← België

Arrest 259055 - O.C.M.W. - 07/03/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.055 Rolnummer: A. 235542/IX-9998 Zaak: Arrest 259055 - O.C.M.W. - 07/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-12 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-06-19 01:32 Fiche Arrest nr 259.055 van 7 maart 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 259.055 van 7 maart 2024 in de zaak A. 235.542/IX-9998 In zake : de ALGEMENE CENTRALE DER OPENBARE DIENSTEN woonplaats kiezend te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te 9000 Gent Gustaaf Callierlaan 291 tegen : het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN OOSTENDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Hans Plancke en Sietse Wils kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 24 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van Oostende van 30 augustus 2021, waarbij “het behoeftenonderzoek en de effectieve overdracht van de dienst Thuiszorg aan [de vzw] i-mens” worden goedgekeurd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-9998-1/5 Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 februari
  3. Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Hans Plancke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij is een door de overheid erkende representatieve vakorganisatie in de zin van de wet van 19 december 1974 ‘tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel’. 3.
  6. Tot aan de bestreden beslissing organiseert de verwerende partij, met toepassing van artikel 60, § 6, van de wet van 8 juli 1976 ‘betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn’, een dienst Thuiszorg, die bestaat uit de volgende activiteiten: gezinszorg (inclusief aanvullende thuiszorg en zorgcoördinatie), huishoudhulp, poetshulp en de verhuur van personenalarmen. IX-9998-2/5 3.
  7. Op 1 april 2021 maakt de verwerende partij haar voornemen kenbaar om de voormelde dienst Thuiszorg aan een “overnemer” over te dragen. Tevens wordt in haar opdracht een behoeftenonderzoek uitgevoerd. 3.
  8. Twee kandidaat-overnemers dienen een offerte in. Na onderhandelingen met de verwerende partij leggen beide kandidaat-overnemers een finale offerte neer. 3.
  9. Op 17 augustus 2021 adviseert een stuurgroep van de verwerende partij aan de raad voor maatschappelijk welzijn van Oostende om haar beoordelingsverslag, waarin zij tot het besluit komt dat de vzw i-mens de “beste finale offerte” heeft ingediend, goed te keuren, de dienst Thuiszorg aan deze kandidaat-overnemer over te dragen en het ontwerp van overdrachtsovereenkomst goed te keuren. 3.
  10. Op 30 augustus 2021 neemt de raad voor maatschappelijk welzijn van Oostende een aantal besluiten met betrekking tot de overdracht van de dienst Thuiszorg: 1) de goedkeuring van het behoeftenonderzoek van 17 augustus 2021; 2) de beslissing om, na kennisname van het beoordelingsverslag van de finale offertes, de dienst Thuiszorg per 1 januari 2022 aan de vzw i-mens over te dragen; 3) de goedkeuring van het ontwerp van overeenkomt tot overdracht van de dienst Thuiszorg. Dat is de bestreden beslissing. 3.
  11. Nadat tegen die beslissing onder meer door de verzoekende partij een klacht wordt ingediend, beslist de Vlaamse minister bevoegd voor binnenlands bestuur op 25 november 2021 dat er “voor [z]ijn ambt geen redenen zijn om op te treden tegen het […] betwiste besluit in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht”. IX-9998-3/5 3.
  12. In de schoot van het bijzonder onderhandelingscomité van 1 december 2021 worden de onderhandelingen tussen de verwerende partij en de representatieve vakorganisaties met betrekking tot de overdracht van de dienst Thuiszorg afgesloten. Er volgt een protocol van niet-akkoord tussen de verwerende partij en de representatieve vakorganisaties – waaronder de verzoekende partij – “met betrekking tot de overdracht zelf van de dienst Thuiszorg”. De verzoekende partij gaat wel akkoord met “de overdrachtsovereenkomst en garanties voor de continuïteit van de tewerkstelling en loon- en arbeidsvoorwaarden mits rekening te houden met de opmerkingen geformuleerd in de notulen van deze vergadering en met het protocol van niet- akkoord met betrekking tot de overdracht van de dienst Thuiszorg” en met “de voorgestelde begeleidende maatregelen (december)”. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging 4.
  13. Met de bestreden beslissing wordt de dienst Thuiszorg van het OCMW van Oostende aan de vzw i-mens overgedragen. De laatstgenoemde heeft bijgevolg belang bij de uitkomst van het huidige beroep. Niettemin wordt vastgesteld dat de betrokken overnemer niet de mogelijkheid heeft gekregen om in deze procedure tussen te komen. Er is dan ook aanleiding om het debat te heropenen teneinde de vzw i-mens, met toepassing van artikel 21bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de mogelijkheid te bieden om in de zaak tussen te komen. 4.
  14. Om de procedure evenwel niet méér dan nodig te vertragen, past het om de vzw i-mens, indien zij zou beslissen een verzoek tot tussenkomst in te dienen, te bevelen om dadelijk ook haar opmerkingen te laten gelden, zodat het verzoek tot tussenkomst kan gelden als memorie. IX-9998-4/5 BESLISSING
  15. De Raad van State heropent het debat.
  16. Aan de vzw i-mens wordt een termijn van dertig dagen toegestaan, te rekenen vanaf de kennisgeving van dit arrest door de griffie van de Raad van State, om een verzoekschrift tot tussenkomst in te dienen en om in dit verzoekschrift haar opmerkingen te laten gelden.
  17. De zaak wordt opnieuw opgeroepen op de openbare terechtzitting van 22 april 2024, om 10.00 uur. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9998-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.055 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.261.919 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.