← België

Arrest 259465 - Overheidsopdrachten - 12/04/2024

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 Rolnummer: A. 241449/XII-9476 Zaak: Arrest 259465 - Overheidsopdrachten - 12/04/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-18 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-06-11 01:04 Fiche Arrest nr 259.465 van 12 april 2024 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 no lien 276634 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 259.465 van 12 april 2024 in de zaak A. 241.449/XII-9476 In zake: de BV D-STUDIO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Liesbeth Peeters en Astrid Engelen kantoor houdend te 2300 Turnhout Parklaan 126 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de CV VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATERVOORZIENING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nathanaëlle Kiekens en Elise Myin kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 12 maart 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening van 28 februari 2024 waarbij de opdracht ‘Raamovereenkomst voor de begeleiding implementatie BIM’ wordt gegund aan de bv BIM Plan. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 april
  3. XII-9476-1/22 Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Astrid Engelen, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaten Elise Myin en Vybe Gesquière, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, met als commerciële benaming ‘De Watergroep’, (hierna: de Watergroep) schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp ‘Raamovereenkomst voor de begeleiding implementatie BIM [Building Information Model/Modelling/Management]’. In artikel 1.2 van het bestek wordt de opdracht als volgt omschreven: “De opdracht heeft tot voorwerp: ondersteuning van de implementatie van BIM volgens de norm ISO19650 bij de directie Productie en Opslag. De Watergroep wenst de principes van BIM toe te passen bij projecten voor voornamelijk technische gebouwen. Dit zowel bij nieuwbouwprojecten, als bij aanpassingswerken en renovaties. Daarnaast is het noodzakelijk om alle plannen, CAD-modellen, documenten, … over deze gebouwen, die passen binnen de BIM-context, op een transparante en efficiënte manier beschikbaar te maken voor de exploitanten van deze gebouwen en andere interne belanghebbenden en deze gedurende de levenscyclus van het gebouw up-to-date te houden. Om dit mogelijk te maken is een grondige aanpassing aan de bestaande manier van werken noodzakelijk. De Watergroep wenst via deze opdracht een consultant aan te stellen voor het begeleiden van de implementatie van BIM volgens de algemene BIM-visie van de Watergroep en het bijhorende BIM strategisch plan, ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 XII-9476-2/22 opgesteld in samenwerking met Bimplan en gevalideerd door de stuurgroep assetmanagement […]. De consultancy zal bestaan uit praktische begeleiding bij de implementatie van BIM, meer bepaald uit de zaken vermeld in het BIM strategisch plan. De opdracht betreft zowel consultancy-advies, het uitvoeren van BIM-gerelateerde taken als het geven van opleidingen en organiseren van workshops. Onderstaande profielen zullen afgenomen worden binnen deze raamovereenkomst: • Het ter beschikking stellen van een functieprofiel ‘BIM adviseur’ • Het ter beschikking stellen van een functieprofiel ‘BIM coördinator’ • Het ter beschikking stellen van een functieprofiel ‘BIM modelleur’ Dit binnen de globale implementatie of bij een specifiek (piloot)project. Er zal een raamovereenkomst afgesloten worden met één deelnemer voor de periode van drie

(3)jaar met mogelijkheid tot twee
(2)maal verlenging met één
(1)jaar (3+1+1). De voorwaarden van de opdrachten gebaseerd op de raamovereenkomst worden volledig in het bestek vastgelegd, met uitzondering van de af te nemen hoeveelheden. De opdracht is niet opgedeeld in percelen. De opdracht betreft een opdracht voor diensten met als bijhorende CPV-code: 85312300-2 Diensten voor begeleiding en adviesverlening. De maximale waarde van de raamovereenkomst (over de gehele looptijd van vijf
(5)jaar) is bepaald op € 1.675.000,00 excl. BTW. Desbetreffende maximale waarde is niet gebaseerd op de vermoedelijke hoeveelheden die in de inventaris zijn opgenomen. Bijgevolg, vormt deze maximale waarde geen indicatie voor het offertebedrag waarmee kan worden ingeschreven. Het betreft daarentegen de maximale waarde van de raamovereenkomst, vastgesteld o.b.v. de maximaal te bestellen hoeveelheden.” De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. Er wordt gekozen voor een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging. De selectieleidraad ‘Raamovereenkomst voor de begeleiding implementatie BIM’ wordt bij de aankondiging van de opdracht gepubliceerd. 3.
