← België

Arrest 258924 - Niet begeleide minderjarigen - 26/02/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.924 Rolnummer: A. 238933/VII-41998 Zaak: Arrest 258924 - Niet begeleide minderjarigen - 26/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-02-27 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-11 03:23 Fiche Arrest nr 258.924 van 26 februari 2024 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.924 no lien 275989 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.924 van 26 februari 2024 in de zaak A. 238.933/VII-41.998 In zake : P.N. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Oriane Todts kantoor houdend te 1060 Brussel Henri Jasparlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Oud-Heverlee Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Verzoeker dient met een enig verzoekschrift op 21 april 2023 een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 20 februari 2023 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over VII-41.998-1/15 de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 september 2023, om 14 uur. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Benoit Dhondt, die loco advocaat Oriane Todts verschijnt voor verzoeker, en advocaat Ine De Cneudt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoeker komt België binnen en hij wordt op 1 augustus 2022 als niet-begeleide minderjarige vreemdeling aangemeld door de dienst Vreemdelingenzaken bij de dienst Voogdij. Hij heeft verklaard van Afghaanse nationaliteit te zijn en 16 jaar oud te zijn (administratieve geboortedatum 31 augustus 2006). De dienst Vreemdelingenzaken uit twijfel over verzoekers voorgehouden leeftijd. Op 5 augustus 2022 ondergaat verzoeker in het Militair Ziekenhuis Koningin Astrid te Neder-Over-Heembeek een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. VII-41.998-2/15 De dienst Voogdij beslist op 21 augustus 2022 op grond van het voormelde medisch onderzoek verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat hij geen voogd zal krijgen. 3.
  5. Op 14 september 2022 bezorgt verzoekers advocaat kopieën van een Afghaans identiteitsdocument en van een schoolrapport aan de dienst Voogdij. Op 27 september 2022 bezorgt hij ook verzoekers originele taskara. De dienst Voogdij beslist op 7 oktober 2022 opnieuw dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. Hij steunt zich op een advies dat het paspoort vals is en hij acht verder het verschil tussen de jongste leeftijd volgens het medisch onderzoek en verzoekers voorgehouden leeftijd te groot. 3.
  6. Op 20 februari 2023 beslist de verwerende partij op basis van een aanvullend verslag van de Universiteit Antwerpen opnieuw om verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat hij geen voogd zal krijgen. Zij beslist tevens dat deze beslissing de beslissingen van 21 augustus 2022 en 7 oktober 2022 vervangt. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  7. Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van artikel 7, § 3, van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002 (hierna: voogdijwet), van artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 ‘tot uitvoering van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002’ (hierna: koninklijk besluit van VII-41.998-3/15 22 december 2003), van het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, van de rechtszekerheid, van het gewettigd vertrouwen en een kennelijke beoordelingsfout. Verzoeker voert aan dat de adviezen van de ambtenaar-geneesheer waarnaar de bestreden beslissing verwijst niet toelaten met voldoende zekerheid te besluiten dat hij ouder is dan 18 jaar, dat de bestreden beslissing niet voldoet aan de voorwaarden voor motivering door verwijzing en dat de bestreden beslissing tegenstrijdig is gemotiveerd doordat ze de beslissing van 7 oktober 2022 vervangt maar geen rekening houdt met het bijgebrachte identiteitsdocument. Hij licht dit toe in drie middelonderdelen: “Première branche Le requérant a déclaré être né le 31 août
