← België

Arrest 259416 - Sluitingen van vestigingen - 09/04/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.416 Rolnummer: A. 241588/X-18636 Zaak: Arrest 259416 - Sluitingen van vestigingen - 09/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-11 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-11 03:21 Fiche Arrest nr 259.416 van 9 april 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.416 no lien 276588 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 259.416 van 9 april 2024 in de zaak A. 241.588/X-18.636 In zake: de BV B.C. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Merlijn De Rechter en Pieterjan Seurynck kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Oseylei 61 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Coen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A, bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 2 april 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen van 22 maart 2024 houdende ambtshalve sluiting […] van de eetgelegenheidsvestiging ‘Big Chefs Antwerp’ gelegen te 2060 Antwerpen, Franklin Rooseveltplaats 2”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-18.636-1/17 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op dinsdag 9 april 2024, om 14 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieterjan Seurynck, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Christophe Coen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verzoekende partij baat sinds 30 maart 2023 een restaurant uit te Antwerpen, Rooseveltplaats 2 (hierna: de inrichting). 3.
  5. Op 4 april 2023 stelt een toezichthouder van de stad Antwerpen met betrekking tot de inrichting een overtreding vast op meerdere brandveiligheidsvoorschriften van de code van politiereglementen van de stad Antwerpen (hierna: de politiecodex). Op 17 april 2023 wordt daarvan een proces-verbaal opgesteld. 3.
  6. Met een aangetekende en gewone brief van 4 mei 2023 zendt de verwerende partij aan de verzoekende partij een afschrift van voormeld proces-verbaal, samen met een uittreksel van de overtreden reglementering, en biedt zij haar de mogelijkheid om er een verweer tegen in te dienen en aan te tonen dat de inrichting aan de brandveiligheidsvoorschriften voldoet. De verzoekende X-18.636-2/17 partij wordt erop gewezen dat het college van burgemeester en schepenen de mogelijkheid heeft om de zaak tijdelijk of definitief te sluiten. De verzoekende partij reageert er niet op. 3.
  7. Met een aangetekende en gewone brief van 2 oktober 2023 legt de verwerende partij aan de verzoekende partij een administratieve geldboete op van 350 euro wegens een inbreuk op de artikelen 299, 348, 351, 369, 370, 371, 375 en 380 van de politiecodex. De verzoekende partij wordt er opnieuw op gewezen dat het college van burgemeester en schepenen de mogelijkheid heeft om de zaak tijdelijk of definitief te sluiten. 3.
  8. Op 9 januari 2024 voert een toezichthouder van de stad Antwerpen met betrekking tot de inrichting een hercontrole uit. Hij stelt een overtreding vast op meerdere brandveiligheidsvoorschriften van de politiecodex. Op diezelfde dag wordt daarvan een proces-verbaal opgesteld. 3.
  9. Met een aangetekende brief van 16 januari 2024 zendt de verwerende partij aan de verzoekende partij een afschrift van voormeld proces-verbaal, samen met een uittreksel van de overtreden reglementering. De verzoekende partij wordt gevraagd om de inrichting in overeenstemming te brengen met de brandveiligheidsvoorschriften. Tevens wordt haar de mogelijkheid geboden om zich mondeling te verweren op de hoorzitting van 5 februari 2024 en om alsnog het bewijs te leveren dat de inrichting in overeenstemming is met de brandveiligheidsvoorschriften. De verzoekende partij wordt er nogmaals op gewezen dat de verwerende partij de mogelijkheid heeft om de inrichting te sluiten: “Op 9 januari 2024 controleerden stadsmedewerkers opnieuw de brandveiligheid van uw zaak. Tijdens deze controle bleek dat uw zaak nog niet in orde is met de brandveiligheidsregels (artikel 294 en volgende van de code van politiereglementen). Als bijlage vindt u het proces-verbaal nummer MV/506/1200888 met de overtreden brandveiligheidsregels. Voor deze overtreding riskeert u volgende sancties: • een administratieve geldboete tot 350 euro ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.416 X-18.636-3/17 • een tijdelijke of definitieve sluiting van uw inrichting (artikel 45 van de GAS-wet van 24 juni 2013) Het college van burgemeester en schepenen verzoekt u om uw zaak zo snel mogelijk in orde te brengen met de brandveiligheidsregels. Deze brief is een laatste waarschuwing. U hebt nog de mogelijkheid om gehoord te worden en te bewijzen dat uw zaak in orde is met de brandveiligheidsregels. Breng daarvoor bijvoorbeeld geprinte foto’s, aankoopfacturen en keuringsattesten mee. De hoorzitting vindt plaats: • op maandag 5 februari 2024 om 14u00 • Den Bell, Francis Wellesplein 1, 2018 Antwerpen • gelieve u eerst aan te melden aan het onthaal • opgelet: er vinden meerdere hoorzittingen plaats, daardoor kan er een wachttijd zijn.” De verzoekende partij reageert er weerom niet op. 3.
