← België

Arrest 258904 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/02/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.904 Rolnummer: A. 236262/X-18130 Zaak: Arrest 258904 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-08 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-06-05 07:02 Fiche Arrest nr 258.904 van 23 februari 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.904 no lien 275982 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.904 van 23 februari 2024 in de zaak A. 236.262/X-18.130 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE MEISE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 29 april 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Meise van 28 februari 2022 tot “goedkeuring overeenkomst VV836-Mechelbaan 16” met betrekking tot de omgevingsvergunningsaanvraag voor het ontwikkelen van vier loten voor eengezinswoningbouw met infrastructuurwerken op een terrein te Meise (hierna: het betrokken terrein). II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. X-18.130-1/15 Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 november
  3. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gert Op De Beeck, die loco advocaat Joost Bosquet verschijnt voor verzoekster, en advocaat Kristof Leconte, die loco advocaat Dirk De Greef verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Het woonperceel van verzoekster ligt langs het kruispunt van de Mechelbaan en de Rodeweg in Meise en paalt aan het betrokken terrein. 3.
  6. Volgens de op de website geopunt.be opgenomen kaarten loopt de in de Atlas der Buurtwegen opgenomen voetweg nr. 50 parallel naast de Rodeweg. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit deze op elkaar geprojecteerde kaarten, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-18.130-2/15
  7. Op 2 maart 2021 dient de eigenaar van het betrokken terrein bij de gemeente Meise een omgevingsvergunningsaanvraag in voor het ontwikkelen van vier loten voor eengezinswoningbouw met infrastructuurwerken op dit terrein. De omgevingsvergunningsaanvraag bevat een “verkavelingsplan nieuwe toestand” (hierna: het verkavelingsplan) waarop aan de voorzijde van de loten 3 en 4 een strook “over te dragen aan het openbaar domein: 172 m²” geel is ingekleurd. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel van het verkavelingsplan, waarop het woonperceel van verzoekster is aangeduid. X-18.130-3/15
  8. Tijdens het openbaar onderzoek van 9 april 2021 tot 8 mei 2021 dient onder anderen verzoekster een bezwaarschrift in.
  9. Met een besluit van 19 juli 2021 keurt de gemeenteraad van de gemeente Meise een overeenkomst goed tussen de gemeente en de eigenaar van het betrokken terrein. In deze overeenkomst verbindt de eigenaar er zich toe de infrastructuur en alle nutsleidingen aan te leggen binnen twee jaar na de afgifte van de vergunning en “de infrastructuur gratis en onbelast van enige lasten over [te dragen] aan het gemeentebestuur”. Daarbij wordt gespecificeerd dat de oppervlakte van de grondafstand 172 m² is. 7.
  10. Met een besluit van 6 september 2021 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise onder voorwaarden de gevraagde omgevingsvergunning aan de eigenaar van het betrokken terrein. X-18.130-4/15 7.
  11. Tegen deze omgevingsvergunning stelt verzoekster op 7 oktober 2021 bestuurlijk beroep in bij de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant (hierna: de deputatie). 8.
  12. Tegen het in randnummer 6 bedoelde besluit van de gemeenteraad van 19 juli 2021 over de zaak der wegen dient verzoekster bestuurlijk beroep in bij de Vlaamse regering. 8.
  13. Met een besluit van 14 januari 2022 willigt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken het in het vorig randnummer bedoelde bestuurlijk beroep in en vernietigt zij het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Meise van 19 juli
  14. In dit besluit wordt het volgende overwogen: “Er zijn […] geen afdoende motieven in de bestreden beslissing zelf, noch in de bijgevoegde overeenkomst terug te vinden die de bestreden beslissing kunnen dragen in die zin dat wordt aangetoond, minstens aannemelijk gemaakt, dat de gemeenteraad de aanvraag ook zelf op grond van haar beoordelingsbevoegdheid heeft getoetst aan onder meer de beginselen en principes uit de artikelen 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen. In de bestreden beslissing zelf wordt onvoldoende beoordeeld, noch gemotiveerd hoe deze rekening houdt met de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aanpalende percelen. Het gegeven dat de beroepsindiener tijdens het openbaar onderzoek dezelfde bezwaren heeft geuit, zorgt voor een verhoging van de motiveringsverplichting in hoofde van de gemeenteraad van Meise. Dat zowel de bestreden beslissing, als de overeenkomst hierover zwijgen, schendt artikel 4, 1° en 3° Decreet Gemeentewegen. Ook de bezwaarschriften met betrekking tot de zaak van de wegen, werden niet door de gemeenteraad behandeld.”
