id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.210 Rolnummer: A. 238773/IX-10234 Zaak: Arrest 259210 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 21/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-22 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-06-17 03:06 Fiche Arrest nr 259.210 van 21 maart 2024 Economische zaken - Wegverkeer van mensen (bussen) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.210 no lien 276178 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 259.210 van 21 maart 2024 in de zaak A. 238.773/IX-10.234 In zake: M.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Babette Geens kantoor houdend te 2000 Antwerpen Rodestraat 33/4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Vanhemelrijck kantoor houdend te 1910 Kampenhout Bergstraat 54 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 maart 2023, strekt tot de nietigverklaring van drie definitieve beslissingen van de dienst Administratieve Boetes van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn van 4 januari 2023 waarbij aan verzoeker telkens een administratieve boete van 107 euro wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Anke Meskens heeft een verslag opgesteld. IX-10.234-1/3 Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 11 december
- Op 5 februari 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de onontvankelijkheid van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IX-10.234-2/3 IV. Rechtsplegingsvergoeding
- Naar luid van artikel 30/1, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een rechtsplegingsvergoeding worden toegekend die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van “de in het gelijk gestelde partij”. Ingevolge de vastgestelde afstand van geding kan de verwerende partij als de in het gelijk gestelde partij worden beschouwd. Op grond van artikel 30/1, § 2, tweede lid van die gecoördineerde wetten wordt de rechtsplegingsvergoeding ten laste van de in het ongelijk gestelde partij die juridische tweedelijnsbijstand geniet, zoals te dezen verzoeker, beperkt tot het minimumbedrag. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Wouter Pas, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Wouter Pas ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.210 IX-10.234-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.210 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.