  10. Met het bestreden besluit van 22 maart 2024 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen om de inrichting “tijdelijk te sluiten” (artikel 1). Het college “heft de sluiting ambtshalve op na de aflevering van een verslag door de dienst Maatschappelijke Veiligheid/Toezicht en Handhaving van de stad Antwerpen waarin bevestigd wordt dat er geen tekortkomingen meer zijn in de inrichting” (artikel 2). Luidens artikel 4 treedt het bestreden besluit in werking twee weken na de betekening ervan. 3.
  11. De verantwoording van de opgelegde sluiting luidt: “Argumentatie Concrete gegevens van de overtredingen van de code van politiereglementen Na diverse controles blijkt dat de publiek toegankelijke inrichting gekend als en/of genoemd ‘Big Chefs Antwerp’ niet voldoet aan de brandveiligheidsvoorschriften van de code van politiereglementen. In het brandverslag, opgesteld op 9 januari 2024, werden de volgende inbreuken vastgesteld: ‘Artikel 299 Niet in orde: Men dient een goed zichtbaar bord te plaatsen aan de inkom met de vermelding van het maximum aantal toegelaten personen. Artikel 348 Niet in orde: Men dient pictogrammen te plaatsen boven de uitgang en in de sanitaire ruimtes. X-18.636-4/17 Artikel 351 Niet in orde: Men dient pictogrammen te plaatsen boven de uitgangsdeur en de toiletdeur. Artikel 354 Niet in orde: Indien er geen veiligheidsverlichting aanwezig is boven de uitgangsdeur dient men er één te plaatsen. Artikel 369 Niet in orde: De keuken is uitgerust met een automatische blusinstallatie. Er zijn meer dan 2 branddekens voorzien in de keuken. Men dient nog een brandblusser van 6 kilo ABC poeder, 5 kilo CO2 of gelijkwaardig te plaatsen. Artikel 370 Niet in orde: De brandblusser dient opgehangen te worden met bijhorende signalisatie. Artikel 371 Niet in orde: De uitbater dient een lijst met nuttige noodnummers aan te brengen bij de telefoon. Een gsm kan een vast toestel vervangen. Artikel 375 Niet in orde: De kelderdeur heeft geen brandweerstand van een half uur. Artikel 380 Niet in orde: Volgende documenten dienen voorgelegd te worden • keuringsattest elektriciteit inclusief veiligheidsverlichting (controleorganisme); • keuringsattest gasinstallatie (controleorganisme); • keuringsattest blusmiddelen, inclusief muurhaspels (erkend leverancier) of indien toestellen niet ouder dan 1 jaar zijn, geldige aankoopfacturen: • reinigingsattest dampkap: • keuringsattest branddetectie; • attest automatische blusinstallatie; • attest goederenlift; • factuur branddeur kelder.’ Verantwoording van de opgelegde sluiting In totaal werden er twee processen-verbaal opgesteld omtrent inbreuken op de brandveiligheid van de inrichting. De processen-verbaal werden steeds aan de betrokkene verzonden. De betrokkenen werd telkens de mogelijkheid geboden om haar verweer in te dienen dan wel om gehoord te worden. De betrokkene was echter niet aanwezig op de hoorzitting van 5 februari 2024 en diende geen schriftelijk verweer in. De betrokkene werd meermaals gewaarschuwd dat de brandveiligheidsvoorschriften dienen te worden nageleefd en de betrokkene werd meermaals duidelijk gewezen op de mogelijke administratieve sancties en de eventuele tijdelijke tot definitieve sluiting van de inrichting indien deze niet in overeenstemming met de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.416 X-18.636-5/17 brandveiligheidsvoorschriften werd gebracht. Samen met deze waarschuwingsbrieven ontving betrokkene steeds een uittreksel van de overtreden reglementering, De betrokkene werd bovendien reeds gesanctioneerd met een administratieve geldboete. Ondanks de verschillende waarschuwingen, het opleggen van een administratieve geldboete en het feit dat aan de betrokkene meerdere mogelijkheden geboden werden om zich in regel te