← België

Arrest 258682 - Overheidsopdrachten - 05/02/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.682 Rolnummer: A. 240838/XII-9446 Zaak: Arrest 258682 - Overheidsopdrachten - 05/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-06 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-06-11 01:12 Fiche Arrest nr 258.682 van 5 februari 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.682 no lien 276514 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 258.682 van 5 februari 2024 in de zaak A. 240.838/XII-9446 In zake: de NV HERTSENS INFRA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tinneke Huyghe en Pim van den Bos kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 211 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD LOKEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Elke Casteleyn en Fauve Verpoorten kantoor houdend te 9160 Lokeren Begijnhofstraat 8/0003 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 28 december 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lokeren van 4 december 2023 om de offerte van de nv Hertsens Infra nietig te verklaren en de overheidsopdracht ‘Aanleg Spoelepark Lokeren’ te gunnen aan de bv De Saegher & Zoon. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 januari
  3. XII-9446-1/14 Kamervoorzitter Paul Lemmens heeft verslag uitgebracht. Advocaten Tinneke Huyghe en Pim van den Bos , die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaten Elke Casteleyn en Fauve Verpoorten, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp ‘Wegenis-, groen- en rioleringswerken te Lokeren’. De werken hebben meer bepaald betrekking op de aanleg van het Spoelepark. De opdracht wordt geplaatst met een openbare procedure. Ze wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 28 september
  6. 3.
  7. De administratieve en technische bepalingen werden opgenomen in het bestek nummer LAN_
  8. Onder deel I, ‘Administratieve bepalingen’, artikel
  9. ‘Gunningscriteria’, wordt bepaald dat de prijs het enig gunningscriterium is. Onder deel II, ‘Technische bepalingen’, hoofdstuk 2, ‘Algemene bepalingen’, onderdeel 7, ‘Inbegrepen prestaties en leveringen’, luiden de punten 7.1 en 7.2 als volgt: XII-9446-2/14 “7.1 Materialen beschikbaar gesteld door de aanbesteder Er worden geen materialen ter beschikking gesteld door de bouwheer. 7.2 Materialen waarvan de aanbesteder eigenaar blijft De opdrachtgever behoudt het recht om volgende materialen te recupereren: - Stelconplaten bestaande parking Spoele Bij de start van de werken worden de te recupereren onderdelen aangeduid. De aannemer heeft in geen geval recht op een schadevergoeding.” Onder deel II, ‘Technische bepalingen’, hoofdstuk 4, ‘Voorbereidende werken en grondwerken’, onderdeel 1, ‘Voorbereidende werken’, luidt punt 1.1.2.3 als volgt: “1.1.2.3 Opbreken van verhardingen 1.1.2.3.A Beschrijving Alle opgebroken materialen worden eigendom van de aannemer tenzij anders vermeld. […].” Tot de opdrachtdocumenten behoort een samenvattende meetstaat die door de inschrijvers ingevuld moet worden. Post 20 van de meetstaat heeft betrekking op: “Opbreken van bestrating volgens 4-1.1.2.3, van betontegels, stelconplaten”. Voor die post is een vermoedelijke hoeveelheid van 429 m2 vermeld. 3.
  10. Acht ondernemingen dienen een offerte in, waaronder de verzoekende partij. De verzoekende partij blijkt de inschrijver met de laagste offerteprijs te zijn. 3.
