id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.362 Rolnummer: A. 241364/XIV-39530 Zaak: Arrest 259362 - Overheidsopdrachten - 29/03/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-02 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-06-11 07:56 Fiche Arrest nr 259.362 van 29 maart 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 259.362 van 29 maart 2024 in de zaak A. 241.364/XII-9470 In zake: de GMBH & CO. KG COREVAS, vennootschap naar Duits recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Poppe kantoor houdend te 9052 Gent Bollebergen 2, A/20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE DIENST VOOR BRANDWEER EN DRINGENDE MEDISCHE HULP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Véronique Christiaens en Marnix De Smedt kantoor houdend te 1050 Brussel Kroonlaan 340 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 28 februari 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (DBDMH) van 22 december 2023 waarbij de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp ‘Gebruik van software voor het beheer van video-oproepen bij NC 112 en brandweerdispatching DBDMH om real-time locatie en visuele ondersteuning met betrekking tot incidenten te verkrijgen’ wordt gegund aan ‘Bliksund Denmark A/S’, vennootschap naar Deens recht. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. XII-9470-1/14 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 maart
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anthony Poppe, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Marnix De Smedt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp ‘Gebruik van software voor het beheer van videogesprekken in NC 112 en Brandweerdispatching DBDMB om real-time locatie en visuele intelligentie inzake incidenten te verkrijgen’. De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. Er wordt gekozen voor een vereenvoudigde onderhandelings- procedure met voorafgaande bekendmaking. 3.
- De opdracht wordt nader omschreven in bijlage 1 bij het bestek dat op de opdracht van toepassing is, onder meer als volgt: “Om een zo efficiënt en effectief mogelijk gebruik van de middelen van de brandweer mogelijk te maken, wil DBDMH gebruik maken van een toepassing die het mogelijk maakt om beelden te livestreamen naar de NC XII-9470-2/14 112 en dispatching van DBDMH. Zo kan een dispatcher onmiddellijk de situatie op het terrein beoordelen en beslissen of er al dan niet extra (specifieke) middelen naar de interventieplaats moeten gestuurd worden. Op deze manier gaat er geen kostbare tijd verloren waarbij de interventie-eenheden moeten wachten op extra middelen. De NC 112 en dispatching zullen tevens vanop afstand een nauwkeurige locatiebepaling van het incident ontvangen en livebeelden te zien krijgen.” Blijkens punt I.1 ‘Beschrijving van de opdracht’ van de administratieve bepalingen van het bestek, bestaat de opdracht uit twee posten: “Post 1: Implementatie en bedrijfsklaar maken van de softwareapplicatie in de interne informatica systemen van de DBDMH Post 2: Het gebruik, het onderhoud en de ondersteuning van de software, met inbegrip van de bijbehorende vorming, gedurende een periode van 4 jaar.” In punt I.14 ‘Gunningscriteria’ worden de volgende gunningscriteria en hun weging bepaald: ‘Kwaliteit van de aangeboden oplossing’ (50 punten), ‘Prijs van de aangeboden oplossing’ (30 punten), ‘Inhoudelijke kwaliteit van de Service Level Agreement (SLA)’ (15 punten), en ‘Uitvoeringstermijn’ (5 punten). Het gunningscriterium ‘Prijs van de aangeboden oplossing’ bevat twee subgunningscriteria: ‘Prijs voor het gebruik, het onderhoud en de ondersteuning van de software gedurende een periode van 4 jaar, met inbegrip van de bijbehorende vorming’ (25 punten) en ‘Prijs van de implementatie en bedrijfsklaar maken van de softwareapplicatie in de interne informaticasystemen DBDMH’ (5 punten). De beoordelingsmethodiek wordt in het bestek als volgt toegelicht: “Voor het sub-criterium ‘Prijs voor het gebruik, het onderhoud en de ondersteuning van de software gedurende een periode van 4 jaar, met inbegrip van de bijbehorende vorming’: XII-9470-3/14 Punten van de te beoordelen offerte = (laagste prijs vermeld in de conforme offertes / prijs vermeld in de te beoordelen offerte) x gewicht van het sub-criterium ‘Prijs voor het gebruik, het onderhoud en de ondersteuning van de software gedurende een periode van 4 jaar, met inbegrip van de bijbehorende vorming’ (weging: 25 %). Voor het sub-criterium ‘Prijs van de implementatie en bedrijfsklaar maken van de softwareapplicatie in de interne informaticasystemen DBDMH’ : Punten van de te beoordelen offerte = (laagste prijs vermeld in de conforme offertes / prijs vermeld in de te beoordelen offerte) x gewicht van het sub-criterium ‘Prijs van de implementatie en bedrijfsklaar maken van de softwareapplicatie in de interne informaticasystemen DBDMH’ (weging: 5 %). De beide scores behaald voor het gunningscriterium ‘Prijs van de aangeboden oplossing’ worden bij elkaar opgeteld om alzo een score op 30 punten te bekomen. De prijs die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van deze formules is de prijs die in het document bijlage B ‘Inventaris/Prijslijst’ wordt aangeduid als de totale prijs inclusief BTW.” 3.