  8. Sur la base de ses déclarations il était donc âgé, au moment de l’examen, de quinze ans. Un doute a cependant été émis sur son âge déclaré par l’office des étrangers et un examen médical a été réalisé sous le contrôle du Service des Tutelles. Suite au résultat du test d’âge, le Service des Tutelles a pris une décision de détermination de l’âge du requérant en date du 5 août 2022 dans laquelle il considère que le requérant serait vraisemblablement âgé de 20,8 ans avec un écart-type de 1,7 ans. Cet avis se fonde sur deux radiographies, le requérant ne présentant pas de dents de sagesse. Le médecin spécialiste mentionne, s’agissant des radiographies des mains et poignets, que le requérant présente un squelette « mature » et serait donc âgé de plus de 19 ans, avec une variation possible d’un an et demi. Au sujet de cet examen, le rapport de la Plateforme Mineurs en Exile indique […]: ‘Cette méthode consiste en une analyse de l’état de progression de la fusion des cartilages responsables de la croissance en longueur. La croissance s’achève à la disparition des zones de cartilage par ossification, quand les zones de calcification se rejoignent et fusionnent. S’il ressort à l’examen que les zones de calcification ont fusionné, on considère que l’âge osseux d’un adulte a été atteint mais on ne peut déterminer quand cet âge a été atteint. Cette méthode d’examen n’a pas été développée pour tirer des conclusions quant à l’âge réel sur base de l’âge osseux, mais pour d’autres raisons : ces tables ont été élaborées pour définir une maturation osseuse précoce ou tardive par rapport à la moyenne et ainsi déceler des retards de croissance de l’enfant ou de l’adolescent. Ces tables étaient donc destinées à évaluer l’âge du squelette en connaissant l’âge chronologique et non l’inverse. En Belgique, nous utilisons donc la méthode GP de manière inversée sans que la fiabilité de cette inversion ait été validée par les auteurs de cette méthode’ […]. En 2007, l'institution médicale française, l'Académie nationale de Médecine, s'est prononcée sur la fiabilité des examens médicaux visant à déterminer ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.924 VII-41.998-4/15 l'âge à fins judiciaires et la possibilité d'amélioration en la matière pour les mineurs isolés. Elle avait confié à un groupe d'experts la rédaction d'un rapport répondant à la question posée. Par un avis émis le 16 janvier 2007, l'Académie nationale constate que : ‘(…) la lecture de l’âge osseux par la méthode de Greulich et Pyle universellement utilisée, permet d'apprécier avec une bonne approximation l'âge de développement des adolescents en dessous de seize ans. Cette méthode ne permet pas de distinction nette entre seize et dix-huit ans’ L’examen des mains et poignets ne peut être considéré à lui seul comme suffisant pour fonder le constat que le requérant serait majeur. Le requérant constate que précédemment, le même médecin indiquait, lorsqu’il contestait une fusion complète de la diaphyse distale et de l’épiphyse du radius, que cet élément permettait de conclure à un âge de 19 ans, avec un écart-type de 1,5 ans […]. Cette mention avait disparu des dernières décisions, suite à des recours dirigés auprès de Votre Conseil contre ces décisions, pour se contenter de faire référence à un âge adulte, sans la moindre précision supplémentaire sur la notion ‘d’âge adulte’ et sans mention d’écart-type. A présent, dans son avis complémentaire, le médecin confirme à nouveau la réfélrece à un âge de 19 ans avec un écart-type de 1,5 ans, lorsqu’il a égard à un ‘squelette mature’ (ou ‘squelette adulte’, selon les formulations ou décisions). Or, eu égard à la variation de 1,5 ans par rapport à un âge estimé de 19 ans, ce test ne permet pas en lui-même d’exclure que le requérant soit mineur, le médecin n’excluant ainsi pas que le requérant puisse avoir 17 ans et demi. La décision attaquée, à la différence de la décision de 21 août 2023 [lees: 2022] qui a été retirée par la partie adverse, il est précisé : ‘Voor het hand-polsgewricht geldt dat een volledige verbening overeenkomt met een volwassen skeletale leeftijd. Voor mannen komt dit overeen met een leeftijd van 19 jaar of ouder. Bij deze test hoort een standaarddeviatie van 1,5 jaar. Echter, een volwassen hand-polsgewricht kan betekenen dat deze persoon 20 jaar, 30 jaar of 60 jaar oud is. Derhalve heeft het bij mensen met een volwassen handpols-gewricht geen zin om rekening te houden met deze standaarddeviatie. De medische toont dat u ouder dan 18 jaar bent.’ Cet élément est repris d’un courrier du 3 février 2023 du Dr De Smet, médecin à l’hôpital universitaire d’Anvers qui indique : ‘Voor het hand-polsgewricht geldt dat een volledige verbening overeenkomt met een volwassen skeletale leeftijd. Voor mannen komt dit overeen met een leeftijd van 19 jaar of ouder. Bij deze test hoort een standaarddeviatie van 1,5 jaar. Echter, een volwassen hand-polsgewricht kan betekenen dat deze persoon 20 jaar, 30 jaar of 60 jaar oud is. Derhalve heeft het bij mensen met een volwassen handpols-gewricht geen zin om rekening te houden met deze standaarddeviatie. In het geval van een volledig beëindigde skeletale groei van het handpolsgewricht, zal het resultaat van de handpolsradiografie daarom niet meer meetellen voor de eigenlijke leeftijdsschatting, net omdat men niet juist kan vaststellen sinds hoeveel dagen, maanden of jaren deze groei volledig ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.924 VII-41.998-5/15 beëindigd is. De resultaten van de andere twee radiologische onderzoeken zijn dan determinerend. Op basis van de resultaten van het orthopantomogram en opnamen van het mediale clavicula-uiteinde kunnen we met redelijke wetenschappelijke zekerheid stellen dat [P.N.] op de datum van het onderzoek ouder was dan 18 jaar.’ La motivation de la décision n’est néanmoins ni compréhensible, ni conforme aux éléments du dossier administratif. L’avis du Dr De Smet ne contredit nullement le fait que l’écart-type d’un an et demi constitue une marge d’erreur et que le résultat du test n’exclut pas un âge de 17,5 ans. Que le requérant puisse avoir trente ou soixante ans sur base des résultats de ce test n’est nullement pertinent, l’écart-type visant à déterminer, dans le cas d’espèce, la marge minimale d’appréciation de l’âge du requérant et respecter le prescrit de l’article 7, § 3 du Titre XIII, chapitre 6, « Tutelles des mineurs étrangers non accompagnés » de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 qui dispose que ‘En cas de doute quant au résultat du test médical, l'âge le plus bas est pris en considération’. De plus, l’avis médical conclut que les deux autres radiographies sont déterminantes et que sur la base de l’orthopantomogram, soit l’examen dentaire, et de l’examen de la clavicule médiale, il peut être conclu à la majorité du requérant. Cet élément est contradictoire, puisqu’aucun examen dentaire n’a pu être réalisé. Il ressort en effet de l’examen médical du 5 août 2022 que les dents de sagesse sont absentes et qu’il ne peut être procédé à aucune détermination de l’âge du requérant sur cette base. S’agissant de l’examen de la clavicule, le médecin constate une fusion partielle, indicatrice d’un stade
  9. Le médecin conclut, sur la base de l’étude de Schmeling, à un âge moyen de 20,8 ans avec une variation de 1,7 ans. Or, de nombreuses études ont été réalisées au sujet de l’examen de la clavicule. Certaines de ces études ont constaté une fusion partielle, comme c’est le cas du requérant, dès l’âge de 16,9 ans […]. L’âge de 20 ans, mentionné dans l’étude de Schmeling et à laquelle le médecin se réfère, constitue une moyenne. Il n’exclut nullement qu’un individu puisse présenter un stade 3 de développement de la clavicule avant 20 ans. Ainsi, quand bien même le requérant présenterait une fusion partielle de la clavicule, celle-ci ne fait obstacle à considérer que le requérant pourrait être âgé de seize ans comme il l’invoque, des études scientifiques ayant déjà constaté un tel stade de développement auprès de personne âgée de moins de dix-huit ans. Il convient de rappeler que selon une jurisprudence constante de Votre Conseil ‘Lorsque plusieurs tests sont réalisés, c’est la conclusion générale de ceux-ci qui constitue le résultat du test médical visé par l’article 7 de la loi-programme précitée’ […]. En l’espèce, le médecin spécialiste ne disposait des résultats que de deux tests, dont un seul lui a permis de donner une estimation