id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.230 Rolnummer: A. 238929/XIV-39184 Zaak: Arrest 259230 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 22/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-03-23 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-13 04:45 Fiche Arrest nr 259.230 van 22 maart 2024 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 259.230 van 22 maart 2024 in de zaak A. 238.929/XIV-39.184 In zake :
- XXX
- XXX woonplaats kiezend te XXX XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Valerie Vandenhaesevelde kantoor houdend te 9620 Zottegem Godveerdegemstraat 101 tegen : het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het administratief cassatieberoep, ingesteld op 20 april 2023, strekt tot de cassatie van “het arrest nr. 08/23 van de Kamer van beroep, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) van het RIZIV, van 20 maart 2023 […]”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking nr. 15.487 van 5 juli 2023 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-39.184-1/3 Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 4 januari
- Op 23 februari 2024 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
- Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. XIV-39.184-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 24 euro.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partijen niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.184-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.230 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.