stellen, conformeert de betrokkene zich niet aan de brandveiligheidsvoorschriften. De inrichting van de betrokkene is nog steeds niet in regel gebracht met de brandveiligheidsvoorschriften. Er blijven nog steeds inbreuken op de artikelen 299, 348, 351, 354, 369, 370, 371, 375 en 380 van de code van politiereglementen gelden. De brandveiligheidsvoorschriften, zoals opgenomen in de code van politiereglementen, hebben tot doel de veiligheid van bezoekers van publiek toegankelijke inrichtingen te waarborgen. De naleving van deze brandveiligheidsvoorschriften en de mogelijkheid van de overheid om hierop toezicht te houden, is tevens essentieel voor de veiligheid van de naburige gebouwen en hun bewoners en raakt bijgevolg aan de openbare veiligheid. De inbreuken, zoals beschreven in het brandverslag van 9 januari 2024 zijn ernstig en brengen de brandveiligheid in het gevaar De betrokkene blijft tot op heden in gebreke met het volgende: ‘Artikel 299 Niet in orde: Men dient een goed zichtbaar bord te plaatsen aan de inkom met de vermelding van het maximum aantal toegelaten personen. Artikel 348 Niet in orde: Men dient pictogrammen te plaatsen boven de uitgang en in de sanitaire ruimtes. Artikel 351 Niet in orde: Men dient pictogrammen te plaatsen boven de uitgangsdeur en de toiletdeur. Artikel 354 Niet in orde: Indien er geen veiligheidsverlichting aanwezig is boven de uitgangsdeur dient men er één te plaatsen. Artikel 369 Niet in orde: De keuken is uitgerust met een automatische blusinstallatie. Er zijn meer dan 2 branddekens voorzien in de keuken. Men dient nog een brandblusser van 6 kilo ABC poeder, 5 kilo CO2 of gelijkwaardig te plaatsen. Artikel 370 Niet in orde: De brandblusser dient opgehangen te worden met bijhorende signalisatie. Artikel 371 Niet in orde: X-18.636-6/17 De uitbater dient een lijst met nuttige noodnummers aan te brengen bij de telefoon. Een gsm kan een vast toestel vervangen. Artikel 375 Niet in orde: De kelderdeur heeft geen brandweerstand van een half uur. Artikel 380 Niet in orde: Volgende documenten dienen voorgelegd te worden • keuringsattest elektriciteit inclusief veiligheidsverlichting (controleorganisme); • keuringsattest gasinstallatie (controleorganisme); • keuringsattest blusmiddelen, inclusief muurhaspels (erkend leverancier) of indien toestellen niet ouder dan 1 jaar zijn, geldige aankoopfacturen: • reinigingsattest dampkap: • keuringsattest branddetectie; • attest automatische blusinstallatie; • attest goederenlift; • factuur branddeur kelder.’ Ondanks herhaalde waarschuwingen, diverse mogelijkheden om zich te regulariseren en één uitnodiging tot hoorzitting, blijft de betrokkene verzuimen om de geldende brandveiligheidsvoorschriften na te leven. Dit wordt bij de beoordeling van de overtreding en de op te leggen sanctie mee in rekening gebracht. Aangezien de betrokkene zich, na herhaalde waarschuwingen, niet conformeert aan de voorschriften voor een publiek toegankelijke inrichting komt de tijdelijke sluiting van de inrichting gepast voor. Dit totdat het bewijs is geleverd dat aan de brandveiligheidsvoorschriften werd voldaan. Op deze manier kan de veiligheid van de uitbating in kwestie, en bijgevolg de veiligheid van klanten en omwonenden, gegarandeerd worden. De betrokkene dient dit bewijs (af) te leveren, waarna het wordt geëvalueerd door de dienst Maatschappelijke Veiligheid/Toezicht en Handhaving van de stad Antwerpen. Indien noodzakelijk zal de dienst Maatschappelijke Veiligheid/Toezicht en Handhaving van de stad Antwerpen een hercontrole ter plaatse uitvoeren om na te gaan of voldaan is aan alle brandveiligheidsvoorschriften. Slechts wanneer de dienst Maatschappelijke Veiligheid/Toezicht en Handhaving vaststelt dat er geen tekortkomingen meer zijn, wordt de sluiting opgeheven.” 3.