  1. De Watergroep ontvangt vijf kandidaturen, waaronder die van de verzoekende partij. Alle vijf ondernemingen worden geselecteerd. XII-9476-3/22 De vijf geselecteerde ondernemingen worden uitgenodigd om uiterlijk op 5 december 2023 een eerste offerte in te dienen en krijgen het bestek toegestuurd dat op de opdracht van toepassing is. In het bestek worden de gunningscriteria vastgesteld als volgt: “2.6 Gunningscriteria De Watergroep zal de economisch meest voordelige offerte vaststellen rekening houdende met de beste prijs-kwaliteitsverhouding die als volgt wordt ingevuld: De gunningscriteria en bijhorende wegingscoëfficiënten zijn: - Prijs: 40 punten - Ervaring van het projectteam: 30 punten - Gebruikte methodiek: 30 punten Beoordeling: 2.6.1 Prijs (40 punten) Het gunningscriterium prijs wordt als volgt gequoteerd: op basis van de totale prijs opgeven in de inventaris bijlage
  2. Dit criterium zal geëvalueerd worden o.b.v. de eenheidsprijzen door de inschrijver opgegeven en die met het oog op de vergelijking van de offertes, zullen vermenigvuldigd worden met de geraamde hoeveelheden opgegeven in de inventaris. De geraamde hoeveelheden zijn louter indicatief en worden enkel gebruikt om het bedrag van de offerte te bepalen in het kader van de gunning van de raamovereenkomst. De laagste regelmatige offerte krijgt het maximaal te behalen punten (40 punten). De andere regelmatige offertes krijgen punten toegekend volgens volgende formule: 40 x bedrag van de laagste regelmatige offerte bedrag van de te evalueren offerte 2.6.2 Ervaring van het projectteam (30 punten) Dit criterium kan onder meer beoordeeld worden op basis van: de ervaring van de voorgestelde consultants (de inschrijver stelt per functie 1 profiel en 1 back-up voor) op het vlak van BIM-advies, -implementatie, -management en -coördinatie, etc. (Bij voorkeur bij organisaties met meer dan 500 werknemers. Het is een pluspunt als de opdrachtgever een openbare instelling is met een patrimonium dat meerdere gebouwen omvat (op meerdere locaties)[)]. De inschrijver geeft aan welke personen zullen worden ingezet voor welk profiel (senior en medior) en geeft voor ieder profiel dat is voorgesteld een back-up. De inschrijver dient voor de voorgestelde profielen een curriculum vitae (cv) toe te voegen waaruit hun ervaring blijkt. De personen die worden voorgesteld dienen de opdracht ook effectief uit te voeren. Er kan geen vervanging van de voorgestelde profielen gebeuren zonder voorafgaandelijke goedkeuring van de Watergroep. XII-9476-4/22 Het projectteam dat de opdrachtnemer voorstelt, zal De Watergroep bijstaan tijdens de BIM-implementatie volgens het BIM strategisch plan in bijlage
  3. De Watergroep wil weten welke ondersteuning de inschrijver kan bieden. De BIM implementatie dient conform de norm ISO 19650 te gebeuren. Grondige kennis van deze norm is noodzakelijk. Om de offertes vergelijkbaar te houden, maken we volgend onderscheid in benaming: - Senior (meer dan 5 jaar ervaring) - Medior (tussen 3 en 5 jaar ervaring) Voor de beantwoording van dit criterium dient de inschrijver een samenvattende nota toe te voegen van maximaal 10 A4-pagina’s (enkelzijdig) inclusief eventuele bijlagen (zoals cv’s). Dit gunningscriterium wordt beoordeeld op basis van 4 mogelijke uitspraken. Deze uitspraak wordt vervolgens omgezet naar punten: Gunningscriterium ervaring van het projectteam: • Uitstekend: 30 punten • Zeer goed: 20 punten • Goed: 10 punten • Voldoende: 0 punten 2.6.3 Gebruikte methodiek (30 punten) […].” Blijkens bijlage 2 ‘Inventaris’ bij het bestek, dient de inschrijver een kostprijs op te geven voor de volgende profielen, met aanduiding van de vermoedelijke hoeveelheden (eenheid: per uur) per jaar (2024 tot 2028): “Kostprijs prestaties medior BIM-adviseur Kostprijs prestaties senior BIM-adviseur Kostprijs prestaties medior BIM-coördinator Kostprijs prestaties senior BIM-coördinator Kostprijs prestaties medior BIM-modelleur.” 3.
  4. Vier ondernemingen, waaronder de verzoekende partij, dienen een offerte in. De inschrijvers worden in het kader van de onderhandelingsprocedure uitgenodigd voor onderhandelingsgesprekken, die plaatsvinden op 14 december
  5. Nadien worden de inschrijvers uitgenodigd om een definitieve offerte in te dienen. XII-9476-5/22 Drie van de vier inschrijvers dienen een aangepaste definitieve offerte in. 3.
  6. Op 22 februari 2024 wordt een gunningsverslag opgesteld. De offerte van één inschrijver wordt substantieel onregelmatig bevonden. De vergelijking en toetsing van de offertes aan de hand van de eerste twee gunningscriteria leidt tot de volgende scores en beoordeling van de overige regelmatige inschrijvers: “1) Prijs (40 punten) Regelmatige inschrijvers Totaal € (excl. btw) Punten Prijs
(40)D-Studio bv € 1.270.400,00 38,74 BIM Plan bv € 1.439.692,80 34,19 Geo-IT bv € 1.230.400,00 40,00 2) Ervaring van het projectteam (30 punten) D-Studio bv D-Studio bv stelt een volledig projectteam voor van volgende kandidaten: Functieomschrijving Kandidaat Back-up BIM-Adviseur Medior [B.T.] (3j+ ervaring) [V.M.] (6j+ ervaring) BIM-adviseur Senior [S.B.] (niet duidelijk) [K.N.] (niet duidelijk) BIM-Coördinator Medior [E.L.] (7j+ ervaring) [A.L. /V.M.] BIM-Coördinator Senior [R.D.] (niet duidelijk) [V.M./B.T.] BIM-Modelleur Medior [F.M.] (2j+ ervaring) [A.L.] (9j+ ervaring) De Watergroep kon afleiden dat er ervaring op vlak van BIM-advies, -implementatie, -management en -coördinatie van het projectteam aanwezig is, maar kon door het ontbreken van de jaartallen moeilijk inschatten hoeveel ervaring er precies aanwezig is. De hoeveelheid aan ervaring van [R.D.], [S.B.] en [K.N.] kan niet duidelijk afgeleid worden uit het cv aangezien de jaartallen grotendeels