id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.258 Rolnummer: A. 237381/VII-41686 Zaak: Arrest 259258 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-08 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-06-13 21:56 Fiche Arrest nr 259.258 van 26 maart 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.258 no lien 276205 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 259.258 van 26 maart 2024 in de zaak A. 237.381/VII-41.686 In zake :
- H.H.
- R.W.
- L.S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Jongbloet kantoor houdend te 3010 Leuven Oude Diestsesteenweg 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN VLAAMS- BRABANT Tussenkomende partij : de NV CONDIUS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Matthias Strubbe kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 30 september 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-1082 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 25 augustus 2022 in de zaak 2021-RvVb-0947-A. VII-41.686-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 17 november
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De nv Condius heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 9 januari
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft op 24 maart 2023 een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 februari
- Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter Jongbloet, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Wendy Cromheecke, die loco advocaten Pieter-Jan Defoort en Matthias Strubbe verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-41.686-2/9 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verwerende partij verleent op 20 mei 2021 aan de tussenkomende partij een vergunning om percelen te Roosdaal te verkavelen. Het bestreden arrest verwerpt het vernietigingsberoep dat de verzoekende partijen tegen de beslissing van de verwerende partij hebben ingesteld. IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partijen voeren de schending aan van artikel 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’. Het middel komt op tegen de beoordeling van het bestreden arrest dat het wegenisplan dat door de gemeenteraad van Roosdaal met toepassing van artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd goedgekeurd op 29 november 2018, geldt als het voor de aflevering van de verkavelingsvergunning goedgekeurde wegenisbesluit. Het bestreden arrest stelde daartoe vast dat dit besluit een rooilijn goedkeurde en dat artikel 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ bepaalt dat rooilijnen die zijn goedgekeurd of vastgesteld op grond van andere wetgeving geldig blijven tot ze worden opgeheven of vervangen door rooilijnplannen ter uitvoering van dat decreet. VII-41.686-3/9 Volgens de verzoekende partijen viseert artikel 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ enkel de rooilijnen die met toepassing van andere regelgeving tot stand worden gebracht om geldig te blijven tot ze worden opgeheven of vervangen door rooilijnen ter uitvoering van de toen van toepassing zijnde regels, en die vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ geldig blijven tot ze met toepassing van dat decreet worden opgeheven en vervangen. De rooilijn die door de gemeenteraad van Roosdaal werd goedgekeurd op 29 november 2018 zou hieraan niet beantwoorden en aldus geen rooilijn zijn zoals bedoeld in artikel 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’. Die rooilijn hangt immers volgens de verzoekende partijen nauw samen met de verkavelingsvergunning in het kader waarvan zij werd voorgesteld, zodat zij uit het rechtsverkeer zou verdwijnen en onwerkzaam zou worden op het ogenblik dat van de verkavelingsvergunning afstand wordt gedaan of wanneer de verkavelingsvergunning zou komen te vervallen, en aldus uit het rechtsverkeer kan verdwijnen zonder dat ze wordt opgeheven of vervangen met toepassing van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’. Beoordeling
- De artikelen 86 en 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ bepalen : “Artikel
- De algemene rooiplannen, de rooilijnplannen en de plannen voor de begrenzing van de buurtwegen in de zin van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen worden opgenomen in het gemeentelijk wegenregister, vermeld in artikel
- Ze behouden hun verordenende kracht tot ze worden vervangen door rooilijnplannen ter uitvoering van dit decreet. Artikel 87.Rooilijnen die zijn vastgesteld of goedgekeurd op grond van andere wetgeving, blijven geldig tot ze worden opgeheven of vervangen door rooilijnplannen ter uitvoering van dit decreet.” Met het begrip “andere wetgeving” in artikel 87 worden aldus alle wettelijke regels bedoeld, met uitzondering van de bepalingen van de wet van 10 april 1841 ‘op de buurtwegen’. VII-41.686-4/9 Een rooilijn die door de gemeenteraad werd goedgekeurd in het kader van de beslissing over de zaak van de wegen met toepassing van oud artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, valt bijgevolg onder het toepassingsgebied van artikel 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’. De omstandigheid dat een rooilijn die in het kader van oud artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd goedgekeurd, onwerkzaam wordt wanneer de verkavelingsvergunning in het kader waarvan de rooilijn werd goedgekeurd niet wordt uitgevoerd, doet hieraan geen afbreuk. Die rooilijn kan slechts worden opgeheven of vervangen door een rooilijnplan dat wordt opgemaakt in uitvoering van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’. Het middel gaat uit van een andere rechtsopvatting, en faalt naar recht. