id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.732 Rolnummer: A. 238703/VII-41959 Zaak: Arrest 258732 - Dierenwelzijn - 08/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-13 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-10 21:00 Fiche Arrest nr 258.732 van 8 februari 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.732 no lien 275392 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.732 van 8 februari 2024 in de zaak A. 238.703/VII-41.959 In zake :
- R.V.
- W.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jadzia Talboom kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 maart 2023, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing d.d. 20 januari 2023 tot beslagname en overdracht van de 2 katten zonder chipnummer, 5 kippen, 2 ganzen en 32 schapen naar dierenasielen in afwachting van de bestemmingsbeslissing” en “de beslissing d.d. 3 maart 2023 tot de overdracht in volle eigendom van de 2 katten zonder chipnummer, 2 ganzen en 32 schapen aan de erkende asielen waarin ze verbleven ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.732 VII-41.959-1/6 en om de 5 kippen in te slapen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft op 27 december 2023 een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 februari
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Claes, die verschijnt voor de verzoekers en advocaat Kristien Vanderheiden, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). VII-41.959-2/6 III. Feiten
- Naar aanleiding van vaststellingen dat de verzoekers de regels inzake dierenwelzijn overtreden neemt de verwerende partij op 20 januari 2023 twee katten, vijf kippen, twee ganzen en 32 schapen in beslag, en brengt deze dieren over naar erkende asielen. Dit is het eerste bestreden besluit.
- Op 3 maart 2023 neemt de verwerende partij een beslissing om deze dieren - met uitzondering van de vijf kippen die op bevel van de dienst Dierenwelzijn werden ingeslapen - in volle eigendom te geven aan de erkende asielen waar ze toen verbleven. Dit is het tweede bestreden besluit.
- De aan de asielen toevertrouwde dieren zijn inmiddels door derden geadopteerd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- In het verzoekschrift tot nietigverklaring zetten de verzoekers als volgt uiteen dat zij beschikken over het vereiste belang bij de nietigverklaring: “[De verzoekers] zijn de bestemmelingen van de twee bestreden beslissingen. [Eerste verzoeker] is/was eigenaar van de overgedragen dieren. Als bestemmelingen hiervan staat hun belang evident vast. [De verzoekers] wensen hun activiteiten als boeren te hervatten en [eerste verzoeker] wenst opnieuw het eigendomsrecht over zijn dieren te bekomen.”
- De verwerende partij antwoordt hierop: “Indien de betrachting van [de verzoekers] met hun beroep […] erin bestaat de dieren terug te krijgen terwijl de dieren reeds werden geadopteerd of geëuthanaseerd, is hun beroep onontvankelijk wegens geen belang.” VII-41.959-3/6
- De verzoekers laten hierop in de memorie van wederantwoord het volgende gelden: “[E]en moreel belang voor [de verzoekers] kan volstaan om beroep in te stellen tegen beslissingen waarbij dieren in volle eigendom aan erkende asielen gegeven worden of geëuthanaseerd worden.[…] In huidig dossier is het duidelijk dat de goede naam en het imago van [de verzoekers] negatief benadeeld worden door de bestreden beslissingen. [De verzoekers] worden in een bijzonder negatief daglicht gesteld en afgeschilderd als regelrechte dierenbeulen, terwijl er voldoende aanwijzingen zijn dat dat helemaal niet het geval is: de verklaringen van dierenarts […] en van de buren schetsen immers een totaal ander verhaal. […] Meer nog: het is duidelijk het handelen van verwerende partij dat daar als schandalig en beestonwaardig wordt aangeduid, niet het handelen van [de verzoekers]. De vernietiging van de bestreden beslissingen is er voor [de verzoekers] dan minstens ook op gericht om het totaal verkeerde imago van dierenmishandelaars ongedaan te maken, zodat [de verzoekers] minstens een moreel belang hebben bij huidig beroep. Verder willen zij de dieren evident nog steeds terugkrijgen.” Beoordeling
- Het beroep tot nietigverklaring bedoeld in artikel 14 RvS-wet kan op grond van artikel 19 RvS-wet slechts op ontvankelijke wijze worden ingesteld door een partij die doet blijken van een benadeling of van een belang. Deze vereiste betekent dat de bestreden handeling nadelig moet zijn voor de verzoekende partij, en dat de gevorderde vernietiging aan dat nadeel kan verhelpen. Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat.
- Een verzoekende partij heeft geen stelplicht om haar belang bij het beroep reeds in het inleidend verzoekschrift te omschrijven of toe te lichten. Wanneer een verzoekende partij dit echter toch doet, bakent zij zelf de grenzen af van het debat over het belang. Zij kan zich bijgevolg in de loop van het geding op geen andere nadelen beroepen om haar belang te staven, tenzij zij die nadelen niet kon kennen bij het indienen van het vernietigingsberoep. VII-41.959-4/6 Met hun uiteenzetting in de memorie van wederantwoord over het moreel belang wijzen de verzoekers op andere nadelen die de bestreden beslissingen hen zouden berokkenen dan de nadelen die zij ter staving van hun belang hebben aangehaald in het verzoekschrift tot nietigverklaring. Zij konden die nadelen echter reeds kennen ten tijde van de indiening van het verzoekschrift. Met die uiteenzetting houdt de Raad van State dan ook geen rekening bij de beoordeling of de verzoekers getuigen van het vereiste belang bij het beroep.
- De dieren die het voorwerp uitmaken van de bestreden beslissingen werden hetzij geëuthanaseerd, hetzij door derden geadopteerd. De vernietiging van de bestreden beslissingen kan er aldus onmogelijk nog toe leiden dat deze dieren aan de verzoekers worden teruggegeven. Nu de verzoekers hun belang bij het beroep steunen op de mogelijkheid dat de dieren hen, na de vernietiging, zouden worden teruggegeven, zodat zij hun activiteiten als boeren zouden kunnen hervatten en het eigendomsrecht over de dieren zouden terugkrijgen, blijkt dan ook dat dit belang niet langer actueel is.
- Het beroep is niet ontvankelijk. V. Kort debat
- In deze zaak volstond een kort debat. De zaak wordt op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief beslecht. VI. Rechtsplegingsvergoeding
- Het vernietigingsberoep wordt verworpen omwille van de definitieve toestand die ontstaan is door de definitieve adoptie van de dieren door derden. In deze omstandigheden kan de verwerende partij niet beschouwd worden als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, RvS-wet. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding. VII-41.959-5/6 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekers worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Francis Van Nuffel VII-41.959-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.732 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.