id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.965 Rolnummer: Zaak: Arrest 258965 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-12 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-06-16 01:33 Fiche Arrest nr 258.965 van 29 februari 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Samenvoeging Overschrijving en verwijzing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.965 no lien 276131 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 258.965 van 29 februari 2024 in de zaken I. A. 237.690/VII-41.746 II. A. 237.706/VII-41.751 III. A. 237.708/VII-41.753 In zake : I. de CV DE ZEVEN SCHAKEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier Onghena kantoor houdend te 2000 Antwerpen Londenstraat 60, bus 104 bij wie woonplaats wordt gekozen II. + III. de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : I. + II. 1. Gregory CARBONEZ 2. Marc HEIRMAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joke Derwa kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 III. 1. het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE SCHILDE 2. de GEMEENTE SCHILDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yannick Ballon en Ciska Servais kantoor houdend te 2600 Antwerpen Posthofbrug 6, bus 1 VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-1/12 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen : II. de CV DE ZEVEN SCHAKEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier Onghena kantoor houdend te 2000 Antwerpen Londenstraat 60, bus 104 bij wie woonplaats wordt gekozen III. 1. de CV DE ZEVEN SCHAKEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier Onghena kantoor houdend te 2000 Antwerpen Londenstraat 60, bus 104 bij wie woonplaats wordt gekozen 2. Gregory CARBONEZ 3. Marc HEIRMAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joke Derwa kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen 1. De cassatieberoepen, ingesteld in de zaak sub I op 16 november 2022 en in de zaak sub II op 17 november 2022, strekken tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2223-0085 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 oktober 2022 in de zaak 2021-RvVb-0921-A. Het cassatieberoep in de zaak sub III, ingesteld op 17 november 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2223-0086 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 oktober 2022 in de zaak 2021-RvVb-0913-A. VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-2/12 II. Verloop van de rechtsplegingen 2. De cassatieberoepen zijn toelaatbaar verklaard bij beschikkingen van 14 december 2022. De verwerende partijen hebben telkens een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben in alle zaken een memorie van wederantwoord ingediend. De cv De Zeven Schaken heeft in de zaken sub II en sub III verzoekschriften tot tussenkomst ingediend. G.C. en M.H. hebben in de zaak sub III een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikkingen van 29 maart 2023. De tussenkomende partijen hebben in alle zaken memories ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft respectievelijk op 14 juli 2023, 9 augustus 2023 en 28 juli 2023 verslagen in de drie zaken opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De deputatie van de provincieraad van Antwerpen heeft in de zaak sub III een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 januari 2024. Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Olivier Onghena, die verschijnt voor de cv De Zeven Schaken, advocaat Joke Derwa, die verschijnt voor G.C. en M.H., advocaat Jan-Willem Ingels, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de deputatie van de provincieraad van Antwerpen en advocaat Yannick Ballon, die verschijnt voor ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.965 VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-3/12 het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schilde en de gemeente Schilde, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat betreft de zaak sub III. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.1. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schilde weigert op 19 juni 2017 aan de cv De Zeven Schaken een stedenbouwkundige vergunning te verlenen voor de heropbouw van een horecazaak met woonhuis, de aanleg van een parking, en het vellen en heraanplanten van bomen, op een terrein aan de Wijnegemsteenweg te Schilde. Na bestuurlijk beroep van de cv De Zeven Schaken verleent de deputatie van de provincieraad van Antwerpen op 17 juni 2021 de gevraagde vergunning onder voorwaarden. 