id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.271 Rolnummer: A. 236570/X-18172 Zaak: Arrest 259271 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 26/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-02 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-12 05:08 Fiche Arrest nr 259.271 van 26 maart 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.271 no lien 276217 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 259.271 van 26 maart 2024 in de zaak A. 236.570/X-18.172 In zake : J.P. woonplaats kiezend te tegen : het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 juni 2022, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van 04 april 2022, genomen te Brussel door de Beroepsinstantie – inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie – Afdeling Openbaarheid van bestuur – en waarbij – na beraadslaging – de Beroepsinstantie besloot dat het bij de Beroepsinstantie ingediende bestuurlijk beroep van verzoekende partij dd. 05 maart 2022 wegens een eerdere weigeringsbeslissing van 03 februari 2022 van de Provincie Vlaams-Brabant ontvankelijk doch ongegrond is”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.172-1/12 Eerste auditeur An Van den Broeck heeft een verslag opgesteld. Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 januari
- Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die verschijnt, en advocaat Dieter Janssen, die loco advocaat Patrick Devers verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den Broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 14 januari 2022 vraagt de verzoekende partij aan de provincie Vlaams-Brabant de openbaarmaking van de volgende stukken: “
- Afschrift, eensluidend met het origineel, van de door de Provincie Vlaams-Brabant opgestelde inventaris van het administratief dossier dat werd ingediend middels het omgevingsloket.
- Afschrift, eensluidend met het origineel, van al de stukken welke deel uitmaken van het administratief dossier dat op 02 november 2021 door de provincie Vlaams-Brabant in het Omgevingsloket werd ingevoerd.” De aanvraag kadert in een procedure die betrekking heeft op een door de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant verleende omgevingsvergunning die door de verzoekende partij bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) is bestreden. X-18.172-2/12
- Bij brief van 3 februari 2022 deelt de provinciegriffier aan de verzoekende partij mee dat haar openbaarheidsverzoek wordt afgewezen: “U vraagt ons een digitale kopie van het administratief dossier ‘zoals bezorgd aan het Omgevingsloket’. Echter, dit dossier werd niet ‘bezorgd aan het Omgevingsloket’. Het Omgevingsloket is een digitaal platform waar de betrokken partijen documenten in kunnen aanmaken, raadplegen en/of opladen. Gezien alle relevante documenten in een duidelijke structuur terug te vinden zijn in het Omgevingsloket, is een inventaris ook niet langer een meerwaarde of een vereiste. Het ‘geïnventariseerd administratief dossier’ zoals dat bestond voor het in werking treden van het Omgevingsloket, bestaat dan ook niet meer. Hoewel de deputatie meester [D. S.] heeft aangesteld om de belangen van de provincie te behartigen in dit dossier, verleende de juridische dienst op 29 oktober 2021 zélf de toegang tot het dossier in het Omgevingsloket aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Het feit dat meester [D.S.] per vergissing (en naar oude gewoonte) zijn antwoordnota heeft afgesloten met ‘geïnventariseerd administratief dossier: ingediend middels het omgevingsloket’, verandert niets aan het feit dat deze digitale kopie niet bestaat. Zoals Mr. [D. S.] reeds op 7 december 2021 meedeelde aan uw raadsman, kan u het (digitaal) administratief dossier in het Omgevingsloket raadplegen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Wij kunnen u alleen maar aanraden om hier gebruik van te maken. De gevraagde documenten kunnen u door het provinciebestuur van Vlaams-Brabant alleszins niet bezorgd worden. Deze documenten zijn niet in ons bezit, ze bevinden zich in het omgevingsloket. Het betreft documenten van verschillende bronnen, niet louter bestuursdocumenten van de provincie. Behalve het gegeven dat uw raadsman gemakkelijk kennis kan nemen van de door u gevraagde stukken, menen wij dat uw verzoek tot inzage en afschrift ook kennelijk onredelijk is. U nam immers reeds kennis van alle relevante stukken van het dossier, want op basis van deze stukken diende u, middels uw raadsman, eerst een uitgebreid bezwaar in tegen de door de stad Landen afgeleverde vergunning en vervolgens een uitgebreid verzoek tot nietigverklaring van het bestreden besluit. In deze omstandigheden mogen wij er dan ook redelijkerwijze van uit gaan dat u inzage vraagt van stukken die reeds in uw bezit zijn en/of waarvan u reeds kennisnam bij de gemeente. De wetgeving inzake openbaarheid kan er niet toe strekken dat u willekeurig meerdere malen kopie kan vragen van stukken die u onmiskenbaar reeds in uw bezit heeft. Tot slot is uw vraag tot inzage te vaag geformuleerd. Gezien u, blijkens uw voorgaande handelingen in dit dossier (bezwaar, verzoek tot nietigverklaring), duidelijk reeds in het bezit bent van alle relevante stukken van het dossier, kunnen wij uit uw aandringen op inzage slechts afleiden dat u specifiek naar één of meerdere stukken op zoek bent, waarvan u meent dat deze in het bezit zijn van de provincie. Indien u concreet aangeeft naar welk precies stuk u nog op zoek bent, kunnen wij u verder helpen. Een vraag naar ‘het administratief dossier zoals bezorgd aan ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.271 X-18.172-3/12 het omgevingsloket’, is te vaag geformuleerd om hier een passend antwoord op te geven.”