  15. Met een besluit van 28 februari 2022 keurt de gemeenteraad van de gemeente Meise de in randnummer 6 bedoelde overeenkomst opnieuw goed. Dit is het bestreden besluit waarin omtrent de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren en de weerlegging ervan het volgende wordt gesteld: “Bezwaarschrift 2: […] Foutief wegtracé: Cliënte wil er de gemeente Meise eerst nogmaals op attent maken dat het tracé van de Rodeweg niet correct wordt weergegeven op de plannen gevoegd bij de aanvraag. Zoals de gemeente Meise maar al te goed weet werd bij de asfaltering de Rodeweg volledig op de eigendom van ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.904 X-18.130-5/15 cliënte verschoven en hebben de overburen van cliënte een deel van de officiële wegzate inge[n]omen door privatieve handelingen zoals de uitbreiding van hun opritten over de officiële wegzate. […] Ten gevolge van de verschuiving van de Rodeweg op de eigendom van cliënte en ter behoud van de breedte van de weg, had de gemeente initiatief genomen om de niet verharde berm van de haag van cliënte uit te graven tot in de wortelzone en de asfaltering uit te breiden. Wanneer de gemeente bijkomend initiatief nam voor het verwijderen van de haag, diende een kort geding procedure te worden aangespannen om deze onrechtmatige handelingen van de gemeente Meise stop te zetten. Tot op heden heeft de gemeente Meise nagelaten om de wegzate terug te realiseren op haar effectieve plaats zoals vastgesteld door de landmeter. Cliënte stelt nu met ontzetting vast dat de aangevraagde verkaveling en bijhorende aanleg van weginfrastructuur tot doel heeft deze onrechtmatige situatie te bestendigen door het wegtracé juist te verbreden aan de eigendom van cliënte waardoor cliënte op termijn voor voldongen feiten zou worden gesteld. Cliënte vraagt de gemeente Meise dan ook met aandrang een einde te maken aan dit foutieve wegtracé en in elk geval niet in te gaan op [de] gevraagde wegverbreding die de onwettige inname van het privé eigendom van cliënte enkel bestendigt. Als er al noodzaak is tot verbreding van het wegtracé dient dit te gebeuren aan de overzijde van de Rodeweg zoals duidelijk blijkt uit de vaststellingen van de landmeter. […] o Het bezwaar is ongegrond. De Rodeweg is een gemeenteweg waarbij de rooilijn wordt bepaald als de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen. Het eigendomsstatuut is hier niet van belang. Het openbaar domein omvat meer dan de geasfalteerde rijbaan maar ook de bermen, enz. Andere betwistingen aangaande de eigendom van de bezwaarindiener behoren niet tot de voorliggende aanvraag en worden hier niet beoordeeld. De aanvraag omvat een oppervlakte van 172m² om ingelijfd te worden bij het openbaar domein. Er zullen voorwaarden worden opgelegd aangaande de inrichting en het tracé. […] Bezwaarschrift 3: Gebrekkig rooilijnplan: In casu wordt de aanvraag gekoppeld aan een verbreding van buurtweg nummer 50 over een beperkte lengte. De verbreding wordt gerealiseerd door gratis grondafstand van het perceel van de aanvraag. De weg wordt vervolgens aangelegd op basis van het bijzonder bestek, gevoegd bij de aanvraag. Het bijgevoegde rooilijnplan/plan van grondafstand is onvolledig. Het plan maakt geen melding van de aanwezigheid van buurtweg nummer 50 en is daardoor behept met een belangrijke leemte. De impact van de wijziging op de buurtweg moet immers bij de besluitvorming over de zaak der wegen worden betrokken. Bijkomend wordt de op te heffen rooilijn niet expliciet aangeduid, zoals vereist door artikel 12, §2 DGW. […] o Het bezwaar is deels gegrond. Vermelde bezwaren of gebrekkige vermeldingen zijn gekend via de GIS-toepassingen in de gemeente. Gezien het wegtracé minimaal wordt gewijzigd en het over louter technisch ingrepen gaat, kan gesteld worden dat de wijzigingen ten opzichte van de bestaande toestand nihil (of tijdelijk) zijn. Het aanvraagdossier geeft voldoende weer ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.904 X-18.130-6/15 op welke breedte en oppervlakte de overdracht naar het openbaar domein betrekking heeft. In voorkomend geval dienen voorwaarden opgelegd te worden aangaande de inrichting. [De] verbreding van voetweg nr. 50 (Rodeweg) [kadert] in het realiseren van meer ruimte voor voetgangers via een semi-verharde strook […].” 10.
