← België

Arrest 259005 - Apothekers en apotheken - 01/03/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.005 Rolnummer: A. 235947/XIV-38989 Zaak: Arrest 259005 - Apothekers en apotheken - 01/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-05 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-19 08:34 Fiche Arrest nr 259.005 van 1 maart 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 259.005 van 1 maart 2024 in de zaak A. 235.947/XIV-38.989 In zake : de NV APOTHEEK MOLENVELD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander Wynter kantoor houdend te 9220 Hamme Kapellestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep/de vordering

  1. Het beroep, ingesteld op 25 maart 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing “ van de Federale Minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken (datum onbekend) tot het verlenen van een vergunning aan BV [J.] ([…], voor het overbrengen van een voor het publiek open gestelde apotheek […]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Op 9 januari 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. XIV-38.989-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 februari
  3. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alexander Wynter, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna : de algemene procedureregeling) zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, het ingestelde beroep van de rol worden geschrapt. In het op 29 maart 2022 verzonden en op 31 maart 2022 door de raadsman van verzoekende partij ontvangen aangetekend schrijven, waarbij de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid. De verzoekende partij heeft de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen. Het is pas na het XIV-38.989-2/4 verstrijken van deze termijn dat zij het rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 22 euro heeft betaald.
  6. In het verzoek tot horen stelt de verzoekende partij dat de zending met de uitnodiging tot betaling haar nooit heeft bereikt. Zij beroept zich aldus op overmacht. Uit de stukken van het dossier blijkt dat met een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding, verzonden op 29 maart 2022, een verzoek tot betaling van het rolrecht en de bijdrage aan de verzoekende partij, die woonplaatskeuze heeft gedaan bij zijn raadsman, is verzonden naar de gekozen woonplaats. Dit verzoek bevat de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens. Voorts blijkt dat deze zending voor ontvangst (op de zogenaamde “roze kaart”) werd afgetekend op 31 maart
  7. Het verzoek tot betaling is aldus overeenkomstig de in artikel 71, tweede lid, samen te lezen met artikel 84, § 1, van de algemene procedureregeling, bepaalde wijze betekend. Het standpunt van de verzoekende partij dat zij nooit het verzoek tot betaling heeft ontvangen, vindt aldus geen steun in de stukken van het dossier. Uit wat voorafgaat volgt dat de verzoekende partij het bestaan van overmacht niet aannemelijk maakt.
  8. Aangezien de in artikel 71, eerste lid bedoelde rekening niet tijdig werd gecrediteerd, dient het beroep van de rol te worden geschrapt. BESLISSING
  9. Het beroep wordt van de rol geschrapt.
  10. Het laattijdig betaalde bedrag aan rolrechten en bijdrage dient te worden teruggestort. XIV-38.989-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan, Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.989-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.005 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.