  11. De verwerende partij stelt vast dat de offerteprijs van de verzoekende partij meer dan 15 % onder de gemiddelde prijs van de offertes ligt. Met een schrijven gedateerd op 23 november 2022 vraagt zij daarom aan de verzoekende partij een prijsverantwoording voor haar totaalprijs. XII-9446-3/14 Op 2 december 2022 geeft de verzoekende partij de volgende verantwoording: “Het voordelig karakter van onze inschrijving voor uitvoering van de in rand vermelde opdracht is te wijten aan de volgende factoren: De bouwplaats is slechts op 20 minuten van onze burelen gevestigd, waardoor de transportkosten van materiaal en materieel beperkt zijn. Bovendien is meer dan de helft van ons personeel gehuisvest in de regio Antwerpen-Waasland wat lage mobiliteitskosten met zich meebrengt. Bovendien hebben we in deze streek vele werven in uitvoering, wat de kans op lege retours tot een minimum beperkt en gezamenlijke kostenverdeling mogelijk maakt. Onze algemene kosten (bureel en leidinggevend personeel) zijn beperkt doordat qua leidinggevend personeel ons organigram zeer beperkt is. H.I. is een familiebedrijf dat gedreven is om de werken correct, kwalitatief en met inachtneming van de uitvoeringstermijn uit te voeren. Zowel in de projectleiding, in de administratie, in het transport als in het machinebeheer is er vertegenwoordiging van een lid van de familie zodat in elke schakel van het wegenisbedrijf een emotionele, financiële en juridische betrokkenheid aanwezig is. Het personeelsverloop is miniem, zodat wij kunnen rekenen op vaste arbeidersteams en ervaren werfleiders/projectleiders. Daarnaast kunnen we binnen de groep H. rekenen op eigen burelen en eigen materieel zoals vrachtwagens van zusterbedrijf O. en machines van zusterbedrijf H.V. Wij hebben voor de leveringen van diverse materialen (conform aan de beschrijving van [het] lastenboek) gunstige jaarprijzen kunnen afsluiten. Bovendien werken we met vaste partners (onderaannemers) voor betonverharding, groenaanleg en speeltoestellen, dewelke ons door de jarenlange goede samenwerking de beste prijzen kunnen toekennen. Omwille van een goede cashpositie, kunnen we door snelle en correcte betalingen extra kortingen bekomen. Daarnaast zijn er 429 m² betonnen vloerplaten uit te breken. Deze platen hebben een waarde op de tweedehandsmarkt en zullen we verkopen. Deze winst is mee in rekening gebracht. Ook door de jarenlange ervaring en de specialisatie in dit soort van omgevingswerken kunnen wij hierdoor lage eenheidsprijzen indienen (conform aan de beschrijving van [het] lastenboek). Het bouwen van constructies zoals overkappingen is ons niet vreemd, waardoor we geen hoge risicomarge op deze werken moeten rekenen. Gezien we voor 95% actief zijn in de publieke sector is onze bedrijfsstructuur hierop aangepast en zijn we vertrouwd met de regels voor openbare wegeniswerken, ook betreffende toegankelijkheid, signalisatie en respect naar de nevenaannemers, buurtbewoners, passanten en schoolomgevingen. We hebben tevens onze inschrijving nog eens in detail nagezien en kunnen hierbij bevestigen dat de door ons ingediende prijzen reëel zijn en alles XII-9446-4/14 inhouden volgens het lastenboek (m.a.w. een juiste aankoopprijs met een normaal verwerkingsrendement en een winstmarge).” 3.
  12. Door een door de verwerende partij aangestelde ontwerper wordt een verslag van nazicht van de offertes opgesteld, dat gedateerd wordt op 28 november
  13. De prijsverantwoording van de verzoekende partij wordt niet aanvaard, om de volgende reden: “Na onderzoek van deze prijsverantwoording wordt geoordeeld dat deze niet kan aanvaard worden omwille van volgende reden: - De aannemer beschouwt de op te breken betonnen vloerplaten als winstpost, terwijl het bestek heel duidelijk stelt dat deze vloerplaten eigendom van de stad blijven. De offerte van deze inschrijver is dan ook behept met een substantiële onregelmatigheid waardoor deze bijgevolg nietig moet verklaard worden.” Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de eerstvolgende regelmatige inschrijver met de laagste offerteprijs. 3.