- Er worden vier offertes ingediend, waaronder door de verzoekende partij en door Bliksund Denmark A/S (hierna: Bliksund). De verzoekende partij geeft voor post 1 ‘Implementatie en bedrijfsklaar maken van de softwareapplicatie in de interne informatica systemen van de DBDMH’, dat wordt beoordeeld in het subgunningscriterium 2.2 (op 5 punten), een eenheidsprijs van 15.000 euro op, en voor post 2 ‘Het gebruik, het onderhoud en de ondersteuning van de software, met inbegrip van de bijbehorende vorming, gedurende een periode van 4 jaar’, dat wordt beoordeeld in het subgunningscriterium 2.1 (op 25 punten) een eenheidsprijs van 35.000 euro, terwijl Bliksund voor post 1 een nulprijs opgeeft, en voor post 2 een eenheidsprijs van 39.300 euro. 3.
- Er worden geen onderhandelingen met de inschrijvers gevoerd. In het gunningsverslag (zonder datum) wordt met betrekking tot het prijsonderzoek het volgende gesteld: “
- Na deze verbeteringen vond het prijs- en kostenonderzoek van de ontvangen offertes plaats. Hierbij ontstond niet het vermoeden bij de XII-9470-4/14 aanbestedende overheid dat er prijzen of kosten worden aangeboden die abnormaal hoog of laag lijken.” Drie van de vier offertes worden regelmatig bevonden, waarna deze worden onderworpen aan een evaluatie op basis van de gunningscriteria. Het tweede gunningscriterium ‘Prijs van de aangeboden oplossing’ wordt als volgt beoordeeld: “Toepassing van deze formules voor de 2 subcriteria leverde de volgende resultaten op: Subcriterium Subcriterium Totaal 2.1 (*) 2.2 (**) Bliksund 12,72/25 5/5 17,72/30 Corevas 14,29/25 0/5 (***) 14,29/30 R. 25/25 0/5 (***) 25/30 Opmerkingen: (*) Subcriterium 2.1 = ‘Prijs voor het gebruik, het onderhoud en de ondersteuning van de software gedurende een periode van 4 jaar, met inbegrip van de bijbehorende vorming’; (**) Subcriterium 2.2 = ‘Prijs van de implementatie en bedrijfsklaar maken van de softwareapplicatie in de interne informaticasystemen DBDMH’. (***) Opmerking inzake het subcriterium 2.2 Na toepassing van de formule voorzien in het bestek om een score toe te kennen aan het subcriterium 2.2 behalen de inschrijvers Corevas en R. elk een score van 0 punten, te wijten aan het feit dat de teller in de formule ‘0’ bedraagt (= prijs van de offerte van Bliksund voor dit subcriterium). Aangezien echter elk van de 2 inschrijvers Corevas en R. een van elkaar verschillende prijs voor dit subcriterium aangeboden hebben, zal in het geval van een eventueel ex aequo in de eindscore voor het totaal van de gunningscriteria tussen een of meer van de voornoemde 2 inschrijvers rekening gehouden worden met hun aangeboden prijs voor het subcriterium 2.