ontbreken. [F.M.] heeft meer dan 2 jaar ervaring. Hij beëindigde zijn opleiding BIM Bouwkundig tekenaar aan Syntra in 2021 en ging vervolgens meteen aan de slag als BIM-modelleur. De Watergroep verwacht voor een medior minstens 3 jaar ervaring. De Watergroep vindt het minder positief dat [F.M.] nog geen 3 jaar ervaring heeft en bijkomend dat hij als hoofdprofiel werd voorgesteld. Op basis van de in het document ‘DST-20230118_B8_bafo_TeamOmschrijving.pdf’ vermelde referenties XII-9476-6/22 lijkt het projectteam vooral ervaring te hebben in BIM-management en BIM-coördinatie bij projecten, minder met de implementatie van BIM bij organisaties. Voor de partijen waar D-Studio bv BIM-advies verleende, worden in het toegestuurde document geen andere rollen vermeld. In dit document wordt enkel BIM implementatie vermeld in UZ Brussel, samen met een andere partij. De Watergroep vindt dit een minpunt aangezien de implementatie niet enkel gaat over het gebruik van BIM binnen projecten, maar om de bedrijfsbrede implementatie van de methodieken. D-Studio bv heeft dezelfde profielen ingezet in verschillende rollen (kandidaat en back-up) zoals bijvoorbeeld Dhr. [T.], Dhr. [M.] en Dhr. [L.] Dit vindt De Watergroep minder positief, aangezien dit een risico vormt bij uitval. Het voorgestelde projectteam heeft ervaring met openbare instellingen, hetgeen als positief wordt bevonden door De Watergroep. Bijkomend is het positief dat er verschillende referentieprojecten worden aangehaald van organisaties met meer dan 500 werknemers. Dit is positief omdat De Watergroep een grote organisatie is waar met de belangen van diverse stakeholders dient rekening te worden gehouden. D-Studio bv heeft duidelijk in zijn offerte aangegeven welke personen worden ingezet voor welk profiel. Er werd ook duidelijk aangegeven wie als back-up zal fungeren. Dit vindt De Watergroep positief. Het projectteam van D-Studio bv heeft kennis van de ISO 19650 norm. Dhr. [B.] volgt samen met Buildwise de laatste ontwikkelingen van de CEN en ISO TC comités op. Dit vindt De Watergroep positief, aangezien de inschrijver zo blijk geeft dat het voorgestelde projectteam van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte blijft. Over het algemeen scoort de offerte goed dankzij de ervaring van de vooropgestelde profielen met de norm ISO 19650, BIM-advies en BIM-coördinatie. Negatieve punten zijn het ontbreken van jaartallen in enkele cv’s waardoor de omvang ervan laag moet ingeschat worden en de inzet van dezelfde personen voor verschillende rollen. De inzet van dezelfde personen voor verschillende rollen is de oorzaak van de lagere score dan Bim Plan bv. De ervaring van de verschillende leden van het projectteam is de oorzaak van een hogere score dan Geo-IT bv. Voor de voorstelling van dit projectteam wordt de offerte van D-Studio bv beoordeeld als ‘goed’ hetgeen overeenkomt met een score van 10 punten. BIM Plan bv Bim Plan bv stelt een volledig projectteam voor van volgende kandidaten: Functieomschrijving Kandidaat Back-up BIM-Adviseur Medior [S.G.] (5j+ ervaring) [J.V.] (8j+ ervaring) BIM-adviseur Senior M.G.] (6j+ ervaring) [J.V.S.] (14j+ ervaring) BIM-Coördinator Medior [T.P.] (5j+ ervaring) [W.S.] (1j+ ervaring)/[J.K.] (8j+ ervaring) BIM-Coördinator Senior [S.V.] (6j+ ervaring) [S.D.G.] (8j+ ervaring) BIM-Modelleur Medior [R.L.] (3j+ ervaring) [R.V.C.] (3j+ ervaring) De hoeveelheid ervaring op het vlak van BIM-advies, -implementatie, -management en -coördinatie van het projectteam kan duidelijk worden teruggevonden in de offerte van BIM Plan bv. De hoeveelheid ervaring van ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 XII-9476-7/22 de kandidaten kan duidelijk afgeleid worden uit de cv’s. [W.S.] heeft meer dan 1 jaar ervaring, wat aan de lage kant is, maar zou volgens Bim Plan bv zeker aan de vereiste competenties voldoen. Dit vangt Bim Plan bv ook nog op door bijkomend [J.K.] voor te stellen die meer dan 8 jaar ervaring heeft in BIM coördinatie. Bovendien blijkt uit de cv’s opgenomen in het document 4.1_WTG-002-OFF_TEAM_CVs.pdf dat het projectteam van BIM Plan bv zeer veel ervaring heeft met alle gevraagde BIM-taken (advies, implementatie, management en coördinatie). In de verschillende cv’s is duidelijk aangeven welke ervaring de teamleden wanneer opdeden, voor welke van deze taken zij binnen projecten werden ingezet. De Watergroep vindt dit zeer positief, aangezien het voorgestelde projectteam zo al in aanraking gekomen is met de gevraagde verschillende taken. Bim Plan bv heeft verschillende profielen ingezet in verschillende rollen (kandidaat en back-up). Dit vindt De Watergroep positief, aangezien er zo altijd iemand beschikbaar is bij uitval. Het voorgestelde projectteam heeft ervaring met openbare instellingen, hetgeen als positief wordt bevonden door De Watergroep. Bijkomend is het positief dat er verschillende referentieprojecten worden aangehaald van organisaties met meer dan 500 werknemers. Dit is positief omdat De Watergroep een grote organisatie is waar met de belangen van diverse stakeholders moet rekening worden gehouden. Bim Plan bv heeft duidelijk in zijn offerte aangegeven welke personen worden ingezet voor welk profiel. Er werd ook duidelijk aangegeven wie als back-up zal fungeren. Dit vindt De Watergroep positief. Het projectteam van Bim Plan bv heeft kennis van de ISO 19650 norm en voorziet hier zelfs opleidingen over. Dit vindt De Watergroep positief, aangezien ze zo altijd van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte zijn. Over het algemeen scoort de offerte zeer goed dankzij de ervaring van de vooropgestelde profielen met de norm ISO 19650, BIM-advies, BIM-coördinatie en BIM-implementatie. Negatief punt is het inzetten van een profiel als back-up met niet de verwachte ervaring. De grotere ervaring met BIM-implementatie, het duidelijk beschrijven van de opgedane ervaring en de inzet van verschillende personen voor verschillende rollen is de oorzaak van een hogere score dan D-Studio bv en Geo-IT bv. Voor de voorstelling van dit projectteam wordt de offerte van BIM Plan bv beoordeeld als ‘zeer goed’ hetgeen overeenkomt met een score van 20 punten. Geo-IT bv […].” Samengevat zijn de eindscores de volgende: “ Regelmatige Punten Ervaring Gebruikte Totaal inschrijvers Prijs