de l’âge (examen de la clavicule). L’examen des mains et poignets indiquerait que le requérant serait âgé de plus de dix-huit ans et ne permettant pas d’exclure la minorité du requérant. VII-41.998-6/15 Ni l’examen des radiographies des mains et poignets, ni l’examen de la clavicule, interprété à la lumière des différentes études réalisées à son sujet […] ne permettent d’établir avec certitude que le requérant ne pourrait pas être âgé de moins de 18 ans. La décision attaquée n’est par conséquent pas adéquatement motivée. Deuxième branche : L’article 7, § 3 du Titre XIII, chapitre 6, « Tutelles des mineurs étrangers non accompagnés » de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 dispose que : ‘§ 1er. Lorsque le service des Tutelles ou les autorités compétentes en matière d'asile, d'accès au territoire, de séjour et d'éloignement ont des doutes concernant l'âge de l'intéressé, il est procédé immédiatement à un test médical par un médecin à la diligence dudit service afin de vérifier si cette personne est âgée ou non de moins de 18 ans. (…). §
  10. Si le test médical établit que l'intéressé est âgé de moins de 18 ans, il est procédé conformément à l'article
  11. Si le test médical établit que l'intéressé est âgé de plus de 18 ans, la prise en charge par le service des Tutelles prend fin de plein droit. Le service des Tutelles en informe immédiatement l'intéressé, les autorités compétentes en matière d'asile, d'accès au territoire, de séjour et d'éloignement, ainsi que toute autre autorité concernée. §
  12. En cas de doute quant au résultat du test médical, l'âge le plus bas est pris en considération.’ En l’espèce le requérant (ou son conseil) n’a pas eu connaissance du dossier administratif comprenant le test médical antérieurement à la prise de la décision attaquée ou concomitamment avec elle. En effet, bien qu’il soit indiqué dans la notification de l’acte attaqué […] que la partie requérante peut obtenir toute information complémentaire relative à cette décision auprès du Service des Tutelles, il n’en demeure pas moins que la partie adverse se devait, à tout le moins, de joindre à l’acte attaqué les documents sur base desquels elle a fondé sa décision, la partie requérante n’ayant pas pu en prendre connaissance antérieurement. En d’autres termes, même si les documents sur lesquels s’est fondé le défendeur sont versés au dossier administratif, il importait que le requérant ait pu en prendre connaissance soit par une notification simultanément à l’acte attaqué, soit par une reproduction dans l’acte attaqué, ou par une communication au tuteur lors de la désignation de celui-ci ou, encore, il aurait fallu que ces éléments soient déjà connus du requérant, ce qui n’est pas le cas en l’espèce. Cet élément est d’autant plus fondamental dans le cas d’espèce que la décision attaquée n’a nullement égard au fait que seuls deux tests sur trois ont pu être concluants en vue d’établir l’âge du requérant, et ne mentionne ainsi pas l’absence de dents de sagesse, élément pourtant important dans la motivation de la décision attaquée. Une des conditions d’admissibilité d’une motivation par référence fait dès lors défaut en l’espèce. Il en résulte une violation de l’obligation de motivation matérielle des actes administratifs. Troisième branche : violation de l’obligation de motivation formelle VII-41.998-7/15 Par ailleurs, la décision attaquée énonce n’accepter d’avoir égard à ce type de document que si la différence d’âge entre le test médical et les documents produits n’est pas trop grande. Or, le fait de refuser d’avoir égard à un document de nature à établir l’identité et la date de naissance d’une personne au motif qu’il y aurait une différence trop importante avec les résultats des tests osseux ne repose sur aucun fondement légal. Ce document visant à démontrer l’absence de fiabilité du test osseux pour déterminer l’âge d’un individu ne peut être restreint à la marge d’erreur visée par l’expertise médicale. En tout état de cause, il convient de rappeler qu’un seul test osseux est de nature à établir que le requérant aurait 19 ans, puisque le requérant ne présente pas de dents de sagesse et que la radiographie des poignets se réfère à un âge adulte, sans plus de précision (voyez infra, première branche). Par conséquent, la décision attaquée n’est pas adéquatement motivée.” Beoordeling Algemeen
