← België

Arrest 258884 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 22/02/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.884 Rolnummer: A. 237219/VII-41665 Zaak: Arrest 258884 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 22/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-29 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-16 01:34 Fiche Arrest nr 258.884 van 22 februari 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.884 no lien 276126 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 258.884 van 22 februari 2024 in de zaak A. 237.219/VII-41.665 In zake : K.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frederik Haentjens kantoor houdend te 9160 Lokeren Heilig Hartlaan 56 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het cassatieberoep, ingesteld op 9 september 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-1051 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 4 augustus 2022 in de zaak 2021 RvVb-0738-A. II. Verloop van de rechtspleging 2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 20 oktober 2022. Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft op 21 februari 2023 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. VII-41.665-1/7 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 januari 2024. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frederik Haentjens, die verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.1. Verzoeker vraagt een omgevingsvergunning aan voor de sloop van een bestaande bebouwing en de oprichting van een meergezinswoning. Het bestuurlijk beroep van verzoeker tegen de weigering van die vergunning wordt door de verwerende partij ongegrond verklaard en de vergunning wordt opnieuw geweigerd. 3.2. Het bestreden arrest verwerpt het vernietigingsberoep dat verzoeker tegen de beslissing van de verwerende partij heeft ingesteld. VII-41.665-2/7 IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel 4. Verzoeker voert de schending aan van de artikelen 4.3.1, § 1, eerste lid, 1°, d), 4.3.1, § 2, eerste lid, 1° en 4.3.1, §2, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Het middel komt op tegen de verwerping van het eerste en tweede onderdeel van het enige middel tot vernietiging dat verzoeker had aangevoerd tegen de beslissing van de verwerende partij. Verzoeker zet uiteen: “In het thans bestreden arrest stelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen vast dat ‘De verwerende partij betwist niet dat het reeds vergunde project aan de Nijverheidslaan 37 behoort tot de onmiddellijk relevante omgeving (…)’ […] Terzelfdertijd oordeelt het bestreden arrest dat ‘(d)e verwerende (…) besluit dat de aanwezigheid van dit project nog niet impliceert dat elk gelijkaardig project daarom vergund moet worden. Met deze overwegingen komt de verwerende partij tegemoet de op haar rustende verstrengde motiveringsplicht.’ […], dat ‘(h)et behoort namelijk tot de discretionaire bevoegdheid van de verwerende partij om te oordelen dat, ondanks het voorkomen van een meergezinswoning aan de overzijde van de straat, de omgeving (aan de straatzijde van het aanvraagperceel) wordt gekenmerkt door eengezinswoningen en het aangevraagde project een ruimtelijk precedent kan scheppen.’ […] en dat ‘(d)e verwerende partij heeft de meergezinswoning aan de overzijde van de straat met andere woorden wel degelijk in haar beoordeling betrokken, maar acht de ééngezinswoningen aan dezelfde straatzijde van het aanvraagperceel doorslaggevend in haar beoordeling van de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening (…)’ […]. Door aldus te oordelen verantwoordt het bestreden arrest haar beslissing niet naar recht:

  1. a)artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid], 2° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening] bepaalt: ‘het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand (…)’; krachtens artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid], 2° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening] is de vergunningverlenende overheid derhalve verplicht rekening te houden met de in de omgeving bestaande toestand; uit artikel 4.3.1, § 2 [eerste lid], 2° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening] vloeit derhalve, wanneer vaststaat dat ‘het reeds vergunde project ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.884 VII-41.665-3/7 aan de Nijverheidslaan 37 behoort tot de onmiddellijke relevante omgeving’ […], géén discretionaire bevoegdheid voort om te oordelen dat ‘…ondanks het voorkomen van een meergezinswoning aan de overzijde van de straat, de omgeving (aan de straatzijde van het aanvraagperceel) wordt gekenmerkt door eengezinswoningen en het aangevraagde project een ruimtelijk precedent kan scheppen.’; artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid], 2° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening] laat op zich niet toe bepaalde delen van de in de omgeving bestaande toestand buiten beschouwing te laten; artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid], 2° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening] laat op zich evenmin toe om bepaalde delen van de in de omgeving bestaande toestand te laten primeren op andere delen van de in de omgeving bestaande toestand;