- Op 5 maart 2022 stelt de verzoekende partij tegen deze beslissing bestuurlijk beroep in bij de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie, afdeling openbaarheid van bestuur (hierna: de beroepsinstantie). 6.
- Op 4 april 2022 verklaart de beroepsinstantie het beroep ontvankelijk, doch ongegrond. 6.
- Wat betreft het eerste punt van het beroep, te weten de inventaris, overweegt de beroepsinstantie als volgt: “De beroepsinstantie heeft op 8 maart 2022 contact opgenomen met de provincie Vlaams-Brabant om meer informatie en duiding te krijgen betreffende dit beroepsdossier. De deputatie heeft op 18 maart 2022 geantwoord aan de beroepsinstantie, aan wie het thans toekomt te oordelen over het ingestelde beroep. Uit het antwoord van 18 maart 2022 blijkt effectief dat er geen inventaris bestaat, en dat de vermelding door de advocaat van de provincie dat zulks wel het geval zou zijn berust op een materiele vergissing. Er werd door de provincie geen inventaris van het administratief dossier bezorgd aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De provincie onderbouwt dit verder met de volgende motivering die door de beroepsinstantie wordt bijgetreden en als afdoend wordt beschouwd: ‘Het kan niet voldoende benadrukt worden dat er door de provincie in een procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen geen inventaris (meer) wordt opgemaakt van alle stukken die zich in een bepaald dossier in het omgevingsloket bevinden. Dat wordt trouwens niet langer vereist door de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Deze wenst van de provincie toegang te krijgen tot het dossier in het omgevingsloket en gaat daarmee dan verder aan de slag. Hiervoor is ook een rechtsgrond te vinden in het Besluit van de Vlaamse Regering houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (het zogeheten ‘Procedurebesluit’ d.d. 16/05/2014). Waar het art.
- §1 van dit besluit voorheen luidde als volgt: §
- De verweerder dient een antwoordnota, een geïnventariseerd administratief dossier, als dat nog niet werd ingediend, en eventuele aanvullende en geïnventariseerde overtuigingsstukken in binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen… […] luidt datzelfde artikel, met ingang van 1 december 2021 als volgt: §
- De verweerder dient een antwoordnota, een administratief ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.271 X-18.172-4/12 dossier, als dat nog niet is ingediend, en eventuele aanvullende en geïnventariseerde overtuigingsstukken in binnen een vervalternijn van vijfenveertig dagen. Merk op dat in deze tekst het woord ‘geïnventariseerd’ weggevallen is. Ook in art. 8, §3, laatste lid van dit Procedurebesluit wordt uitdrukkelijk bepaald dat voor de digitale beroepen het verlenen van toegang tot het omgevingsloket aan de Raad voor Vergunningenbetwistingen als de indiening van het administratief dossier wordt beschouwd en dat in dat geval het administratief dossier, in afwijking van het tweede lid van dat artikel, geen inventaris meer dient te bevatten. In dit besluit heeft de Vlaamse Regering de regelgeving aangepast aan een gebruik dat reeds geruime tijd voor de inwerkingtreding van deze gewijzigde bepaling in voege was. Het is immers al geruime tijd de gewoonte om aan de Raad voor Vergunningenbetwistingen geen inventaris meer te bezorgen van dossiers die volledig in het omgevingsloket terug te vinden zijn (…). Dat onze advocaat, meester [D.S.], de vergissing gemaakt heeft om – wellicht gewoontegetrouw – te verwijzen naar een inventaris die zou ingediend zijn, verandert hier niets aan.’ In artikel I.4.3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die werd gematerialiseerd op een drager. In casu blijkt de provincie niet in het bezit te zijn van de door de verzoeker gevraagde inventaris.” 6.
