← België

Arrest 259056 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 07/03/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.056 Rolnummer: A. 236363/IX-10264 Zaak: Arrest 259056 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 07/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-18 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-06-19 01:31 Fiche Arrest nr 259.056 van 7 maart 2024 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 259.056 van 7 maart 2024 in de zaak A. 236.363/IX-10.264 In zake : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Waasland bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Len Augustyns kantoor houdend te 2000 Antwerpen Brusselstraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf Van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 3550 Heusden-Zolder Pastoor Paquaylaan 184 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 9 mei 2022, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing van de kamer van beroep van het Gemeenschaps- onderwijs van 22 februari 2022 waarbij de aan de tussenkomende partij IX-10.264-1/7 opgelegde tuchtstraf van het ontslag wordt vernietigd en aan hem de tuchtstraf van de terbeschikkingstelling voor twee jaar wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. R.V.H. heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 30 juni
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari
  4. Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gauthier Baudts, die loco advocaat Len Augustyns verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Caroline Cleynen, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Joris Claes, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. IX-10.264-2/7 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De tussenkomende partij is ten tijde van de bestreden beslissing vast benoemd leraar aan het GO! atheneum te Beveren-Waas, een onderwijs- instelling die behoort tot scholengroep Waasland van het Gemeenschapsonderwijs. Op 22 november 2021 beslist de raad van bestuur van de betrokken scholengroep om aan de tussenkomende partij de tuchtstraf van het ontslag op te leggen wegens inbreuken op de plichten van de personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs. Op beroep van de tussenkomende partij vernietigt de kamer van beroep van het Gemeenschapsonderwijs op 22 februari 2022 deze beslissing van 22 november 2021 en legt zij aan verzoeker de tuchtstraf van de terbeschikkingstelling voor twee jaar op. Dat is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep – ambtshalve exceptie
  7. Het belang, waarvan een verzoekende partij blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en de verzoekende partij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar een verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet voordeel oplevert. Dit voordeel moet in beginsel meer zijn dan de genoegdoening, verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing. IX-10.264-3/7 Ook ligt het op de weg van een verzoekende partij, wanneer er twijfel rijst omtrent haar actueel belang, om aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen, die kunnen aantonen dat zij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een actueel en rechtstreeks belang bij de nietigverklaring behoudt. Met datgene wat zij in dat verband aanvoert, schetst een verzoekende partij ook de contouren waar het haar om te doen is. De Raad van State moet met die door een verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden.
  8. Met een brief van 19 januari 2024 delen de raadslieden van de tussenkomende partij aan de Raad van State mee dat hun cliënt “ontslag nam bij scholengroep Waasland met ingang van 15 januari 2024”. Daarbij is de ontslagbrief van de tussenkomende partij en de aanvaarding van dat ontslag door de schooldirecteur gevoegd. Partijen werden vervolgens op vraag van de staatsraad- verslaggever ervan verwittigd dat aan hen ter terechtzitting zou worden gevraagd om standpunt in te nemen over de vraag of het vrijwillig ontslag van de tussenkomende partij een invloed heeft op het actueel belang van de verzoekende partij bij haar beroep.
  9. Ter terechtzitting verklaart de raadsman van de verzoekende partij dat deze laatste nog steeds belang heeft bij het beroep. In dat verband wordt – enkel – verwezen naar de bepalingen van artikel 21, § 7ter, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs. Naar luid van die bepaling – althans punt 1° – kan een vast benoemd personeelslid dat tuchtrechtelijk wordt ontslagen “de diensten die het vóór het ontslag […] presteerde in alle instellingen van de scholengroep in het ambt waarin het werd ontslagen […], niet meer in aanmerking nemen voor de berekening van de anciënniteit”. IX-10.264-4/7
  10. De Raad van State wil aannemen dat de verzoekende partij bedoelt dat haar belang erin bestaat dat zij wil verhinderen dat de tussenkomende partij in de toekomst bij haar nog voorrangsrechten kan doen gelden. Om dat belang nog te kunnen dienen is vooreerst vereist dat de tussenkomende partij – die bij de verzoekende partij vrijwillig ontslag heeft genomen, daarmee zijn ambt definitief heeft neergelegd en de rechtsband met de verzoekende partij heeft verbroken – zich aanbiedt bij de verzoekende partij om opnieuw te worden aangeworven. Bovendien is vervolgens vereist dat de verzoekende partij ermee instemt om een voormalig personeelslid, tegenover wie zij méér dan de intentie tot uitdrukking heeft gebracht om hem te willen ontslaan, opnieuw in dienst te nemen. Een aldus omschreven belang is in de concrete omstandigheden van de zaak wel ál te hypothetisch.
  11. De verzoekende partij doet niet langer blijken van het vereiste actueel belang. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep.
  13. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
  14. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de tussenkomende partij niet bekendgemaakt. IX-10.264-5/7 IX-10.264-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Wouter Pas, staatsraad, Jurgen Neuts, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wouters Geert Van Haegendoren IX-10.264-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.056 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.