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- In het tweede middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van de artikelen 2, 9°, 11, 12, § 2, 16, § 2, en 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’. De verzoekende partijen komen in dit middel op tegen de beoordeling van het bestreden arrest dat artikel 2, 9°, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ niet kan beletten dat een in het kader van de totstandkoming van een verkaveling met toepassing van artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening goedgekeurde wegenisbeslissing wordt beschouwd als een rooilijn die met toepassing van artikel 87 van het decreet van ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.258 VII-41.686-5/9 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ ook na de inwerkingtreding van dat decreet blijft gelden tot ze met toepassing van de procedure hiervoor voorzien in dat decreet wordt opgeheven of vervangen. Volgens de verzoekende partijen volgt uit de disjunctieve definitie die artikel 2, 9°, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ hanteert dat, wanneer er nog geen sprake is van een aangelegde openbare weg waarbij de rooilijn de feitelijke grens is tussen de bestaande openbare weg en de aangelande eigendommen, de grens tussen de rooilijn en de aangelande eigendommen enkel kan blijken uit een rooilijnplan dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 16, § 2, van het decreet. Zij wijzen erop dat artikel 12, § 2, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ bepaalt dat de aanleg van een gemeenteweg in het kader van de goedkeuring van een omgevingsvergunning enkel dan kan geschieden indien de vergunningsaanvraag een rooilijnplan bevat dat aan die voorwaarden voldoet. Nu het rooilijnplan dat door de gemeenteraad van Roosdaal op 29 november 2018 werd goedgekeurd niet voldoet aan die voorwaarden, kan het bestreden arrest volgens de verzoekende partijen niet oordelen dat de rooilijn die met dat besluit werd goedgekeurd, kan gelden als een rooilijn in de zin van artikel 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’. Beoordeling
- Artikel 2, 9°, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ bepaalt dat voor de toepassing van het decreet onder “rooilijn” wordt verstaan : “de huidige of de toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vastgelegd in een rooilijnplan. Als een rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen”. Een rooilijn die in het kader van oud artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd goedgekeurd, is niet vastgelegd in een ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.258 VII-41.686-6/9 rooilijnplan in de zin van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’, en maakt aldus blijkens deze definitie “de huidige grens [uit] tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen”. Daarbij wordt niet bepaald dat het moet gaan om een bestaande openbare weg. De omschrijving van het begrip “rooilijn” in artikel 2, 9°, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ verhindert bijgevolg niet dat een rooilijn die in het kader van oud artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd goedgekeurd, onder het toepassingsgebied valt van artikel 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’. Het middel gaat uit van een andere rechtsopvatting, en faalt naar recht. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
- In het derde middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van artikel 2, 9°, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’. De verzoekende partijen komen in dit middel op tegen de beoordeling van het bestreden arrest dat artikel 2, 9°, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ niet kan beletten dat een in het kader van de totstandkoming van een verkaveling met toepassing van artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening goedgekeurde wegenisbeslissing wordt beschouwd als een rooilijn, omdat uit dit artikel 2, 9°, blijkt dat er sprake kan zijn van een rooilijn ook indien er geen rooilijnplan is, en daarvan in ieder geval sprake is in het besluit van de gemeenteraad van 29 november 2018, waarin een rooilijn wordt vastgesteld die met toepassing van artikel 87 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ geldig blijft tot ze wordt opgeheven of vervangen door rooilijnplannen ter uitvoering van dat decreet. VII-41.686-7/9 Volgens de verzoekende partijen kan uit het begrip “huidige grens” in artikel 2, 9°, van het decreet van 3 mei 2019, in tegenstelling tot het begrip “ontworpen grens”, niet anders worden afgeleid dan dat bij gebreke van een in een rooilijnplan ontworpen rooilijn, een rooilijn enkel kan bestaan tussen een bestaande weg en de aangelande eigendommen. Een rooilijn die niet de huidige grens is tussen een bestaande openbare weg en de aangelande eigendommen, en die niet uit een rooilijnplan blijkt, zou geen rooilijn kunnen zijn in de zin van deze bepaling. Beoordeling
- Uit het begrip “huidige grens” dat gehanteerd wordt in artikel 2, 9°, van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ volgt niet dat de rooilijn, bij gebreke aan een rooilijnplan, enkel zou kunnen bestaan tussen een bestaande openbare weg en de aangelande eigendommen. Die “huidige grens” kan ook gevormd worden tussen een door de gemeenteraad goedgekeurde, doch nog niet aangelegde, openbare weg en de aangelande eigendommen. Het middel gaat uit van een andere rechtsopvatting, en faalt naar recht. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor een derde en een bijdrage van 22 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-41.686-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Francis Van Nuffel, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-41.686-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.258 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div