(40)projectteam
(30)methodiek
(30)
(100)D-Studio bv 38,74 10,00 20,00 68,74 XII-9476-8/22 BIM Plan bv 34,19 20,00 20,00 74,19 Geo-IT bv 40,00 0,00 10,00 50,00 .” Voorgesteld wordt om de opdracht aan de bv BIM Plan te gunnen. 3.5 De directeur-generaal van De Watergroep beslist op 28 februari 2024 de opdracht te gunnen aan de bv BIM Plan, “[g]elet op het gunningsverslag dd. 22 februari 2024, dat als bijlage bij deze beslissing is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt”, en “[o]verwegende dat de motivering en het besluit van het bovenvermelde gunningsverslag geheel [worden] onderschreven”. Dit is de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  2. In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016), de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 XII-9476-9/22 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: de motiveringswet), het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Zij acht deze bepalingen en beginselen geschonden, “Doordat de verwerende partij van oordeel is dat de ervaring van het projectteam door verzoekster onduidelijk is en dat de nodige back-ups ontbreken doordat deze zouden worden ingevuld door dezelfde personen, Terwijl uit de offerte van verzoekster blijkt dat het projectteam over de vereiste ervaring beschikt, En Terwijl over de ervaring van het projectteam nooit verduidelijkingen werden gevraagd door de verwerende partij, En Terwijl de motivering inzake de ‘ervaring van het projectteam’ tegenstrijdig is, Zodat verzoekster een hogere score had moeten krijgen en de overheidsopdracht aan haar had moeten worden gegund.” Zij licht toe dat uit de bestreden beslissing voortvloeit dat zij voor het criterium ‘Ervaring projectteam’ 10 punten krijgt, terwijl de bv BIM Plan 20 punten krijgt, en enkel omwille van de afwijking op dit criterium de overheidsopdracht wordt gegund aan de bv BIM Plan en niet aan haar, nu zij op de andere twee gunningscriteria immers hetzelfde of beter scoort dan de bv BIM Plan. De verzoekende partij meent dat de vergelijking op het criterium ‘Ervaring projectteam’ niet correct is geschied en dat de motivering op meerdere vlakken tegenstrijdig en niet afdoende is. 5.
  3. Vooreerst heeft de verwerende partij haar geen verduidelijking gevraagd over dit criterium. Ook in een e-mailbericht van de verwerende partij van 16 oktober 2023 waarin werd gevraagd om een aantal aspecten te verduidelijken, wordt niets vermeld over (het beweerde gebrek aan) ervaring van het team, zodat dit criterium alsdan door de verwerende partij duidelijk werd bevonden. De verzoekende partij mocht erop vertrouwen dat, na de bijkomende toelichting die werd verschaft tijdens de presentatie, dit standpunt niet zomaar zou wijzigen. De verwerende partij is er immers toe gehouden om het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel te respecteren. XII-9476-10/22 5.
  4. Zij vervolgt dat de verwerende partij in de gunningsbeslissing evenwel een tegenovergesteld standpunt inneemt en plots van mening is dat het onduidelijk zou zijn hoeveel ervaring het door haar voorgestelde projectteam heeft. De hoeveelheid ervaring van D., B. en N. zou niet duidelijk kunnen worden afgeleid uit hun cv’s. Nochtans blijkt, uit het feit dat zij worden aangeduid als senior, dat zij meer dan vijf jaar ervaring hebben. Het is dan ook volkomen onduidelijk om welke reden de verzoekende partij voor het criterium ‘Ervaring projectteam’ slechts 10 op 30 punten krijgt. Uit het bestek volgt dat de profielen worden opgedeeld in senior en medior om de profielen vergelijkbaar te houden. Er wordt niet vereist dat een exact aantal jaren ervaring wordt meegedeeld. De termen senior en medior weerspiegelen zelf reeds een aantal jaren ervaring, zijnde respectievelijk vijf en drie jaar. De verzoekende partij heeft zich hieraan gehouden en heeft de terminologie senior en medior overgenomen in de voorstelling van haar projectteam. Er wordt bovendien ook een cv toegevoegd, waaruit de ervaring van de werknemers blijkt. De verzoekende partij voldoet bijgevolg volgens haar aan alle in het bestek opgenomen vereisten. De motivering dat het moeilijk zou zijn in te schatten hoeveel ervaring het projectteam heeft, kan dan ook niet worden bijgevallen. Bovendien volgt uit het bestek niet dat de focus bij de beoordeling van de ervaring alleen op de cv’s ligt. Ervaring blijkt ook uit de referenties die de verzoekende partij heeft gevoegd bij de teamomschrijving, maar die klaarblijkelijk niet worden meegenomen in de beoordeling. 5.
  5. Voorts, wat de ervaring van M. betreft, die geen drie jaar ervaring zou hebben en toch als hoofdprofiel wordt vooropgesteld, stelt de verzoekende partij dat deze kritiek berust op een foutieve lezing van de door haar verstrekte informatie, waarin immers uitdrukkelijk wordt vermeld dat M. meer dan 2 jaar ervaring heeft. Hij wordt benoemd als medior, wat impliceert dat hij tussen 3 en 5 jaar ervaring heeft. De verwerende partij overweegt zelf ook dat hij in 2021 al ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 XII-9476-11/22 aan de slag was als BIM-modelleur, hetgeen bijgevolg aantoont dat hij minstens 3 jaar ervaring heeft. 5.