  14. Op 4 december 2023 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Lokeren het verslag van nazicht van de offertes goed. Dienvolgens wordt vastgesteld dat de offerte van de verzoekende partij substantieel onregelmatig is en wordt ze nietig verklaard. Zoals in het verslag van nazicht, wordt in de motivering van de beslissing van het college overwogen dat de offerte van de verzoekende partij niet aanvaard kan worden omdat “de aannemer […] de op te breken betonnen vloerplaten [beschouwt] als winstpost, terwijl het bestek heel duidelijk stelt dat deze vloerplaten eigendom van de stad blijven”. De opdracht wordt gegund aan de bv D.S. Dit is de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  15. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van XII-9446-5/14 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van de partijen
  16. De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van artikel 84 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016) juncto artikel 36, § 3, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017), in combinatie met het materiële motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Het middel is gericht tegen de beslissing om haar prijsverantwoording niet te aanvaarden. Volgens de verzoekende partij is de enkele verwijzing in het gunningsverslag en de gunningsbeslissing naar het doorrekenen van de vloerplaten niet afdoende om haar offerte substantieel onregelmatig te verklaren. De verzoekende partij voert aan dat in de gunningsbeslissing ten onrechte wordt gesteld dat het bestek “heel duidelijk” bepaalt dat de vloerplaten eigendom van de stad zouden blijven. In het bestek wordt weliswaar het recht voorbehouden om de stelconplaten te recupereren, maar er wordt ook aangegeven dat de te recupereren onderdelen bij de start van de werken worden aangeduid. Het bestek voorziet aldus in de mogelijkheid voor de stad om de vloerplaten te recupereren, maar dit is allerminst een vaststaand gegeven. Dit laatste blijkt ook uit het bestek waar dit aangeeft dat de aannemer geen recht heeft op schadevergoeding XII-9446-6/14 wanneer de stad beslist om deze platen te recupereren. De motivering is op dit punt dus foutief. Voorts valt volgens de verzoekende partij niet in te zien hoe haar totale offertebedrag een abnormaal karakter zou kunnen vertonen door de vloerplaten als winstpost te beschouwen. Het bestek vermeldt uitdrukkelijk dat de aannemer geen recht heeft op een schadevergoeding voor de door de opdrachtgever te recupereren onderdelen. Ook enige schadevergoeding ten gevolge van een verkeerde inschatting van de hoeveelheid te recycleren materiaal is uitgesloten. Een eventuele verkeerde inschatting door de verzoekende partij wat de mogelijkheid betreft om de stelconplaten te recupereren, kan dan ook nooit ten laste van de verwerende partij zijn, en kan dus ook geen substantiële onregelmatigheid uitmaken. De waarde van de vloerplaten is bovendien dermate beperkt (volgens de verzoekende partij 10 euro per m2), afgezet tegen de totale offerteprijs van de verzoekende partij (1.160.073,36 euro, btw inbegrepen), dat de impact van de winstpost op de offerteprijs verwaarloosbaar is. In zoverre de verwerende partij zou stellen dat met de bekritiseerde motivering wordt verwezen naar het bedrag van een bepaalde post (quod non, aangezien uitdrukkelijk gevraagd is naar een verantwoording voor de totaalprijs), motiveert zij niet waarom de betrokken post niet verwaarloosbaar is, noch waarom de prijs voor deze post een abnormaal karakter vertoont. Een prijs voor een verwaarloosbare post kan overeenkomstig artikel 36, § 3, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 geen aanleiding geven tot een substantiële onregelmatigheid. Te dezen is de winstpost in verband met de recuperatie van stelconplaten verwaarloosbaar; minstens toont de verwerende partij niet aan dat die post niet-verwaarloosbaar zou zijn. De verwerende partij kan zich dan ook niet beroepen op het abnormaal karakter van deze winstpost.