- In geval van een dergelijk ex aequo tussen Corevas en R. zal de inschrijver met een lagere prijs voor het subcriterium 2.2 de voorrang krijgen”. De offerte van Bliksund wordt als eerste gerangschikt met een totaalscore van 74,70 %, tegenover 71,66 % voor die van de verzoekende partij, die als tweede wordt gerangschikt. 3.
- Op 7 december 2023 gunt de verwerende partij de opdracht aan Bliksund. XII-9470-5/14 Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Deze beslissing wordt aan de verzoekende partij ter kennis gebracht met een aangetekende brief van 12 februari 2024 en een e-mailbericht van 14 februari
- IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. V. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen
- Het tweede middel wordt genomen uit de schending van de artikelen 76, §§ 1 en 5, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017), het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiële motiveringsplicht, “Doordat de gekozen inschrijver een nulprijs heeft gegeven voor de eerste post van de inventaris, zijnde het subgunningscriterium 2.2 […] ‘Prijs voor de implementatie en operationele gereedheid van de softwaretoepassing in de interne IT-systemen van de DBDMH’; Doordat de prijs voor een bepaalde post alle prestaties moet dekken die onder die post moeten uitgevoerd worden; Doordat deze verplichting des te meer geldt voor posten die het voorwerp uitmaken van een afzonderlijk (sub)gunningscriterium; XII-9470-6/14 Doordat de offerte van de gekozen inschrijver daardoor substantieel onregelmatig is; Doordat de offerte van [de] gekozen inschrijver, die een duidelijke substantiële onregelmatigheid bevat, aanvaard werd, zonder dat deze substantiële onregelmatigheid beoordeeld werd door de verwerende partij; Doordat de verwerende partij dus ook deze offerte niet geweerd heeft of heeft opgelegd om deze te laten regulariseren; Terwijl een offerte krachtens artikel 76, § 1, KB Plaatsing, substantieel onregelmatig is wanneer ze van aard is de inschrijver een discriminerend voordeel te bieden, tot concurrentievervalsing te leiden, de beoordeling van de offerte van de inschrijver of de vergelijking ervan met de andere offertes te verhinderen, of de verbintenis van de inschrijver om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaande, onvolledig of onzeker te maken; Terwijl artikel 76, § 5, KB Plaatsing voorziet dat de aanbestedende overheid beslist om hetzij de substantieel onregelmatige offerte nietig te verklaren, hetzij om deze onregelmatigheid te laten regulariseren; Terwijl het bestek bevestigt dat de aanbestedende overheid de onregelmatigheden zal beoordelen op grond van artikel 76, § 5, KB Plaatsing; Terwijl een gunningsbeslissing moet worden voorafgegaan door een zorgvuldig onderzoek; Terwijl voor elke administratieve beslissing op grond van de materiële motiveringsplicht rechtens aanvaardbare motieven moeten bestaan die blijken uit het besluit zelf of minstens uit het administratief dossier. Zodat de in het middel aangehaalde bepalingen geschonden werden.” Zij licht toe dat zij een lagere score dan de gekozen inschrijver behaalt op het gunningscriterium ‘Prijs van de aangeboden oplossing’, ondanks het feit dat haar totaalprijs (155.000 euro, btw niet inbegrepen), lager was dan die van de gekozen inschrijver (157.200 euro, btw niet inbegrepen), dit als gevolg van de door deze inschrijver opgegeven nulprijs voor post 1 met als gevolg een voor deze inschrijver maximale score op het subgunningscriterium 2.
- De verzoekende partij benadrukt dat door de opgegeven nulprijs de beoordelingsmethode voorzien voor dit subguningscriterium 2.2 niet kon worden toegepast, aangezien de teller in deze formule steeds nul is. Hierdoor krijgen de verzoekende partij en de andere inschrijver een score van 0 op 5 punten op dit subgunningscriterium. XII-9470-7/14 Zij vervolgt dat de opgegeven nulprijs bijgevolg duidelijk de eerlijke vergelijking tussen de offertes heeft verhinderd, en de offerte van Bliksund als substantieel onregelmatig had moeten worden beschouwd. Door integendeel die offerte wel te aanvaarden, zonder enige vorm van regularisatie, heeft de verwerende partij artikel 76, § 5, van koninklijk besluit plaatsing 2017, haar eigen bestek en het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden. Minstens blijkt niet uit de bestreden beslissing noch uit het dossier, aldus de verzoekende partij, op grond van welke motieven de offerte van de gekozen inschrijver regelmatig werd bevonden, ondanks de nulprijs.