  6. Aangaande de kritiek in de bestreden beslissing dat zij dezelfde profielen heeft ingezet in de verschillende rollen van kandidaat en back-up, stelt de verzoekende partij dat het alleen gaat om personen die als tweede back-up zijn ingeschreven, terwijl slechts in één back-up moet worden voorzien. De verzoekende partij vraagt zich ook af hoe de motivering, dat duidelijk zou zijn aangegeven welke personen worden ingezet voor welk profiel en wie als back-up zal fungeren, te rijmen valt met de stelling van de verwerende partij dat de ervaring onduidelijk is en dat de voorziene back-ups minder positief zijn omwille van de inzet van dezelfde profielen. De motivering in de bestreden beslissing is volgens haar bijgevolg tegenstrijdig. 5.
  7. Ook de motivering, enerzijds, dat het onduidelijk zou zijn of er voldoende ervaring is op het vlak van de implementatie, doch, anderzijds, dat het duidelijk is dat er een voldoende kennis is van de ISO-19650-norm, acht zij tegenstrijdig. Zij vervolgt: “[S.B.] is redacteur van Belgische BIM-normering gebaseerd op de ISO
  8. Dit blijkt ook uit de teamomschrijving […]. Er werd door verzoekster ook verwezen naar referentieprojecten, waaronder het ZIN-project in Brussel, waar zelfs de voorloper van ISO 19650 (PASS 1192) is aangepast naar ISO
  9. Daarnaast kan onder meer worden verwezen naar het Google-project in München en een implementatieproject binnen de organisatie Beliris.” 5.
  10. De verzoekende partij verwijst nog naar de overweging in de bestreden beslissing dat het net de ervaring is die haar onderscheidt van de derde inschrijver, de bv Geo-IT, terwijl wordt besloten dat haar ervaring laag moet worden ingeschat. Ook op dit punt is de motivering volgens haar dus gebrekkig en tegenstrijdig. XII-9476-12/22 Beoordeling
  11. De Raad van State mag zich inzake de inhoudelijke beoordeling van de offertes en hun toetsing aan de gunningscriteria niet in de plaats stellen van de aanbestedende overheid. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht mag hij desgevraagd wel nagaan of deze beoordeling berust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven en of het bestuur binnen de perken van zijn beoordelingsruimte is gebleven.
  12. Zoals blijkt uit het gunningsverslag worden de offertes vergeleken en wordt, wat het criterium ‘Ervaring van het projectteam’ betreft, aan elk van de offertes een waardebepaling toegekend op grond van een woordelijke motivering, wat vervolgens aanleiding geeft tot toekenning van een score bepaald volgens de beoordelingsmethode aangekondigd in het bestek, dit is met behulp van een ordinale schaal. Het gebruik van een ordinale schaal, waarbij te dezen aan een offerte met de beoordeling ‘uitstekend’ de score 30/30 wordt gegeven, en vervolgens aan de beoordeling ‘zeer goed’ een score van 20/30, aan de beoordeling ‘goed’ een score van 10/30 en aan de beoordeling ‘voldoende’ een score van 0/30, lijkt op het eerste gezicht niet tot een strikt mathematische koppeling te moeten leiden van die waarden binnen de ordinale schaal aan een bepaald aantal minpunten of pluspunten bij de beoordeling van de offertes. De woordelijke motivering waarbij de sterke en zwakke punten van een offerte worden besproken in vergelijking met de andere offertes, moet echter wel de totale beoordeling van de offerte voor dat criterium als ‘uitstekend’, ‘zeer goed’, ‘goed’ en ‘voldoende’ kunnen ondersteunen.
  13. De verzoekende partij lijkt de verwerende partij niet met goed gevolg te kunnen verwijten dat zij niets heeft vermeld over het vermeende gebrek aan ervaring van het team in haar vraag om aanvullingen in haar e-mailbericht van 16 oktober
  14. Deze vraag situeert zich immers in de selectiefase, en dus op een moment dat er nog geen sprake was van een offerte in de gunningsfase. XII-9476-13/22 Evenmin kan zij de verwerende partij verwijten achteraf haar “standpunt” te hebben gewijzigd, op grond dat deze tijdens de onderhandelingen geen nadere vragen over de ervaring van het projectteam zou hebben gesteld. Door geen nadere vragen te stellen, heeft de verwerende partij misschien wel de indruk gewekt dat er op dat ogenblik geen probleem was, doch zij kan niet worden geacht door haar stilzwijgen al een vast standpunt ter zake te hebben ingenomen. Het past hierbij te wijzen op de verplichting van iedere inschrijver, ook in een mededingingsprocedure met onderhandelingen, om zijn offerte met de nodige zorgvuldigheid op te stellen en spontaan in zijn offerte alle door de aanbestedende overheid gevraagde informatie te vermelden. In zoverre de verzoekende partij in die context een schending aanvoert van het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel, is het middel niet ernstig.
  15. Bij het beoordelen van de offerte van de verzoekende partij heeft de verwerende partij, wat het criterium ‘Ervaring van het projectteam’ betreft, een aantal negatieve punten vastgesteld (zie overweging 3.4, hiervoor). 9.