  17. De verwerende partij wijst erop dat een vraag tot prijsverantwoording een ernstige aangelegenheid is. De bevraagde inschrijver mag zich niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient zijn vermoedelijk abnormaal lage prijs specifiek, concreet en onderbouwd te verantwoorden. Een algemene verantwoording zonder cijfermatige gegevens is in wezen geen verantwoording. Te dezen poneert de verzoekende partij in haar verantwoording ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.682 XII-9446-7/14 van de totaalprijs algemeenheden, die op geen enkele manier concreet gemaakt of onderbouwd zijn. De beoordeling van dergelijke elementen is niet mogelijk. Het enig element dat een begin van concrete aanduiding bevatte, was de verwijzing naar het recupereren van de stelconplaten. In het gunningsverslag wordt die verantwoording afgewezen op grond dat het bestek heel duidelijk stelt dat de vloerplaten eigendom van de stad blijven. Uit verscheidene bepalingen van het bestek blijkt inderdaad dat het uitgangspunt is, dat de stelconplaten eigendom blijven van de verwerende partij. Anders dan de verzoekende partij aanvoert, gaat het niet slechts om een mogelijkheid voor de verwerende partij. De door de verzoekende partij gegeven prijsverantwoording strookt dus niet met de bepalingen van het bestek. Wat de impact van de winstpost inzake de stelconplaten op de totaalprijs betreft, schrijft de verzoekende partij zelf dat die verwaarloosbaar is. Zij geeft dus toe dat het recupereren van de stelconplaten het abnormaal karakter van haar totaalprijs niet kan verantwoorden. Ten slotte is de opmerking van de verzoekende partij in verband met het bedrag van een bepaalde post niet relevant. De verwerende partij heeft immers een verantwoording gevraagd voor de totaalprijs. Er valt ook niet in te zien waarom zij uitdrukkelijk had moeten motiveren waarom de betrokken post al dan niet verwaarloosbaar is. Beoordeling Over het prijsonderzoek
  18. Overeenkomstig artikel 84 van de wet overheidsopdrachten 2016 voert de aanbestedende overheid een prijzen- of kostenonderzoek uit op de ingediende offertes, overeenkomstig de door de Koning te bepalen nadere regels. Artikel 36, § 3, eerste lid, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 luidt als volgt: XII-9446-8/14 “De aanbestedende overheid beoordeelt de ontvangen verantwoordingen en: 1° stelt ofwel vast dat het bedrag van een of meer niet-verwaarloosbare posten een abnormaal karakter vertoont en weert de offerte omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is; 2° ofwel, stelt vast dat het totale offertebedrag een abnormaal karakter vertoont en weert de offerte omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is; 3° ofwel, motiveert in de gunningsbeslissing dat het totale offertebedrag geen abnormaal karakter vertoont.” Artikel 36, § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit bepaalt als volgt: “Als bij een opdracht voor werken of voor een opdracht voor diensten in een fraudegevoelige sector, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure de economisch meest voordelige offerte enkel geëvalueerd wordt op basis van de prijs, en voor zover minstens vier offertes in aanmerking genomen werden overeenkomstig de derde en vierde leden, voert de aanbestedende overheid een prijzen- of kostenbevraging uit overeenkomstig de paragrafen 2 en 3, voor elke offerte waarvan het totale offertebedrag minstens vijftien procent onder het gemiddelde bedrag van de door de inschrijvers ingediende offertes ligt. […].”
