← België

Arrest 258988 - Milieu bescherming - Reglementen - 29/02/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.988 Rolnummer: A. 240795/VII-42317 Zaak: Arrest 258988 - Milieu bescherming - Reglementen - 29/02/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-05 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-06-10 22:07 Fiche Arrest nr 258.988 van 29 februari 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieu bescherming - Reglementen Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 258.988 van 29 februari 2024 in de zaak A. 240.795/VII-42.317 In zake: de VZW VERENIGDE VEEHOUDERS woonplaats kiezend in België tegen: het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het verzoekschrift

  1. Het verzoekschrift, ingediend op 20 december 2023, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van het “voorstel van decreet […] over de programmatische aanpak stikstof Doc. 1801 (2022-2023) - Nr. 1”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft op 12 januari 2024 een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement), en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 februari
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. VII-42.317-1/4 P.D., die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Rechtsmacht van de Raad van State
  5. Artikel 14, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt als volgt: “Indien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege wordt toegekend, doet de afdeling uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen: 1° van de onderscheiden administratieve overheden; 2° van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en de administratieve rechtscolleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie, met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel, evenals de aanwerving, de aanwijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een tuchtkarakter vertonen.” Op grond van deze bepaling heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State slechts rechtsmacht om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring, indien de bestreden beslissing kan worden beschouwd, hetzij als een handeling van een administratieve overheid in de zin van artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, hetzij als een handeling van één van de overheden opgesomd in artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, voor zover het in het laatste geval gaat om een handeling met betrekking tot een overheidsopdracht of met betrekking tot een lid van het personeel van de betrokken overheid, evenals de VII-42.317-2/4 aanwerving, de aanwijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een tuchtkarakter vertonen.
  6. Het voorliggende beroep is gericht tegen een voorstel van decreet dat in het Vlaams Parlement werd ingediend. Een wetgevend initiatief kan niet aangemerkt worden als een bij de Raad van State aanvechtbare handeling in de zin van het aangehaalde artikel 14, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Uit wat voorafgaat volgt dat de Raad van State geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van het voorliggende annulatieberoep.
  7. De zaak kan op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement met korte debatten definitief worden beslecht.
  8. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. De vordering tot schorsing dient als accessorium van het beroep tot nietigverklaring eveneens te worden verworpen. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. VII-42.317-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig februari tweeduizend vierentwintig , door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-42.317-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.988 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.