- In haar nota verwijst de verwerende partij, wat het normaal karakter van de opgegeven nulprijs betreft, naar haar verweer met betrekking tot het eerste middel, dat een vermeend gebrek aan prijsonderzoek betreft. Zij stelt aldaar: “
- De hierboven aangehaalde zaak [zaak die aanleiding gegeven heeft tot arrest nr. 257.088 van 10 juli 2023, nv Canon Belgium] vertoont veel gelijkenissen met de voorliggende, in de mate dat in voormelde zaak verschillende inschrijvers verschillende software hebben voorgesteld, waarbij deze in het ene geval, gelet op de gebruikte technologie, veel goedkoper uitviel dan in het andere. In voorliggend geval heeft verwerende partij wel degelijk een prijsonderzoek uitgevoerd […]. Inzake de door Bliksund voorgestelde oplossing, stelt het analyseverslag [voorlopig analyseverslag van de technische/functionele vereisten – vertrouwelijk stuk] het volgende […]: ‘Op browser gebaseerd (je hoeft geen app te installeren) Installatie en configuratie op afstand van Videolink-software via SSH op DBDMH’s eigen serveromgeving of gehost in Frankfurt Ervoor zorgen dat de juiste poorten op het netwerk open staan Toegang tot de DMZ van de DBDMH wordt op het juiste moment ingepland en het werk wordt verdeeld’ Dit onderzoek wordt bevestigd door de inhoud van de offerte van Bliksund. Verwerende partij verwijst hiervoor naar de uiteenzetting van de feiten, meer bepaald naar paragraaf 5 van deze nota, dat als volgt kan worden samengevat: - de voorgestelde oplossing is bestaande en wordt reeds door een groot aantal brandweerkorpsen gebruikt; - de oplossing is reeds operationeel; XII-9470-8/14 - ‘Om de binnenkomende video te bekijken heeft de gebruiker alleen een webbrowser nodig. Er is geen speciale software nodig op de werkstations’; - het opzetten van de oplossing zal vanop afstand gebeuren, mits toegang wordt verleend tot het informaticasysteem van de verwerende partij; - het instellen van de gebruiksparameters kan volledig door de gebruiker (‘administrator’ of ‘superuser’) zelf beheerd worden. Post 1 van de prijsinventaris (en van het tweede sub-criterium m.b.t. de prijs) heeft alleen betrekking op de ‘Implementatie en bedrijfsklaar maken van de softwareapplicatie in de interne informaticasystemen van de DBDMH’. Gelet op de karakteristieken van de door de gekozen inschrijver aangeboden oplossing, vergt deze geen implementatie. Het enige wat op voorhand dient te gebeuren is dat de beveiliging van het informaticasysteem van de verwerende partij de werking van de applicatie toelaat. Dergelijke tussenkomst is minimaal en verwaarloosbaar. Met een prijs stemt een prestatie overeen, die er in dit geval niet is, of ten minste verwaarloosbaar is. Verwerende partij heeft dan ook, tijdens haar prijsonderzoek, geen vermoeden van een abnormaal lage prijs weerhouden. Zoals reeds uiteengezet, berust het instellen van de parameters van de softwareapplicatie die de gekozen inschrijver voorstelt voornamelijk op verwerende partij. Hiervoor dient het personeel van laatstgenoemde een opleiding te volgen. Deze prijs voor deze opleiding maakt echter deel uit van post 2 van de prijsinventaris, zijnde ‘Het gebruik, het onderhoud en de ondersteuning van de software, met inbegrip van de bijbehorende vorming, gedurende een periode van 4 jaar’. De prijs van nul euro voor post 1 van de prijsinventaris is dan ook verantwoord en behoefde geen verder prijsonderzoek.