  12. Artikel 380 van de politiecodex luidt: “Artikel
  13. §
  14. De uitbater zorgt ervoor dat de nodige keuringen, onderzoeken en controles worden uitgevoerd. De data van de controles, de vaststellingen die tijdens die controles werden gedaan en de instructies worden in een logboek ingeschreven. De keuringsattesten en controleverslagen moeten in het logboek opgenomen ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.416 X-18.636-7/17 worden. De uitbater moet onmiddellijk passend reageren op opmerkingen gemaakt tijdens de controle. De uitbater moet op verzoek van de burgemeester of van de bevoegde ambtenaar op ieder ogenblik een gedateerd en ondertekend attest over de vermelde controles kunnen voorleggen. §
  15. De technische uitrusting en veiligheidsuitrusting van de inrichting wordt in goede staat gehouden. De uitbater laat op zijn verantwoordelijkheid periodiek die uitrusting door bevoegde personen onderhouden en controleren volgens de onderstaande tabellen: X-18.636-8/17 .” 3.
  16. Op 4 april 2024 dient de verzoekende partij een regularisatieaanvraag in bij de stad Antwerpen. In een verslag van een medewerkster van de stad Antwerpen van diezelfde datum wordt vastgesteld dat niet alle inbreuken zijn verholpen: “[…] Er blijken echter nog tekortkomingen vastgesteld ten aanzien van de code van gemeentelijke politiereglementen, titel 5, hoofdstuk 1 ‘Inrichtingen toegankelijk voor het publiek: Brandveiligheid’. Artikel 299 Niet in orde : Men dient een goed zichtbaar bord te plaatsen aan de inkom met de vermelding van het maximum aantal toegelaten personen. Er is geen bewijs voorgelegd. Artikel 343 Opmerking : Indien men meer dan 97 personen wenst, dient men 2 afzonderlijke uitgangen te voorzien. Deze uitgang dient conform te zijn; deur dient in vluchtzin te draaien, voorzien van veiligheidslicht, pictogram en vrij toegankelijk zijn (geen tafels en stoelen voor de uitgang). Er is geen bewijs voorgelegd. Artikel 351 Niet in orde : Men dient pictogrammen te plaatsen boven de uitgangsdeur en de toiletdeur. Er is geen bewijs voorgelegd. Artikel 354 Niet in orde : Indien er geen veiligheidsverlichting aanwezig is boven de uitgangsdeur dient men er één te plaatsen. Er is geen bewijs voorgelegd. Artikel 369 Niet in orde : De keuken is uitgerust met een automatische blusinstallatie. Er zijn meer dan 2 branddekens voorzien in de keuken. Men dient nog een brandblusser van 6 kilo ABC poeder, 5 kilo CO2 of gelijkwaardig te plaatsen. Er is een attest voorgelegd van nazicht van snelblustoestellen. Op basis van het attest kan niet geoordeeld worden of dit bijkomend te voorziene blusmiddel inmiddels geplaatst is. Artikel 370 Niet in orde : De brandblusser dient opgehangen te worden met bijhorende signalisatie. Er is geen bewijs voorgelegd dat deze bijkomend te voorzien[e] brandblusser opgehangen werd. Artikel 371 X-18.636-9/17 Niet in orde : De uitbater dient een lijst met nuttige noodnummers aan te brengen bij de telefoon. Een gsm kan een vast toestel vervangen. Er is geen bewijs voorgelegd. Artikel 