id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.354 Rolnummer: A. 241499/IX-10439 Zaak: Arrest 259354 - Schooltucht - 29/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-02 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-11 07:56 Fiche Arrest nr 259.354 van 29 maart 2024 Onderwijs en cultuur - Schooltucht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.354 no lien 276287 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 259.354 van 29 maart 2024 in de zaak A. 241.499/IX-10.439 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Invento bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2630 Aartselaar Groenenhoek 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 21 maart 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep Invento van het Gemeenschapsonderwijs van 6 maart 2024 waarbij de beslissing van de adjunct- directeur van de GO! school voor buitengewoon secundair onderwijs Zonnebos, campus ‘Via’, te Schoten, om verzoeker definitief uit de school te verwijderen, wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.439-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 maart 2024, om 14.30 uur. Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Paolina Boamah, die loco advocaat Christophe Vangeel verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Daniël Plas, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 28 februari 2024, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is tijdens het schooljaar 2023-2024 leerling in het tweede leerjaar B van de eerste graad (opleidingsvorm 4) in de GO! school voor buitengewoon secundair onderwijs Zonnebos, campus ‘Via’, te Schoten, instelling die behoort tot scholengroep Invento van het Gemeenschapsonderwijs. 3.
- Op 26 januari 2024 meldt de jongerencoach van de school aan de directie dat bij de leerlingen een filmpje in omloop is waaruit volgens haar blijkt dat onder meer verzoeker pestgedrag vertoont ten aanzien van een medeleerling. Als gevolg daarvan wordt verzoeker preventief geschorst van 29 januari tot 9 februari
- IX-10.439-2/7 3.
- Op 5 februari 2024 adviseert de klassenraad, in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het CLB, om aan verzoeker de tuchtstraf van de definitieve uitsluiting op te leggen. 3.
- Op 9 februari 2024 beslist de adjunct-directeur om verzoeker met ingang van 10 februari 2024 definitief uit te sluiten. 3.
- Op beroep van verzoeker en na hem te hebben gehoord, beslist de beroepscommissie van de verwerende partij op 6 maart 2024 om de beslissing van de schooldirectie tot definitieve verwijdering van verzoeker uit de school te bevestigen. Deze beslissing maakt het voorwerp uit van de voorliggende vordering. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. IX-10.439-3/7 V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting
- Verzoeker zet in zijn inleidend verzoekschrift de uiterst dringende noodzakelijkheid van zijn vordering als volgt uiteen: “Uiterst dringende noodzakelijkheid is ongetwijfeld voorhanden aangezien [verzoeker] in het huidige schooljaar zijn normale studieloopbaan niet kan vervolgen. De overplaatsing van een leerling met zijn problematiek is niet evident en de plaatsen in het buitengewoon onderwijs zijn ook schaars tot onbestaande. Het verlies van een schooljaar is dan ook uiterst reëel. Wanneer hij met de gewone procedure van schorsing toch recht zou halen, wat zoals hoger gezegd prima facie zeer aannemelijk is, zal gelet op de verstreken termijn het onmogelijk voor hem zijn om de verloren tijd in te halen. Zonder de uiterst dringende noodzakelijkheidsprocedure zou hij een onomkeerbaar nadeel lijden, dat bovendien ook ernstig is aangezien hij niet alleen een schooljaar verliest maar bovendien met dit alles gekraakt wordt in zijn fragiliteit waarvan gans dit dossier getuigt. [Verzoeker] moet een reële kans kunnen krijgen om zijn recht te halen, wat ook inhoudt dat de schade voor [hem] niet onomkeerbaar mag worden. We zijn namelijk reeds in de tweede helft van het schooljaar. Spoedeisendheid is duidelijk voorhanden. Alleen de procedure van uiterst dringende noodzakelijkheid kan deze reële kans op beroep garanderen zo niet bestaat de kans op een onomkeerbaar ernstig nadeel. [Verzoeker] heeft bovendien ook op elk ogenblik onmiddellijk gereageerd om zijn rechten te laten gelden.” Beoordeling
- De Raad van State herinnert eraan dat de toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid een ernstige verstoring teweegbrengt van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, dat ze de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum beperkt en de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang brengt. De aanwending van die procedure moet dan ook zéér uitzonderlijk blijven. Ze mag slechts worden aangewend in die enkele gevallen dat door de verzoekende partij op een IX-10.439-4/7 duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond dat de zaak uiterst dringend is. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit betekent dat een verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens in haar inleidend verzoekschrift aannemelijk moet maken dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas na het afwikkelen van een gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen dat haar ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing treft of dreigt te treffen. Die gegevens moeten door de verzoekende partij bovendien worden onderbouwd op een wijze die de Raad van State toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de uiterst dringende noodzakelijkheid inderdaad kunnen verantwoorden. De uiterst dringende noodzakelijkheid wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift wordt uiteengezet én gestaafd.
- Voor zover verzoeker aanvoert dat ten gevolge van de bestreden beslissing zijn “normale studieloopbaan” in het gedrang komt, moet erop worden gewezen dat de bestreden beslissing verzoeker definitief uitsluit uit de GO! school voor buitengewoon secundair onderwijs Zonnebos en dat hij dus op zoek moet naar een nieuwe school. De Raad van State bedenkt daarbij dat in principe niets de ouders eraan in de weg staat om in afwachting van een uitspraak al op zoek te gaan naar een alternatieve oplossing voor hun zoon, zodat hij zijn schoolloopbaan kan voortzetten in een andere onderwijsinstelling. Op zichzelf ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.354 IX-10.439-5/7 vormt de bestreden beslissing dus geen beletsel voor een “normaal” verloop van verzoekers schoolcarrière.
- Voorts maakt verzoeker niet concreet aannemelijk dat het onmogelijk zou zijn om alsnog een inschrijving in een andere school voor buitengewoon secundair onderwijs te verkrijgen. Hij mag dan wel aanvoeren dat de plaatsen in het buitengewoon secundair onderwijs “schaars tot onbestaande” zijn, hij legt evenwel geen enkel bewijs neer waaruit blijkt dat hij zich daarvoor tevergeefs bij één of meerdere andere onderwijsinstellingen heeft aangeboden.
- Welke zijn “problematiek” is en waarom deze een inschrijving in een andere school “niet evident” maakt, licht verzoeker volstrekt niet toe. Net zomin verstrekt verzoeker enige informatie over zijn “fragiliteit”.
- Een op de voormelde niet-gestaafde beweringen gesteund verlies van een schooljaar maakt verzoeker derhalve evenmin aannemelijk.
- Daargelaten dat de Raad van State geen acht vermag te slaan op de toevoeging van verzoeker ter terechtzitting dat hem telefonisch zou zijn bevestigd dat “er geen vrije plaatsen zijn in Antwerpen” – de verwerende partij kan daarop immers niet meer schriftelijk reageren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die, naar luid van artikel 22, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, essentieel schriftelijk is – moet worden vastgesteld dat verzoeker nog steeds verzuimt om in dat verband enig overtuigingsstuk bij te brengen.
- Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker de uiterst dringende noodzakelijkheid van zijn vordering niet aantoont.
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. IX-10.439-6/7 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jurgen Neuts IX-10.439-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.354 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div