  19. De verzoekende partij werd gevraagd om een prijsverantwoording te geven omdat haar totale offertebedrag meer dan vijftien procent onder het gemiddelde bedrag van de door de inschrijvers ingediende offertes lag. Aldus maakte de verwerende partij toepassing van artikel 36, § 4, van het koninklijk besluit plaatsing
  20. Indien die bepaling van toepassing is, dient de aanbestedende overheid de betrokken totaalprijs als abnormaal laag lijkend aan te merken, zonder dat zij voor die vaststelling over enige discretionaire bevoegdheid beschikt. Zij beschikt wel over een beoordelingsruimte om de in het kader van de toepassing van die bepaling gegeven prijsverantwoording al dan niet te aanvaarden. Bij een prijsverantwoording ligt de bewijslast bij de betrokken inschrijver. Het staat aan die inschrijver om op een concrete en onderbouwde wijze het vermoeden van abnormaliteit van de prijs te weerleggen. XII-9446-9/14
  21. De prijsverantwoording van de verzoekende partij blijkt te dezen niet te zijn aanvaard omwille van één enkele reden, namelijk omdat zij in haar prijsverantwoording te kennen heeft gegeven de op te breken betonnen vloerplaten als winstpost te zien, terwijl het bestek stelt dat deze vloerplaten eigendom van de verwerende partij blijven. Met de overige elementen die door de verzoekende partij in haar prijsverantwoording werden opgegeven, lijkt geen rekening te zijn gehouden. Dat laatste is een werkwijze die, zo lijkt het, enkel maar doorgang kan vinden indien het betrokken element uit de prijsverantwoording op zich genomen afdoende gewichtig is om de prijsverantwoording in haar geheel onderuit te halen. Er blijkt echter niet dat zulks te dezen het geval is. Vooreerst beschouwde de verzoekende partij het element van de recuperatie van de betonnen vloerplaten zelf slechts als een ondergeschikt element in haar verantwoording (“daarnaast”). Zoals hierna wordt uiteengezet, blijkt het bovendien om een element te gaan dat prima facie een geringe financiële impact heeft op de totaalprijs (overweging 10) en dat niet meteen van aanzienlijk materieel belang lijkt voor de behoorlijke uitvoering van de opdracht (overweging 11). Van een normaal zorgvuldige aanbestedende overheid mag worden verwacht dat zij een prijsverantwoording in haar geheel onderzoekt en bespreekt. Te dezen blijkt de verzoekende partij in haar prijsverantwoording een hele reeks elementen te hebben bijgebracht waarvan op het eerste gezicht niet gezegd kan worden dat zij niet relevant zijn om het normale karakter van haar totale offerteprijs te verantwoorden. In het gunningsverslag wordt geen enkel van die elementen nader besproken, laat staan weerlegd. Weliswaar doet de verwerende partij in haar nota gelden dat die andere in de prijsverantwoording aangehaalde elementen loutere algemeenheden zijn, die op geen enkele wijze geconcretiseerd of onderbouwd zijn, en die om die reden niet in aanmerking genomen kunnen worden. Dat lijkt evenwel een motivering post factum te zijn. In het licht van de verplichting om het onderzoek van de prijsverantwoording formeel te motiveren in de gunningsbeslissing of het gunningsverslag, lijkt die motivering niet aanvaard te kunnen worden. Overigens XII-9446-10/14 lijken niet-cijfermatige gegevens een prijsverantwoording te kunnen uitmaken, des te meer indien een prijsverantwoording werd gevraagd voor de totaalprijs.
  22. In verband met de impact van de winstpost inzake de recuperatie van de stelconplaten op de totaalprijs, stelt de Raad van State vast dat die betonnen vloerplaten volgens de verzoekende partij een tweedehandswaarde hebben van ongeveer 10 euro per m
  23. Dat wordt op zich niet betwist door de verwerende partij. Blijkens de meetstaat betreft het een vermoedelijke hoeveelheid van 429 m2 aan betonnen vloerplaten. Aldus lijkt in de huidige stand van het geding ervan uitgegaan te kunnen worden dat de betonnen vloerplaten een vermoedelijke (maximale) totale waarde hebben van 4.290 euro, btw al dan niet inbegrepen. Dat bedrag lijkt, gelet op de totaalprijs van 1.160.073,36 euro, btw inbegrepen, van de offerte van de verzoekende partij, op het eerste gezicht veeleer verwaarloosbaar, zoals de verzoekende partij aanvoert (het betreft 0,37 % van de totaalprijs).
  24. In verband met de impact van de betrokken post op een behoorlijke uitvoering van de opdracht, wordt prima facie niet aangevoerd, laat staan aangetoond, dat de eventuele onmogelijkheid om de betrokken betonplaten door te verkopen, in strijd met de bedoeling van de verzoekende partij, op enige wijze de materiële uitvoering van de opdracht in gevaar zou brengen.