  16. Met de verwerende partij wordt vastgesteld dat het aantal jaar ervaring in de offerte van de verzoekende partij niet voor alle voorgestelde personen duidelijk was vermeld, niet in de “D-STUDIO: TEAM nota”, noch in de bijgevoegde cv’s. Met name voor S.B, R.D. en K.N. ontbreekt een duidelijke vermelding omtrent het aantal jaar ervaring in de specifiek gevraagde functie. De verzoekende partij kan niet worden bijgevallen in zoverre zij aanvoert dat louter door het gebruik van de termen medior en senior het op zich reeds duidelijk zou zijn hoeveel jaren ervaring een kandidaat of back-up werkelijk heeft. De vijf opgegeven functies stemmen immers eenvoudig overeen met de in het bestek gevraagde functies, waarvan de inschrijver de kostprijs diende op te geven in de inventaris, volgens het model gevoegd als bijlage 2 ‘Inventaris’ bij het bestek (zie overweging 3.2, hiervoor). Het lijkt aan de inschrijvers om in hun offerte aan te geven, met toe te voegen cv’s, hoeveel jaren ervaring een kandidaat of back-up in een bepaalde functie werkelijk heeft, zodat de verwerende partij in staat is te controleren of deze persoon terecht als een medior of een senior wordt ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 XII-9476-14/22 voorgesteld. Ook al is in het bestek niet uitdrukkelijk bepaald dat het exact aantal jaren ervaring moet worden meegedeeld, lijkt dit evident te volgen uit het feit dat ‘Ervaring van het projectteam’ als gunningscriterium wordt gehanteerd, evenals uit de vraag om “voor de voorgestelde profielen een curriculum vitae (cv) toe te voegen waaruit hun ervaring blijkt” (zie punt 2.6.2 van het bestek). De referenties die de verzoekende partij heeft vermeld bij de teamomschrijving, lijken op het eerste gezicht evenmin meer duidelijkheid te verschaffen over het aantal jaren ervaring van de voorgestelde personen in de gevraagde functie. 9.
  17. Voorts lijkt de BIM-Modelleur Medior die de verzoekende partij in haar offerte voorstelt, F.M., met toegevoegd cv, op het eerste gezicht niet over drie jaar maar slechts over twee jaar ervaring te beschikken, met name van september 2021 tot “heden” (zijnde oktober 2023, de datum van indiening van de offerte). In het gunningsverslag lijkt bijgevolg terecht te worden gesteld dat F.M. “meer dan 2 jaar ervaring” heeft, terwijl de verwerende partij voor een medior in een hoofdprofiel minstens drie jaar ervaring verwacht. De verwerende partij lijkt in haar nota terecht te stellen dat zij als gevolg hiervan niet kon vertrouwen op het gebruik van de termen medior en senior door de verzoekende partij als maatstaf voor de nodige ervaring bij de profielen waarvoor het aantal jaren ervaring niet duidelijk was meegedeeld en niet kon worden afgeleid uit de cv’s. 9.
  18. In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat zij dezelfde profielen enkel als extra back-up heeft ingezet, lijkt de verwerende partij op het eerste gezicht terecht tegen te werpen dat de verzoekende partij als back-up dezelfde personen voorstelt voor meerdere functies: zowel voor de back-up van de BIM-Adviseur Medior en voor de (weliswaar tweede) back-up van de BIM-Coördinator Senior (V.M.), als voor de back-up van de BIM-Coördinator Medior en voor de back-up van de BIM-Modelleur Medior (A.L.) wordt eenzelfde persoon voorgesteld. Er wordt in de offerte van de verzoekende partij dus niet voor XII-9476-15/22 elke functie een andere back-up voorgesteld. De Raad van State merkt op dat dit wel het geval is in de offerte van de gekozen inschrijver. 9.
  19. De omstandigheid dat, luidens het gunningsverslag, de offerte van de verzoekende partij goed scoort “dankzij de ervaring van de vooropgestelde profielen met de norm ISO 19650”, neemt niet weg dat het onduidelijk kan zijn of bepaalde voorgestelde personen over voldoende jaren ervaring beschikken; minstens toont de verzoekende partij met haar kritiek niet aan dat het motief dat door het ontbreken van jaartallen in enkele cv’s de “omvang ervan laag moet ingeschat worden” onjuist zou zijn. 9.
  20. De offerte van de verzoekende partij scoort hoger dan die van de derde regelmatige inschrijver, de bv Geo-IT, omdat bij die inschrijver is vastgesteld dat meerdere teamleden geen enkele relevante ervaring hebben. De vergelijking die de verzoekende partij maakt met die inschrijver om een tegenstrijdigheid in de motivering aan te tonen, gaat bijgevolg niet op.
  21. Ten slotte blijkt uit het administratief dossier dat de verwerende partij op het eerste gezicht terecht lijkt te stellen dat in de offerte van de bv BIM Plan, zijnde de gekozen inschrijver, de ervaring van de onderscheiden teamleden wel met concrete jaartallen wordt weergegeven, dat daarin verschillende personen voor de onderscheiden functies en hun back-up worden opgegeven, en dat die personen over een grotere ervaring met BIM-implementatie beschikken dan de teamleden van de verzoekende partij, reden waarom zij de “uitspraak” ‘zeer goed’ verkrijgen, wat overeenstemt met een score van 20 op 30 punten.
  22. De verzoekende partij maakt, gelet op het voorgaande, op het eerste gezicht niet aannemelijk dat de motieven in het gunningsverslag betreffende de beoordeling van haar offerte op het criterium ‘Ervaring van het projectteam’ de “uitspraak” ‘goed’ met een totale score van 10 op 30 punten niet zouden kunnen verantwoorden. In zoverre de verzoekende partij een schending aanvoert van het zorgvuldigheids- en het gelijkheidsbeginsel, de materiële en formele XII-9476-16/22 motiveringsplicht, de artikelen 2 en 3 van de motiveringswet en artikel 4 van de wet overheidsopdrachten 2016, is het middel niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  23. In een tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, artikel 153, 1°, juncto 81, §§ 3 en 4, van de wet overheidsopdrachten 2016, het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Zij acht deze bepalingen en beginselen geschonden: “Doordat in het gunningsverslag [te verstaan: het bestek] is opgenomen dat het gunningscriterium prijs het zwaarst doorweegt, Terwijl de facto moet worden vastgesteld dat het gunningscriterium prijs niet het zwaarst doorweegt en dit criterium slechts een beperkt onderscheid tussen kandidaten toelaat, Zodat het bestek behept is met een gebrek, waardoor de bestreden beslissing dient te worden geschorst, alvorens zij uitwerking kan krijgen.”
