← België

Arrest 258935 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 27/02/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.935 Rolnummer: A. 234850/X-18018 Zaak: Arrest 258935 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 27/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-08 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-11 03:24 Fiche Arrest nr 258.935 van 27 februari 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.935 no lien 275993 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 258.935 van 27 februari 2024 in de zaak A. 234.850/X-18.018 In zake :

  1. de NV B.T.
  2. de VZW B.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jennifer van het Groenewoud kantoor houdend te 9820 Melsen Edmond Ronsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD MECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 22 oktober 2021, strekt tot de nietigverklaring van: “- de beslissing van ongetekende datum die met een brief van 25 juni 2021 ter kennis werd gebracht aan de verzoekende partijen en die het volgende onderwerp draagt: ‘Opzeg abonnement bondsplaats op zaterdagmarkt Mechelen’ […]; - de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 19 april 2021 met het volgende opschrift ‘P&P – Publieke Ruimte. Belevingsstrook Ijzerenleen – goedkeuring voorontwerp’ […]; - de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 7 juni 2021 met het volgende opschrift ‘Economie. Zaterdagmarkt. Aanpassingen van de marktplannen in functie van de werken aan de belevingsstrook op de Ijzerenleen’.” X-18.018-1/11 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verzoekende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 februari
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jennifer Van Het Groenewoud, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Julie Swerts, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Eerste verzoekster is een standwerker. Zij heeft een abonnement voor een standplaats op de zaterdagmarkt op de Ijzerenleen te Mechelen. Er zijn op de Ijzerenleen vijf dergelijke ‘bondsplaatsen’. Ze mogen door tweede verzoekster, demonstreerdersvereniging, aan een andere standwerker worden onderverhuurd. X-18.018-2/11 Op 19 april 2021 keurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen, middels de tweede bestreden beslissing, het voorontwerp goed van de belevingsstrook Ijzerenleen. Het voorziet in de heraanleg van de noord- of even zijde van de Ijzerenleen, met het oog op vergroening en het verhogen van de beleveniswaarde. Het college geeft aan de dienst Economie opdracht om de marktkramen die in de belevingsstrook staan op te zeggen en voor hen een alternatieve locatie te zoeken. Het gaat om acht marktkramers, onder wie eerste verzoekster. Tijdens zijn zitting van 7 juni 2021 buigt het college van burgemeester en schepenen zich over een marktplan dat op de Ijzerenleen voor alle kramen in een oplossing voorziet en dat de goedkeuring wegdraagt van Markta, een belangenvereniging van marktkramers. Op het plan staat voor eerste verzoekster een marktplaats getekend tegenover inrichting M. K. Voorts komt op de zitting ter sprake dat er “een onevenwicht is wat de terraszones betreft tijdens de markt” en dat de dienst Economie voorstelt – “[o]m het evenwicht te behouden in het huidig voorliggend plan” – “de twee demonstratiekramen op de Ijzerenleen hun opzeg te geven in functie van de heraanleg”. Het gaat, zoals ter terechtzitting bevestigd, om de bvba W. en R. V., tegenover inrichting P. B. Finaal beslist het college van burgemeester en schepenen om het voorgelegde plan voor de Ijzerenleen goed te keuren en om aan de dienst Economie op te dragen “alle kramen aan de even zijde van de Ijzerenleen op te zeggen en een nieuwe plaats toe te wijzen” en “alle bondkramen

(5)op te zeggen”. Dit is het derde voorwerp van het voorliggende beroep. Met een brief van 25 juni 2021 deelt de dienst Economie aan verzoeksters mee dat het abonnement van eerste verzoekster op een bondsplaats wordt opgezegd. De opzeg gaat in vanaf 1 juli 2021 en haar marktplaats wordt vanaf 1 januari 2022 permanent geschrapt. Dit is de eerste bestreden beslissing. X-18.018-3/11 IV. Verzoek tot samenvoeging
  1. Door de verwerende partij wordt gevraagd de voorliggende zaak samen te voegen met de zaken A. 234.846/X-18.016 en 234.849/X-18.017, minstens de drie zaken op dezelfde terechtzitting te behandelen.