- Wat betreft het tweede punt van het beroep, te weten de stukken die deel uitmaken van het administratief dossier dat op 2 november 2021 door de provincie Vlaams-Brabant werd ingevoerd in het omgevingsloket, is de beroepsinstantie vooreerst van oordeel dat een aantal van de stukken van het “administratief dossier” reeds in het bezit zijn van verzoeker, “aangezien deze door of namens hem zelf werden bezorgd aan de deputatie en aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Het gaat daarbij om het verzoekschrift van [verzoeker], de 38 pagina’s tellende nota van [verzoeker] voor de hoorzitting en de bijlage bij die nota”. De beroepsinstantie vervolgt: “Voor de overige documenten is het van belang erop te wijzen dat er, sinds de inwerkingtreding van het omgevingsloket in 2018 voor digitale vergunningsdossiers in principe niet langer gewerkt wordt met één alles- X-18.172-5/12 omvattend papieren administratief dossier doch enkel met het omgevings- loket dat als een overkoepelend digitaal platform met een boomstructuur functioneert als drager van alle informatie die wordt aangebracht en ingevoerd door de verschillende overheden. Ook voeren de adviesinstanties sindsdien hun advies rechtstreeks in het omgevingsloket in. Uit de toelichting die de provincie aan de beroepsinstantie heeft bezorgd, blijkt dat er slechts een aantal documenten zijn die de provincie zelf invoert in het loket. De bestuursdocumenten die zij zelf heeft opgeladen op het loket zijn de volgende: - de beslissing omtrent de volledigheid en ontvankelijkheid van het beroep dd. 7 januari 2021 - het verslag van de provinciale omgevingsambtenaar (POA) - het besluit dd. 22 april 2021 (opgeladen op 25 mei 2021) De provincie toont zeer duidelijk aan dat verzoeker (en zijn advocaat) via het omgevingsloket reeds in kennis werd(en) gesteld van deze documenten. Ter volledigheid wordt eveneens verwezen naar de inventaris van verzoeker die hij heeft toegevoegd bij zijn verzoekschrift aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Ook daaruit blijkt dat hij deze documenten reeds in zijn bezit heeft. Buiten de reeds vermelde documenten waarover verzoeker reeds beschikt, bevinden de overige bestuursdocumenten en ingevoerde informatie zich op digitale wijze in datablokken/tabbladen op het omgevingsloket, niet bij de provincie analoog. Gelet op het hangend rechtsgeding voor de Raad voor Vergunnings- betwistingen, komt het aan verzoeker toe om deze overige documenten te consulteren via de daartoe geëigende procedure, met name via de raadpleging van het omgevingsloket. Nu verzoeker om een analoog afschrift van de dossierstukken vraagt, is het van belang te wijzen op artikel II.45, §1 van het Bestuursdecreet, dat luidt als volgt: ‘§1.Als het bestuursdocument niet in de gevraagde vorm beschikbaar is of redelijkerwijze ter beschikking kan gesteld worden, deelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.28, §1, in haar beslissing aan de aanvrager mee in welke andere vorm of vormen het bestuursdocument beschikbaar is of redelijkerwijze ter beschikking gesteld kan worden.’ Deze bepaling vindt in casu toepassing. Zoals hoger reeds aangehaald, bevat het omgevingsloket niet enkel bestuursdocumenten, maar ook informatie in de vorm van datablokken/tabbladen. De provincie geeft in dat verband uitdrukkelijk aan niet in staat te zijn om een analoog afschrift te bezorgen van het volledig administratief dossier. De provincie is met andere woorden niet in staat om informatie in de gevraagde vorm te verstrekken, maar zij heeft in toepassing van vermelde bepaling in haar beslissing van 3 februari 2022 wel duidelijk aangegeven in welke andere vorm de documenten wel beschikbaar zijn of redelijkerwijze ter beschikking kunnen gesteld worden. Zij heeft daarentegen wel aangegeven dat het dossier via digitale weg beschikbaar is voor verzoeker. Op die manier heeft de provincie aan verzoeker een redelijk alternatief aangeboden. Alle stukken van dit digitale administratief dossier zijn bijgevolg toegankelijk voor verzoeker, die als procespartij voor de Raad voor ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.271 X-18.172-6/12 Vergunningsbetwistingen toegang heeft tot het omgevingsloket. Het feit dat hij beweert niet te beschikken over de nodige ‘habiliteit en materialiteit’ om kennis te kunnen nemen middels digitale weg van de betrokken stukken is een feitenkwestie die, voor zover deze bevestigend beantwoord zou worden, een reden zou kunnen zijn om verzoeker, in de