id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.921 Rolnummer: A. 241226/VII-42397 Zaak: Arrest 258921 - Dierenwelzijn - 26/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-29 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-11 03:23 Fiche Arrest nr 258.921 van 26 februari 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.921 no lien 275988 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.921 van 26 februari 2024 in de zaak A. 241.226/VII-42.397 In zake: C.H. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Caroline Pirard kantoor houdend te 3840 Borgloon Boeshovenweg 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 15 februari 2024, strekt tot:
- a)de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van 15 januari 2023 waarbij twee paarden en een veulen in volle eigendom worden gegeven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven, onder verbeurte van een dwangsom van 500,00 € per dag vanaf de uitspraak van het arrest ;
- b)het bevelen, bij uiterst dringende noodzakelijkheid, van de voorlopige maatregel dat de drie voormelde dieren terug in eigendom, minstens in het bezit van verzoeker worden gesteld en dat hij ze dient te bewaren in de hiervoor voorziene weide, in afwachting van de beslissing inzake de vernietiging van de bestemmingsbeslissing. VII-42.397-1/8 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 februari 2024, om 14.30 u. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marc Pirard, die loco advocaat Caroline Pirard verschijnt voor verzoeker en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.1. Op 17 november 2023 stelt een inspecteur van de lokale politie vast dat er zich op een drassige weide twee paarden en een veulen bevinden die ondervoed lijken en niet over voedsel of water beschikken. Na contactname met de afdeling Dierenwelzijn van de verwerende partij, beslist de inspecteur over te gaan tot inbeslagname van de dieren en de plaatsing ervan in een asiel. 3.2. Verzoeker is de eigenaar van de in beslag genomen dieren. Hij wordt op 6 december 2023 door de lokale politie verhoord. VII-42.397-2/8 3.3. De verwerende partij beslist op 15 januari 2024 om de dieren in volle eigendom te geven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven. Het is het bestreden besluit, dat steunt op volgende motieven : “De vaststellingen en foto’s d.d. 17/11/2023 geacteerd in PV […]. - De lokale politie PZ Zennevallei gaat naar een weide in de […] te Beersel naar aanleiding van een melding over onaangepaste verzorging en huisvesting van 2 paarden en een veulen; - Bij aankomst is een van de paarden aan de stam van een naburige struik aan het eten; het betreft de zogende merrie; deze merrie staat heel mager; - De weide ligt er heel drassig en modderig bij, grote plassen zijn zichtbaar; - Op het terrein steken diverse betonnen palen uit, sommigen voorzien van draden; - De weide is deels afgesloten met palen en draden, maar niet met elektriciteit voorzien; - Het veulen is ontsnapt en staat te grazen in de naburige weide; er komt snot uit een van de neusgaten van het veulen; - Op de weides staat nauwelijks gras; er is nergens hooi of ander voeder te vinden; - De drinkbakken zijn leeg; - De paarden hebben nergens toegang tot beschutting; - Gezien de slechte weersomstandigheden van de laatste dagen, staan de dieren nat; - Volgens getuigen hebben de paarden sinds dinsdagavond, de controle vindt plaats op zondag, geen voeder meer gehad, toen werd het laatste keer hooi gegeven; Wat erop wijst dat de dieren niet werden gehouden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften, waardoor hun welzijn ernstig werd geschaad. Het verhoor van betrokkene op 6/12/2023 waarin hij onderstaande verklaart: - Hij is van mening dat zijn paarden onterecht in beslag werden genomen op 17/11/2023; - Hij is verwonderd dat hij niet in kennis werd gesteld van de klachten of meldingen inzake het welzijn van zijn paarden; - Hij wil zijn paarden graag terug; - De zogende merrie stond mager omdat ze makkelijk bloedwormen aanmaakt; - De bloedwormen nemen een groot deel van het voedsel op en daarbij ook het feit dat ze haar veulen zoogt, zorgt voor groot gewichtsverlies; op 18/8/2023 werd dit vastgesteld door zijn dierenarts; - Ondanks een kuur van de dierenarts en regelmatig voederen, bleef de merrie zeer mager; VII-42.397-3/8 - Hij vindt het vreemd dat de merrie nog steeds mager stond, maar had nog geen stappen ondernomen om zijn dierenarts hierover aan te spreken; - Op 16/11/2023 had hij melding gekregen van […] de persoon die de paarden ’s morgens komt voederen, dat het veulen veel snot