algemeen procedurereglement mag een partij die een stuk indient, vragen om het niet ter kennis te brengen van de overige partijen. Luidens artikel 87, § 3, van het algemeen procedurereglement wordt het bedoelde stuk “voorlopig afzonderlijk in het dossier van de zaak opgenomen” en paragraaf 4 van dezelfde bepaling leert dat de overige partijen van het stuk kennis mogen nemen “[a]ls het verzoek om vertrouwelijke behandeling bij arrest wordt afgewezen”. Het valt bijgevolg aan de Raad van State toe te controleren of het aangevoerde vertrouwelijk karakter relevant is, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het IX-10.066-11/15 recht op woord en wederwoord van de procespartijen en met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt. 22. Ten aanzien van het recht op toegang tot de rechter zijn enkel die maatregelen die de rechten van verdediging beperken legitiem die absoluut noodzakelijk zijn. 23. Bij de afweging van de rechten van verdediging en het recht op een eerlijk proces tegen de eerbiediging van andere in het geding zijnde belangen is het slechts in uitzonderlijke gevallen aanvaardbaar dat bepaalde stukken van het dossier, bijvoorbeeld vanwege het vertrouwelijk karakter ervan, aan de tegenspraak ontsnappen. Vertrouwelijke documenten, willen ze beschermd worden, moeten van die aard zijn dat de onthulling ervan gebeurlijk schade kan toebrengen aan de partij die zich op de vertrouwelijkheid beroept of zelfs aan een derde die niet rechtstreeks in het geding is betrokken. 24.1. Stuk 11 is de afdruk van een e-mail van 28 maart 2022 van de selectieverantwoordelijke aan de juryleden, met daarin een aantal praktische afspraken over de beraadslaging. De e-mail bevat tevens een link naar de verbetersleutel en de opdracht van de schriftelijke proef en de voorbereiding van de kandidaten. De voormelde voorbereidingen van de andere kandidaten maken geen deel uit van stuk 11 zoals het (in afgedrukte versie) door de verwerende partij is neergelegd. Er is geen reden om de vertrouwelijkheid van dit stuk te handhaven. 24.2. Stuk 12 van het administratief dossier is de verbetersleutel voor de schriftelijke proef. IX-10.066-12/15 In het licht van de motieven die de verwerende partij inzake de vertrouwelijkheid van bepaalde stukken van het administratief dossier aanvoert, moet vooreerst worden vastgesteld dat de verbetersleutel niets onthult over de beraadslaging door de juryleden of de standpunten die de individuele leden van de jury bij de beoordeling hebben ingenomen en evenmin de identiteit van andere kandidaten vermeldt. Die motieven kunnen de vertrouwelijkheid van stuk 12 bijgevolg niet verantwoorden. Verzoeker betwist de wijze waarop hij voor dit onderdeel van het examen werd beoordeeld. Uit de aan verzoeker meegedeelde motivering blijkt dat de jury de beoordeling van de verschillende criteria schaalt van 0 tot 5, wat overeenkomt met de richtlijnen opgenomen in de verbetersleutel. Deze verbetersleutel lijkt een essentieel onderdeel van de beoordeling van de proef. De Raad stelt overigens vast dat deze verbetersleutel niet bestaat uit de juiste antwoorden – wat uiteraard afhankelijk is van welk document aan de kandidaten ter bespreking wordt voorgelegd – maar enkel aangeeft welke mate van detail of volledigheid in het antwoord tot welke deelscore leidt. Zelfs indien de openbaarmaking van dit stuk verzoeker een voordeel zou kunnen verschaffen bij eventuele toekomstige sollicitaties – voordeel dat door de verwerende partij niet wordt geconcretiseerd – dan nog is dit ondergeschikt aan verzoekers recht om kritiek te kunnen uitoefenen op de wijze waarop de (motivering van
  5. de)quotering van zijn schriftelijke proef zich verhoudt tot de opgestelde verbetersleutel. De vertrouwelijkheid van stuk 12 van het administratief dossier dient dan ook te worden opgeheven. 24.3. De stukken 13 en 14 van het administratief dossier bevatten respectievelijk de resultaten van de andere kandidaten en het proces-verbaal van IX-10.066-13/15 de selectieprocedure, met weergave van de namen van de andere kandidaten en hun eventuele rangschikking. Verzoeker voert in zijn beroep geen schending aan van het gelijkheidsbeginsel wat de quotering van de andere kandidaten betreft, noch formuleert hij daaromtrent enig voorbehoud. Dat voorbehoud maakt verzoeker evenmin omtrent de rechtsgeldigheid van de samenstelling van en het beraad door de jury. Er is geen reden om de vertrouwelijkheid van deze stukken te lichten. 25. Wat voorafgaat, leidt tot de conclusie dat er geen gronden blijken om de stukken 11 en 12 aan de tegenspraak van de partijen te onttrekken. Aangezien verzoeker uit de gegevens die hij ingevolge de opheffing van de vertrouwelijkheid van de desbetreffende stukken kan vernemen, in de mate dat die gegevens hem nog niet eerder bekend waren, nieuwe argumenten kan putten ter staving van zijn reeds aangevoerde middelen of op grond van die gegevens desgevallend ook nieuwe middelen kan ontwikkelen, is er reden om het debat te heropenen en verzoeker hiertoe de gelegenheid te geven. BESLISSING 1. De Raad van State heropent het debat. 2. De Raad van State heft de vertrouwelijkheid op van de stukken 11 en 12 van het administratief dossier. IX-10.066-14/15 3. De Raad van State verleent aan de verzoekende partij de mogelijkheid om binnen een termijn van zestig dagen na de kennisgeving van dit arrest in een aanvullende memorie haar middelen aan te vullen of nader uit te werken of nieuwe middelen aan te voeren, op grond van haar onbekende gegevens die vervat zijn in de voormelde stukken van het administratief dossier. 4. Aan de verwerende partij wordt een termijn van zestig dagen verleend vanaf de betekening van de aanvullende memorie van de verzoekende partij of vanaf de betekening van het bericht van ontstentenis hiervan, om een aanvullende memorie in te dienen. 5. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt ermee belast vervolgens een aanvullend verslag op te stellen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenendertig januari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.066-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.651 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.