3.2. G.C. en M.H. dienen tegen deze vergunning een vernietigingsberoep in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Ook het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schilde en de gemeente Schilde dienen een dergelijk beroep in. 3.3. Met het eerste bestreden arrest nr. RvVb-A-2223-0085 doet de Raad voor Vergunningsbetwistingen uitspraak over het beroep van G.C. en M.H. De Raad vernietigt met dat arrest het deputatiebesluit van 17 juni 2021, stelt zijn beslissing in de plaats, en weigert de stedenbouwkundige vergunning. Dat arrest maakt het voorwerp uit van cassatieberoepen van de cv De Zeven Schaken (zaak sub I A. 237.690/VII-41.746) en van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen (zaak sub II A. 237.706/VII-41.751). VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-4/12 3.4. Met het tweede bestreden arrest nr. RvVb-A-2223-0086 doet de Raad voor Vergunningsbetwistingen uitspraak over het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schilde en de gemeente Schilde. De Raad voor Vergunningsbetwistingen verwerpt dat beroep bij gebrek aan voorwerp, nu het besluit van 17 juni 2021 reeds werd vernietigd. Dat arrest maakt het voorwerp uit van een cassatieberoep van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen (zaak sub III A. 237.708/VII-41.753). IV. Samenvoeging 4. Het is met het oog op de goede rechtsbedeling gepast om de drie cassatieberoepen in één arrest te beoordelen. De zaken worden samengevoegd. V. Onderzoek van het tweede middel in de zaak sub I (A.237.690/VII-41.746) Uiteenzetting van het middel 5. De cv De Zeven Schaken voert in het tweede middel de schending aan van artikel 1 van deel 2.2 ‘Deelplan 02: Lindehoeve’ van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zonevreemde bedrijven en recreatie’, definitief vastgesteld door de gemeenteraad van Schilde op 14 december 2015, van de artikelen 2.2.5, § 1, eerste lid, 3° en 4.3.1, § 1, 1°, a), van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), van de jurisdictionele motiveringsverplichting voorzien in artikel 149 van de Grondwet, van het algemeen beginsel dat elke uitspraak van de rechter met redenen moet omkleed zijn, en van de artikelen 8.17 en 8.18 van het Burgerlijk Wetboek: “Doordat, het bestreden arrest […] aanneemt dat op basis van stedenbouwkundige voorschriften anders dan het bestemmingsvoorschrift, alsmede op basis van de Toelichtingsnota bij het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] ‘eerst (moet) nagegaan worden of de functie van ‘feestzaal’ vroeger vergund is geweest’, vóór de vaststelling van het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan], en zo ook ‘de draagwijdte van de voorschriften uit het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] (moet) worden bepaald, alvorens ‘de overeenstemming met de voorschriften van het [gemeentelijk ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.965 VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-5/12 ruimtelijk uitvoeringsplan] te beoordelen’, en vervolgens […] besluit dat de deputatie ‘de aanvraag vergund heeft in strijd met de toepasselijke voorschriften uit het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan]’, met de motieven dat (
- i)‘op basis van de ganse voorgeschiedenis blijkt dat het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] ‘Zonevreemde bedrijven en recreatie’ de bestaande functies en gebouwen heeft willen bestendigen’, (
- ii)‘de bestaande functie van ‘feestzaal’ echter niet (blijkt) uit de vergunningsgeschiedenis of uit de bijgebrachte plannen’, en (iii) ‘de bestreden beslissing dan ook behept (
- is)met een legaliteitsbelemmering’, door de functie feestzaal conform het bestemmingsvoorschrift van het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] te bevinden; Terwijl, het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] onder deel 2.2 ‘Deelplan 02: Lindehoeve’ met betrekking tot zijn ‘Zone voor horeca’ in artikel 1.1 ‘Bestemming’ bepaalt dat ‘deze zone bestemd (