  2. De onderscheiden zaken vertonen particulariteiten die van aard zijn een samenvoeging niet raadzaam te maken. In de zaak A. 234.849/X-18.017 is een memorie van antwoord ingediend, met een trits ontvankelijkheidsexcepties; in de twee andere zaken is geen memorie van antwoord ingediend. De voorliggende zaak betreft de opzegging van een bondskraam oorspronkelijk gelegen in de belevingsstrook van de Ijzerenleen; dat is niet geval in de zaken A. 234.846/X- 8.016 en A. 234.849/X-18.
  3. Wel wordt gevolg gegeven aan de vraag om de zaken op dezelfde terechtzitting te behandelen, en wordt uitspraak erover gedaan met arresten van dezelfde datum. V. Aflijning voorwerp – Ontvankelijkheid Excepties
  4. De verwerende partij diende geen memorie van antwoord in. Niettemin verklaart zij in de laatste memorie de excepties in de memorie van antwoord te hernemen en daar nog het volgende aan toe te voegen. De eerste bestreden beslissing is een individuele kennisgeving van een genomen beslissing en dus “geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling, maar een loutere uitvoeringsmaatregel”. Voorts ontberen verzoeksters actueel belang bij hun vordering. Toegelicht wordt in de eerste plaats dat het college van burgemeester en schepenen inmiddels, anderhalf jaar later, “een nieuw marktplan goedkeurde, en dit zonder de aanwezigheid van verzoekende partijen op de Ijzerenleen (of elders)”. Het is, bij ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.935 X-18.018-4/11 gebrek aan een beroep ertegen, al lang definitief geworden. Indien de opzeg aan verzoeksters van hun standplaats op de Ijzerenleen zou worden vernietigd en uit het rechtsverkeer zou verdwijnen, dan “komt dit in strijd met de geldige, gewijzigde marktplannen waartegen verzoeken[de] partijen niet hebben opgetreden”. In de tweede plaats zet de verwerende partij in verband met het actueel belang uiteen dat door de aanleg van de belevingsstrook op de Ijzerenleen de oorspronkelijke standplaats van eerste verzoekster definitief onbeschikbaar is geworden. De feitelijke situatie ter plaatse “maakt dat de opzeg van deze standplaats de facto niet ongedaan gemaakt kan worden”. Beoordeling
  5. Excepties die niet geformuleerd zijn, kunnen noch “hernomen” noch beantwoord worden.
  6. Met hun beroep willen verzoeksters de verwijdering ongedaan maken van de standplaats – “bondskraam” – op de zaterdagmarkt op de Ijzerenleen te Antwerpen, waarop eerste verzoekster een abonnement heeft.
  7. Anders dan de verwerende partij wil doen voorkomen, is deze verwijdering, juist beschouwd, niet het gevolg van de aanleg van de belevingsstrook die door de tweede bestreden beslissing wordt goedgekeurd. Uit de derde bestreden beslissing blijkt immers dat voor al wie een standplaats heeft in de voorgenomen belevingsstrook en daarom zijn of haar standplaats niet kan behouden, zoals eerste verzoekster, elders op de Ijzerenleen een oplossing werd gevonden. Het betrokken plan werd op 7 juni 2021 door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd. Wel voegde het college daar aan toe dat alle bondskramen moeten worden opgezegd. X-18.018-5/11 Wie vervolgens de opzegging van zijn of haar abonnement kreeg om reden van de aanleg van de belevingsstrook, kreeg in de opzegbrief tegelijk te lezen dat op korte termijn een alternatieve locatie op de Ijzerenleen zal worden toegewezen. Dat staat echter niet in de opzegbrief aan de abonnees van een bondskraam, al dan niet oorspronkelijk gelegen in de belevingsstrook. Dit mag niet verwonderen. De opzegging van het abonnement van eerste verzoekster staat los van de noodzaak om de even zijde van de Ijzerenleen vrij te maken voor de belevingsstrook. De opzegging gaat integendeel specifiek terug op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen van 7 juni 2021 om nu eenmaal alle bondskramen van de zaterdagmarkt op de Ijzerenleen te doen verdwijnen en dus op te zeggen.