375 Niet in orde : De kelderdeur heeft geen brandweerstand van een half uur. Er is een factuur voorgelegd van Familie M Group BV van 2 april 2024 voor de aankoop van een brandwerende deur van een half uur. (tussen kelder en restaurant) Er is geen bewijs voorgelegd dat deze aangekochte deur inmiddels geplaatst is volgens de regels van goed vakmanschap. Artikel 380 Niet in orde : Volgende documenten dienen voorgelegd te worden: Attest goede werking veiligheidsverlichting Keuringsverslag van Elektrotest van 28/4/2023 met ref 278/2023/5/15/5: Op het moment van de controle werden geen tekorten vastgesteld t.o.v. de goede werking Niet in orde : De politiecodex vraagt een driemaandelijks nazicht door een bevoegd persoon. Het attest van 28/4/2023 is vervallen. Bovendien werd tijdens het plaatsbezoek van 9 januari vastgesteld dat er bijkomende veiligheidsverlichting dient voorzien te worden. Het voorgelegde attest stelt enkel de goede werking van de aanwezige veiligheidsverlichting vast, en niet of deze op alle plekken aanwezig is, (volgens de politiecodex vereist Gasdichtheid gasinstallatie (controleorganisme/bevoegde instantie, 3 jaarlijks; Niet in orde : Er is geen attest voorgelegd: gasdichtheid van de gasinstallatie door een bevoegde instantie, keuringsorganisme of cerga-gehabiliteerde, max 3 jaar oud. Er is ook geen bewijs voorgelegd dat er geen gasverbruik is in de uitbating, indien er geen gas zou verbruikt worden.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  17. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. X-18.636-10/17 X-18.636-11/17 V. Ernst van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  18. De verzoekende partij voert in een enig middel de schending aan van “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het redelijkheidsbeginsel, inzonderheid het evenredigheidsbeginsel of proportionaliteitsbeginsel; schending van de zorgvuldigheidsplicht, schending van het motiveringsbeginsel alsook van de artikelen 2 en 3 van de Formele Motiveringswet én schending van het non bis in idem beginsel”. 6.
  19. In een eerste middelonderdeel betoogt zij dat de sluitingsmaatregel “manifest disproportioneel” is ten opzichte van de feiten. Er zijn “op [het] eerste zicht” andere maatregelen denkbaar, zoals de mogelijkheid “om een hogere GAS-boete op te leggen”. Indien de inrichting daadwerkelijk onveilig zou zijn, is een onmiddellijke sluiting een meer adequate maatregel. De bestreden beslissing steunt volledig op strikt formele aspecten. Bovendien blijkt uit de voorgelegde stukken dat eraan werd tegemoetgekomen. De wanverhouding tussen de sanctie en de feiten geldt des te meer doordat de maatregel pas twee weken na de betekening ervan in voege treedt, zodat er onmogelijk sprake kan zijn van een groot gevaar voor de openbare veiligheid. 6.
  20. Volgens een tweede middelonderdeel strijdt de bestreden beslissing met het non bis in idem-beginsel doordat zij opnieuw een administratieve sanctie oplegt voor incidenten die zich in het verleden hebben voorgedaan. 6.