- is)voor horeca-activiteiten met uitzondering van een dancing’ alsmede ‘maximaal één woning’, in artikel 1.2 ‘Inrichting en beheer’ voorziet in de verordenende stedenbouwkundige voorschriften voor de horeca-activiteiten en de woning, en in zijn Toelichtingsnota de visie en de krachtlijnen van het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] beschrijft;” Beoordeling 6. Artikel 4.3.1, § 1, 1°, a), VCRO bepaalt dat een stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd als het aangevraagde onverenigbaar is met stedenbouwkundige voorschriften, voor zover daarvan niet op geldige wijze is afgeweken. 7. Het bestreden arrest oordeelt dat de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning van de cv De Zeven Schaken moet worden geweigerd omdat het aangevraagde onverenigbaar is met stedenbouwkundige voorschriften, op grond van volgende redenen: “3.1 De aanvraagpercelen liggen volgens het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] ‘Zonevreemde bedrijven en recreatie’ deels in een ‘zone voor horeca’ (artikel 1) en deels in een ‘zone voor buitenactiviteiten horeca’ (artikel 2). Het gebouw van de aanvraag ligt volledig binnen de ‘zone voor horeca’. Artikel 1 bepaalt onder andere: ‘Art. 1.1 Bestemming In aanvulling op de bestemmingsvoorschriften van de grondkleur is deze zone bestemd voor horeca-activiteiten met uitzondering van een dancing. In deze zone is maximaal één woning toegestaan. Art. 1.2 Inrichting en beheer ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.965 VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-6/12 Bebouwing De bestaande gebouwen of vergunde gebouwen mogen gebouwd, in stand gehouden, gerenoveerd, verbouwd, uitgebreid en herbouwd worden. Bij uitbreiding en herbouw is een maximale uitbreiding van 20% ten aanzien van het bestaande vergunde bouwvolume (toestand bij de inwerkingtreding van dit [ruimtelijk uitvoeringsplan]) of het vergunde bouwvolume (toestand bij de inwerkingtreding van dit [ruimtelijk uitvoeringsplan]) toegestaan in zoverre de nood hiertoe voortkomt uit wijziging van sectorale regelgeving. Bij uitbreiding en herbouw moet de inplanting gebeuren volgens de goede ruimtelijke ordening. Een minimale afstand van 5 meter ten aanzien van de plangrens moet gerespecteerd worden. Maximaal 1 ondergrondse bouwlaag, 2 bovengrondse bouwlagen en een zolderverdieping onder het schuin dak zijn toegelaten. De ondergrondse bouwlaag is enkel toegestaan onder het bovengronds bouwvolume. In de kelder zijn enkel opslag en sanitair toegelaten en geen verblijfsfuncties. De architectuur (volume, gevelopeningen en materiaalgebruik) van de gebouwen moet afgestemd zijn op het landelijk karakter van de omgeving. De dakvorm is verplicht een zadeldak met de nok parallel aan de Wijnegemsteenweg.’ Uit dit voorschrift blijkt dat deze zone ‘bestemd is voor horeca-activiteiten, met uitzondering van een dancing’. Wat de bebouwing betreft, wordt bepaald dat ‘de bestaande of vergunde gebouwen’ in stand mogen worden gehouden en worden gerenoveerd, verbouwd, uitgebreid en herbouwd. Bij uitbreiding en herbouw geldt een maximale uitbreiding van 20% ten aanzien van het bestaande vergunde bouwvolume of het vergunde bouwvolume, waarbij uitdrukkelijk wordt gesteld dat de toestand geldt bij de inwerkingtreding van het [ruimtelijk uitvoeringsplan]. Omdat het gebouw ‘de Lindehoeve’ afgebrand is in 2009 en het ruimtelijk uitvoeringsplan dateert van 2015, moet er bij het onderzoek naar de overeenstemming met de voorschriften van het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] ‘Zonevreemde bedrijven en recreatie’ noodzakelijkerwijze gekeken worden naar de vergunde toestand op het ogenblik van de inwerkingtreding van het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan]. Bij het bepalen van de draagwijdte van de geldende voorschriften uit het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan], geldt de toelichtingsnota als een belangrijke leidraad, in het bijzonder omdat blijkt dat dit plan een oplossing heeft willen bieden voor de ‘huidige zonevreemde gebouwen’ op het grondgebied van de gemeente Schilde en deze rechtszekerheid heeft willen verschaffen. 3.2 […] Uit de toelichtingsnota blijkt dat het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] de weerhouden zonevreemde gebouwen herbestemd heeft in functie van ‘de huidige activiteiten’. Specifiek voor deelplan 2 ‘de Lindehoeve’ wordt als opzet een bestemmingswijziging vooropgesteld ‘in functie van horeca met respect voor het landschappelijk karakter van de site uitgaande van behoud van de bestaande bestemming als langetermijnvisie (binnen het juridisch kader van het [ruimtelijk uitvoeringsplan] Zonevreemde woningen)’. De visie wordt verder omschreven als een ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.965 VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-7/12 herbestemming ‘in functie van het bestendigen van horeca-activiteiten’. Verder wordt een structurele schaalvergroting niet wenselijk geacht. Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de toelichtingsnota bij het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] dat de herbestemming van landschappelijk waardevol agrarisch gebied naar een ‘zone voor horeca’ (artikel 1.1) en een ‘zone voor buitenactiviteiten horeca’ (artikel [2.1]) kadert binnen de bestendiging van de bestaande of vergunde activiteiten. Dit volgt uit de samenlezing van de visie van het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] over het ‘bestendigen van horeca-activiteiten’ en de meerdere verwijzingen naar de functie van de Lindeho[e]ve als ‘horeca’, ‘restaurant’, ‘taverne/restaurant’, ‘tavernerestaurant’, ‘taverne’ en ‘horecazaak’. In tegenstelling tot ‘Deelplan 4: De Zevenster’ en ‘Deelplan 5: ’s Gravenhof’, wordt het woord ‘feestzaal’ niet gebruikt in het deelplan over de Lindehoeve. Los van de semantische discussie tussen partijen over het begrip ‘dancing’ […] moet daarom eerst nagegaan worden of de functie van ‘feestzaal’ vroeger vergund is geweest. De opzet van het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] bestaat er immers in om de huidige vergunde activiteiten te bestendigen en rechtszekerheid te bieden voor de zonevreemdheid. Daartoe is een onderzoek naar de eerder afgeleverde vergunningen noodzakelijk, op basis van de stukken van het administratief dossier en de stukken die de procespartijen bijgebracht hebben. […] 3.5 Uit het voorgaande volgt dat de functie ‘feestzaal’ geweigerd en dus niet vergund is op het ogenblik dat in 2015 het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan], dat het bestendigen van de huidige activiteiten als visie vooropstelt, in werking trad. Gelet op de vergunningsgeschiedenis, waarbij de functie als feestzaal in het verleden niet uitdrukkelijk werd vergund en gelet op de uitdrukkelijke weigering in 2013 door [de deputatie], kan niet aangenomen worden dat de functie van ‘feestzaal’ onder de bestaande vergunde horeca-activiteiten van de taverne valt. 3.6 […] [U]it de vergunningsgeschiedenis van het dossier [blijkt] dat de functie ‘feestzaal’ op het ogenblik van de inwerkingtreding van het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] uitdrukkelijk geweigerd was. Dat in de vergunde bestemming als taverne en kinderboerderij destijds ook feesten plaatsvonden, houdt niet in dat daarmee ook de functie als ‘feestzaal’ vergund was. De vergunningsbeslissingen en plannen uit het administratief dossier laten niet toe om dit (met zekerheid) vast te stellen, terwijl de toelichtingsnota bij het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] het gebruik als feestzaal niet vooropstelt. In dat verband kan opgemerkt worden dat de beoordeling voor een feestzaal, met een gewijzigd plan, een ander ruimtegebruik en een gewijzigde mobiliteit een nieuwe beoordeling veronderstelt, net omdat de aanvraag met een nieuw voorwerp steunt op de toepassing van het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan]. 3.7 […] VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-8/12 Het besluit is dat [de deputatie] de aanvraag vergund heeft in strijd met de toepasselijke stedenbouwkundige voorschriften uit het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan]. Op basis van de ganse voorgeschiedenis blijkt dat het [gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan] de bestaande functies en gebouwen heeft willen bestendigen en dat bij uitbreiding of herbouw een uitbreiding van maximum 20% toegelaten is. De bestaande functie van ‘feestzaal’ blijkt echter niet uit de vergunningsgeschiedenis of uit de bijgebrachte plannen. De bestreden beslissing is dan ook behept met een legaliteitsbelemmering. Gelet op deze vaststelling bestaat er in hoofde van [de deputatie] een gebonden bevoegdheid, en wordt er overgegaan tot indeplaatsstelling overeenkomstig artikel 37, § 2 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges […].” 