  2. b)in de mate de vergunningverlenende overheid vaststelt dat een aanvraag omgevingsvergunning in overeenstemming is met een deel van de in omgeving bestaande toestand, maar niet (of minder) in overeenstemming is met een ander deel van de in de omgeving bestaande toestand, dan is de [vergunningverlenende] overheid verplicht de aanvraag te toetsen overeenkomstig artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid], 1° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening] en de beoordeling van de overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening (ook) in die zin te motiveren; artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening] bepaalt immers: ‘De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen: 1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen:
  3. a)beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1° (…)’; dit standpunt sluit ook aan bij de vaste rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen […];
  4. c)nu het bestreden arrest : 1) enerzijds vaststelt dat ‘(…) de verwerende partij betwist niet dat het reeds vergunde project aan de Nijverheidslaan 37 behoort tot de onmiddellijke relevante omgeving’, maar vervolgens oordeelt dat ‘de verwerende partij heeft de meergezinswoning aan de overzijde van de straat met andere woorden wel degelijk in haar beoordeling betrokken, maar acht de ééngezinswoningen aan dezelfde straatzijde van het aanvraagperceel doorslaggevend in haar beoordeling van de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening (…)’ en op grond daarvan het eerste onderdeel van het ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.884 VII-41.665-4/7 enig middel tot vernietiging verwerpt, evenwel zonder na te gaan of de aanvraag tot omgevingsvergunning op wettige wijze getoetst werd aan de aandachtspunten en criteria van artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid], 1° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening], en 2) anderzijds het tweede onderdeel van het enige middel -waarin de wettigheid van de weigeringsbeslissing o.g.v. artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid], 1° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening] betwist werd- te verwerpen als ‘kritiek op een overtollig motief’ en m.a.w. niet op zijn gegrondheid te beoordelen, verantwoordt de bestreden beslissing haar beslissing niet naar recht en schendt de bestreden beslissing: - artikel 4.3.1, § 1, [eerste lid], 1°,
  5. d)[van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening], - artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid], 1° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening], - artikel 4.3.1, § 2, [eerste lid], 2° [van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening]” Beoordeling 5. De wettelijke bepalingen waarvan de schending wordt aangevoerd, verplichten de vergunningverlenende overheid om een omgevingsvergunning te weigeren wanneer het aangevraagde onverenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, waarbij de overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van verschillende beginselen en doelstellingen, en waarbij rekening wordt gehouden met de in de omgeving bestaande toestand. Bij het maken van deze beoordeling beschikt het bestuur over een ruime beleidsvrijheid. Bij de controle of het bestuur zijn beoordelingsbevoegdheid heeft overschreden, gaat de Raad voor Vergunningsbetwistingen na of het bestuur de feitelijke gegevens correct heeft vastgesteld en op basis daarvan geen kennelijk onredelijke beslissing heeft genomen. 6. Artikel 14, § 2, RvS-wet bepaalt dat de Raad van State als cassatierechter niet in de beoordeling van de zaak zelf treedt. Bijgevolg kan het VII-41.665-5/7 cassatieberoep niet ertoe strekken de Raad van State te verplichten de feitelijke beoordeling van de Raad voor Vergunningsbetwistingen over te doen. In zoverre verzoeker de Raad van State uitnodigt de beoordeling van de feiten door de Raad voor Vergunningsbetwistingen opnieuw te maken, is het middel onontvankelijk. Ook de beoordeling door de Raad voor Vergunningsbetwistingen of het bestuur al dan niet een kennelijke beoordelingsfout heeft begaan, is als zodanig onaantastbaar. Het is maar wanneer de Raad voor Vergunningsbetwistingen bij het maken van die beoordeling afbreuk doet aan wettelijke bepalingen of algemene rechtsbeginselen, dat hiertegen in cassatie kan worden opgekomen. In zoverre verzoeker aan het bestreden arrest verwijt de als geschonden opgegeven bepalingen verkeerd te hebben toegepast, mist het middel feitelijke grondslag. Het bestreden arrest oordeelt immers dat de verwerende partij op afdoende wijze heeft verantwoord dat hetgeen wordt aangevraagd strijdig is met haar opvatting van de goede ruimtelijke ordening, waarbij ook rekening werd gehouden met de in de omgeving bestaande toestand. In zoverre het ontvankelijk is, is het middel dan ook ongegrond. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep. 2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. VII-41.665-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.665-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.884 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.