  21. In een derde middelonderdeel betoogt de verzoekende partij dat “het [onduidelijk] is […] welke voorschriften van een dermate zware impact zouden zijn dat zij een sluiting zouden verplichten”. Ten eerste beperkt de verwerende partij zich tot abstracte en algemene bewoordingen en het is “niet altijd duidelijk wat er net werd geschonden van de ingeroepen bepalingen”. Zo zou de kelderdeur onvoldoende brandwerend zijn maar laat de verwerende partij na in ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.416 X-18.636-12/17 haar beslissing aan te geven “waarom dit het geval is”. Dit is volgens de verzoekende partij nochtans belangrijk om “tegemoet te komen aan de geformuleerde bezwaren”. Ten tweede kan de verzoekende partij uit de bestreden beslissing evenmin afleiden waarom de vastgestelde tekortkomingen de drastische sluitingsmaatregel rechtvaardigen. Ten derde steunt de bestreden beslissing niet op feitelijk correcte motieven. “Zo heeft de brandwerend[e] deur bijvoorbeeld wel degelijk een brandweerstand van 30 minuten”. 6.
  22. Volgens een vierde middelonderdeel heeft de verwerende partij zich beperkt tot een zeer onzorgvuldige feitengaring. Zo blijkt uit de aankoopfactuur van de kelderdeur dat zij voldoende brandwerend is en kan de verzoekende partij de nodige (keurings)attesten voorleggen om tegemoet te komen aan de bezwaren uit de bestreden beslissing. Bovendien vereist artikel 380 van de politiecodex niet dat een keuringsattest wordt voorgelegd met betrekking tot de automatische blusinstallatie. De verzoekende partij kan het attest inzake de brandveiligheid van de brandbeveiligingsinstallatie in de dampkap voorleggen, hetgeen “op hetzelfde neerkomt”. Anders dan wat in de bestreden beslissing wordt gesteld, blijkt uit het verslag van de noodverlichtingsinstallaties dat de noodverlichting wél correct werd opgehangen. Beoordeling 7.1.
  23. Op het eerste gezicht heeft de verwerende partij bij het opleggen van de voorlopige sluiting terecht in aanmerking genomen dat de verzoekende partij is voorbijgegaan aan “herhaalde waarschuwingen, diverse mogelijkheden om zich te regulariseren en één uitnodiging tot hoorzitting”. Het loutere betoog in het verzoekschrift van de verzoekende partij dat een en ander “niet tijdig naar haar werd gecommuniceerd door haar medewerkers” lijkt dit niet te kunnen goedpraten. Hetzelfde geldt voor het betoog ter terechtzitting dat er een “nieuw management” is aangesteld. 7.1.
  24. In de huidige stand van de rechtspleging wordt aangenomen dat de vastgestelde inbreuken op de politiecodex, waaronder het gebrek aan “een ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.416 X-18.636-13/17 brandblusser van 6 kilo ABC poeder, 5 kilo CO2 of gelijkwaardig” in de keuken, het niet plaatsen van een bord met het maximum aantal toegelaten personen, en het gegeven dat de kelderdeur geen brandweerstand heeft van een half uur (randnummer 3.8), geen louter “formele aspecten” betreffen, zoals de verzoekende partij voorhoudt. De schending van artikel 299 van de politiecodex – het goed zichtbaar plaatsen van een bord aan de inkom met de vermelding van het maximum aantal toegelaten personen – houdt volgens de stukken van het dossier verband met het feit dat het aantal toegelaten personen dient beperkt te worden tot 97 personen, daar er slechts één uitgang is voorzien. Op goede gronden overweegt het bestreden besluit dat de geschonden brandveiligheidsvoorschriften “tot doel [hebben] de veiligheid van bezoekers van publiek toegankelijke inrichtingen te waarborgen” en dat “[d]e naleving van deze brandveiligheidsvoorschriften en de mogelijkheid voor de overheid om hierop toezicht te houden, […] essentieel [is] voor de veiligheid van de naburige gebouwen en […] bijgevolg aan de openbare veiligheid [raakt]”. 7.1.