  16. Met een besluit van 21 april 2022 verwerpt de deputatie het in randnummer 7.2 bedoelde bestuurlijk beroep en verleent zij een voorwaardelijke omgevingsvergunning. 10.
  17. Bij arrest nr. RvVb-A-2223-0896 van 25 mei 2023 vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen het in het vorige randnummer bedoelde besluit en beveelt hij de deputatie een nieuwe beslissing te nemen over het bestuurlijk beroep van verzoekster. IV. Ontvankelijkheid Aangevoerde excepties 11.
  18. In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij in een eerste exceptie aan dat verzoekster heeft nagelaten tegen het bestreden gemeenteraadsbesluit het verplicht uit te putten georganiseerd bestuurlijk beroep in te stellen dat voorzien is in artikel 31/1 van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: het omgevingsvergunningsdecreet). 11.
  19. Als tweede exceptie betwist de verwerende partij in haar memorie van antwoord het actueel belang van verzoekster, nu de deputatie op 21 april 2022 in beroep de gevraagde omgevingsvergunning heeft verleend. Beoordeling 12.
  20. De artikelen 70 en 72 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet) hebben de artikelen 31 en X-18.130-7/15 31/1 ingevoegd in het omgevingsvergunningsdecreet, waarin het volgende wordt gesteld: “Art.
  21. §
  22. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg. De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. […] Art. 31/
  23. §
  24. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel
  25. […] Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan. §
  26. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op: 1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt; 2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt; 3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen. De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel
  27. §
  28. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. §
  29. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf
  30. Die termijn is een termijn van orde. De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing. §
  31. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd: X-18.130-8/15 1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen; 2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet; 3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.” Artikel 31/1 van het omgevingsvergunningsdecreet maakt alleen een bestuurlijk beroep bij de Vlaamse regering mogelijk tegen een gemeenteraadsbesluit over de zaak van de wegen dat voorafgaat aan de beslissing over de omgevingsvergunningsaanvraag in eerste bestuurlijke aanleg. Dit blijkt meer bepaald uit artikel 31/1, § 2, eerste lid, dat de beroepstermijn van dertig dagen voor het bestuurlijk beroep tegen het gemeenteraadsbesluit laat aanvangen door de bekendmaking van de voormelde beslissing over de omgevingsvergunningsaanvraag in eerste bestuurlijke aanleg of het verstrijken van de beslissingstermijn daarvoor. Te dezen dateert de beslissing over de omgevingsvergunningsaanvraag in eerste bestuurlijke aanleg van 6 september 2021 (randnr. 7.1). Daar het bestreden gemeenteraadsbesluit genomen is op 28 februari 2022 is het posterieur aan deze beslissing en kon er geen bestuurlijk beroep bij de Vlaamse regering tegen worden ingesteld. Bijgevolg dient de eerste exceptie te worden verworpen. 12.
  32. De tweede exceptie kan evenmin worden aangenomen, alleszins omdat de op 21 april 2022 door de deputatie verleende omgevingsvergunning vernietigd is door de Raad voor Vergunningsbetwistingen (randnr. 10.2). V. Onderzoek van het enige middel Standpunten van de partijen 13.
  33. Het enige middel is onder meer afgeleid uit de schending van de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.904 X-18.130-9/15 beginselen van behoorlijk bestuur en “uit ontstentenis van de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag”. 13.