8. De in het bestreden arrest aangehaalde artikelen 1.1 en 1.2 van het ‘Deelplan 02: Lindehoeve’ van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zonevreemde bedrijven en recreatie’, definitief vastgesteld door de gemeenteraad van Schilde op 14 december 2015, bevatten stedenbouwkundige voorschriften in de zin van artikel 4.3.1, § 1, 1°, a), VCRO. De toelichtingsnota bij het ruimtelijk uitvoeringsplan bezit daarentegen geen verordenende kracht en de inhoud ervan kan niet beschouwd worden als een stedenbouwkundig voorschrift in de zin van artikel 4.3.1, § 1, 1°, a), VCRO. Uit de voormelde artikelen 1.1 en 1.2 volgt niet dat bestaande gebouwen in de ‘zone voor horeca’ slechts mogen gebouwd, in stand gehouden, gerenoveerd, verbouwd, uitgebreid en herbouwd worden, wanneer de beoogde functie ervan reeds ten tijde van de inwerkingtreding van het plan vergund was. Deze voorwaarde wordt door de Raad voor Vergunningsbetwistingen enkel afgeleid uit de doelstelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan zoals deze zou blijken uit de toelichtingsnota, en die met name erin zou bestaan “om de huidige vergunde activiteiten te bestendigen en rechtszekerheid te bieden voor de zonevreemdheid”. Het bestreden arrest, dat oordeelt dat de heropbouw van een gebouw met de functie “feestzaal” onverenigbaar is met de stedenbouwkundige ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.965 VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-9/12 voorschriften, enkel omdat het gebouw op het ogenblik van de inwerkingtreding van het betrokken plan niet als “feestzaal” was vergund, en op die grond beslist dat de vergunningsaanvraag moet geweigerd worden, schendt artikel 4.3.1, § 1, 1°, a), VCRO en artikel 1 van deel 2.2 ‘Deelplan 02: Lindehoeve’ van de stedenbouwkundige voorschriften van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zonevreemde bedrijven en recreatie’, definitief vastgesteld door de gemeenteraad van Schilde op 14 december 2015. Het middel is in zoverre gegrond. VI. Gevolgen van de gegrondheid van het middel 9. De gegrondheid van het tweede middel in de zaak sub I volstaat om te besluiten tot vernietiging van arrest nr. RvVb-A-2223-0085. Noch de andere middelen die door de cv De Zeven Schaken worden aangevoerd, noch de middelen die door de deputatie van de provincieraad van Antwerpen worden aangevoerd in de zaak sub II moeten nog onderzocht worden. 10. Het arrest nr. RvVb-A-2223-0086 verwerpt het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schilde en de gemeente Schilde bij gebrek aan voorwerp, nu het besluit van 17 juni 2021 reeds werd vernietigd door het arrest nr. RvVb-A-2223-0085. De vernietiging door de Raad van State van het arrest nr. RvVb-A-2223-0085 doet de grondslag verdwijnen van het arrest nr. RvVb-A-2223-0086. Het is dan ook gepast om ook dat arrest te vernietigen. 11. Nu besloten wordt tot vernietiging van beide bestreden arresten als een gevolg van de gegrondheid van een door de cv De Zeven Schaken opgeworpen middel, wordt de deputatie van de provincieraad van Antwerpen niet beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, RvS-wet. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding. VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-10/12 BESLISSING 1. De zaken A. 237.690/VII-41.746, A. 237.706/VII-41.751 en A. 237.708/VII-41.753 worden samengevoegd. 2. De Raad van State vernietigt arrest nr. RvVb-A-2223-0085 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 oktober 2022 in de zaak 2021-RvVb-0921-A. 3. De Raad van State vernietigt arrest nr. RvVb-A-2223-0086 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 6 oktober 2022 in de zaak 2021-RvVb-0913-A. 4. Dit arrest dient te worden overgeschreven in de registers van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en melding ervan moet worden gemaakt op de kant van de vernietigde arresten. 5. De zaken worden verwezen naar de anders samengestelde Raad voor Vergunningsbetwistingen. 6. G.C. en M.H. worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep in de zaak sub I, begroot op een rolrecht van 200 euro, elk voor de helft, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de cv De Zeven Schaken. 7. G.C. en M.H. worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep in de zaak sub II, begroot op een rolrecht van 200 euro, elk voor de helft, en een bijdrage van 24 euro. De cv De Zeven Schaken wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst in de zaak sub II, begroot op 150 euro. VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-11/12 8. De gemeente Schilde wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep in de zaak sub III, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. De cv De Zeven Schaken, G.C. en M.H. worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten in de zaak sub III, begroot op 450 euro, elk voor een derde. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.746 & VII-41.751 & VII-41.753-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.965 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div