id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.909 Rolnummer: A. 238984/X-18384 Zaak: Arrest 258909 - Monumenten en Landschappen - 23/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-27 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-05 07:03 Fiche Arrest nr 258.909 van 23 februari 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 258.909 van 23 februari 2024 in de zaak A. 238.984/X-18.384 In zake: de GEMEENTE PELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Floris Sebreghts en Jean-Christophe Beyers kantoor houdend te 2600 Antwerpen-Berchem Borsbeeksebrug 36, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64, bus 201 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 april 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 3 februari 2023 tot definitieve bescherming van De Holen in Pelt als cultuurhistorisch landschap met overgangszones. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend op 2 augustus
- X-18.384-1/5 Op respectievelijk 7 december 2023 en 13 november 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 januari
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jean-Christophe Beyers, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Wannes Op de Becq, die loco advocaat Stijn Brusselmans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: Raad van State-wet). III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de Raad van State-wet stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. X-18.384-2/5 Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de Raad van State-wet en van artikel 14bis, § 1, van het algemeen procedurereglement. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van het algemeen procedurereglement nadat de memorie van antwoord op 2 augustus 2023 door Bpost werd uitgereikt.
- Betwist verzoekster niet dat zij bij de keuze van woonplaats per vergissing melding heeft gemaakt van het oude kantooradres van haar advocaten, aan de Mechelsesteenweg 27 te 2018 Antwerpen, dit is volgens haar niet de eigenlijke reden ervan dat zij niet tijdig een memorie van wederantwoord heeft ingediend. Die eigenlijke reden is dat niet alleen Bpost een afwezigheidsbericht achterliet op het oude adres, waarop de advocaten dus niet meer gevestigd waren, maar dat Bpost daarenboven, en vooral, de voor verzoekster bedoelde aangetekende zending op het postkantoor uitreikte aan A. B., die geen bestemmeling van de zending was. Er is, aldus verzoekster, sprake van overmacht.
- De verwerende partij verklaart ter terechtzitting dat niet te betwisten.
- In een bericht van 18 december 2023 bevestigt Bpost dat niet kan worden uitgesloten dat het afwezigheidsbericht niet in de brievenbus van de advocaten van verzoekster is terechtgekomen én dat de aangetekende zending inderdaad is uitgereikt aan A. B. Dat, zoals Bpost doet gelden, A. B., toen hij de aangetekende zending op het postkantoor afhaalde, bij de ondertekening onder meer zijn rijksregisternummer heeft opgegeven, doet er niet aan af dat hij manifest niét de bestemmeling van de aangetekende zending was. X-18.384-3/5
- In de gegeven omstandigheden wordt aangenomen dat verzoekster in een geval verkeerde van praktische onmogelijkheid om een tijdige memorie van wederantwoord in te dienen, terwijl die onmogelijkheid niet wezenlijk op haar fout teruggaat.
- Er is geen reden om met toepassing van artikel 21, tweede lid, van de Raad van State-wet en artikel 14bis van het algemeen procedurereglement vast te stellen dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- Het debat wordt heropend.
- De Raad van State verwijst de zaak naar de gewone procedure. X-18.384-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.384-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.909 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.521 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div