- Ook verzoekende partij stelt een ‘SaaS’-oplossing [Software as a service] voor. Maar in tegenstelling tot die van de gekozen inschrijver, moet er, voor het instellen van de parameters ervan, op haar beroep worden gedaan. Haar oplossing is bovendien nog niet beschikbaar in het Nederlands en vereist daarom nog verdere ontwikkelingen. Dat zij een prijs voor post 1 voorstelt die hoger ligt dan die van de gekozen inschrijver, is dan ook verantwoord.” De verwerende partij vervolgt dat de verzoekende partij de regelmatigheid van de offertes verwart met de analyse en vergelijking ervan in het licht van de gunningscriteria. Het bestek voorziet niet in een weging van de offertes op grond van de totaalprijs maar wel in een weging op grond van de twee subgunningscriteria met betrekking tot de prijs. Het onderscheid tussen de twee posten is ingegeven door de jaarlijkse opzegbaarheid van het contract: de prijs van post 1 heeft potentieel meer impact op de totale kostprijs indien het contract vóór het verstrijken van de termijn van vier jaar zou worden opgezegd. Zij bevestigt dat, gelet op de implementatiekosten die in de offertes van de verzoekende partij en de XII-9470-9/14 gekozen inschrijver zijn vermeld, deze laatste offerte goedkoper blijft gedurende de eerste drie jaren van de uitvoering van de opdracht ende offerte van de verzoekende partij slechts vanaf het vierde jaar (licht) goedkoper uitkomt. In zoverre de verzoekende partij stelt dat de beoordelings- methode voorzien in het bestek niet kon worden toegepast omwille van de nulprijs opgegeven door de gekozen inschrijver voor subgunningscriterium 2.2, bevestigt de verwerende partij dat de teller in de vooropgestelde formule steeds nul is zodat alle inschrijvers die een andere prijs dan nul hebben opgegeven systematisch nul punten krijgen. Het feit dat de opgegeven nulprijs de toepassing van de vooropgestelde beoordelingsmethode bemoeilijkt, impliceert volgens haar niet dat de betrokken offerte substantieel onregelmatig is in de zin van artikel 76, § 1, van het koninklijk besluit plaatsing
- Uit de offerte van de gekozen inschrijver en het gevoerde prijsonderzoek met als besluit dat de opgegeven nulprijs geen abnormale prijs is, blijkt dat deze inschrijver de prestaties kan uitvoeren overeenkomstig de in het bestek vastgestelde vereisten. De offerte van de gekozen inschrijver wijkt niet af van het bijzonder bestek zodat deze wel degelijk vergeleken kon worden met de offertes van de andere inschrijvers en er geen sprake was van concurrentievervalsing. Bovendien, opdat de offerte van de verzoekende partij, in het licht van de vastgestelde gunningscriteria, de economisch meest voordelige offerte zou zijn geweest, had de gekozen inschrijver voor post 1 van de prijsinventaris een prijs dienen op te geven van meer dan 9.120 euro, btw niet inbegrepen. Beoordeling
- In beginsel lijkt er op het eerste gezicht geen beletsel te zijn om, zoals te dezen, een gunningscriterium inzake de prijs onder te verdelen in meerdere subgunningscriteria. Als de prijzen van bepaalde onderdelen van de opdracht afzonderlijk worden vergeleken, in aparte subgunningscriteria waaraan afzonderlijke gewichten toegekend, dient het relatieve gewicht van elk onderdeel of criterium in een redelijk verband te staan tot het vermoedelijk belang van de XII-9470-10/14 betrokken prestatie in het geheel van de prijsbepalende prestaties. Op die manier wordt het mogelijk gemaakt om, mede aan de hand van de prijscriteria, de economisch meest gunstige offerte aan te wijzen. De verzoekende partij lijkt evenwel op het eerste gezicht terecht te stellen dat indien de prijs van een bepaalde post een afzonderlijk gunningscriterium vormt, het voor de vergelijkbaarheid van de offertes van belang is dat alle prestaties die onder die post moeten worden geleverd, in de prijs voor die post worden opgenomen en niet worden verdeeld over andere posten. Er anders over oordelen lijkt manipulatie van de beoordeling van de gunningscriteria mogelijk te maken.