  8. Het initiële belang van verzoeksters bij het bestrijden van de beslissing om de bondsplaats van eerste verzoekster op de Ijzerenleen op te zeggen, is niet teloorgegaan door de marktopstelling 2023 die de verwerende partij bij haar laatste memorie voegt. Hierover ter terechtzitting ondervraagd, blijft de verwerende partij in gebreke te verduidelijken wanneer het college van burgemeester en schepenen die opstelling zou hebben goedgekeurd, laat staan nog dat zij kon aangeven hoe en wanneer aan die gebeurlijke beslissing voldoende ruchtbaarheid jegens verzoeksters was verleend. Het is niet het beroep van verzoeksters dat de gevolgen moet ondergaan van de marktopstelling 2023, maar integendeel de marktopstelling 2023 die aan de uitkomst van het beroep zal dienen te worden aangepast.
  9. Aan de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 7 juni 2021 om (onder meer) het bondskraam van eerste verzoekster op te zeggen, is uitvoering gegeven door de dienst Economie middels een brief van 25 juni 2021, zijnde de eerste bestreden “beslissing”. X-18.018-6/11 Als zodanig is de brief van 25 juni 2021 geen administratieve rechtshandeling waarmee de auteur eigenmachtig rechtsgevolgen tot stand heeft gebracht of willen brengen. Het belet niet dat dat er desgevallend reden toe kan zijn de opzegging van 25 juni 2021 mee te vernietigen, voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer, ingeval besloten mocht worden tot de vernietiging van de collegebeslissing van 7 juni 2021 om eerste verzoekster haar marktplaats op de Ijzerenleen te ontnemen.
  10. Samengevat, bestrijden verzoeksters ontvankelijk de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 7 juni 2021 om de (bonds)standplaats van eerste verzoekster op te zeggen. In voorkomend geval zal de vernietiging van die beslissing ook de vernietiging meebrengen van de opzegging door middel van een brief van 25 juni 2021 van de dienst Economie van de verwerende partij. VI. Onderzoek van het tweede middel, tweede middelonderdeel Standpunt van de partijen
  11. Verzoeksters voeren in een tweede middel de schending aan van onder meer de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel. In een tweede middelonderdeel argumenteren zij dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen op 7 juni 2021 “geen zorgvuldig feitenonderzoek uitvoerde om tot de juridische en feitelijke overwegingen te kunnen komen die aan [de opzegging van het abonnement] ten grondslag liggen”.
  12. In de laatste memorie argumenteert de verwerende partij dat het motief voor het opzeggen van de vijf bondskramen erin bestaat “een ruimere terraszone voor horecazaken [te] creëren. Horecazaken zochten namelijk terrasruimte op de Ijzerenleen”. De bondskramen, zo wordt uiteengezet, hebben een eigen aard: de standplaatsen kennen “een wisselende inname door diverse demonstratiekramers”; ze zijn dus “precairder van aard […] dan de vaste ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.935 X-18.018-7/11 marktkramers”; ze worden “ook niet systematisch élke week ingenomen, in tegenstelling tot de vaste marktkramers, die bovendien een hogere anciënniteit bleken te genieten dan de bondskramen”. Voorts benadrukt de verwerende partij “de ruime opzegmogelijkheden die de Vlaamse decreetgever aan de lokale besturen ter zake biedt”. In de regelgeving die toepasselijk is op ambulante handel wordt uitgegaan van “een deregulering ten gunste van lokale besturen met in hun hoofde een regierol”, “van meer autonomie voor de lokale besturen bij het organiseren van deze ambulante activiteiten, vanuit de overweging dat deze specifieke sector plaatsgebonden is en nood heeft aan (lokaal) maatwerk”.
  13. In hun laatste memorie dupliceren verzoeksters onder meer dat er geen enkel motief is voor de opzegging van hun plaats. Dit euvel kan niet geremedieerd worden door een a posteriori-motivering bij te brengen “die trouwens ook op geen enkele wijze uit de bestreden beslissing kan worden afgeleid”. Daarbij voert de verwerende partij beweringen aan “die met geen enkel bewijskrachtig element in deze zaak aan bod zijn gekomen en worden gestaafd”. De feitelijke vaststelling is trouwens dat uit de nieuwe plannen bij de laatste memorie van de verwerende partij moet worden afgeleid dat er “helemaal geen ruimte vrijgekomen [is] voor horecater[r]assen”. Beoordeling
  14. Wat er ook aan is van de deregulering en van de grotere autonomie en de ruime opzegmogelijkheden voor de lokale besturen, die de verwerende partij aanvoert, een en ander doet in geen geval afbreuk aan het vereiste om bij het nemen van een beslissing alle relevante feiten en belangen zorgvuldig te onderzoeken en om de genomen beslissing op draagkrachtige motieven te doen berusten.