  24. De verzoekende partij licht toe dat in het bestek is opgenomen dat het gunningscriterium prijs, gequoteerd op 40 van de 100 punten, het zwaarst doorweegt, terwijl uit het gunningsverslag blijkt dat in werkelijkheid de ervaring van het projectteam en de gebruikte methodiek zwaarder doorwegen, “omdat er bij het criterium prijs nauwelijks een onderscheid kan worden gemaakt tussen de verschillende inschrijvers”. Zij stelt: “Het criterium prijs is het enige criterium waar met kommagetallen wordt gewerkt, zodat er een heel precieze vergelijking wordt gemaakt. Indien echter lager wordt gescoord met de ervaring van het projectteam en de gebruikte methodiek, dan is het sowieso degene met de hoogste score op één van deze vlakken aan wie de overheidsopdracht wordt gegund. Voor de criteria ‘ervaring projectteam’ en ‘gebruikte methodiek’ is er immers weinig nuance: er worden cijfers uitgedeeld van 0, 10, 20 of
  25. Dit leidt ertoe dat indien één van de inschrijvers hoger scoort op dit criterium, de opdracht hoogstwaarschijnlijk ook aan haar zal worden gegund. Door het gebrek aan nuance in de criteria ‘ervaring projectteam’ en ‘gebruikte XII-9476-17/22 methodiek’ is het puntenverschil voor het criteria ‘prijs’ dat normaal het hardst zou moeten doorwegen, verwaarloosbaar.” Volgens de verzoekende partij laten de in het bestek omschreven gunningscriteria geen correcte vergelijking van de inschrijvers toe: “Het enige objectieve criterium ‘prijs’, dat volgens het bestek het hardst doorweegt, is verwaarloosbaar tegenover de andere criteria ‘Ervaring projectteam’ en ‘gebruikte methodiek’. Deze criteria zijn veel vager en subjectiever en zorgen ervoor dat de aanbestedende overheid als het ware keuzevrijheid heeft. Hierdoor [is] de gelijkheid onder de inschrijvers geschonden. Doordat het bestek doet uitschijnen dat aan het criterium ‘prijs’ een zwaarder gewicht wordt toegekend, maar uit de gunningsbeslissing blijkt dat dit niet het geval is in de realiteit, wordt het rechtszekerheidsbeginsel geschonden. De inschrijvers moeten op voorhand kunnen inschatten aan welke criteria in het gunningsverslag het grootste gewicht wordt toegekend.” De verzoekende partij stelt nog dat zij reeds in haar plan van aanpak van 2 oktober 2023 opmerkte dat de in het bestek gevraagde hoeveelheden mogelijk te hoog waren ingeschat, “wat ook resulteert in de prijs”. Zij betoogt dat de kans bestaat dat de bv BIM Plan “dan ook voordelen heeft gehaald” uit het feit dat aan haar de vorige overheidsopdracht werd gegund. “Hierover werd geen opmerking gegeven in de mail van 16 oktober
  26. Ook op dit punt bleef het bestek dus in wezen onduidelijk.” Beoordeling
  27. Volgens artikel 81, § 1, van de wet overheidsopdrachten 2016 baseert de aanbestedende overheid de gunning van overheidsopdrachten op de economisch meest voordelige offerte. Volgens artikel 81, § 2, kan de economisch meest voordelige offerte vastgesteld worden, zoals te dezen, “rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitsverhouding die bepaald wordt op basis van de prijs of de kosten alsook criteria waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht” (artikel 81, § 2, eerste lid, 3°). De aldus bepaalde criteria mogen er niet toe leiden dat de aanbestedende overheid onbeperkte keuzevrijheid heeft (artikel 81, § 3, tweede lid). XII-9476-18/22 Het is binnen deze ruime perken dat de aanbestedende overheid mag kiezen welke gunningscriteria, met welk relatief gewicht, zij zal hanteren bij de beoordeling van de offertes, om te bepalen welke volgens haar de economisch voordeligste offerte is. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht mag de Raad van State de gehanteerde criteria desgevraagd op hun rechtmatigheid toetsen, meer bepaald nagaan of ze wel het rechtens vereiste verband met het voorwerp van de opdracht vertonen, en of ze het bepalen van de economisch meest voordelige offerte wel mogelijk maken. Eveneens mag de Raad van State desgevraagd de gebruikte methodiek op haar rechtmatigheid toetsen, meer bepaald betreffende de mate waarin ze de gelijke beoordeling van de offertes eventueel zou uitsluiten en dus het bepalen van de meest voordelige offerte onmogelijk zou maken. De gekozen beoordelingsmethodiek dient de kwalitatieve verschillen tussen de offertes op correcte wijze in kaart te brengen, met aandacht voor de diverse sterke en zwakke punten van de offertes, en dient te leiden tot een puntentoekenning die in correcte verhouding staat tot de woordelijke evaluatie.
  28. Zoals hiervoor aangegeven (zie overweging 3.2), zijn de gunningscriteria en bijhorende wegingscoëfficiënten in het bestek de volgende:
(1)de prijs (op 40 punten),
(2)de ervaring van het projectteam (op 30 punten) en
(3)de gebruikte methodiek (op 30 punten). Een dergelijke weging en verdeling tussen een prijscriterium en twee kwalitatieve criteria lijken op het eerste gezicht gebruikelijk en evenwichtig.