  13. Verzoeker zet niet uiteen op welke wijze hij artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003, het rechtszekerheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel geschonden acht. Het enige middel is in die mate niet ontvankelijk. Eerste middelonderdeel
  14. Naar luid van artikel 7, § 1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Verzoeker weidt uit over de voorgehouden onnauwkeurigheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling. Hij beperkt zich hierbij evenwel tot algemene kritiek, waarbij hij verwijst naar een standpunt van het “Platform Kinderen op de vlucht” en een advies van de Franse academie voor geneeskunde uit 2007, doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.924 VII-41.998-8/15 nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
  15. Meer concreet blijkt dat de arts zich steunt op een meervoudig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie, en niet de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in artikel 7, § 3, van de voogdijwet bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen besluit de arts dat verzoeker “op datum van 05.08.2022 een leeftijd heeft van ouder dan 18 jaar, waarbij 20.8 jaar met een standaarddeviatie van een 1.7 jaar een goede schatting is”. Dat er verschillen bestaan tussen de resultaten van de deelonderzoeken, doet geen afbreuk aan het feit dat daaruit een eindconclusie kan worden afgeleid. Wat te dezen de handpolsradiografie betreft, wordt in het verslag van het medisch onderzoek van 5 augustus 2022 het volgende toegelicht: “Blijkt nu bij de betrokkene dat er een volledige fusie is van de distale diaphyse en epiphyse van de radius, wat overeenkomt met een volwassen skelettale leeftijd.” In de door de arts gegeven toelichting van 3 februari 2023 bij het medisch verslag wordt hierover de volgende bijkomende informatie verstrekt: “Voor het hand-polsgewricht geldt dat een volledige verbening overeenkomt met een volwassen skeletale leeftijd. Voor mannen komt dit overeen met een leeftijd van 19 jaar of ouder. Bij deze test hoort een standaarddeviatie van 1,5 jaar. Echter, een volwassen hand-polsgewricht kan betekenen dat deze persoon 20 jaar, 30 jaar of 60 jaar oud is. Derhalve heeft het bij mensen met ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.924 VII-41.998-9/15 een volwassen handpolsgewricht geen zin om rekening te houden met deze standaarddeviatie. In het geval van een volledig beëindigde skeletale groei van het handpolsgewricht, zal het resultaat van de handpolsradiografie daarom niet meer meetellen voor de eigenlijke leeftijdsschatting, net omdat men niet juist kan vaststellen sinds hoeveel dagen, maanden of jaren deze groei volledig beëindigd is. De resultaten van de andere twee radiologische onderzoeken zijn dan determinerend. Op basis van de resultaten van het orthopantomogram en opnamen van het mediale clavicula-uiteinde kunnen we met redelijke wetenschappelijke zekerheid stellen dat [P.N.] op de datum van het onderzoek ouder was dan 18 jaar.” Wat het onderzoek op basis van het orthopantogram betreft, wordt in het medisch verslag van 5 augustus 2022 vastgesteld: “Radiologisch onderzoek toont dat alle tanden exclusief de wijsheidstanden volledig afgevormd zijn. De wijsheidstanden zijn afwezig. Gezien dit gegeven bekomt men volgens Olze (Olze et al., 2004 Int J Legal Med 118: 170 173) en Mesotten (Mesotten et al., 2003 Forensic Sci Int 136:52-57) geen leeftijdsbepaling.” Wat het onderzoek op basis van de radiografie van het sleutelbeen betreft, stelt de arts in het medisch verslag van 5 augustus 2022 vast “dat de mesiale epiphyse van beide sleutelbeenderen verbeend is, met partiële beenderige overbrugging, wat volgens het onderzoek van Schmeling et al. (Int J Legal Med

(2004)118:5-8) overeenkomt met stadium type 3” en dat “[v]olgens dit onderzoek […] stadium 3 overeen[stemt] met een gemiddelde leeftijd van 20.8 jaar met een standaarddeviatie van 1.7 jaar.”
