← België

Arrest 259158 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 18/03/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.158 Rolnummer: A. 238794/IX-10236 Zaak: Arrest 259158 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 18/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-19 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-14 08:09 Fiche Arrest nr 259.158 van 18 maart 2024 Economische zaken - Wegverkeer van mensen (bussen) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 259.158 van 18 maart 2024 in de zaak A. 238.794/IX-10.236 In zake: Maryolit MORA ROSA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Deurbroeck kantoor houdend te 9000 Gent Tentoonstellingslaan 15 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Vanhemelrijck kantoor houdend te 1910 Kampenhout Bergstraat 54 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 1 april 2023, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e definitieve beslissing van de Lijn van onbekende datum, maar vermoedelijk van 03.01.2023 tot het opleggen van een geldboete van 107,00 € aan verzoekster om reden dat zij bij een controle op 17.11.2022 niet zou beschikt hebben over een geldig vervoerbewijs of geen bewijsstuk dat recht geeft op gratis vervoer”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. IX-10.236-1/3 Adjunct-auditeur Anke Meskens heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 3 november
  3. Op 7 februari 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. IX-10.236-2/3
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Wouter Pas, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Wouter Pas IX-10.236-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.158 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.