  34. Verzoekster stelt dat haar tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschrift in het bestreden besluit op basis van gebrekkige motieven terzijde is gelegd. Zij bekritiseert de redengeving in het bestreden besluit aangaande haar bezwaren over het tracé van de Rodeweg. Waar de gemeente voor het eerste gedeelte van de Rodeweg reeds duidelijk had beslist om de rijbaan uit te breiden aan de onpare zijde van de straat, wordt er in het bestreden besluit zonder enige gedegen motivering plots van afgeweken door de Rodeweg te verbreden aan de andere zijde. In het bestreden besluit wordt de motivering ten onrechte toegespitst op het eigendomsstatuut van de Rodeweg en de irrelevantie hiervan om het bezwaar te weerleggen betreffende het tracé. De motivering om het bezwaar van verzoekster betreffende het tracé terzijde te schuiven is gebrekkig en miskent de draagwijdte van het bezwaar.
  35. In haar memorie van antwoord herneemt de verwerende partij de weerlegging van de bezwaren en de relevante beoordeling in het deputatiebesluit van 21 april 2022 dat in beroep de omgevingsvergunning heeft verleend. Zij antwoordt dat het niet is omdat verzoekster het niet eens is met deze motivering dat deze gebrekkig zou zijn. Wat het bezwaar in verband met het tracé betreft, merkt de verwerende partij op dat deze grief door de minister als volgt werd weerlegd in haar besluit van 14 januari 2022 inzake het bestuurlijk annulatieberoep tegen de gemeenteraadsbeslissing van 19 juli 2021: “Beroepsindieners bekritiseren dat de weergave van de Rodestraat een eigendomsmiskenning inhoudt, doordat de huidige bedding in plaats van de vroegere bedding wordt weergegeven op het rooilijnplan. Overeenkomstig artikel 2, 6° van het Decreet Gemeentewegen is een gemeenteweg een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt en dit ongeacht de eigenaar van de grond. Het gemeentelijk rooilijnplan is daarbij het verordenende plan waarbij de huidige en toekomstige grenzen van een gemeenteweg worden bepaald. Indien dergelijk rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen. Vastgesteld dient bijgevolg dat de eigendomstoestand voor het statuut van de Rodeweg als gemeenteweg, niet relevant is. Bovendien erkent de gemeenteraad in de bestreden beslissing dat de Rodeweg een openbaar ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.904 X-18.130-10/15 karakter kent, doch gesitueerd is op private eigendom. Dit doet geen afbreuk aan het statuut van de Rodeweg als gemeenteweg. Bovendien voorziet de aanvraag een verbreding van de Rodeweg en dus aanpassing van de rooilijn voorbij de eigendom van beroepsindieners. Tot slot wordt op het rooilijnplan, bij gebreke aan gekend rooilijnplan, de bestaande Rodeweg weergegeven om daartegenover de nieuwe rooilijn duidelijk te maken. Zodoende is geen sprake van een foutieve afbakening van de Rodeweg.”
  36. In haar laatste memorie wijst de verwerende partij erop dat reeds een opmetingsplan van 1952 aangeeft dat de gevormde wegzate van de Rodeweg, gelegen op private eigendom, een breedte heeft van gemiddeld 3,10 meter waaronder de helft van de voetweg nr.
  37. De andere helft van deze voetweg ligt op het private eigendom van de aangelanden aan de rechterzijde. De Atlas der buurtwegen vermeldt voor de voetweg een totale breedte van 1,65 meter. Het opmetingsplan uit 2017 bevestigt dat de Rodeweg een totale breedte van 3,30 meter heeft. Dit betekent dat de vernieuwde Rodeweg over een breedte van 2,95 meter werd aangelegd op de linker gelegen eigendommen, te weten verzoeksters woonperceel en de loten 3 en 4 van de nieuwe verkaveling, en de resterende 35 centimeter op de rechtergelegen eigendommen. Op het rooilijnplan van de verkaveling werd de erfgrens van de te verkavelen grond aan de Rodeweg correct weergegeven, namelijk in de as van de voetweg nr.
