id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.699 Rolnummer: A. 241031/X-18565 Zaak: Arrest 258699 - Sluitingen van vestigingen - 06/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-07 Raadplegingen: 124 - laatst gezien 2026-06-10 20:57 Versie(s): Vertaling DE Fiche Arrest nr 258.699 van 6 februari 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 258.699 van 6 februari 2024 in de zaak A. 241.031/X-18.565 In zake : [P.V.] bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ercan Tok kantoor houdend te 9000 Gent Wondelgemstraat 75 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bram Van Acker kantoor houdend te 9820 Merelbeke Koningin Astridlaan 7 tegen : de GEMEENTE AALTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 27 januari 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Aalter om de inrichting [V.], [H.] te 9880 Aalter, te sluiten gedurende de periode van 22 januari 2024 tot en met 21 juli
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-18.5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 februari 2024, om 10u
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bram Van Acker, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Korneel Persoon, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker baat inrichting [V.], [H.] te 9880 Aalter uit. Op 16 januari 2024 stelt de lokale politie een bestuurlijk verslag op ten behoeve van de burgemeester van de gemeente Aalter. In het verslag wordt gewag gemaakt van informatie waaruit blijkt dat er in café V. drugs gebruikt en gedeald zouden worden. De burgemeester neemt op 22 januari 2024 van het bestuurlijk verslag kennis en nodigt dezelfde dag verzoeker uit om ’s avonds, om 21 u, te worden gehoord over een eventuele sluiting op grond van artikel 9bis van de wet van 24 februari 1921 ‘betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen’ (hierna: drugswet). X-18.5 Na verzoeker te hebben gehoord, besluit de burgemeester, nog steeds op 22 januari 2024, om de inrichting op grond van artikel 9bis van de drugswet te sluiten gedurende een periode van 22 januari 2024 tot en met 27 juli
- IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Voorwaarde van een ernstig middel Standpunt van de partijen
- Verzoeker voert in een tweede middel onder meer aan dat de basisvoorwaarden die in artikel 9bis van de drugswet worden gesteld om tot een tijdelijke sluiting te kunnen overgaan, in casu niet vervuld zijn. Uit de gegevens in de bestreden beslissing kan niet worden afgeleid en worden geconcludeerd “dat vaststellingen voorhanden zijn welke als ernstige aanwijzingen in zich houden dat in de voor het publiek toegankelijke horecazaak herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop of het gebruik van verdovende of aanverwante middelen”.
- In de nota reageert de verwerende partij dat er in voorliggend geval sprake is van “verschillende (aanwijzingen van) herhaaldelijke ernstige en verregaand illegale activiteiten en drugsfeiten in de betrokken inrichting”: er zijn de grootschalige gerechtelijke acties die kaderen in een gerechtelijk onderzoek, namelijk de huiszoekingen van 16 januari 2024; er zijn de politionele gegevens X-18.5 verkregen uit beperktere politionele controles, te weten de meldingen van 13 oktober 2023 en 20 december 2023; tijdens de hoorzitting gaf verzoeker toe minstens één keer drugs te hebben verkocht; de politionele informatie “betreft niet loutere aanwijzingen van druggebruik of verkoop (sporen, lege zakjes, …) doch ook het effectief vaststellen van niet te verstane hoeveelheden zware drugs in de inrichting”. Beoordeling
- Opdat een burgemeester rechtmatig op grond van artikel 9bis van de drugswet een sluiting kan opleggen, is vereist dat hij over ernstige aanwijzingen beschikt dat in de betrokken, voor het publiek toegankelijke, plaats herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden met betrekking tot de verkoop, aflevering, of vergemakkelijking van het gebruik van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komen. Naar vooralsnog uit de parlementaire voorbereiding van de bepaling wordt opgemaakt, moeten de bedoelde illegale activiteiten een zeker gewicht vertonen. Zo wordt in de memorie van toelichting overwogen dat de toepassing van de sluitingsmaatregel “voorbehouden [moet] blijven tot een beperkt aantal grove schendingen van de drugwetgeving” (Parl.St. Kamer, 2005- 2006, 2518/001, 46) en is dit door de minister van Justitie uitdrukkelijk bevestigd geworden in de Kamercommissie voor de Justitie (Parl.St. Kamer, 2005-2006, 2518/021, 27).