mate van het mogelijke, alsnog een papieren versie van de documenten te laten geworden. Deze feitenkwestie dient geval per geval beoordeeld te worden. De beroepsinstantie is evenwel van oordeel dat verzoeker wel degelijk over de nodige infrastructuur en bekwaamheid beschikt of minstens geacht wordt te beschikken, gelet op de feitelijke vaststelling dat het beroepschrift vanuit zijn mailadres en met vermelding van zijn naam onderaan, werd verstuurd naar de beroepsinstantie vanaf een digitaal medium, en wel onder de vorm van een ‘gescand attached image’, zoals verzoeker het door hem bijgevoegde verzoekschrift zelf noemt. Het kan dus bezwaarlijk aanvaard worden dat verzoeker digitaal ongeletterd zou zijn. Uit het voorgaande volgt dat beroeper de gevraagde documenten via het omgevingsloket actief kan consulteren. Hij kan de gewenste informatie daar stuk voor stuk uithalen. In de gegeven omstandigheden acht de beroepsinstantie het bovendien niet passend dat de beroeper ook nog eens via de omweg van de passieve openbaarheid al deze informatie die in het omgevingsloket beschikbaar is zou gaan opvragen bij de provincie Vlaams-Brabant, wier beslissing hij thans bestrijdt voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Ten overvloede en volledigheidshalve vermeldt de beroepsinstantie nog dat verzoeker, via zijn raadsman, voorafgaand aan huidig openbaarheids- verzoek, herhaaldelijk gevraagd heeft om een digitale kopie van hetzelfde administratief dossier. Met name werd op 29 november 2021, 7 december 2021 en nogmaals op 17 december 2021 door zijn advocaat verzocht om een digitale kopie van het volledige administratief dossier. Op deze vragen heeft de provincie geantwoord door – onder meer – te verwijzen naar het feit dat alle documenten die betrekking hebben op de vergunningsprocedure door de verschillende overheden, met inbegrip van de provincie wat betreft haar eigen documenten, worden opgeladen in het omgevingsloket. Om al deze redenen dient ook dit onderdeel van het beroep als ongegrond te worden afgewezen.” Dit is het bestreden besluit.
- De verzoekende partij wordt per e-mail van 4 april 2022 van deze beslissing in kennis gesteld. X-18.172-7/12 IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij roept in het eerste middel de schending in van artikel 32 van de Grondwet, van artikel III.91, eerste lid van het bestuurs- decreet van 7 december 2018, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: de motiveringswet) en van artikel 12 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2007 ‘tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie’ (hierna: het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2007), alsook van het onpartijdigheidsbeginsel, de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheids-beginsel en het redelijkheids- beginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 9.
- Volgens een eerste grief gebeurde de beoordeling van het beroep niet op een onafhankelijke en neutrale wijze. Uit de overwegingen van het bestreden besluit leidt de verzoekende partij af dat “de Beroepsinstantie overduidelijk de belangen van de gewenste werking van [de] Provincie laat primeren op de belangen van verzoekende partij”. Verzoekende partij verwijst ter zake naar de wijze waarop de beroepsinstantie tot het besluit komt dat zij partij “wel degelijk over de nodige infrastructuur en bekwaamheid beschikt of minstens geacht wordt te beschikken”. 9.2 De verzoekende partij houdt verder voor dat “uit geen enkele overweging [blijkt] dat de Beroepsinstantie actief onderzocht en gecontroleerd heeft of de beweringen van de Provincie in rechte en in feite juist zijn, aanvaardbaar zijn en de bestreden beslissing […] hebben kunnen dragen”. Volgens de verzoekende partij wordt de materiëlemotiveringsplicht geschonden omdat “nergens in de beslissing van 3 februari 2022 een bewering van materiële onmogelijkheid tot afgifte van de gevraagde bestuursdocumenten aanwijsbaar is.” X-18.172-8/12 Beoordeling
- De Raad van State valt de grief inzake het beweerde gebrek aan onpartijdigheid en neutraliteit van de verwerende partij niet bij. Het is niet omdat de beroepsinstantie de verzoekende partij in het ongelijk heeft gesteld, en haar beroep op een gemotiveerde wijze ongegrond heeft verklaard, dat tot een gebrek aan onpartijdigheid en neutraliteit kan worden besloten. De verzoekende partij reikt voor het overige geen elementen aan die van enig gebrek aan onpartijdigheid of neutraliteit zouden doen blijken.