  25. Dat er volgens de verzoekende partij andere maatregelen “denkbaar” zijn dan de bestreden maatregel, is prima facie niet van aard om de onwettigheid van de bestreden beslissing aan te tonen. Hetzelfde geldt voor verzoeksters betoog dat “[i]ndien het pand daadwerkelijk onveilig was geweest, […] een onmiddellijke sluiting een (meer) adequate maatregel [zou] zijn geweest”. De verwerende partij merkt in verband met dit laatste prima facie terecht op dat haar doelstelling er voornamelijk in bestaat de verzoekende partij ertoe aan te zetten zich aan de bepalingen van de politiecodex te houden. De aan de verzoekende partij toegestane respijttermijn van twee weken lijkt in die doelstelling te passen. Overigens heeft de verzoekende partij prima facie geen belang bij haar kritiek op de respijttermijn, die haar toeliet om alsnog aan de effectieve sluiting van haar inrichting te ontkomen mits voorlegging van een tijdig bewijs dat er geen gebreken meer zijn. 7.1.
  26. Het eerste middelonderdeel is niet ernstig. 7.
  27. Waar de verzoekende partij een schending aanvoert van het non bis in idem-beginsel, zij opgemerkt dat de bestreden beslissing een sanctie oplegt ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.416 X-18.636-14/17 voor inbreuken die op 9 januari 2024 werden vastgesteld, daar waar de GAS-boete van 2 oktober 2023 feiten betreft waarvoor op 17 april 2023 een proces-verbaal werd opgesteld. Verder geeft de verzoekende partij in haar verzoekschrift zelf aan dat voor de vastgestelde inbreuken (andere) maatregelen kunnen worden opgelegd, zoals “een hogere GAS-boete”. 7.
  28. De verzoekende partij doet gezien het voormelde prima facie geen schending van het non bis in idem-beginsel aannemen. Het tweede middelonderdeel is niet ernstig. 7.
  29. De kritiek van de verzoekende partij dat het haar “niet altijd duidelijk [is] wat er net werd geschonden van de ingeroepen bepalingen”, kan gelet op de prima facie duidelijke opsomming van de inbreuken op de politiecodex in het bestreden besluit (randnummer 3.8) geen bijval vinden. Gezien het gestelde onder randnummers 7.1.1 en volgende, overtuigt de verzoekende partij er evenmin van dat de bestreden maatregel disproportioneel zou zijn. 7.
  30. Verzoeksters betoog dat zij het bewijs bijbrengt van een (voldoende) brandwerende kelderdeur en dat zij “de nodige (keurings)attesten [kan] voorleggen om tegemoet te komen aan de bezwaren uit de bestreden beslissing”, is prima facie niet van aard om het bestreden besluit te vitiëren. Vooreerst lijkt het bestreden besluit de verzoekende partij te verwijten de nodige documenten niet bijtijds te hebben bijgebracht. Daarnaast heeft de verzoekende partij, zoals gezien, nagelaten haar verweer over een en ander op de hoorzitting van 5 februari 2024 te doen gelden. Verder dateren de facturen voor een brandwerende kelderdeur en voor het nazicht van de blusapparaten en de brandhaspels van ná het bestreden besluit, meer bepaald van 2 april
  31. Ook wordt luidens het verslag van een medewerkster van de verwerende partij van 4 april 2024 nog steeds niet het bewijs bijgebracht dat meerdere inbreuken op de politiecodex zijn verholpen. Het betreft onder meer het bewijs dat de brandwerende deur volgens de regels van goed vakmanschap werd geplaatst, en het bewijs van plaatsing van de vereiste veiligheidsverlichting en blusmiddelen (zie randnummer 3.10). X-18.636-15/17 Het betoog van de verzoekende partij dat artikel 380 van de politiecodex geen keuringsattest van een automatische blusinstallatie vereist, kan ten slotte evenmin overtuigen. Met de verwerende partij lijkt te moeten worden aangenomen dat artikel 380 van de politiecodex vereist dat tijdens de uitbating steeds een attest aangaande de goede werking van de blusmiddelen moet kunnen worden voorgelegd (randnummer 3.9). 7.
  32. Het derde en het vierde middelonderdeel zijn evenmin ernstig. 7.
  33. Het middel is in geen van zijn middelonderdelen ernstig. VI. Besluit
  34. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING
  35. De Raad van State verwerpt de vordering.
  36. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, op een bijdrage van 24 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.636-16/17 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-18.636-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.416 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.