  1. Volgens verzoeker is de bijkomende uitleg van de arts van 3 februari 2023 tegenstrijdig, net omdat geen onderzoek van de (wijsheids-)tanden kon gebeuren, en kan een minimumleeftijd van 17,5 jaar niet worden uitgesloten. Uit de bijkomende uitleg van de arts van 3 februari 2023 blijkt dat, gelet op de volwassen skelettale groei van het handpolsgewricht, de twee andere radiologische onderzoeken determinerend zijn. Uit de handpolsradiografie blijkt de biologische maturiteit van de betrokkene. Zoals de arts toelicht in haar ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.924 VII-41.998-10/15 brief van 3 februari 2023, geeft deze test geen uitsluitsel over de eigenlijke leeftijd, net omdat hieruit te dezen enkel de minimumleeftijd (19 jaar met een standaarddeviatie van 1,5 jaar) kan worden afgeleid, terwijl de werkelijke leeftijd veel hoger kan liggen, zodat de resultaten van de andere twee radiologische onderzoeken determinerend zijn. De handpolsradiografie maakt aldus onderdeel uit van het meervoudig onderzoek. Uit het medisch verslag blijkt verder, hetgeen niet wordt betwist, dat op basis van de radiografie van de tanden wordt vastgesteld dat de wijsheidstanden niet aanwezig zijn en dat op basis van de aanwezige tanden, die allemaal volledig afgevormd zijn, de radiografie van de tanden geen relevant leeftijdsresultaat geeft. Aldus is het resultaat van de radiografie van het sleutelbeen, die resulteert in een leeftijd van 20,8 jaar met een standaarddeviatie van 1,7 jaar, doorslaggevend voor de eigenlijke leeftijdsschatting, die ondersteund wordt door de handpolsradiografie, die aangaf dat verzoeker minstens 19 jaar is (met een standaarddeviatie van 1,5 jaar naar beneden toe). De leeftijdsschatting steunt derhalve op twee van de drie gebruikelijke testen om de leeftijd te bepalen. De resultaten van die twee testen zijn niet in strijd met elkaar, noch met het eindresultaat van het leeftijdsonderzoek. Verzoeker maakt derhalve niet aannemelijk dat de verwerende partij in verband met de beoordeling van de vraag of hij meer dan 18 jaar oud is, tot een conclusie is gekomen die de grenzen van de haar op grond van het voormelde artikel 7 van de voogdijwet toegekende beoordelingsbevoegdheid te buiten zou gaan, noch dat de verwerende partij de haar voorliggende gegevens heeft beoordeeld in strijd met enig aangevoerd algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. De dienst Voogdij heeft zich dus terecht gebaseerd op de jongste leeftijd zoals afgeleid uit de conclusie van het medisch onderzoek om te besluiten dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. Verder komt het de Raad van State niet toe zijn eigen interpretatie van de onderzoeksresultaten in de plaats te stellen van deze in het deskundig verslag.