  25. Er dient aldus te worden besloten dat, op het eerste gezicht, de verwerende partij te dezen niet wettig kon besluiten tot het verwerpen van de prijsverantwoording van de verzoekende partij louter op grond dat de betonplaten niet doorverkocht kunnen worden en er daarvoor dus geen winstpost aangerekend kan worden. Over de eventuele miskenning van een essentiële bepaling van het bestek
  26. In haar nota voert de verwerende partij ook aan dat de prijsverantwoording in verband met de stelconplaten ingaat tegen het bestek. De vraag rijst dan ook of de verwerende partij de offerte om die reden substantieel onregelmatig kon verklaren. Volgens artikel 76, § 1, vierde lid, 3°, van het ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.682 XII-9446-11/14 koninklijk besluit plaatsing 2017 is een offerte immers substantieel onregelmatig indien ze “de minimale eisen en de vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten” niet naleeft. De technische bepalingen van het bestek vermelden in het algemeen dat “alle opgebroken materialen […] eigendom [worden] van de aannemer tenzij anders vermeld”. Wat specifiek de betrokken betonnen vloerplaten betreft, bepaalt het bestek dat de opdrachtgever zich “het recht [voorbehoudt]” om de “stelconplaten bestaande parking Spoele” te recupereren, en dat bij de start van de werken “de te recupereren onderdelen [worden] aangeduid”. De laatstgenoemde bestekbepaling is, anders dan in het gunningsverslag wordt gesteld, op het eerste gezicht niet “heel duidelijk”. Zoals de verzoekende partij aanvoert, lijkt ze geïnterpreteerd te kunnen worden als een bepaling waarbij aan de verwerende partij de mogelijkheid wordt geboden om de betrokken betonplaten te recupereren, eerder dan als een bepaling waarbij in een strikt eigendomsvoorbehoud ten voordele van de verwerende partij wordt voorzien. Alleszins lijkt het op het eerste gezicht niet te gaan om een essentiële bepaling van het bestek, en alleszins ook niet om een als substantieel aangemerkte bepaling. Ook op dit punt lijkt er dan ook geen reden om aan te nemen dat de verwerende partij wettig kon besluiten tot de substantiële onregelmatigheid van de offerte van de verzoekende partij. Conclusie
  27. Uit het voorgaande volgt dat het onderzoek en de beoordeling van de prijsverantwoording van de verzoekende partij door de aanbestedende overheid op het eerste gezicht niet lijkt te berusten op voldoende veruitwendigde en in feite en in rechte draagkrachtige motieven. Op het eerste gezicht lijkt de verwerende partij de perken van een normaal zorgvuldige invulling van haar beoordelingsruimte te buiten te zijn gegaan. XII-9446-12/14
  28. Het eerste middel is ernstig. B. Tweede middel
  29. Nu het tweede middel niet tot een ruimere schorsing van de uitvoering van de bestreden beslissing kan leiden, is het niet nodig om dit middel te onderzoeken. VI. Besluit
  30. Het eerste middel is ernstig gebleken. De beslissing om de offerte van de verzoekende partij nietig te verklaren dient dan ook in haar uitvoering te worden geschorst. Daaruit volgt dat ook de beslissing tot gunning van de opdracht aan de bv D.S. dient te worden geschorst, nu aldus niet langer vaststaat dat deze inschrijver de economisch meest voordelige offerte heeft ingediend. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook in haar geheel ingewilligd.
  31. Het is passend, gelet op het inwilligen van de vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoedingen inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lokeren van 4 december 2023 waarbij de offerte van de nv Hertsens Infra voor de overheidsopdracht ‘Aanleg Spoelepark Lokeren’ nietig verklaard wordt en de opdracht gegund wordt aan de bv De Saegher & Zoon. XII-9446-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Paul Lemmens XII-9446-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.682 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.899 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.