- De verwerende partij heeft zich te dezen nader geïnformeerd bij de diensten van de provincie Vlaams-Brabant. In het licht van de stukken van het dossier én in het licht van de toelichting van de provincie Vlaams-Brabant is de beroepsinstantie in eerste instantie tot het besluit gekomen dat verzoekende partij niet aannemelijk kan maken dat de provincie over een inventaris van het administratief dossier zou beschikken. De bestreden beslissing stelt vervolgens vast dat de verzoekende partij reeds in het bezit is van de documenten die de provincie Vlaams-Brabant zelf in het omgevingsloket heeft ingevoerd. De overige bestuursdocumenten en ingevoerde informatie bevinden zich volgens de beroepsinstantie “op digitale wijze in datablokken/tabbladen op het omgevingsloket, niet bij de provincie analoog”.
- De verzoekende partij doet er niet van blijken dat de beroepsinstantie op onzorgvuldige wijze tot dit besluit is gekomen. De verzoekende partij brengt in haar verzoekschrift ook geen elementen aan die niet reeds door de beroepsinstantie werden onderzocht en in haar besluitvorming werden betrokken.
- De verzoekende partij betoogt nog dat de beroepsinstantie ten onrechte heeft aangenomen “dat de provincie niet in staat is om een analoog ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.271 X-18.172-9/12 afschrift te bezorgen” en zodoende is uitgegaan van een “materiële onmogelijkheid tot afgifte van de bestuursdocumenten”. Volgens de verzoekende partij heeft de provincie dit in haar initiële beslissing van 3 februari 2022 echter niet voorgehouden, wel integendeel. De verzoekende partij gaat er aldus aan voorbij dat het beroep bij de beroepsinstantie een georganiseerd administratief beroep is, en dat de devolutieve werking van dit beroep met zich meebrengt dat de beroepsinstantie de initiële vraag opnieuw onderzoekt en beoordeelt, en dat haar beslissing in beroep in de plaats treedt van de beslissing waartegen het georganiseerd bestuurlijk beroep werd ingesteld. Te dezen wordt niet aangetoond dat de bestuursinstantie in het licht van het onderzoek dat ter zake werd verricht, niet op goede gronden tot het besluit is gekomen dat de provincie niet in staat is om een “analoog afschrift te bezorgen van het volledig administratief dossier”.
- Voorts dient de aandacht te worden gevestigd op artikel II.45, § 1, van het bestuursdecreet dat uitdrukkelijk de situatie regelt waarin, zoals in casu, “het bestuursdocument niet in de gevraagde vorm beschikbaar is of redelijkerwijze ter beschikking kan gesteld worden”. In een dergelijk geval volstaat het immers dat aan de aanvrager wordt meegedeeld “in welke andere vorm of vormen het bestuursdocument beschikbaar is of redelijkerwijze ter beschikking gesteld kan worden”. Volgens de beroepsinstantie is er ter zake een “redelijk alternatief” aangeboden. De verzoekende partij doet niet blijken dat het oordeel van de beroepsinstantie te dezen niet op deugdelijke motieven is gesteund.
- In de mate dat de bestreden beslissing effectief tot het oordeel is gekomen “dat verzoeker wel degelijk over de nodige infrastructuur en bekwaamheid beschikt of minstens geacht wordt te beschikken” en “dat beroeper de gevraagde documenten via het omgevingsloket actief kan consulteren”, gaat het om overwegingen die sowieso niet bepalend zijn voor de vaststelling dat de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.271 X-18.172-10/12 provincie de gevraagde documenten enkel op digitale wijze ter beschikking heeft, zodat artikel II.45, § 1, van het bestuursdecreet van toepassing is. Het besluit is dan ook dat de overwegingen ter zake de bestreden beslissing niet vitieert. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Een tweede middel is genomen uit de schending van artikel 32 van de Grondwet, van artikel II.31, eerste lid, en artikel II.45, § 1, van het bestuursdecreet, van de artikelen 2 en 3 van de motiveringswet en van artikel 12 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2007, alsook uit de schending van de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
- Het middel is gericht tegen de overwegingen in de bestreden beslissing waarin wordt aangenomen dat de provincie niet in staat is om de informatie in de gevraagde vorm te verstrekken, maar wel het nodige heeft gedaan om – met toepassing van artikel II.45 § 1, van het bestuursdecreet – duidelijk aan te geven in welke andere vorm de documenten beschikbaar waren. Volgens de verzoekende partij had de provincie echter helemaal geen toepassing van artikel II.45, § 1, van het bestuursdecreet ingeroepen. Beoordeling
- Uit de behandeling van het eerste middel is gebleken dat de beslissing van de beroepsinstantie in de plaats treedt van de initiële beslissing van de provincie waartegen bestuurlijk beroep werd ingesteld. De verzoekende partij toont niet aan dat deze instantie onterecht toepassing heeft gemaakt van artikel II. 45, § 1, van het bestuursdecreet. X-18.172-11/12
- Ook het tweede middel is ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.172-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.271 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div