  15. Naar blijkt uit de formele motivering van de derde bestreden beslissing, heeft het college van burgemeester en schepenen zich op 7 juni 2021 in eerste instantie gebogen over een plan dat in een oplossing voorziet voor alle ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.935 X-18.018-8/11 kramen op de Ijzerenleen, inbegrepen dus voor de acht kramen die moeten wijken voor de inrichting van een belevingsstrook aan de even zijde. Op het plan staat het bondskraam van eerste verzoekster ingetekend tegenover inrichting M. K. Daarna staat het college erbij stil “dat er een onevenwicht is wat de terraszones betreft tijdens de markt”. Vastgesteld wordt dat de dienst Economie zelf voorstelt “de twee demonstratiekramen op de IJzerleen hun opzeg te geven” “om het evenwicht te behouden in het huidig voorliggend plan”: “De vrijgekomen extra ruimte wordt zo ingevuld in functie van bijkomende horecaterrassen ([P. B.] en [W.])”. Zoals de verwerende partij ter terechtzitting bevestigt, zijn de twee voormelde demonstratiekramen die van de bvba W. en R. V., gelegen tegenover de inrichting P. B. Finaal besluit het college van burgemeester en schepenen het voorgelegde plan voor de Ijzerenleen goed te keuren, en geeft het opdracht aan de dienst Economie om alle kramen aan de even zijde van de Ijzerenleen op te zeggen en een nieuwe plaats toe te kennen en om alle vijf de bondskramen op te zeggen. Waarom ook de drie andere bondskramen dan die van de bvba W. en van R. V. worden opgezegd, komt in de beslissing van 7 juni 2021 niet ter sprake.
  16. Pas in de laatste memorie voert de verwerende partij daarvoor als verantwoording op, ten eerste, dat ook die bondskramen moeten verdwijnen ten behoeve van de uitbreiding van de horecaterrassen en, ten tweede, de eigen aard van een bondskraam. Deze post factum-motivering overtuigt niet. Ze gaat in tegen de formele motivering van de collegebeslissing van 7 juni 2021, waarin het creëren van bijkomende horecaterrassen expliciet alleen betrokken wordt op de demonstratiekramen van bvba W. en R. V. Wat voorts de zogenaamde eigen aard van de bondskramen aangaat (wisselende gebruikers, niet elke week, minder anciënniteit), kan slechts met verzoeksters worden vastgesteld dat het om niet meer X-18.018-9/11 dan beweringen gaat, die “met geen enkel bewijskrachtig element” worden gestaafd.
  17. Bovendien voegt de verwerende partij bij haar laatste memorie een stuk 13, dat zelfs doet betwijfelen dat de opzegging van de demonstratiekramen van bvba W. en R. V. ertoe moest dienen de uitbreiding van de horecaterrassen mogelijk te maken. Stuk 13 is het plan 2023 van de zaterdagmarkt op de Ijzerenleen. Het heet in het verlengde te liggen van onder meer de collegebeslissing van 7 juni
  18. Opvallend daarbij is dat de “extra ruimte” die is vrijgekomen door de verdwijning van de demonstratiekramen van bvba W. en R. V. helemaal niet te goede komt – zoals volgens de collegebeslissing van 7 juni 2021 nochtans de bedoeling was – van de inrichtingen P. B. en W., maar is ingevuld geworden door andere marktkramers. De inrichtingen P. B. en W. hebben elk een terraszone gekregen in een zijstraat van de Ijzerenleen.
  19. Niet aangenomen wordt dat de opzegging van het abonnement van eerste verzoekster gebaseerd is op een zorgvuldig onderzoek en deugdelijke motieven. Het tweede middelonderdeel van het tweede middel is in de besproken mate gegrond. BESLISSING
  20. De Raad van State vernietigt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Mechelen van 7 juni 2021 om een einde te maken aan het abonnement voor het bondskraam van de nv B.T. op de zaterdagmarkt op de Ijzerenleen, evenals van de opzegging die haar ter uitvoering hiervan is gegeven met een brief van 25 juni
  21. Het beroep wordt voor het overige verworpen. X-18.018-10/11
  22. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, op een bijdrage van 20 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zevenentwintig februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.018-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.935 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.