- Te dezen wordt in het bestek verplichtend opgelegd dat een prijs voor de implementatie en het bedrijfsklaar maken van de software (post 1) wordt opgegeven, afzonderlijk van de prijs voor het gebruik, het onderhoud en de ondersteuning van die software gedurende vier jaar, de bijhorende vorming inbegrepen (post 2). Het lijkt aldus de uitdrukkelijke wil van de verwerende partij te zijn dat de opdrachtnemer zal instaan voor de implementatie en het bedrijfsklaar maken van de software. Blijkens het ‘voorlopig analyseverslag van de technische/functionele vereisten’, waaruit de verwerende partij in haar nota citeert, heeft de verwerende partij de door Bliksund opgegeven nulprijs aanvaard door te stellen dat de installatie en configuratie van de software in de interne informaticasystemen van de DBDMH op afstand kan en dat het instellen van de gebruiksparameters van de softwareapplicatie volledig door de gebruiker zelf kan worden beheerd. Wel dient, volgens voornoemd analyseverslag en zoals bevestigd in de nota, het personeel van de verwerende partij hiervoor een opleiding te volgen, en maakt de “prijs voor deze opleiding […] echter deel uit van post 2”, dat wordt beoordeeld onder het subgunningscriterium 2.1 ‘Het gebruik, het onderhoud en de ondersteuning van de software, met inbegrip van de bijbehorende vorming, gedurende een periode van 4 jaar’. XII-9470-11/14
- De verzoekende partij maakt ter terechtzitting op het eerste gezicht aannemelijk dat uit het voornoemd analyseverslag aldus blijkt dat de gekozen inschrijver, zelfs indien hij standaardprocedures gebruikt voor deze implementatie op afstand, hij nog steeds zelf prestaties dient te verrichten voor de aanpassing van zijn software aan de technische vereisten van het bestek. Voorst blijkt uit het voornoemd analyseverslag, op het eerste gezicht, dat het gebruiksklaar maken van de softwareapplicatie van de gekozen inschrijver wordt gekoppeld aan een opleiding voor het personeel van de gebruiker, wat deel uitmaakt van een prestatie onder post
- Aldus lijkt de kost voor een prestatie onder post 1 te zijn ondergebracht onder post
- Door deze handelswijze wordt de onderlinge weging van de twee betrokken subgunningscriteria miskend. De gekozen inschrijver heeft zich een disproportioneel voordeel toegekend door het invullen van een nulprijs op het afzonderlijk subgunningscriterium 2.2, terwijl daar kennelijk toch prestaties tegenover staan. Hiermee lijkt de vergelijkbaarheid van de offertes in het gedrang te zijn gekomen. De verzoekende partij lijkt bovendien eveneens op het eerste gezicht terecht te stellen dat de opgave van een nulprijs voor post 1 de beoordelingsmethode voorzien in het bestek onwerkbaar heeft gemaakt, omdat een deling met nul in de teller steeds hetzelfde resultaat oplevert, namelijk nul.
- In zoverre de verwerende partij opwerpt dat de gekozen inschrijver voor post 1 een prijs had dienen op te geven van meer dan 9.120 euro, btw niet inbegrepen, opdat de offerte van de verzoekende partij de economisch meest voordelige offerte zou zijn geweest, ziet de Raad op het eerste gezicht niet in waarom dit bedrag niet denkbaar zou zijn. De verzoekende partij, als tweede gerangschikte inschrijver, mag hoe dan ook geacht worden te beschikken over het XII-9470-12/14 vereiste belang bij een middel waarin zij de regelmatigheid van de offerte van de gekozen inschrijver betwist.
- Het tweede middel is ernstig. VII. Besluit
- Het tweede middel is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook ingewilligd. VIII. Kosten
- Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (DBDMH) van 22 december 2023 waarbij de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp ‘Gebruik van software voor het beheer van video-oproepen bij NC 112 en brandweerdispatching DBDMH om real-time locatie en visuele ondersteuning met betrekking tot incidenten te verkrijgen’ wordt gegund aan ‘Bliksund Denmark A/S’, vennootschap naar Deens recht. XII-9470-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig maart tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere XII-9470-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.362 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.600 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div