  1. In punt 2.6.1 van het bestek wordt bepaald dat het gunningscriterium ‘Prijs’ zal worden geëvalueerd volgens een formule waarbij de offerte met de laagste prijs het maximum van de punten scoort (40 punten) en de overige offertes een score behalen op basis van de verhouding van hun prijs tot de prijs van de laagste offerte, volgens volgende formule: 40 x bedrag van de laagste regelmatige offerte bedrag van de te evalueren offerte De omstandigheid dat de totaalprijzen opgegeven door de inschrijvers te dezen relatief dicht bij elkaar liggen, heeft als gevolg, door de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 XII-9476-19/22 toepassing van de voornoemde formule opgenomen in het bestek, dat de scores op 40 punten ook in elkaars buurt liggen. De verzoekende partij uit geen kritiek op deze in het bestek aangewende formule. De aanbestedende overheid heeft de regels toegepast zoals zij die heeft opgesteld. In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat de in het bestek gevraagde hoeveelheden mogelijk te hoog werden ingeschat, lijkt de verwerende partij terecht tegen te werpen dat deze opgegeven vermoedelijke hoeveelheden geen invloed hebben op de scores aangezien elke inschrijver bij het opgeven van zijn prijs dezelfde vermoedelijke hoeveelheid dient te hanteren. In punt 2.6.1 van het bestek wordt immers gesteld dat met het oog op de vergelijking van de offertes, de eenheidsprijzen opgegeven door de inschrijvers vermenigvuldigd zullen worden met de geraamde hoeveelheden opgegeven in de inventaris, die “louter indicatief [zijn en] enkel [worden] gebruikt om het bedrag van de offerte te bepalen in het kader van de gunning van de raamovereenkomst”. De bewering in die context dat de kans bestaat dat de bv BIM Plan “dan ook” voordelen heeft gehaald uit het feit dat aan haar de vorige opdracht werd gegund, waarbij de verzoekende partij een voorkennis in hoofde van de zittende inschrijver lijkt te suggereren, lijkt bijgevolg zonder grond te zijn.
  2. In punt 2.6.2 van het bestek wordt bepaald dat het gunningscriterium ‘Ervaring van het projectteam’ zal worden beoordeeld op basis van vier mogelijke uitspraken, die vervolgens worden omgezet naar punten, als volgt: “• Uitstekend: 30 punten • Zeer goed: 20 punten • Goed: 10 punten • Voldoende: 0 punten.” Dit lijkt een aannemelijke en vrij gebruikelijke beoordelingsmethodiek bestaande uit een beschrijvende evaluatie in woorden gekoppeld aan het toekennen van een puntenscore die in een redelijke verhouding staat tot deze woordelijke motivering. In zoverre de verzoekende partij stelt dat de verwerende partij, wat de inhoudelijke gunningscriteria betreft, “als het ware keuzevrijheid heeft”, omdat deze criteria veel vager en subjectiever zijn dan het prijscriterium, waardoor de gelijkheid onder de inschrijvers wordt geschonden, kan zij niet worden ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 XII-9476-20/22 bijgevallen. Blijkens de samenvattende tabel in het gunningsverslag wordt de offerte van de verzoekende partij als tweede gerangschikt, ook al had zij de laagste prijs en ook al had zij eenzelfde score als de bv BIM Plan voor het derde gunningscriterium ‘Gebruikte methodiek’, als gevolg van de beoordeling op het tweede gunningscriterium ‘Ervaring van het team’ , als ‘goed’, tegenover ‘zeer goed’ voor de offerte van de bv BIM Plan. Uit de beoordeling van het eerste middel is gebleken dat de verzoekende partij op het eerste gezicht niet aannemelijk maakt dat de motieven in het gunningsverslag betreffende de beoordeling van haar offerte als ‘goed’ wat dit criterium betreft, niet zouden kunnen verantwoorden. In zoverre de verzoekende partij nog stelt dat het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden, doordat het bestek doet uitschijnen dat aan het criterium ‘prijs’ een zwaarder gewicht wordt toegekend, maar uit de gunningsbeslissing blijkt dat dit niet het geval is in de realiteit, stelt de Raad van State vast dat de inschrijvers te dezen op voorhand konden inschatten aan welke criteria het grootste gewicht wordt toegekend, namelijk 60 op 100 punten voor de twee kwalitatieve gunningscriteria samen, en volgens welke methode deze criteria zouden worden beoordeeld. De kritiek van de verzoekende partij lijkt evenwel niet de inhoud van de gunningscriteria als dusdanig te betreffen, maar wel de beoordelingsmethode zoals die blijkens het gunningsverslag werd toegepast. Het feit dat de offerte van de verzoekende partij niet als eerste werd gerangschikt, ook al had zij de laagste prijs, leidt alleszins niet tot het besluit dat de verwerende partij te dezen een arbitraire of willekeurige beoordelingsmethode zou hebben gebruikt voor de beoordeling van het tweede en het derde gunningscriterium. Het loutere betoog dat er een gebrek aan nuance is in de beoordelingsmethode van die criteria, omdat punten worden gegeven van 0, 10, 20 of 30, toont op zich niet aan dat deze methode arbitrair of willekeurig zou zijn, ook al leidt deze methode ertoe dat eventuele meer gedetailleerde verschillen tussen offertes enigszins lijken te kunnen worden uitgevlakt dan wel uitvergroot.
  3. De verzoekende partij maakt, gelet op het voorgaande, op het eerste gezicht niet aannemelijk dat het bestek gebrekkig zou zijn doordat het gunningscriterium ‘Prijs’ de facto niet zwaarder zou doorwegen, en hierdoor de aangevoerde regelgeving en beginselen zouden zijn geschonden. XII-9476-21/22 VI. Besluit
  4. Geen van de middelen is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook verworpen. BESLISSING
  5. De Raad van State verwerpt de vordering.
  6. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf april tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Patricia De Somere XII-9476-22/22 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.465 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.684 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.