  38. Het tracé van deze voetweg werd weliswaar niet volledig aangeduid op het rooilijnplan bij de verkaveling. Zo ontbreekt de linkergrenslijn van het voetwegtracé binnen de wegzate van de Rodeweg. Het rooilijnplan geeft een aanduiding van de huidige erfgrens van het te verkavelen grondstuk met de aanduiding van de nieuwe grenslijn aan de linkerzijde op de site en bakent hiermee in een geel gemarkeerde kleur de gratis grondafstand (oppervlakte 126 m² (lees: 172 m²)) aan. De bestaande rooilijnen van de voetweg nr. 50 zijn als dusdanig niet benoemd op het plan, idem dito voor de nieuwe rooilijn. Maar het plan biedt wel voldoende informatie om met kennis van zaken een beslissing over de zaak van de wegen te kunnen nemen, zeker als dit plan samen gelezen wordt met het opmetingsplan uit
  39. X-18.130-11/15 Beoordeling
  40. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden. Dit impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. De zorgvuldigheid verplicht de overheid onder meer om nauwgezet te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en om ervoor te zorgen dat de relevante feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk in kaart worden gebracht, zodat zij met kennis van zaken en op grond van een volledig en behoorlijk onderzoek van het concrete geval kan beslissen. Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is.
  41. Sedert de inwerkingtreding van het gemeentewegendecreet verloopt de wijziging van een bestaande gemeenteweg op één van de wijzen die uitdrukkelijk door dit decreet voorzien zijn. In principe gebeurt deze wijziging steeds via de opmaak van een gemeentelijk rooilijnplan volgens de bepalingen van afdeling 2 “Procedurele bepalingen over gemeentelijke rooilijnplannen” van hoofdstuk 3 van het decreet (hierna: de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het gemeentewegendecreet). Uitzonderlijk laat artikel 12, § 2, van het gemeentewegendecreet toe af te wijken van de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het gemeentewegendecreet, door meer bepaald de creatie of wijziging van een gemeenteweg op te nemen in een omgevingsvergunningsaanvraag (hierna: de afwijkingsmogelijkheid van artikel 12, § 2, van het gemeentewegendecreet). Zoals deze bepaling uitdrukkelijk stelt, geldt deze afwijkingsmogelijkheid “voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.904 X-18.130-12/15 gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen”. Ter zake eist artikel 16, § 2, eerste lid, van het gemeentewegendecreet het volgende: “§
  42. Het gemeentelijk rooilijnplan bevat minstens de volgende elementen: 1° de actuele en toekomstige rooilijn van de gemeenteweg; […].” Te dezen moet worden vastgesteld dat – in weerwil van de hiervoor geciteerde bepaling – het aanvraagdossier geen weergave bevat van de actuele rooilijn van de betrokken gemeenteweg. Het dossier bevat immers geen grafisch plan waarop die rooilijn is aangeduid. Het enkele feit dat het verkavelingsplan – met de woorden van de verwerende partij – “een aanduiding [bevat] van de huidige erfgrens van het te verkavelen grondstuk” volstaat daarvoor niet. Dat de voornoemde tekortkoming des te problematischer is, volgt uit het feit dat – zeker in het licht van de weergave op de website geopunt.be (randnr. 3.2) – de stukken van het administratief dossier en de uiteenzetting van de verwerende partij doen blijken van verwarring over de ligging van de in de Atlas der Buurtwegen opgenomen voetweg nr. 50 en van de Rodeweg. Zo wordt in de tekst van het bestreden gemeenteraadsbesluit deze voetweg gelijkgeschakeld met de Rodeweg, terwijl in de laatste memorie van de verwerende partij wordt betoogd dat (slechts) de helft van de voetweg nr. 50 samenvalt met de Rodeweg. Te dezen kunnen de relevante feitelijke en juridische aspecten enkel deugdelijk in kaart worden gebracht door middel van een grafisch plan met aanduiding van zowel de integrale actuele rooilijnen van de gehele Rodeweg als het tracé van voetweg nr. 50, doch dergelijk plan ontbreekt. Het blijkt dan ook niet dat de verwerende partij de relevante feiten met de vereiste zorgvuldigheid heeft vastgesteld.
  43. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. VI. Anonimisering
  44. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.904 X-18.130-13/15 niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt verzoekster dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
  45. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Meise van 28 februari 2022 tot “goedkeuring overeenkomst VV836-Mechelbaan 16” met betrekking tot de omgevingsvergunningsaanvraag voor het ontwikkelen van vier loten voor eengezinswoningbouw met infrastructuurwerken op een terrein aan de Mechelbaan 16 te Meise, kadastraal bekend als 1ste afdeling, sectie E, nr. 126/m
  46. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  47. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoekster.
  48. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. X-18.130-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.130-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.904 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.