  2. Het eerste onderdeel van het enige middel is ongegrond. VII-41.998-11/15 Tweede middelonderdeel
  3. Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van het medisch onderzoek in de bestreden beslissing wordt vermeld. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek vóór of samen met de bestreden beslissing worden betekend. Te dezen wordt in de bestreden beslissing verwezen naar het verslag van het medisch onderzoek van 5 augustus 2022 waarvan het besluit wordt geciteerd, naar de leeftijdsbeslissing van 21 augustus 2022, naar de brieven van verzoekers raadsman van 14 september en 27 september 2022 en de bij die brieven gevoegde stukken, naar de ten gevolge van die brieven genomen beslissing van 7 oktober 2022 en naar het aanvullend verslag van het UZ Antwerpen van 3 februari 2023 waarvan eveneens het besluit wordt geciteerd. Met de bestreden beslissing wordt dan opnieuw beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar, met de opmerking dat deze beslissing de beslissingen van 21 augustus 2022 en van 7 oktober 2022 vervangt. Zoals de verwerende partij aangeeft en uit het administratief dossier ook blijkt, had verzoeker reeds kennis gekregen van het medisch verslag van 5 augustus 2022 ingevolge zijn verzoek van 13 september
  4. Verder maakt het verslag van het medisch onderzoek deel uit van het administratief dossier en vermeldt de bestreden beslissing uitdrukkelijk de mogelijkheid om dat verslag te raadplegen. Verzoeker toont niet aan dat hij er geen kennis van kon nemen. Integendeel, verzoeker gaat in de uiteenzetting van het middel omstandig in op de bevindingen van zowel het medisch verslag van 5 augustus 2022 als van de aanvullend gegeven toelichting van 3 februari
  5. Verzoeker toont geen schending aan van de in de wet van 29 juni 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ vervatte formelemotiveringsplicht, minstens blijkt niet welk belang hij heeft bij de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.924 VII-41.998-12/15 vaststelling van een eventuele schending vermits duidelijk werd voldaan aan de doelstellingen van die wet.
  6. Het tweede onderdeel van het enige middel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond. Derde middelonderdeel
  7. Naar luid van artikel 7, § 1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van de formelemotiveringsplicht uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek. Bovendien heeft de dienst Voogdij, die een neergelegde taskara of een schoolrapport niet dient te laten primeren op het medisch onderzoek, wel degelijk gemotiveerd omtrent de voormelde door verzoeker ingediende stukken. Zo wordt in de bestreden beslissing melding gemaakt van de door verzoekers raadsman voorgelegde kopieën van documenten, zijnde een kopie van “een Afghaans identiteitsdocument” en een kopie van “[e]en schoolrapport”, doch de dienst Voogdij oordeelt dat hij deze documenten slechts aanvaardt “wanneer het verschil tussen de resultaten van de medische test en de leeftijd volgens de documenten redelijk is (niet te groot)”. De dienst Voogdij beschikt, wat de beoordeling van de bewijswaarde van de hem voorgelegde stukken betreft, over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. De dienst Voogdij stelt vast dat “de medische test (zegt) dat uw jongste leeftijd 19,1 jaar is en volgens uw verklaringen en documenten bent u 16 jaar”. De dienst Voogdij acht een verschil van 3,1 jaar evenwel te groot. Aldus wordt in de bestreden beslissing wel degelijk gemotiveerd waarom geen bewijswaarde wordt toegekend aan verzoekers schoolrapport. VII-41.998-13/15 Wat de voorgelegde taskara betreft, blijkt uit stuk 10 van het administratief dossier dat het advies dat aan de Centrale Dienst voor de Bestrijding van de Valsheden van de Federale Politie werd gevraagd wel degelijk betrekking heeft op de door verzoeker voorgelegde taskara. De omstandigheid dat in de bestreden beslissing desgevallend verkeerdelijk melding wordt gemaakt van een “paspoort” doet geen afbreuk aan de vaststelling dat uit het advies van de betrokken dienst blijkt dat het wel degelijk betrekking heeft op de taskara, waarvan wordt vastgesteld dat het een vals document betreft. Voor zover verzoeker zijn standpunt herhaalt over de resultaten van het medisch onderzoek, kan worden verwezen naar de beoordeling van het eerste middelonderdeel.
  8. Het derde onderdeel van het enige middel is ongegrond. V. Vordering tot schorsing
  9. Deze zaak vereist slechts korte debatten zodat er grond is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Er is bijgevolg geen grond meer om de vordering tot schorsing verder te onderzoeken. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  11. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  12. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-41.998-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.998-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.924 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.