had; - Hij wou dit eerst zelf vaststellen en had de intentie om de dierenarts te contacteren hiervoor en dan zou hij ook tegelijkertijd het probleem van de zogende merrie ook aankaarten; - De omheining was in orde volgens hem; afgemaakt met palen en speciaal geleide draden voorzien van elektriciteit; - Volgens hem stond er op moment van de inbeslagname spanning op, en hij begrijpt niet hoe het veulen op het wandelwegje stond; - De weides waren drassig en modderig door de regenval; de paarden hadden toegang tot een achterliggende weide waar wel nog gras op stond; - Hij heeft er niet bij stilgestaan dat de paarden zich konden kwetsen aan de obstakels in de weide; de weide werd voor hem ook verhuurd als paardenweide en zover hij weet waren er nooit klachten; - Hij is er zich van bewust dat er geen schuilhok of andere vorm van beschutting aanwezig was op de weide; deze weide was slechts een tijdelijke oplossing want op 1 december gingen de paarden verhuizen naar een andere weide; - De paarden worden tweemaal per dag gevoederd; er werd hooi, korrels en water gebracht; het hooi werd meerdere keren per week in botten aangeleverd en als het mindere hoeveelheden betrof werd dit dagelijks gedaan; - Het water bracht hij dagelijks in witte bidons, in totaal 60 liter; - Soms vulde hij de bakken tot driemaal per dag; hij is totaal verbaasd dat de waterbakken leeg waren op de dag van de inbeslagname, dit was nog nooit eerder gebeurd; - Hij is er zich nu van bewust dat de weide niet geschikt was voor paarden en wenst al het nodige te doen om de paarden in de beste omstandigheden onder te brengen; - Hij gaat ze onderbrengen op een weide in Huizingen; hij zal hierop een schuilhok aanbrengen; Bijlagen aan het verhoor: - Stamboom van Iron Lady; - Bewijs controle dierenarts eind augustus; bloedwormen en bloedonderzoek: leverwaarden slecht; - Foto + huurcontract nieuwe weide dd. 9/12/2023; - Foto elektrische beveiliging; - 2 foto’s als bewijs dat paarden hooi kregen, veulentje ligt op beide foto’s op het hooi; - Foto dd. 18/12/2023 van start bouw schuilstal; VII-42.397-4/8 - Afwezigheidsattest wegens ziekte van 4/12/2023 tot en met 8/12/2023, volgens betrokkene omdat hij het psychisch zwaar heeft door de inbeslagname; - 2e afwezigheidsattest van 9/12/2023 tot en met 17/12/2023; Bovenstaande verklaringen wijzen er op dat betrokkene: - Geen verklaring kan geven voor de ondervoede toestand van de andere, niet zogende, merrie; - De feiten ontkent en bovendien niet kan verklaren waarom er geen hooi en geen water was op 17/11; - Tussen augustus en half november geen stappen gezet heeft ondanks de niet verbeterende voedingstoestand van de zogende merrie en er een probleem van bloedwormen was; - Enerzijds zegt dat de weide voldeed hoewel de vaststellingen duidelijk aantonen dat dit niet het geval was, en anderzijds zegt dat hij inziet dat de weide niet voldeed maar geen stappen gezet heeft om de dieren daar (sneller) weg te halen; - Niet inziet dat een jong dier (veulen) en een (zogende) merrie in dergelijke slechte voedingstoestand weinig reserves hebben en dus zeker van beschutting moesten voorzien zijn; - Meldt dat de bovenliggende weide wel droog was en er nog gras opstond, maar niet inziet dat gras tijdens deze periode van het jaar onvoldoende voedingsstoffen bevat en al helemaal onvoldoende is voor een zogende merrie; - Zich niet bewust is van het (potentieel) gevaar op de weide door de aanwezige obstakels/materialen; - Niet inziet dat verandering van weide de voedingstoestand van de paarden niet gaat oplossen; dit gaat enkel de huisvesting verbeteren; Het dierenartsenverslag van het asiel waaruit blijkt dat: - Merrie met chipnummer […]: ondervoede staat; -1 op basis van BCS; vitale organen ok, tanden moeten bijgevijld worden; - Merrie met chipnummer […]: ondervoede en heel magere staat, -2 op basis van BCS; vitale organen nog ok; tanden moeten bijgevijld worden; - Veulen: extreem paniekerig, moest gesedeerd worden om behandeld en vervoerd te worden; -1 op basis van BCS; Wat erop wijst dat betrokkene heeft nagelaten al zijn dieren de nodige algemene (en medische) zorgen te bieden waardoor de dieren gedurende een ruime periode fysiek geleden hebben; De feiten zijn ernstig, het welzijn van de dieren was sterk geschaad, betrokkene ziet niet in dat de aangetroffen toestand van de dieren geheel niet voldoet aan de geldende normen voor het dierenwelzijn; Betrokkene wenst de dieren terug en is bezig aan een nieuw schuilhok op een andere weide doch door de ernstige toestand van de dieren t.g.v. de gebrekkige verzorging blijft er onvoldoende zekerheid dat de