id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.223 Rolnummer: A. 238516/IX-10209 Zaak: Arrest 259223 - Penitentiair recht (met inbegrip van cassatie) - 22/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-25 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-13 04:45 Fiche Arrest nr 259.223 van 22 maart 2024 Justitie - Penitentiair recht (met inbegrip van cassatie) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 259.223 van 22 maart 2024 in de zaak A. 238.516/IX-10.209 In zake : A.A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kelly Van Elslande kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Hertjen 152 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Dewaele kantoor houdend te 8500 Kortijk Groeningestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 27 februari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing BC/22-0127 van de beroepscommissie van de Centrale Toezichtsraad voor het gevangeniswezen van 31 januari
- II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking nr. 15.386 van 4 mei 2023 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-10.209-1/4 Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 20 november
- De door de hoofdgriffier aan de verzoekende partij verzonden mededeling, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’, wordt geacht te zijn ontvangen door de verzoekende partij op 20 november
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit. IX-10.209-2/4
- Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. IV. Rechtsplegingsvergoeding
- De verwerende partij vraagt een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. Aangezien verzoeker de in het ongelijk gestelde partij is en juridische tweedelijnsbijstand geniet, dient, overeenkomstig artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State gelezen in samenhang met artikel 67, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, de rechtsplegingsvergoeding vastgesteld te worden op het door de koning bepaalde minimale bedrag van 154 euro, behalve in geval van kennelijk onredelijke situatie die te dezen niet blijkt. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter IX-10.209-3/4 Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-10.209-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.223 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div