← België

Arrest 259132 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/03/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.132 Rolnummer: A. 239999/VII-42191 Zaak: Arrest 259132 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-18 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-14 08:09 Fiche Arrest nr 259.132 van 14 maart 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing s RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 259.132 van 14 maart 2024 in de zaak A. 239.999/VII-42.191 In zake :

  1. E.A.
  2. A.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koenraad Van De Sijpe en Charlotte Dupon kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN, vertegenwoordigd door de deputatie van de provincieraad -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
  3. Het cassatieberoep, ingesteld op 11 september 2023, strekt tot de cassatie van arrest nr. RvVb-A-2223-1145 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 3 augustus 2023 in de zaak 2223-RvVb-0516-A. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij beschikking nr. 15.623 van 20 oktober 2023 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. Er is toepassing gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. VII-42.191-1/3 De memorie van antwoord werd op 4 december 2023 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. De mogelijkheid om te worden gehoord werd op 30 januari 2024 aan de partijen ter kennis gebracht. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van bovengenoemd artikel 21, tweede lid, bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord, alsook van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Krachtens voormeld artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt. BESLISSING
  6. De Raad van State verwerpt het beroep.
  7. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 24 euro. VII-42.191-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op veertien maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-42.191-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.132 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.