dieren op een andere locatie wel goed verzorgd zullen worden; VII-42.397-5/8 Uit bovenstaande blijken onvoldoende garanties dat het welzijn van de dieren gewaarborgd kan worden, waardoor een teruggave onverantwoord zou zijn; De kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen; De dieren hebben geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde die in verhouding staan tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften.” 3.4. Het erkende asiel biedt de dieren aan voor adoptie, en preciseert daarbij dat de merrie Iron Lady enkel samen met haar veulen kan worden geadopteerd omdat zij niet van elkaar mogen worden gescheiden. Op 14 februari 2024 worden de twee merries geadopteerd. IV. Uiterst dringende noodzakelijkheid 4. Verzoeker vordert dat de Raad van State bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestuurshandeling, en een voorlopige maatregel, zou bevelen. Op dergelijke vordering kan maar worden ingegaan onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing (artikel 17, § 1 en § 4, van de RvS-wet). 5. Verzoeker gaat in zijn verzoekschrift niet uitdrukkelijk in op de vereiste van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Wel zet hij onder de titel “Spoedeisend karakter en noodzaak tot schorsing” het volgende uiteen: “12. Middels bestemmingsbeslissing van 15.01.2024 is de eigendom van de drie paarden aan [verzoeker] ontnomen.[…] [Verzoeker] heeft per afzonderlijk verzoekschrift de nietigverklaring van de beslissing gevorderd, maar dit beroep werkt niet schorsend. De eigendomstitels blijven in afwachting hiervan bij het asiel. Het asiel heeft de paarden ter beschikking voor adoptie gesteld. […] Het reële risico bestaat dat de paarden op elk ogenblik geadopteerd worden, ontvreemd uit de eigendommen van het asiel, voordat een uitspraak inzake ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.921 VII-42.397-6/8 de vernietiging van de beslissing volgt. Ongeacht de uitkomst inzake de vernietigingsprocedure zou [verzoeker] de eigendom van zijn paarden verliezen. Er dreigen onherroepelijke schadelijke gevolgen te ontstaan (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-2013, 5-2277/1, 13). 13. Uit bovenvermelde middelen […] blijkt dat het ontnemen van de paarden gebaseerd is op eenzijdige, vluchtig gedane vaststellingen en dat de actie disproportioneel is. Ten slotte onderschat verwerende partij schromelijk de waarde van de paarden. Zij stelt dat zij geen reële verkoopwaarde hebben, doch merrie Iron Lady HB Z is een paard dat heeft deelgenomen aan internationale jumpingwedstrijden. In het professionele circuit heeft zij een geschatte waarde van +/- 50.000 EUR. Daarnaast is het veulen het resultaat van een kostelijke inseminatie (2.000,00 EUR) met het oog op een goede kruisbestuiving tussen twee raszuivere paarden met stamboom. Dit veulen kan een zeer vruchtbare, waardevolle toekomst hebben. Het ontvreemden van de paarden en de reële kans op adoptie betekenen dat [verzoeker] een zeer groot financieel nadeel dreigt te lijden. De geringe vaststellingen op één dag, waarbij [verzoeker] meteen remediërende maatregelen heeft aangekondigd die eenvoudigweg in de wind worden geslagen, zijn volstrekt onvoldoende om de verdere uitvoering van de bestemmingsbeslissing te verantwoorden.” Met deze uiteenzetting beperkt verzoeker zich ertoe de gegevens aan te halen die volgens hem de spoedeisendheid van het bevelen van de gevraagde schorsing en voorlopige maatregel rechtvaardigen, in de zin van artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’, maar verzuimt hij specifiek de feiten uiteen te zetten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen zoals wordt vereist door artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van dat koninklijk besluit. 6. In zoverre uit deze uiteenzetting kan worden afgeleid dat de uiterst dringende noodzakelijkheid volgens verzoeker erin zou bestaan dat enkel met de onmiddellijke tussenkomst van de Raad van State het risico kan worden afgewend dat de paarden zouden worden geadopteerd, volstaat de vaststelling dat de paarden inmiddels werden geadopteerd om te besluiten dat aan de vereiste van de uiterst dringende noodzakelijkheid niet is voldaan. Het risico dat verzoeker VII-42.397-7/8 wenste te voorkomen met zijn vordering, kan door de Raad van State niet meer worden afgewend. 7. Er is niet voldaan aan de vereiste van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-42.397-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.921 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.400 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div