- Blijkens de bestreden beslissing beroept de burgemeester zich voor het bestaan van de ernstige aanwijzingen dat er in verzoekers café herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van drugs, in de eerste plaats op de informatie die de politie vergaarde tijdens een opsporingsonderzoek. Welgeteld twee “elementen” worden vermeld: een melding die is gedaan dat er “in de woning” van verzoeker zakjes met wit poeder werden X-18.5 aangetroffen en een andere melding dat er zakjes met wit poeder op de toog lagen. Toen, in het laatste geval, de politie ter plaatse kwam, konden “geen vaststellingen meer gedaan worden”. Tevens wordt in de bestreden beslissing ter ondersteuning van de voormelde ernstige aanwijzingen verwezen naar een huiszoeking die op 16 januari 2024 heeft plaatsgehad in het café van verzoeker, zijn woning en tweede verblijf. Er werden daarbij “verdovende middelen” gevonden “in verschillende ruimtes van het café”, waarvan er “[e]nkele” voor het publiek toegankelijk zijn.
- De bestreden sluiting gedurende zes maanden blijkt aldus te berusten op twee meldingen die niet gecontroleerd werden of konden worden en op een niet nader gepreciseerde vondst van verdovende middelen bij een huiszoeking. Waar de verwerende partij in de nota vandaan haalt dat de politie “effectief” “niet te verstane hoeveelheden zware drugs” zou hebben vastgesteld, is niet duidelijk. Ten minste in de huidige stand van de procedure lijken de aangevoerde vaststellingen niet zodanig dat er rechtmatig uit besloten kan worden dat er in café V. de door artikel 9bis van de drugswet beoogde, voldoende zwaarwichtige, illegale activiteit plaatsheeft met betrekking tot, specifiek, de verkoop van drugs, de aflevering ervan of de vergemakkelijking van het gebruik ervan.
- Dat spoort overigens met de verklaring die verzoeker tijdens de hoorzitting aflegde en die in de bestreden beslissing wordt aangehaald. Daarin erkent hij drugs te hebben gebruikt, maar betwist hij uitdrukkelijk te hebben gedeald, behoudens wat één enkele keer betreft.
- Het tweede middel is in de besproken mate ernstig. X-18.5 VI. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
- Verzoeker betoogt dat hij de zaak in april 2020 heeft overgenomen en, gelet op de COVID-19-epidemie, een moeilijke start heeft gekend. Rekening houdend met zijn lenings- en leveranciersverplichtingen komt door de abrupte sluiting gedurende zes maanden het voortbestaan van de inrichting in het gedrang en wordt “de eerder precaire inkomstensituatie van verzoekende partij (cfr achterstal in betalingen SZ-bijdragen; verschuldigde belastingen) en zijn gezin” aangescherpt.
- De verwerende partij werpt in de nota tegen dat verzoeker zich beperkt tot vage beweringen, dat hij enige financiële marge heeft om de sluiting te overbruggen en dat zijn inrichting ook de COVID-19-maatregelen heeft overleefd. Beoordeling
- Verzoeker overtuigt er met zijn stukken 6 tot en met 10 genoegzaam van dat de opgelegde sluiting van zijn inrichting gedurende zes maanden hem dreigt te doen terechtkomen in een situatie die zodanig financieel penibel is dat ze een uiterste urgentie kan verantwoorden. Dat het café de COVID-19-periode heeft doorstaan, met alle moeite en ongemak die verzoeker daarvoor moest lijden, is niet van aard zijn huidige situatie te verbeteren.
- Ook de tweede en laatste grondvoorwaarde voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is vervuld. BESLISSING X-18.5 De Raad van State beveelt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Aalter om de inrichting [V.], [H.] te 9880 Aalter, te sluiten gedurende de periode van 22 januari 2024 tot en met 21 juli
- Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.699 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.044 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div