id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.024 Rolnummer: A. 237938/VII-41812 Zaak: Arrest 259024 - Arbeids- en beroepskaarten - 04/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-12 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-19 05:31 Fiche Arrest nr 259.024 van 4 maart 2024 Economische zaken - Arbeids- en beroepskaarten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 259.024 van 4 maart 2024 in de zaak A. 237.938/VII-41.812 In zake : C.N. wonende te 9290 Berlare Kruisstraat 54/3 waar woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Devloo kantoor houdend te 8500 Kortrijk Koning Alberstraat 24/1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 december 2022, strekt tot de nietigverklaring van: - de stilzwijgende beslissing van de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Landbouw houdende bevestiging van de weigeringsbeslissing van 31 mei 2022 en - de beslissing van het departement Werk en Sociale Economie van 31 mei
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. VII-41.812-1/5 Verzoeker heeft een laatste memorie met verzoek tot voortzetting van het geding ingediend en de verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 december 2023, om 14 uur. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is sedert 2020 houder van een beroepskaart voor de uitoefening van bepaalde activiteiten als zelfstandige in bijberoep, dit voor een periode van 7 augustus 2020 tot 6 augustus
- 3.
- Op 26 maart 2021 dient verzoeker een aanvraag in tot hernieuwing van de beroepskaart en tot wijziging van het statuut. De verwerende partij verwerpt deze aanvraag op 18 juni
- 3.
- Op 12 maart 2022 dient verzoeker een aanvraag in tot wijziging van het statuut, namelijk tot zelfstandige in hoofdberoep, en tot wijziging van de uitgeoefende activiteiten. Het departement Werk en Sociale Economie van de verwerende partij verwerpt deze aanvraag op 31 mei
- Dit is de tweede bestreden beslissing. VII-41.812-2/5 3.
- Op 2 juni 2022 tekent verzoeker beroep aan bij de bevoegde Vlaamse minister tegen de weigeringsbeslissing van 31 mei
- Op 8 december 2022, de datum van het indienen van het beroep tot nietigverklaring, heeft de bevoegde minister nog geen beslissing genomen over het op 2 juni 2022 ingediende administratief beroep . De door verzoeker hieruit afgeleide stilzwijgende weigeringsbeslissing is de eerste bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep – verlies van het belang
- De verwerende partij deelt in haar laatste memorie mee dat het departement Werk en Sociale Economie op 16 mei 2023 de weigeringsbeslissing van 31 mei 2022 heeft ingetrokken en een nieuwe beroepskaart heeft toegekend aan verzoeker. Zij voegt een kopie van die beslissing bij haar laatste memorie. De verwerende partij stelt nog dat de weigeringsbeslissing daarmee “uit de rechtsorde [is] gehaald, zodat zij niet langer vernietigd kan worden door de Vlaamse Minister bevoegd voor Werk, evenmin door de Raad van State” en dat het beroep tot nietigverklaring onontvankelijk is.
- Ter terechtzitting bevestigt verzoeker dat hij ingevolge de beslissing van 16 mei 2023 inderdaad een beroepskaart heeft ontvangen en dat hij daardoor geen belang meer heeft bij het beroep tot nietigverklaring.
- Daargelaten de vraag naar het voorwerp van het beroep tot nietigverklaring, blijkt uit het voorgaande minstens dat verzoeker geen belang meer heeft bij het beroep tot nietigverklaring. Alleen al om die reden is het beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk. VII-41.812-3/5 V. Kosten – rechtsplegingsvergoeding
- Het is maar de vraag of het beroep tot nietigverklaring ontvankelijk was op het ogenblik dat het werd ingediend, enerzijds tegen een beslissing van 31 mei 2022 waartegen verzoeker een georganiseerd administratief beroep had aangetekend en anderzijds tegen een door verzoeker voorgehouden stilzwijgende weigeringsbeslissing over dat administratief beroep. De verwerende partij heeft op 16 mei 2023 de beslissing van 31 mei 2022 ingetrokken en de door verzoeker gevraagde beroepskaart alsnog toegekend. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat dit is gebeurd nadat verzoeker de tussentijds door de verwerende partij gevraagde KBO-regularisatie had doorgevoerd. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van verzoeker te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-41.812-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.812-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.024 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.